In Dongen is de noodopvanglocatie de Nestel een plek waar warmte en verbondenheid overheersen. Terwijl er elders in het land geregeld protest is tegen de komst van asielzoekers, sluit het Brabantse dorp de bewoners juist in de armen. ‘Ik wil graag een stukje van mezelf in Dongen achterlaten.’
‘Vrienden uit andere opvangcentra zijn jaloers op ons in Dongen. Hier zijn we welkom.’ Parvin (44) zit aan een tafel in de eettent van noodopvang de Nestel in het Noord-Brabantse dorp. Er bungelt een ketting met een blauw kruis om haar nek. Twee jaar geleden vluchtte ze met haar gezin uit Jordanië.
Buiten fietsen kinderen, staand op de pedalen, het terrein op. De school is uit. Parvins zoon stapt naar binnen, werpt een blik door de enorme tent en loopt dan op haar af, voor het gewone geklets waar zo veel ouders en kinderen een schooldag mee afsluiten.
Hoewel de Nestel op steun kan rekenen in Dongen, hoort Parvin heel andere verhalen vanuit de opvang in Loon op Zand, ongeveer 15 kilometer verderop. Daar is verzet tegen de asielzoekers. ‘Ik ben de mensen hier dankbaar dat wij dat niet hoeven meemaken.’
Door het hele land is er fel protest tegen asielzoekerscentra. De afgelopen maanden liep dat meermaals uit op rellen. Maar weerstand voert niet overal de boventoon. In Dongen werd een petitie gestart om de Nestel en haar 150 bewoners te behouden. Er tekenden tweeduizend mensen, voor de opvang in een gemeente met 28 duizend inwoners.
Dankzij de petitie werd een extra gemeenteraadsvergadering gehouden, waarin de raad instemde met het openhouden van de Nestel. Hierdoor mag de opvang tot eind augustus 2027 blijven bestaan – drie jaar langer dan aanvankelijk gepland.
Vraag je in Dongen rond naar de opvang en waarom het hier soepel verloopt, dan is het antwoord eensgezind: het is een warm dorp, met een sterk gevoel van samenhang en een bruisend verenigingsleven. Dongenaren helpen graag een handje mee.
Volgens ondernemer Edwin Leemans, die geboren en getogen is in Dongen, was het geen liefde op het eerste gezicht. ‘Aanvankelijk waren mensen geschrokken, er was ook hier weerstand. Maar de gemeente heeft heel open gecommuniceerd, met informatieavonden en enquêtes. Toen zijn veel mensen bijgedraaid.’
Ook de gemeente Dongen herkent zich daarin: ‘We hebben de zorgen geprobeerd weg te nemen, bijvoorbeeld door extra boa’s in te zetten.’
Hoewel oproer doorgaans het luidst klinkt, blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O uit 2022 dat 73 procent van de Nederlanders die binnen 500 meter van een asielzoekerscentrum wonen, de opvang acceptabel vindt – al dan niet onder bepaalde voorwaarden zoals de omvang of samenstelling.
Op industrieterrein Tichelrijt is de Nestel in februari 2024 als tijdelijke noodopvang uit de grond gestampt. Tussen de loodsen en groothandels leven de bewoners in containers van ongeveer 15 vierkante meter, die ze delen met vier personen. In het midden van het terrein staan twee grote tenten waar gegeten en geleefd kan worden.
Het is geen makkelijke klus om een kil industrieterrein in een warm thuis te veranderen. De containers en betonnen platen op de grond vormen een grijze massa, die fel afsteekt tegen de geparkeerde roze kinderfietsjes. Een lichtsnoer dat van de ene naar de andere container gespannen is, doet een dappere poging wat sfeer te geven.
Mientje Akkermans (83) woont al bijna vijftig jaar in Dongen en komt elke dinsdagmiddag op de fiets naar de Nestel om taalles te geven. Vandaag oefent ze met bewoners Sana en Naima op de ui-klank. ‘Ik ben geen docent, maar ik heb me direct aangemeld om te helpen. De mensen zijn vooral blij met wat persoonlijke aandacht en het idee dat iemand er speciaal voor hen is’, legt ze uit. Ze ziet Sana (44) uit Soedan en Naima (22) uit Somalië als een soort dochter en kleindochter.
Sana: ‘Ik denk dat de Nederlandse taal de sleutel tot Nederland is.’
Naima: ‘Ik ga graag naar de bieb om te oefenen.’ Ze wil er nog iets achteraan zeggen maar worstelt even met de uitspraak. Mientje helpt haar: ‘Ze blijft net zo lang naar de bieb gaan totdat ze ‘bibliotheek’ moeiteloos kan uitspreken.’
Niet alleen de leerlingen halen iets uit de lessen, ook Mientje wil ze niet missen. Zeker nu haar man ziek is. ‘Als mijn eigen thuissituatie zwaarder wordt, heb ik iets nodig waar ik energie en vreugde uithaal; dat is hier.’
Veel bewoners hebben een baan bij lokale ondernemers gevonden. Onder wie Eliette Deshon uit Nicaragua, die 32 uur per week bij een schoonmaakbedrijf werkt. ‘Ik wil iets teruggeven aan de gemeenschap die mij heeft verwelkomd, mede daarom wil ik graag werken.’
In haar thuisland was ze industrieel ontwerper. ‘Ik zou dat ooit weer willen doen, maar voor nu ben ik blij met wat ik doe. Alles wat je doet, moet je met hart en toewijding doen. Zo benader ik dus nu ook mijn leven als schoonmaaker.’
De lokale economie profiteert van de nieuwe aanwas van gretige arbeidskrachten. Zoals Edwin Leemans, de baas van schoonmaakbedrijf ELJO waar Deshon werkt. Hij kon zijn vacatures niet vullen met Nederlandse arbeidskrachten. Hij heeft nu veertien bewoners van de Nestel in dienst. Ze hebben een vast contract voor het wettelijk minimumloon. Het zijn dezelfde contracten die hij aan Nederlanders voor de functie zou aanbieden.
Om in Nederland als asielzoeker te mogen werken, is een tewerkstellingsvergunning nodig. Die kan worden aangevraagd als je minimaal zes maanden in Nederland bent. Daarvoor heb je wel een burgerservicenummer (bsn) nodig en daarvoor lopen de wachttijden enorm op, eind 2024 soms wel tot een half jaar.
De locatie in Dongen wordt geregeld door het Rode Kruis, dat zich sinds 2016 bezighoudt met de opvang van asielzoekers in Nederland. De noodhulporganisatie had afgelopen jaar de leiding over 47 opvanglocaties, waar in totaal ongeveer zesduizend mensen wonen. In het geval van de Nestel is het Rode Kruis door de gemeente Dongen ingeschakeld voor het locatiemanagement. Gemeenten die besluiten een noodopvanglocatie te openen, mogen zelf kiezen welke organisatie zij daarvoor inhuren.
Nu de opvang langer open blijft, is het niet meer een noodopvang, maar een zogeheten ‘tijdelijke gemeentelijke opvang’. De financiering vanuit het Rijk is afgenomen en de gemeente Dongen heeft zelf het geld niet om de opvang uit eigen zak te betalen. De opvang gaat daarom op de schop. ‘Het moet bovendien een stuk humaner en duurzamer’, zegt woordvoerder van de gemeente.
De opvang kan ook wel een opknapbeurt gebruiken. Om de paar meter staat een groene lokaasdoos van de ongediertebestrijding, de opvang heeft te kampen met een rattenprobleem. Ook kunnen de bewoners er niet zelf koken. En de stroom komt van aggregaten, die allerminst geruisloos draaien. ‘De mensen uit Dongen hebben voor ons getekend om te blijven. Maar als ze hier een kijkje zouden nemen, zouden ze zich misschien bedenken’, zegt Parvin.
De nieuwe verbouwplannen leiden overigens ook tot onrust onder de bewoners. Een van de geruchten die rondgaan is dat de toiletten- en douchecabines straks niet langer gescheiden zouden zijn voor mannen en vrouwen. Bewoners zijn bang om hun laatste restje privacy te verliezen.
De gemeente zegt op de hoogte te zijn van de zorgen en is bezig met verbouwplannen waar rekening wordt gehouden met de behoeften van de bewoners. Parvin: ‘De gemeente werkt hard en we zijn haar heel dankbaar. Het is moeilijk om te klagen.’
Tussen de 150 bewoners van de Nestel en de kleine Brabantse gemeente is een sterke wisselwerking ontstaan. Met één zin vangt Parvin wat hier leeft: ‘Als we de Nestel ooit verlaten, willen we ook graag een stukje van onszelf in Dongen achterlaten.’
Source: Volkskrant