Ruim een week geleden werd Iran opgeschrikt door grootschalige Israëlische aanvallen. Sindsdien bestookten de landen elkaar, al leek dinsdag een staakt-het-vuren in zicht. Valt dit te rijmen met het internationaal (oorlogs)recht? Nee, menen hoogleraren Marten Zwanenburg en Göran Sluiter.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
In de vroege uren van 13 juni sloeg Israël met tweehonderd gevechtsvliegtuigen toe. Ze bestookten onder meer het nucleaire complex in Natanz. Daarop volgden vergeldingsacties vanuit Iran. Sindsdien bestoken Israël en Iran elkaar over en weer. Dit weekeinde voerden de Verenigde Staten ook een aanval uit op Iran, naar eigen zeggen om nucleaire installaties te vernietigen.
In reactie op de aanvallen kwam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in spoedzitting bijeen. De Israëlische ambassadeur bij de VN, Danny Danon, stelde daar dat zijn land ‘precisie-aanvallen’ had uitgevoerd met ‘nationaal zelfbehoud’ als doel. Voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie volgde die lezing en stelde dat Israël het recht heeft zichzelf te verdedigen. De Franse leider Emmanuel Macron volgde maandag met een soortgelijk statement.
Maar houdt die argumentatie wel stand volgens het internationaal recht? Göran Sluiter (hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam) verwijst naar artikel 2.4 van het VN-handvest, waarin kortweg is vastgelegd dat geweld tussen staten is verboden. ‘Er gelden maar twee uitzonderingen: wanneer de VN-Veiligheidsraad er toestemming voor geeft en wanneer er sprake is van zelfverdediging.’
Op dat laatste doet Israël een beroep, vanwege de kernwapens waarover aartsvijand Iran zou beschikken. Volgens Sluiter is er echter meer sprake van wat hij ‘preventieve zelfverdediging’ noemt. ‘Voor zover we weten, was er geen sprake van een ophanden zijnde aanval vanuit Iran of van een versnelling in hun nucleaire programma. Sterker nog, de VS waren zelfs in met Iran in onderhandeling over het kernenergieprogramma.’
De VS wilden dat Iran dat programma deels of helemaal zou opgeven, waarschijnlijk in ruil voor het verlichten van economische sancties. Vanaf maart dit jaar vonden verschillende onderhandelingsrondes plaats. Daaraan maakten de Israëlische aanvallen op de nucleaire complexen van Iran abrupt een einde.
Ook hoogleraar militair recht Marten Zwanenburg (Universiteit van Amsterdam en de Nederlandse Defensieacademie) zet vraagtekens bij de legitimiteit van die aanvallen. Hij wijst er wel op dat de interpretatie van het VN-artikel 2.4 niet eenduidig is. ‘Er is een groep juristen die volhoudt dat wanneer een dreiging zich nog niet manifesteert, maar wel grote gevolgen kan hebben, het zelfverdedigingsrecht ook opgaat. Het gaat dan bijvoorbeeld om het ontwikkelen van een kernwapen.’
Israël en de VS beroepen zich op die interpretatie. Zij wijzen daarnaast ook naar de directe dreiging vanuit proxy-groeperingen, zoals de Houthi’s en Hezbollah. Zwanenburg: ‘Maar die lezing is controversieel en wordt maar door een kleine groep juristen erkend.’ Zowel Zwanenburg als Sluiter concludeert dat Israël op meerdere vlakken het internationaal recht heeft geschonden toen het de aanval op Iran opende.
Behalve een schending van het geweldsverbod ziet Sluiter ook dat er sprake is van wat het misdrijf agressie wordt genoemd. Het Internationaal Strafhof (ICC) definieert dat als een van de vijf ernstigste misdrijven waarover het zich kan uitspreken. Ook genocide en misdrijven tegen de menselijkheid vallen hieronder.
Los van het internationaal recht inzake geweldgebruik, is het volgens Zwanenburg ook nog denkbaar dat Israël het oorlogsrecht schond. Het land richtte zijn pijlen namelijk ook op wetenschappers verbonden aan het Iraanse nucleaire programma en doodde zeker veertien van hen. De vraag is, meent de hoogleraar, of die wetenschappers als burger bescherming genieten van het oorlogsrecht. Of namen ze actief deel aan een Iraans kernwapenproject en veranderde dat hun status?
Cruciaal is of iemand rechtstreeks heeft deelgenomen aan vijandelijkheden, licht Zwanenburg toe. ‘Wijs jij als burger de eigen krijgsmacht op een vijandelijke patrouille en wordt die vervolgens beschoten, dan ga je als burger niet meer vrijuit. Maar in het geval van de nucleaire wetenschappers, kun je niet vaststellen dat zij direct betrokken waren bij Iraanse vijandelijkheden’.
Wel staat volgens hoogleraar Sluiter vast dat Iran zich schuldig maakte aan oorlogsmisdaden toen het raketten op Israëlische steden afvuurde. Daarbij vielen enkele tientallen burgerdoden. Aan de Iraanse kant vielen honderden burgerslachtoffers.
Dat Israël, Iran en de VS sinds 13 juni juridische grenzen overschrijden, betekent dat nog niet dat de landen worden bestraft. Dat heeft te maken met de instituties die het internationaal recht moeten beschermen, en die beiden gevestigd zijn in Den Haag.
Het Internationaal Gerechtshof (ICJ), het belangrijkste gerechtelijke orgaan van de VN, veroordeelde de Israëlische aanvallen direct. Maar Israël en de VS erkennen de rechtsmacht van dat dat instituut maar in beperkt mate. In de genocidezaak die Zuid-Afrika bijvoorbeeld tegen Israël heeft aangespannen, trok het land de legitimiteit van het Hof in twijfel.
Daarnaast is er het Internationaal Strafhof, dat het mandaat heeft om individuen te straffen voor internationale misdrijven. Dat bekent in de praktijk weinig, stelt Sluiter. ‘Het Internationaal Strafhof kan zich buigen over het misdrijf agressie, maar dat kan alleen met instemming van de Veiligheidsraad.’
Vijf landen hebben daarin vetorecht, waaronder de Verenigde Staten. Al zou bijvoorbeeld Rusland, als Iraanse bondgenoot, Israël via die route willen sanctioneren, dan zal de VS daar hoogstwaarschijnlijk voor gaan liggen. Hoogleraar Zwanenburg: ‘Bij grote vraagstukken over vrede en veiligheid heeft de VN steeds minder een rol. Dat is heel zorgelijk’.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant