Uitgerekend de regeringspartijen bleken donderdag het minst geïnteresseerd in de grote uitvoeringsvragen die het nieuwe asielbeleid oproept.
Het kabinet Schoof mag doorregeren, was vorige week de conclusie nadat de Tweede Kamer had besloten dat er nauwelijks wetsvoorstellen ‘controversieel’ zijn verklaard. Vrijwel alles mag voor de verkiezingen van 29 oktober nog gewoon aan bod komen. Sterker: de Kamer dringt aan op spoed.
Dat is op zichzelf goed nieuws, want Nederland kan zich nog een jaar stilstand niet permitteren. Maar het risico van het behandelen van wetten met verkiezingen op komst is wel dat de campagne alles gaat overheersen. Het debat over de asielwetten maakte donderdag duidelijk wat er dan kan gebeuren.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Die wetsvoorstellen zijn de kroonjuwelen van het demissionaire kabinet-Schoof. Als de regeringspartijen iets geregeld willen hebben, zijn het de maatregelen waarmee zij denken Nederland een stuk onaantrekkelijker te maken als asielbestemming.
Het probleem is dat er een indrukwekkende reeks kritische adviezen kwam van de uitvoeringsorganisaties en de juridische experts. Samengevat: de wetsvoorstellen regelen zoveel tegelijk, dat elk overzicht ontbreekt en niet duidelijk is hoe alles met elkaar samenhangt. Het asielstelsel wordt nog complexer dan het al is.
Het inkorten van de duur van de verblijfsvergunningen vraagt om meer asielbeslissingen van de toch al overbelaste immigratiedienst IND. De pogingen om de gezinshereniging te beperken, zullen waarschijnlijk stuklopen omdat dat recht vastligt in Europese verdragen. Het kabinet bezuinigt, op hoop van zegen, meteen fors op de opvangorganisatie COA zonder enig bewijs dat er ook minder werk te doen zal zijn. En dan is per juni 2026 ook nog het nieuwe Europese Asiel- en Migratiepact van kracht, met verstrekkende nieuwe asielregels die ook op nationaal niveau moeten worden ingevoerd. Dat is bijna niet te doen voor de mensen op de werkvloer.
Dat alles zou een kritische volksvertegenwoordiging moeten aanzetten tot serieuze pogingen om de wetsvoorstellen zo bij te slijpen dat ze behapbaar worden en ook niet meteen door rechters ongeldig worden verklaard. Inderdaad kwam een reeks oppositiefracties donderdag met oprechte pogingen in die richting, onder andere om de wetten beter te laten aansluiten op het Europese migratiepact.
Maar juist de regeringsfracties, die de asielwetten bedachten, deden er donderdag nog een schepje bovenop. De duur van de verblijfsvergunningen nog wat korter, de mogelijkheden tot hoger beroep nog wat verder beperken, hulp aan illegalen strafbaar maken en hup, meteen ook maar de Spreidingswet intrekken zonder duidelijk te maken wat de gemeenten die nu al een overbevolkt asielzoekerscentrum runnen, dan moeten doen met de mensen.
Het was tegen elkaar opbieden om aan de kiezers te bewijzen dat ze niet voor elkaar onder doen. En zoals altijd won de PVV dat spel, met het dreigement dat de partij zonder scrupules tegen het hele asielpakket zal stemmen als de oppositie er te veel veranderingen in aanbrengt die het beter uitvoerbaar maken. Dat is een flagrante poging om de rest van de Kamer te gijzelen.
Zo dik heeft de symboolpolitiek er in het wetgevingsproces nog niet vaak bovenop gelegen. Volgende week, bij de stemmingen, zal blijken wat de gevolgen zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant