Terwijl CDA en ChristenUnie neigen naar instemming, laat de PVV in het midden of zij haar eigen asielwetten volgende week aan een meerderheid helpt. De partij accepteert geen aanpassing of uitstel, luidt de boodschap in de Tweede Kamer.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.
‘Ik hoop dat u een slaapzak bij u heeft’, zegt Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma donderdagochtend tegen vak K, de plek waar bewindslieden plaatsnemen. Op de agenda staan de twee geruchtmakende wetten die de regels voor asielzoekers en statushouders in Nederland drastisch zullen aanscherpen.
Veertien van de vijftien partijen in de Tweede Kamer hebben zich ingeschreven (alleen Partij voor de Dieren ontbreekt) en over het onderwerp van deze donderdag zijn twee opeenvolgende kabinetten gevallen. Met na de zomer de campagne voor de deur is het wetgevingsdebat ook een vroeg verkiezingsdebat, een mogelijkheid voor partijpolitieke profilering die (bijna) niemand zich wil laten ontgaan. Dat wordt nachtwerk.
Het had de dag van PVV-minister Marjolein Faber moeten worden, met haar ‘strengste asielbeleid ooit’. Een jaar lang hingen haar wetsvoorstellen boven de markt, aanvankelijk als noodwetgeving en later als wetten die met spoed dienden te worden behandeld. Maar nu het PVV-smaldeel het kabinet-Schoof heeft verlaten, is de politieke situatie ingrijpend veranderd. De PVV is weer oppositiepartij en de portefeuille van Faber is na een felbevochten compromis binnen de resterende coalitiepartijen verdeeld over drie bewindslieden.
David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) verdedigt de Asielnoodmaatregelenwet en Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB) de herinvoering van het tweestatusstelsel. Ze zitten samen in het ministersvak en gaan vooralsnog uit van PVV-steun. De derde asielminister, Eddy van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, NSC) is afwezig, tot ongenoegen van met name D66. Hij is verantwoordelijk voor de invoering van het Europese asiel- en migratiepact, waarnaar in het debat al vaak wordt verwezen.
Nu de coalitie uiteen is gevallen, is de centrale vraag hoe de wetten van Faber (‘haar geest galmt nog rond’, volgens Denk-Kamerlid Stephan van Baarle) aan een meerderheid komen in zowel de Tweede als de Eerste Kamer, waar NSC niet is vertegenwoordigd. Instemming van de linkse oppositie is sowieso uitgesloten.
SP-Kamerlid Michiel van Nispen spreekt van ‘treitermaatregelen’, D66-Kamerlid Anne-Marijke Podt van ‘broddelwerk’. Ook GroenLinks-PvdA en Volt zien er niets in. ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder is ‘niet onwelwillend’, maar ziet lacunes, vooral bij de beperking van gezinshereniging en in de positie van kinderen. Hij heeft liefst tien amendementen (wetswijzigingen) ingediend om nog iets aan de voorstellen te repareren. De Raad van State raadde eerder het kabinet af de wetten überhaupt aan de Kamer voor te leggen.
SGP, JA21 en Forum voor Democratie staan niet afwijzend tegenover de wetgeving, maar afgezien van de PVV zal vooral het CDA van doorslaggevende betekenis zijn. Volgens partijleider Henri Bontenbal wil zijn partij ‘dat we als Kamer deze wetten over de streep trekken’, maar wel met verbeteringen. Het CDA is zelf onder Rutte IV met het idee gekomen het tweestatusstelsel, dat tot 2001 bestond, opnieuw in te voeren.
Bontenbal heeft een amendement ingediend waarin hij vraagt de invoering van dat stelsel gelijk te laten lopen met de wetgeving die noodzakelijk is voor het asiel- en migratiepact. De Europese startdatum daarvoor is 12 juni 2026. Hij beroept zich voor dit uitstel, van wat in de praktijk enkele maanden zal zijn, op de waarschuwing van immigratiedienst IND. Die voorziet anders grote uitvoeringsproblemen.
VVD-Kamerlid Queeny Rajkowski is huiverig ‘om vandaag al te gaan schipperen’. Want, zegt zij: ‘Dit is de kans om Nederland minder aantrekkelijk te maken dan de landen om ons heen. Als we zeggen: we zijn nu nog niet streng, maar over een aantal maanden wel, dan weet ik al wat er deze zomer gaat gebeuren.’ Ze doelt op de doorgaans grotere aantallen asielzoekers in de zomermaanden. Bontenbal vindt dat hij ‘een heel redelijke eis’ formuleert en vraagt zich af: ‘Gaan we toch een politiek spelletje spelen, omdat op 29 oktober de verkiezingen zijn?’ Rajkowski ontkent.
Voor PVV-Kamerlid Marina Vondeling is het duidelijk dat aan de wetten niet gemorreld mag worden. ‘Met een slap aftreksel gaan wij niet akkoord.’ Ze zegt dat haar partij eerst afwacht hoe de andere partijen volgende week stemmen over alle voorgestelde wetswijzigingen en pas dan een standpunt over de uiteindelijke wetteksten inneemt. ‘Wij gaan niet voor een kale wet stemmen.’
Sterker, haar partij heeft zelf drie aanscherpingen ingediend. Asielzoekers moeten bij aankomst in een opvangcentrum verplicht een ‘anti-shariaverklaring’ tekenen, illegaal verblijf moet strafbaar zijn, en de spreidingswet moet worden ingetrokken. Met name dat laatste amendement is volgens Vondeling ‘heel belangrijk’ voor steun aan de twee wetten.
Vondeling is niet onder de indruk van de waarschuwing van de IND. ‘Ik ga niet mee in dat verhaal. Als we deze wetten ongewijzigd invoeren, komen er minder asielzoekers naar Nederland en neemt de werkdruk juist af. Wij luisteren niet naar de directeur van de IND, maar naar wat Nederland wil.’
Als GL-PvdA-Kamerlid Kati Piri haar erop wijst dat ze in de senaat de steun van het CDA nodig heeft, zegt Vondeling: ‘Wij gaan natuurlijk niet onze pootjes laten hangen naar het CDA.’ Haar partijleider Geert Wilders noemde de opstelling van Bontenbal eerder ‘slappe hap’ en Vondeling herhaalt deze woorden letterlijk. Vondeling: ‘De wet later laten ingaan, zou een enorme afzwakking zijn.’ Bontenbal laat zich op zijn beurt ‘niet gijzelen’ door de dreiging dat de wetten eventueel worden verworpen.
NSC-Kamerlid Diederik Boomsma zegt beide wetten voluit te steunen en vindt uitstel niet nodig. Bovendien, stelt hij, geeft de toelichting bij de wetten al de mogelijkheid om onderdelen later in te voeren. ‘De IND nemen wij zeer serieus, maar de politieke afweging wordt hier gemaakt’, aldus Boomsma. Op de vraag van Bontenbal of NSC nog altijd de partij van goed bestuur is, antwoordt Boomsma: ‘Goed bestuur is niet hetzelfde als doen wat uitvoeringsinstanties willen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant