is econoom en publicist.
Het komende middenkabinet – laten we het hopen – moet léveren, en ten minste een begin maken met het oplossen van serieuze problemen. Funderend onderwijs, schreef ik vorige week, staat op 1. Het middenkabinet moet ‘het tij keren’, het almaar verder wegzinken van de leerprestaties van leerlingen, taalvaardigheid in het bijzonder.
Welke maatregelen staan in het regeerakkoord? De kern van de zaak is de ‘governance’, de disciplinering van scholen. Scholen zijn geen marktpartijen; scholen zijn (veelal) geen overheidsorganisaties; scholen hangen ertussenin en streven als private organisaties (stichtingen, verenigingen) publieke doelen na, betaald met belastinggeld.
In het regeerakkoord brengen de middenpartijen de Grondwet in herinnering. Artikel 23, lid 1: ‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Dit is de basis waarop het kabinet handelt.
De overheid is laks geweest met het opleggen van kwaliteitseisen aan de onderwijsdienstverleners die met belastinggeld worden betaald, en dat gaat dit middenkabinet veranderen. Langs deze lijnen.
Voor taal- en rekenonderwijs in het funderend onderwijs bestaan ‘referentieniveaus’ die beschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Aan de stapjes in die referentieniveaus zelf veranderen we niets. Wel aan het percentage leerlingen dat die referentieniveaus ook echt moet bereiken om ook als school een voldoende te halen. Dat percentage gaat stapsgewijs omhoog, de overheid eist dus van scholen van jaar op jaar verbetering van de leerlingprestaties rekenen en taal.
Er komt één doorstroomtoets in het primair onderwijs (in plaats van de huidige acht). De toetsuitslag bepaalt het niveau van het vervolgonderwijs van de leerling (en niet het oordeel van de juf of meester).
De Onderwijsinspectie ziet toe op de voortgang en krijgt meer capaciteit. De criteria wanneer een school door de inspectie als (zeer) zwak beoordeeld wordt, worden aangescherpt. De lat gaat ook in deze omhoog.
Dus: de eisen aan leerlingprestaties gaan omhoog, die prestaties worden eenduidig en landelijk uniform getoetst en er is meer controle op de kwaliteit van het dienstverleningsproces door de inspectie.
Merk op dat de coalitie zich dus uitsluitend bemoeit met het ‘wat’ (leerprestaties taal en rekenen stapsgewijs verhogen), en niet met het ‘hoe’ (hoe doe je dat, didactisch en pedagogisch). Dit is conform de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie-Dijsselbloem, die in 2008 precies dit onderscheid propageerde. De overheid het wat; de scholen het hoe.
Dit maatregelenpakket van de coalitie gaat dan ook gepaard met een uitnodiging aan de sector om duidelijk te maken hoe de overheid kan helpen bij het bereiken van deze doelen. En er zal een zak(je) extra geld worden gereserveerd voor overheidsuitgaven die hiertoe behulpzaam zijn. Punt.
Want ja, ook in de middencoalitie zullen partijen zitten die dromen van, bijvoorbeeld, de integratie van kinderopvang en primair onderwijs. Of van brede brugklassen. Of een modern curriculum. Of verplichte bijscholing van onderwijsgevenden via een beroepenregister. Of van het stevig terugdringen van het aantal vakantiedagen in het onderwijs. En dat zijn allemaal mooie dromen, wat mij betreft.
Maar de kern van de zaak is het herstellen van de orde. Dat is wat dit middenkabinet doet. De overheid definieert scherp (!) het wat en stelt hoge eisen. De sector levert. Als dat proces eenmaal op de rit staat, als het tij is gekeerd, pas dan is het tijd voor andere dingen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns