Een show met drie sterren: moet je daar nou naartoe? En wat vinden comedians zelf eigenlijk van zo’n ‘gemiddelde’ recensie? Gidi Heesakkers belt twee cabaretiers wier voorstellingen ze dit seizoen drie sterren gaf. ‘Een driesterrenrecensie in de Volkskrant is best wel teleurstellend.’
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Bijna altijd is het drie of vier sterren. Veruit de meeste comedyvoorstellingen die de Volkskrant bespreekt, krijgen dat oordeel – afgelopen seizoen waren dat er respectievelijk achttien (drie sterren) en zeventien (vier sterren). Zelf deelde ik één keer vijf sterren uit, en twee keer twee. Het betekent dat er een heleboel mooie stand-up- en cabaretprogramma’s zijn gemaakt. Maar ik ben natuurlijk bekend met de tijdloze, povere reputatie van de driesterrenrecensie: drie sterren, kan het dan een aanrader zijn?
Niet voor niets vind ik driesterrenrecensies het moeilijkst om te schrijven. Het probleem is dat drie een breed middenveld vertegenwoordigt; op een rapportcijferschaal zo’n beetje alles tussen de 5,5 en de 8- (want twee sterren is matig en vier is zeer goed). Het omvat dus een grote categorie voorstellingen, van uiteenlopende impact en kwaliteit.
Uit het zoeken naar de balans tussen lof en kritiek komt bij mij af en toe twijfel voort: als een voorstelling gevoelsmatig een vette 7 is of zelfs een 7,5, doe je hem dan recht met drie sterren, of kun je beter richting een zuinige vier bewegen?
De keren dat ik lang worstel met het vinden van de juiste woorden om op een pakkende manier een theaterervaring te beschrijven én zorgvuldig duidelijk te maken hoe ik tot een oordeel kom, gaat het bijna altijd om drie sterren.
Hoeveel van die zwarte symbooltjes er bij mijn recensie zullen fonkelen, weet ik meestal al bij het verlaten van de theaterzaal. Maar soms ook niet, zoals na de première van cabaretier Patrick Nederkoorn in november.
‘Een onderhoudende, zorgvuldig uitgedachte voorstelling’ noem ik Uit de klauwen een paar dagen later. Ik beschrijf hoe lekker Nederkoorn op dreef raakt met een lied waarin hij met een bakfiets vol kinderen aan een hongerige wolf probeert te ontkomen – zijn variant op Dodenrit van Drs P. uit 1974.
Het valt op dat hij een stuk surrealistischer te werk gaat dan in zijn vorige programma. ‘Hier en daar wordt het absurde een beetje geforceerd, of tot het veel te flauwe doorgetrokken, bijvoorbeeld als Nederkoorns vaste pianist een teek moet helpen verwijderen. Maar het is mooi hoe Uit de klauwen na die bakfietstocht steeds meer vertakkingen krijgt, die subtiel of expliciet met elkaar samenhangen.’
Uiteindelijk worden het drie sterren. Nu we het er een half jaar later op mijn verzoek over hebben, zegt Patrick Nederkoorn: ‘Een driesterrenrecensie in de Volkskrant is best wel teleurstellend.’
Drie sterren is goed, betoogde Wilma de Rek in deze krant toen ze chef was van een boekenkatern dat nog sterren uitdeelde. ‘Maar het probleem is dat veel mensen ze niet zo ervaren.’
Jean-Pierre Geelen pleitte in zijn vroegere rol als ombudsman van de Volkskrant juist fel voor minder driesterrenrecensies. Hij stoorde zich aan ‘die zee van laffe drie sterren bij recensies’. Immers: ‘Natuurlijk: veel is gemiddeld, maar met alle mitsen en maren krijgt het hele leven drie sterren.’
Scherper oordelen, opperde de ombudsman toen er in een vernieuwd boekenkatern in 2019 minder ruimte was voor recensies. ‘Drie sterren is vlees noch vis en zet niet aan tot lezen. Een boek dat niet opvallend genoeg is, past niet op het te krappe podium. Als het sterrenstelsel niet mag verdwijnen, schrap dan de driesterrenrecensie.’
Drie sterren in de Volkskrant, moet je er dan naartoe? Ga, zeg ik, met naast Patrick Nederkoorn in gedachten ook Soundos El Ahmadi, Teun van den Elzen, Lotte Velvet, Tim Fransen (vijf sterren in NRC en Trouw) en anderen die van alles losmaken met goede voorstellingen, en die ik allemaal volle zalen gun.
Ik denk aan Raging Against Various Elements, een ‘techno-jazzmusical’ van ARK/Connor Schumacher die drie sterren kreeg in deze krant, maar die zo veel indruk op mij maakte dat ik deze week opnieuw ga – zin om mezelf nog eens op te laden met de coole, verwarmende dansvloerenergie en emoties van die eerste keer.
Patrick Nederkoorn schiet bij de vraag in de lach. ‘Er zitten twee mensen in mij: de maker en de verkoper. Als maker kan ik blij zijn met goede suggesties, of als een recensent iets heeft opgemerkt waarvan ik denk: wat mooi dat dat gezien is. De verkoper heeft vier sterren nodig om te weten dat een recensie effect sorteert. Zo simpel is het.’
Hoewel Nederkoorn met zijn vorige programma Hoogtij werd genomineerd voor een Poelifinario voor het beste geëngageerde cabaretprogramma, is hij niet de grootste naam in het Nederlandse cabaret. ‘Bij mij hebben recensies of tv-optredens invloed op de kaartverkoop. Dan is het lekker als je alleen al met het noemen van een aantal sterren een signaal kunt afgeven: dit moet je zien.’
Het lijkt Nederkoorn niet eenvoudig om tot een afgewogen oordeel te komen, wil hij gezegd hebben. ‘Ik denk altijd aan de factoren die kunnen meespelen in hoe iemand een avond beleeft. Als ik zelf naar een voorstelling kijk, wordt mijn ervaring bij wijze van spreken beïnvloed door of ik naar de wc moet. En ik kan me voorstellen dat een prima voorstelling tegenvalt als je de dag ervoor iets fantastisch hebt gezien.’
Die ‘lukraakheid’ werkt verzachtend voor de ontvanger van kritiek, ervaart hij. ‘Ik denk alleen dat ik extra teleurgesteld was over je recensie, omdat ik Uit de klauwen beter vind dan de voorstelling over klimaatverandering die jij twee jaar geleden drie sterren gaf. Ik had me voorgenomen om dit programma minder een ‘preek’ te laten zijn, en mijn punt op een meer theatrale manier te maken. Dat is gelukt.’
Aan de reacties die hij op de Volkskrant-recensie kreeg, merkte hij dat mensen het stuk lazen als een welwillende, fijne beoordeling. Zelf haalde hij er ook positieve punten uit. ‘Ik was blij dat je de voorstelling zorgvuldig uitgedacht noemde.’
Het woord ‘onderhoudend’ beviel hem minder. ‘Dat klinkt toch een beetje als... saai. Zonder zout. En voor mijn gevoel rekende je me af op die ene scène met de teek, die er inmiddels trouwens uit is. Die scène zorgde voor veel lol in het try-outproces. Tijdens de première in Amsterdam merkte ik eigenlijk voor het eerst dat-ie te licht of te flauw is voor de voorstelling die ik had gemaakt.’
Ook Johan Goossens incasseerde drie sterren, voor zijn achtste show Het volle leven. Zijn impresariaat stuurde daags na de première een lovende recensie door op Theaterkrant.nl, waarin hij zich helemaal kon vinden. Daarna werd het stil. Zelf googelde hij een paar keer per dag ‘Johan Goossens recensie’, zoals dat gaat. Er volgden drie driesterrenrecensies in de Volkskrant, NRC en Trouw.
‘Mooi om te horen dat je m’n voorstelling goed vond, dat was me nog niet helemaal duidelijk inderdaad’, appt hij daags voor we bellen. ‘Drie sterren, dat komt op mij over als te goed om twee te geven, legt hij aan de telefoon uit, ‘of: hij heeft z’n huiswerk gedaan.’
Het is moeilijk om zelf te bepalen wat de waarde van je programma is, voegt hij eraan toe. ‘Zeker in de periode rond de première zit ik in een soort megalomane tunnel. Je denkt echt dat de hele wereld anders zal zijn zodra dit programma is verschenen. In die zin valt een recensie nogal snel tegen. Maar de insteek is natuurlijk nooit: ik maak een driesterrenprogramma.’
Hij vindt dat hij minder goed gelukte voorstellingen heeft gespeeld, die scheutiger werden beoordeeld. ‘Met Het volle leven heb ik voor het eerst een programma gemaakt waarin ik helemaal niks van de inhoud stom vind. In eerdere shows zaten altijd wel een paar stukjes waarvan ik wist: dit moet ik héél scherp de zaal in mieteren om het te laten werken.’
Recensies moet je net als prijzen snel naast je neerleggen, zegt Goossens. Toch waren er in het verleden zinnen van critici die maanden later nog letterlijk door zijn hoofd schoten. ‘Stond ik te spelen in Delfzijl: ‘Trage, trekkende avond met af en toe een piek’, dacht ik dan voor ik opging. Als ik in de middag bij een theater aankwam, kon ik soms aan de sfeer voelen dat de medewerkers een kritische recensie hadden gelezen.’ Spottend: ‘Een tweesterrenrecensie is weer een héél andere sensatie.’
Het waren nu niet zozeer de sterren die teleurstelden, zegt hij, als wel de teksten waaruit hij opmaakte dat recensenten niet begrepen wat hij met deze voorstelling probeerde over te brengen. ‘Wat ik opvallend vond, is hoe ernstig van toon ze allemaal waren. Alsof ik een serieuze redevoering over mezelf heb staan houden, terwijl de voorstelling afwisselend is, er veel wordt gelachen en ik van het publiek hoor dat mensen het herkenbaar vinden.’
Kritiek op stukken over afgezaagde comedythema’s als de zelfscan en B&B Vol Liefde neemt hij ter harte. ‘Daarvan denk ik: na de zomer nog eens naar kijken. Maar jij schreef bijvoorbeeld iets over mijn cynische houding. Daar herkende ik me niet in. Het grappige vond ik ook dat Theaterkrant juist concludeerde dat ik nergens cynisch word.’
Wat hij ook opmerkt, ‘en dit is natuurlijk echt niet jouw taak als recensent’: uit mijn tekst kon hij niet één complimenteuze zin halen voor op Instagram. Terwijl ik was geraakt door een van Goossens liedjes over de veerkracht van zijn moeder na de dood van zijn vader, en ik waardeer hoe hij steeds liefdevol de botte bijl hanteert, misschien eerder sarcastisch dan cynisch. Het volle leven had een iets enthousiastere toon verdiend, vind ik zelf; twee sterren voor deze driesterrenrecensie.
Patrick Nederkoorn herinnert zich dat Johan Goossens ooit online een foto deelde van een mindere recensie in de Volkskrant met koffie eroverheen geknoeid. ‘Er stond iets bij als: de Volkskrant heeft ook een recensie geschreven.’ Ik vond het zo grappig dat ik meteen zin kreeg om naar zijn voorstelling te gaan.’ Goossens kan het zich niet heugen, ‘maar het klinkt zeker als iets dat ik zou doen.’
Er schiet Nederkoorn tot slot nog iets anders te binnen, over de Belastingdienst-voorstelling die hij in 2018 maakte met Jan Beuving en Tom Dicke. De beoordelingen liepen uiteen, van twee tot vier sterren. ‘Dat is fijner dan alleen maar driesterrenrecensies, maar ik vond de driesterrenrecensie in De Telegraaf inhoudelijk het beste. Die deed in mijn ogen het meest recht aan onze voorstelling. Bij die vier dacht ik eerlijk gezegd, dat is wel héél gul, en bij twee, dat is wel héél zuur.’
Had hij voor Uit de klauwen liever een 7 gehad dan drie sterren? Na even nadenken: ‘Nee. En het zou er ook niet beter van worden als je met halve sterren werkt en dan op drieënhalve ster uitkomt. Hoe meer decimalen, hoe meer dat het óók niet helemaal is.’
Gewoon eens over het hele proces van gedachten wisselen is eigenlijk wel helend, zegt hij. ‘Het is fijn om te horen dat je getwijfeld hebt.’ Grappend: ‘Misschien moet je het er maar in houden, aan het einde van het seizoen iedereen bellen over wie je een driesterrenrecensie hebt geschreven.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant