Er is een groot tekort aan zorgpersoneel. En tegelijk kunnen veel gekwalificeerde buitenlandse zorgprofessionals, die al in Nederland zijn, niets anders doen dan toekijken. Zet trajecten op waardoor zij snel in de praktijk kunnen instromen.
Mijn man is ongeneeslijk ziek. Hij heeft alvleesklierkanker en kreeg drie weken geleden ook nog een hersenbloeding. De ziekenhuiszorg was uitstekend. Maar toen hij thuiskwam, begon een ander verhaal. Ik werd in één klap fulltime mantelzorger. Hij is palliatief, en daarom komt hij niet in aanmerking voor revalidatie. Hij kwam thuis in een rolstoel.
Vanuit het ziekenhuis werd thuiszorg aangevraagd, maar er kwam nooit een reactie. Geen intake, geen telefoontje, niets. Simpelweg omdat er niemand beschikbaar is.
Over de auteur
Tanya van ’t Hof is auteur van Nederlands voor Oekraïense Sprekers, mantelzorger en taalactivist. Ze woont sinds 2021 in Nederland. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat mijn man – een Nederlander – niet de zorg krijgt waar hij recht op heeft, zegt veel over de staat van het systeem. Er is een groot tekort aan zorgpersoneel. En tegelijk zie ik hoe gekwalificeerde mensen, die al in Nederland zijn, niets anders kunnen doen dan toekijken. Dat contrast is pijnlijk. Het is tragisch – voor de patiënten die zorg missen én voor de professionals die willen bijdragen, maar niet mogen.
Ik ben zelf Oekraïens. Ik woon nu vier jaar in Nederland, werk fulltime, zorg voor mijn 6-jarige kind en probeer bij te dragen aan de samenleving. En juist daarom zie ik hoeveel potentieel onbenut blijft. De vrouw die bij Albert Heijn vakken vult, is cardioloog. Een ander is anesthesist met twintig jaar ervaring. Ze willen in de zorg werken, maar lopen vast op taal, regels en bureaucratie.
En het gaat niet alleen om Oekraïners. Ook zorgprofessionals uit andere landen – zelfs uit EU-lidstaten zoals Italië of Spanje, of uit Canada – ervaren enorme obstakels om aan de slag te gaan in Nederland. De diploma’s worden traag of niet erkend, het systeem is ondoorzichtig, en leerwerktrajecten zijn beperkt of slecht georganiseerd. Terwijl binnen de EU juist afspraken zijn gemaakt om mobiliteit van zorgpersoneel te bevorderen, lijkt Nederland eerder drempels op te werpen dan ze weg te nemen.
De taal is vaak het grootste struikelblok. Veel mensen zijn in verwarring: moeten ze Nederlands leren of Engels? Er is geen duidelijke route, geen begeleiding, geen praktische combinatie van taalonderwijs met werkervaring. En dus blijven ze hangen in baantjes buiten hun vak, terwijl hun kennis en kunde ongebruikt blijven.
Zelf heb ik geprobeerd iets bij te dragen. Ik ontwikkelde een boek: Nederlands voor Oekraïense Sprekers. Het werd op Amazon onverwacht een bestseller in de categorie studiegidsen. Dat is geen verdienste van mij alleen, maar een signaal: er is een grote, onvervulde behoefte aan toegankelijke, praktische taalondersteuning – specifiek gericht op mensen die hier willen meedraaien in de samenleving, en in de zorg.
Die populariteit onderstreept wat ik dagelijks zie: deze mensen willen leren, willen werken, maar krijgen niet de juiste middelen of begeleiding aangereikt. Het laat ook zien wat er ontbreekt: de bestaande taallessen zijn vaak te traag, te schools en sluiten niet aan bij de werkvloer. Gemeenten, taalaanbieders en zorginstellingen opereren langs elkaar heen. Zonder gerichte trajecten – waarin taalverwerving wordt gekoppeld aan praktijkervaring – blijven goed opgeleide mensen aan de zijlijn staan.
We kunnen ons dit niet langer veroorloven. Mijn man heeft recht op thuiszorg. Net als duizenden anderen. En tegelijk staan er mensen klaar die die zorg kunnen leveren – maar het systeem zegt nee. Dat is niet alleen inefficiënt, het is onmenselijk. We laten mensen aan alle kanten in de steek.
Toch hoeft het niet zo te blijven. Er is zóveel meer mogelijk dan het huidige, rigide systeem toestaat. Met flexibelere trajecten, gerichte taalondersteuning en snellere diplomawaardering kunnen we de drempels drastisch verlagen – zonder concessies te doen aan kwaliteit. Dat vraagt om maatwerk, samenwerking en vooral de politieke wil om het anders te durven doen.
Mijn pleidooi is eenvoudig: zet doelgerichte trajecten op waarin taalonderwijs en werkervaring hand in hand gaan. Laat diploma’s beoordelen door vakmensen die begrijpen waar deze mensen vandaan komen. En erken eindelijk dat buitenlandse zorgprofessionals geen bedreiging zijn, maar een essentiële schakel in het overeind houden van de Nederlandse zorg.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant