is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Op campagne-tv, zeker op lijsttrekkersdebatten, heb ik een fysieke reactie. Ik vind dat ik soms moet kijken, vakmatig. Maar na afloop voel ik me vaak alsof ik veertien McChickens achter elkaar op heb.
Dit heb ik niet getest door daadwerkelijk veertien McChickens achter elkaar te eten, maar ik weet vrij zeker dat het klopt. Vol, beroerd en toch nog honger.
En we moeten weer. Alles zal de komende tijd campagne zijn. Officieel worden we nog bestuurd, maar tot de stembusgang eind oktober komt de Tweede Kamer door zomer- en verkiezingsreces nog maar zeven weken bij elkaar.
En zij moeten ook weer. De lijsttrekkers. Een mallotig fenomeen, dat lijsttrekkerschap. Althans wat we ervan maken. De enige betrouwbare lijsttrekker zou er eentje zijn die op negen van de tien vragen antwoordde: ‘Dat moet ik eerst uitzoeken.’ Maar zo iemand zou worden weggehoond. Onvoorbereid! Ongeschikt voor de politiek!
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In plaats daarvan worden lijsttrekkers geacht een theaterstukje op te voeren. Zo iemand speelt dat hij én alles weet van zorgverzekeringen én van de Oekraïense luchtverdediging. Én van huurwetten én van AI. En hij weet alles ook nog eens heel erg zeker. In debatten komt de lijsttrekker daarmee weg, want de opponenten weten het ook allemaal niet. En de debatleider evenmin. De test is wie dit het beste acteert.
Het is een soort omgekeerd selectiemechanisme. Want hoe beter iemand is in dit soort campagnes, des te kleiner de kans dat hij geschikt is voor een leidinggevende functie in publieke dienst. In die functie moet je je er juist van bewust zijn dat elk maatschappelijk probleem complex is, dat voor niets een snelle oplossing voorhanden is. Je moet je eigen beperkingen kennen en weten hoe je kennis uit de samenleving en bij deskundigen haalt. En beseffen dat je dan nog steeds de meeste problemen niet zult oplossen, maar hoogstens iets een beetje de goede kant op kunt duwen.
Het best kun je hopen op een politicus die het spel voldoende beheerst om er doorheen te komen, maar die zich realiseert wat een onzinnig spel het is. Ik vermoed dat hierin een deel van de aantrekkingskracht ligt van de in peilingen klimmende CDA-leider Bontenbal.
Interessant gesprekje vond in dat kader plaats in het Telegraaf-programma Nieuws van de dag. Aan presentator Thomas van Groningen, een voorlopig evolutionair hoogtepunt in de politieke tv-duiding, legde Bontenbal uit dat hij geen dingen wil roepen over migratie die niet kunnen. Bontenbal vertelde dat volgend jaar een Europees migratiepact van kracht wordt en dat het wachten grotendeels daarop is.
Van Groningen confronteerde hem daarop met aangekondigde maatregelen van christendemocraten elders in Europa – die niet kunnen, probeerde Bontenbal nog tussendoor – en met een uitspraak van een voormalig CDA-Kamerlid dat het aantal asielzoekers met 80 procent omlaag wilde brengen. Quasi-scherp stelde Van Groningen vast dat Bontenbal zich niet wil vastleggen op zo’n harde belofte.
Bontenbal begon vervolgens aan Van Groningen uit te leggen hoe die wellicht óók zijn werk zou kunnen doen: ‘Als ik zeg 80 procent minder, hoor jij aan mij te vragen: hoe ga je dat dan doen, meneer Bontenbal? En als ik dat niet op een geloofwaardige manier kan uitleggen, dan ben ik een populist.’ Maar Van Groningen, aan wie dit korte college geheel voorbij leek te gaan, kondigde alweer een filmpje aan. Met boeren die liever BBB stemden dan CDA.
Van Groningen: ‘Die boeren willen misschien van u toch die oneliner horen: er gaan geen koeien weg.’
Bontenbal: ‘Als jij dat van mij vraagt, ga ik exact doen waar mensen zo teleurgesteld over zijn: er worden steeds grotere beloftes gedaan die niet worden waargemaakt.’
Van Groningen, vertwijfeld: ‘Waar stémmen mensen dan op?’
Bontenbal: ‘Op een politieke stijl en op een christendemocratisch verhaal. Dat is natuurlijk een heel verkiezingsprogramma ...’
Van Groningen, snel afrondend: ‘Ja, nee, die komt nog.’
Score van dit item: zeven McChickens.
Terwijl het waar is: je kunt beter kiezen voor iemands stijl en voor de manier waarop hij zo’n beetje tegen de wereld aankijkt, dan voor zijn plannetjes. Een echt nuttig tv-format zou zijn: zet de politicus een etmaal in een studio, simuleer een van de vele complexe problemen waar hij bij de overheid tegenaan kan lopen en observeer hoe hij reageert.
Ik snap dat het ook onderhoudend moet zijn, maar kan dat niet? Stuur burgers naar binnen, die zelf ervaring hebben met zo’n probleem en kijk of iemand daar normaal mee kan praten. Stel hulplijnen beschikbaar, met praktijkmensen en vakdeskundigen die kunnen adviseren, waardoor we als kijkers leren hoe iets in elkaar steekt. Laat consequenties van beslissingen zien en vraag de lijsttrekker hoe hij afwegingen maakt.
Éigenlijk, als je het goed doet, wil je hem ook confronteren met keuzes uit het verleden en gevolgen op de lange termijn. Dat is taai, dat snap ik, maar smijt er desnoods een blik BN’ers tegenaan. Carlo Boszhard die als geest uit het verleden komt spoken om te vertellen dat we haast geen leger meer hebben doordat de eigen partij van de kandidaat daar twintig jaar in heeft gesneden. Francis van Broekhuizen die als gezant uit de toekomst in een opera de noodzaak bezingt om nú uitstootvrij te bouwen, omdat er anders na 2030 écht geen huis meer bij komt.
Gun ons een beleidsmatige escape room, leerzaam en licht verteerbaar.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns