Home

Dreef de oorlog hem tot waanzin, of speelde beïnvloeding uit Moskou een rol?

Op 27 maart verwondde Roman D. vijf mensen met een mes in het centrum van Amsterdam.

Wie is deze Oekraïense militair? Hoe kwam hij in Amsterdam terecht? En wat wilde hij bereiken met zijn daad?

De Volkskrant volgt het spoor van Roman D. door Europa.

Door Willem Feenstra en Tom Vennink

Fotografie Joris van Gennip

Read this article in English.

Belangrijkste bevindingen

Met een strakke blik rent een man met opgeschoren zwart haar door de Amsterdamse Sint Nicolaasstraat. Het is 15.17 uur op donderdag 27 maart en hij draagt twee messen. Buurtbewoners en passanten schieten in paniek huizen en winkels in.

De afgelopen minuut heeft de man drie mensen neergestoken – een Amerikaans echtpaar (69 en 67) en een Pool (26) – maar desondanks straalt hij kalmte uit.

Hij is nog niet klaar.

De Sint Nicolaasstraat is een rustige, autovrije straat op enkele minuten lopen van de Dam. Midden in het toeristische centrum van de hoofdstad is het een plek waar bewoners elkaar nog kennen. Bij de groente- en fruitwinkel van Brian Nicholas, een Amerikaan die hier begin deze eeuw neerstreek, drinken ze koffie of wijn.

Ze zijn hier wel wat gewend, als het om criminaliteit gaat. Winkeldieven gebruiken de luwte van de straat om de prijskaartjes van hun buit te scheuren. Drugsdealers verkopen er soms hun waar. En af en toe sneuvelt er een ruit door dronken vechtersbazen. Niks dat het nieuws haalt, kortom. Maar vandaag is dat anders.

Een student van 19, die halverwege de straat woont en een ijsje is gaan halen, staat op de hoek bij de Nieuwezijds Voorburgwal. Ze heeft het geschreeuw van verderop niet gehoord en ziet de man in zijn zwarte jas niet aankomen. Vanuit het niets valt hij haar aan en belandt ze op haar buik. Terwijl hij doorloopt, steekt het heft van zijn mes nog uit haar rug.

‘Is er een dokter in de straat?’, schrijft een bewoner in de WhatsAppgroep van de buurt. ‘Steekpartij. Iemand bloedt best erg. We wachten op ambulance!!!’

Via de Nieuwezijds Voorburgwal rent de man naar de Gravenstraat. Hij vertraagt zijn pas en loopt rustig richting een paar Belgische toeristen, die voor café De Drie Fleschjes over straat slenteren. Dan beweegt hij razendsnel, en steekt zijn mes in de rug van een 73-jarige vrouw. Terwijl hij wegrent, stort ze ineen.

Roman D. wordt achtervolgd door een ooggetuige – volgens de gemeente Amsterdam een Britse toerist – die hem weet te overmeesteren.

Een ooggetuige – volgens de gemeente Amsterdam een Britse toerist – zet de achtervolging in. Een medewerker van snackbar Febo, die een sigaretje staat te roken, beschrijft tegenover Het Parool hoe de Brit op de Nieuwendijk, vlak voor de Dam, met een sprong op de enkels van de man terechtkomt, en hem daarmee zo blesseert dat hij niet meer kan opstaan.

Minutenlang blijft de Brit stoïcijns op de rug van de man zitten, alsof hij het vaker heeft gedaan. Pas als de politie arriveert, komt hij weer overeind. Later zal burgemeester Femke Halsema hem in haar ambtswoning een heldenspeld uitreiken. Volgens Halsema heeft de man mogelijk meer slachtoffers voorkomen.

Openstreetmap Contributors

Wereldnieuws

De steekpartij is wereldnieuws. Binnen anderhalf uur is overal te lezen over de aanslag in Amsterdam, van Moskou tot New York.

Als politieagenten de dader fouilleren, vinden ze papieren die duiden op een Oekraïense nationaliteit. Het blijkt te gaan om Roman D., geboren op 20 oktober 1994 in Sartana, een dorp dat zwaar is getroffen door oorlogsgeweld en sinds 2022 is bezet door Rusland.

Vanwege die nationaliteit zijn de politie, maar ook inlichtingendiensten AIVD en MIVD, vrijwel meteen gealarmeerd. In meerdere Europese landen zijn de afgelopen tijd Russische sabotagepogingen geweest waarbij Oekraïners waren ingehuurd. Vorige maand nog werden in Duitsland drie Oekraïners gearresteerd die volgens de aanklager voorbereidingen troffen om bommen te laten ontploffen in pakketjes, in opdracht van Rusland.

Agenten rukken uit in het centrum van Amsterdam. Na de aanval zijn meerdere straten in de omgeving afgesloten.

Europese veiligheidsdiensten waarschuwen inmiddels hardop voor Russische sabotage en hybride oorlogsvoering. Volgens de Nederlandse militaire inlichtingendienst MIVD zoekt Rusland in toenemende mate de grenzen op door ‘meer brutale, agressieve of provocatieve activiteiten in zowel het fysieke als het cyberdomein, met soms ook een geweldscomponent’, aldus de dienst in zijn jaarverslag.

Door Oekraïners in te zetten voor aanslagen in Europa bereiken de Russen twee doelen: het is niet alleen een manier om Europese landen te destabiliseren, maar ook een poging de Europese steun voor Oekraïne te doen wankelen.

Als de politie twee dagen later de identiteit van de verdachte publiek maakt – ‘een 30-jarige man uit de regio Donetsk (Oost-Oekraïne)’ – wordt meteen duidelijk hoe effectief die strategie kan zijn. Exact negen minuten daarna meldt PVV-leider Geert Wilders zich op X. De leider van de grootste politieke partij van Nederland, die binnen de toenmalige coalitie instemt met financiële en militaire steun aan Oekraïne, heeft vier woorden voor zijn 1,6 miljoen volgers: ‘En wij maar betalen...’

Het laat zien hoe broos de steun voor Oekraïne is. En hoe groot de gevolgen kunnen zijn als Oekraïners, al dan niet aangestuurd, misdaden plegen binnen de landsgrenzen van hun bondgenoten.

Volgens het OM had Roman D. de intentie om ‘de bevolking vrees aan te jagen’, en is er alleen al daarom sprake van ‘handelen met een terroristisch oogmerk’. Maar is hier ook sprake van hybride oorlogsvoering door Rusland? Of is dit iemand die gedreven werd door een oorlogstrauma? Wilde hij met zijn daad iets anders bereiken?

Vlak bij de Dam, op de Nieuwendijk, werd D. door een toerist in bedwang gehouden.

De Volkskrant deed de afgelopen maanden onderzoek naar die uiterst complexe vragen. De krant sprak met ooggetuigen, familieleden van Roman D., Oekraïense militairen, bronnen in opsporingskringen, verkreeg vertrouwelijke dossiers, deed onderzoek naar zijn sporen op sociale media en reisde naar Duitsland, Tsjechië en Oekraïne.

En kwam er zo achter dat Roman D. al tien jaar Oekraïens militair is, dat een deel van zijn familie Rusland steunt, dat hij zijn online profielen wiste, dat hij loog in zijn verlofaanvraag, dat hij wekenlang in een Duits vluchtelingenkamp zat, dat hij nog altijd zwijgt over zijn motief. En dat politie en inlichtingendienst serieus onderzoek doen naar Russische betrokkenheid.

Dit onderzoeksverhaal volgt het spoor van Roman D., van de loopgraven in Oekraïne naar de binnenstad van Amsterdam.

Een jeugd in de Donbas

In een Tsjechische provinciestad neemt een 48-jarige vrouw uit Oekraïne de telefoon op. De moeder van Roman D. is aan het werk in een fabriek waar autoglas wordt gemaakt. Het is ruim twee weken na de aanval in Amsterdam. Maar ze weet nog van niets als de Volkskrant belt.

Ze kan niet geloven wat ze hoort. Haar zoon gearresteerd in Amsterdam? Voor het verwonden van vijf voetgangers? ‘Hij had een mes in zijn hand, zegt u?’ Ze wil doorpraten, maar haar leidinggevende staat al te wenken dat ze terug naar haar plek moet. Anders volgt er salarisaftrek.

Na haar werk zoekt ze nieuwsberichten op over de aanval, zo zal ze in een tweede gesprek vertellen. Ze schrikt opnieuw als ze leest wat er bekend is over de verdachte: een man van 30 jaar, uit het oosten van Oekraïne, met de naam Roman D. Ze neemt kalmeringsmedicatie en belt terug.

In een reeks telefoongesprekken met haar – en later ook met twee andere familieleden – ontstaat een steeds completer beeld van Roman.

Roman D.

Roman D. groeit op in een Russischtalig gezin in Sartana, een dorp net buiten Marioepol, op 50 kilometer van de grens met Rusland. Zijn moeder is nog minderjarig als hij geboren wordt. Zijn vader overlijdt kort na een scheiding met Romans moeder, als Roman nog klein is. Hij en zijn jongere broer worden vooral opgevoed door zijn grootouders, niet ongebruikelijk in Oekraïne.

Zijn jeugd verloopt nog onopvallend. Hij doet het goed op school. Veel vrienden heeft hij niet. Liever brengt hij zijn tijd door met zijn konijnen, kippen en katten. Hij is als kind al vegetariër. Na de middelbare school gaat hij in de staalindustrie van Marioepol werken, als beveiliger bij Azovmasj, een fabriek voor treinwagons, net als zijn moeder.

Na de middelbare school gaat Roman in Marioepol aan de slag bij Azovmasj, een fabriek voor treinwagons.

Getty

Alles verandert als hij net 19 is. Pro-Russische separatisten bezetten overheidsgebouwen in nabijgelegen dorpen en steden. Snel wordt duidelijk dat ze bewapend en aangestuurd worden door Moskou. Ze openen het vuur op het Oekraïense leger. Er vinden veldslagen plaats met honderden doden. Het is 2014 en voor Roman is de oorlog al begonnen.

Plots woont hij pal aan een frontlinie, tussen soldaten en wapentuig. Oekraïense militairen nemen intrek in een gebouw aan het einde van de straat. Net buiten het dorp graaft het Oekraïense leger zich in. 10 kilometer verderop leggen de Russen loopgraven aan en brengen houwitsers in stelling.

‘Ze begonnen ons te bombarderen’, zegt Romans moeder. ‘Er waren voortdurend inslagen.’ Woningen in de straat worden vol geraakt. Meerdere buren komen om. Een oom van Roman raakt gewond. Ook het huis van Romans gezin raakt meermaals beschadigd.

Roman D.

Niet iedereen in het dorp ziet Rusland als de agressor. Sommige dorpsgenoten voelen zich meer verbonden met Moskou dan met Kyiv. Ze kijken thuis naar de Russische staatstelevisie, die de pro-Europese revolutie in Kyiv afschildert als een staatsgreep geïnitieerd door het Westen, en die propaganda verspreidt dat het Oekraïense leger het vuur heeft geopend op de eigen bevolking. ‘We zullen gelukkig zijn zodra het Oekraïense leger weg is uit de Donbas’, zegt een pro-Russische inwoner van Sartana in 2015 tegen de Oekraïense nieuwssite Kyiv Post.

Is er bij Roman twijfel over wie de agressor is? Zijn familieleden zeggen van niet. Na een jaar dienstplicht tekent hij in 2016 een contract als beroepsmilitair bij het Oekraïense leger. ‘Mijn zoon was meteen tegen de Russen’, zegt zijn moeder, die over het scenario van Russische betrokkenheid bij de aanslag van haar zoon niet wil nadenken. ‘Hij haatte Russen.’

Haar eerste gedachte bij het horen over de mesaanval in Amsterdam is dan ook dat Roman ruzie heeft gekregen met een groep Russen, en toen een mes heeft getrokken. ‘Maar blijkbaar waren het gewoon voorbijgangers.’ Ze ziet maar één mogelijke verklaring: ‘Ik denk dat hij gek is geworden door de oorlog.’

Naar de loopgraven

Meteen in 2016, als Roman D. zijn eerste jaarcontract bij het leger tekent, wordt hij naar de loopgraven gestuurd, net buiten Marioepol, vlak bij zijn huis. Met vier anderen bedient hij een houwitser. Roman is de richter, hij berekent de coördinaten voor het kanon.

Thuis, tijdens vakanties, zwijgt hij over zijn ervaringen aan het front. Maar het is duidelijk dat de oorlog een hoge tol van hem eist. In 2021 vertelt hij zijn moeder dat twee van zijn strijdmakkers zijn doodgeschoten en dat hij overweegt met haar mee te gaan naar Tsjechië, waar ze naartoe verhuist voor de veiligheid en een beter salaris. Toch blijft Roman in het leger, zijn moeder vermoedt vanwege de structuur van het leven daar. ‘Hij zei: ‘Mama, niet boos worden, maar ik heb mijn contract met een jaar verlengd.’’

Dat hij in het hiërarchische leger niet over zich heen laat lopen, blijkt uit een rechtszaak die hij in 2021 aanspant om een jaarlijkse toelage op te eisen. Het gaat om 6.800 hryvnia, omgerekend 143 euro, blijkt uit rechtbankdocumenten. Zijn claim wordt om procedurele redenen afgewezen.

Roman D. (met geblurd gezicht) poseert met collega-militairen.

Als Rusland een jaar later een grootschalige invasie begint, is er geen weg meer terug. Beroepsmilitairen kunnen hun contract niet meer opzeggen. Ze blijven in het leger tot het einde van de oorlog, waarvan niemand weet wanneer dat komt.

Met de verheviging van de Russische invasie verhevigt ook voor Roman de oorlog. Zijn bataljon, een onderdeel van de Oekraïense marine, vecht zware slagen uit in de Donbas en bij de zuidelijke stad Cherson. De bevelhebber van het bataljon komt erbij om, Roman ziet collega’s sneuvelen.

En dan doet Roman iets wat zijn moeder nog altijd niet begrijpt. Het is mei 2022, drie maanden na het begin van de grote oorlog. Roman verbreekt al het contact met haar en zijn jongere broer.

Ze probeert hem honderden keren te bellen, te berichten, maar hij reageert niet en blokkeert haar nummer. Ook vrienden van Roman kunnen volgens haar geen contact meer met hem krijgen. Uit analyse van zijn socialemediaprofielen blijkt dat hij in die periode online juist nieuwe vrienden krijgt: het aantal volgers stijgt van zestien naar negentig. Het is onbekend wie dat zijn.

Van zijn oude vrienden keert Roman zich af, vertelt zijn moeder. ‘Een jongen vertelde me: ‘Hij heeft mij ook geblokkeerd. Ik denk dat er iets met hem aan de hand is.’’

Romans moeder raakt steeds geïsoleerder van de rest van haar familie. Haar eigen moeder, broers en sommige neven en nichten spreekt ze niet meer, omdat velen van hen pro-Russisch zijn. ‘Zij hebben hun kant van het verhaal, maar ze overtuigen mij niet. Die klootzakken (de Russen, red.) zijn naar mijn land gekomen.’

De familie is, net als tal van andere Oekraïense en Russische families, gespleten geraakt door de oorlog.

Wat opvallend is, en wat zij niet weet, is dat Roman wél contact blijft onderhouden met zijn 72-jarige oma, die in Marioepol woont, een stad die grotendeels is platgebombardeerd door Rusland en nu bezet is. Haar standpunt over de oorlog is onduidelijk en om veiligheidsredenen niet bespreekbaar via de telefoon, maar andere familieleden van Roman hebben de kant van Rusland gekozen.

Roman en zijn grootmoeder, de vrouw die hem opvoedde, houden telefonisch contact over het front heen. Hun band is hecht, vertelt zijn oma telefonisch aan de Volkskrant vanuit Marioepol. Ze zegt dat ze aan het begin van Romans militaire loopbaan met hem sprak over zijn geschiktheid als militair. ‘Hij zei: ‘Als ze op mij schieten, dan schiet ik terug.’’

‘We hebben een braaf persoon afgeleverd bij het leger’, zegt ze. ‘Geen wreed persoon. Ik kan niet bevatten wat er in Amsterdam is gebeurd. Misschien hebben de gevechten hem beïnvloed.’

Tijdens de oorlog blijven ze elkaar lang op de hoogte houden. Tot november 2023, als Roman plots niet meer reageert. ‘We kwamen erachter dat hij in het ziekenhuis lag’, zegt zijn grootmoeder. ‘Hij was gewond en had een hersenschudding.’ Vanaf dat moment verbreekt Roman ook met haar het contact.

Het is ergens tussen dat moment en zijn aanslag in Amsterdam dat Roman ook zijn socialemediaprofielen wist. Zijn Facebookpagina, zijn Vkontakte, zijn profiel op de website ‘Klasgenoten’: alles is verdwenen.

Een eenling in het leger

Was er iets aan de hand met Roman? Om die vraag te beantwoorden, benaderde de Volkskrant collega’s van hem in het leger. De meeste zeggen niet te mogen praten, maar enkele reageren wel. Zij beschrijven een militair die zichzelf buiten de groep plaatst.

‘Hij was een eenling’, herinnert zijn oud-collega Dmytro zich, een militair die in 2016 en 2017 met Roman bij Marioepol diende en om veiligheidsredenen niet met achternaam wordt genoemd. ‘Hij was een stille, in zichzelf gekeerde jongen.’ Er was één ding waar Roman wel over praatte, zegt Dmytro. ‘We wisten dat hij zich altijd zorgen maakte om zijn jongere broer en zijn moeder.’

Welke impact zijn jaren aan het front op hem hadden, is onduidelijk. Zeker is dat hij veel collega’s ziet sneuvelen en jarenlang elke dag zware granaten afschiet op de Russen, die slechts enkele kilometers verderop zijn ingegraven. Het kan bijna niet anders dan dat tien jaar aan het front, met vrienden en familie die aan verschillende kanten staan, hem verscheuren.

Hoe dan ook geven collega’s die later met hem werken een heel andere beschrijving van Roman. Zij schetsen tegenover actualiteitenprogramma Nieuwsuur, dat vorige week een item wijdde aan de zaak, een vijandig beeld van hem. Anonieme militairen omschrijven Roman in het programma als ‘een sociopaat’ die prostituees bezoekt, die ‘van provoceren hield’, ‘constant van mening verandert’ en een hersenschudding ‘als excuus gebruikte om het slagveld te ontlopen’. ‘Hij had altijd met iedereen ruzie’, aldus een oud-bevelhebber.

Met collega’s in het Oekraïense leger.

Volgens sommige militairen vertelde Roman over plannen om in Europa in de gevangenis te belanden. ‘Hij zei vaak dat hij iemand wilde vermoorden in Noorwegen, zodat hij daar naar een gevangenis kon en de rest van zijn leven verzorgd kon worden’, aldus Joeri Maljoeta, een voormalig commandant van Roman tegen Nieuwsuur. ‘Hij bestudeerde wetten van verschillende landen om te begrijpen hoe hij een levenslange straf kon krijgen.’ Volgens Maljoeta vertoonde Roman ‘al lange tijd tekenen dat er iets mis was met zijn geestelijke gesteldheid’.

Gleed Roman D. af, en wilde hij een uitweg vinden uit de oorlog, ook als dat ten koste zou gaan van onschuldige slachtoffers bij een bondgenoot van Oekraïne?

De marine, waar zijn eenheid onder valt, meent van niet. Het leger omschrijft Roman als een gezonde, gedegen militair die nooit betrokken is geweest bij incidenten. Hij diende ‘eervol’ en kreeg in 2022 zelfs een medaille voor moed. Ja, hij liep meerdere hersenschuddingen op, maar van psychische problemen is nooit sprake geweest, verzekert de marine. Op 15 juli 2024, kort voordat Roman werd overgeplaatst naar een andere eenheid, is hij volgens het leger zelfs nog onderzocht door een medische commissie. Die constateerde dat er geen sprake was van ‘psychische aandoeningen of andere psychische stoornissen’. Romans geestelijke gesteldheid was ‘in orde’, aldus het leger.

Hoe kan het dat er binnen het leger twee tegengestelde versies zijn over Romans toestand? Heeft het leger er belang bij om fouten te verdoezelen? Of willen zijn collega’s zich van hem distantiëren door hem weg te zetten als iemand die gek is en ver afstaat van henzelf?

Er staat voor iedereen veel op het spel. Oekraïners weten hoe fragiel de cruciale steun uit het buitenland is, en dat wandaden van eigen militairen binnen de landsgrenzen van bondgenoten het sentiment kunnen doen omslaan.

Het antwoord is onduidelijk. Maljoeta was volgens Oekraïense regelgeving verplicht het voornemen tot geweld en de mentale problemen van Roman D. te melden bij een hogere leidinggevende. Het leger zegt na vragen van de Volkskrant dat dit niet is gebeurd. Op de vraag hoe dat kan, geeft het leger geen antwoord.

In elk geval is er geen belemmering als Roman D. begin dit jaar werkt aan een buitenlands plan. Op 12 februari dient hij een verlofverzoek in bij zijn eenheid. In de aanvraag, die in bezit is van de Volkskrant, vraagt Roman om vijftien verlofdagen, plus vier reisdagen gezien de verre bestemming die hij opgeeft: Tsjechië. Roman zegt dat hij naar zijn moeder gaat.

Op 12 februari dient Roman D. dit verlofverzoek in bij zijn eenheid. Hij meldt dat hij naar Tsjechië wil reizen, waar zijn moeder verblijft. Daar is hij nooit geweest.

Oekraïense mannen tussen de 18 en 60 jaar hebben sinds de Russische invasie toestemming van de autoriteiten nodig om het land te verlaten. Ze zijn immers nodig voor de landsverdediging. Maar de bevelhebbers van Roman zien geen risico’s. Roman is volgens hen van onbesproken gedrag – een vereiste voor een buitenlands verlof. Het leger controleert niet of het Tsjechische adres dat Roman opgeeft wel het adres van zijn moeder is. ‘Wij zijn dat niet verplicht’, aldus de marine.

Op 5 maart steekt Roman D. de Oekraïens-Poolse grens over. Voor het eerst van zijn leven is hij in de Europese Unie.

Maar hij gaat niet naar zijn moeder, noch naar het adres dat hij opgaf, in de Tsjechische stad Ostrava. Als de Volkskrant ter plekke onderzoek doet rond dat adres, een flatgebouw van drie verdiepingen met afgebladderde verf, is er niemand die Roman D. herkent. Ook de vrouw niet van het huisnummer dat hij in zijn aanvraag vermeldde. Ze schudt haar hoofd als ze een foto van Roman bekijkt. ‘Nooit gezien.’

Vlucht naar Berlijn

Wat deed Roman D. tussen 5 maart, toen hij Oekraïne verliet, en 27 maart, toen hij in Amsterdam vijf mensen neerstak? Als hij niet bij zijn moeder in Tsjechië was, en ook niet op het Tsjechische adres uit zijn verlofaanvraag, waar was hij dan wel?

Volgens bronnen van de Volkskrant arriveert D. op donderdag 6 maart in Berlijn. Daar registreert hij zich bij een van de grootste vluchtelingencentra van Europa, op het voormalige vliegveld Tegel. De afgelopen drie jaar gingen bijna honderdduizend landgenoten hem voor, op zoek naar een veilig heenkomen. D. zou er zijn gebleven tot 26 maart, de dag voor de aanslag.

Vluchtelingenkamp op het voormalige vliegveld Tegel in Berlijn. Roman D. arriveert daar op donderdag 6 maart.

Getty

In Berlijn spreekt de Volkskrant tientallen Oekraïense vluchtelingen die op Tegel verblijven. Een Oekraïner, een jongeman die anoniem wil blijven, is na bestudering van een aantal foto’s zeker dat hij Roman heeft gezien. ‘Het was in het voorjaar, toen de bomen nog niet groen waren. Hij was groter dan ik, ik herinner me zijn gezicht. Hij gedroeg zich niet afwijkend, gewoon normaal. Het was bij de halte van de bus.’

Bus 410 is de enige manier om het vluchtelingenkamp in en uit te komen. Door de voorruit doemt de betonnen verkeerstoren van het vliegveld op. Hoge hekken met prikkeldraad, die voorheen de landingsbanen beschermden tegen indringers, vormen nu de barrière tussen vluchtelingen en de stad. Op het asfalt voor terminal C staan tientallen witte tenten, zo groot als sporthallen.

Hier bracht Roman D. drie weken lang zijn nachten door, in een ruimte met zeven stapelbedden, zonder plafonds en deuren, waar het gehuil van kinderen en het geblaf van honden vanuit de hele tent klinkt.

De witte tenten in het vluchtelingenkamp zijn zo groot als sporthallen en worden afgeschermd door hoge hekken met prikkeldraad.

Een van de vluchtelingen is Radoslav, een priester uit de plaats Korolivka, nabij Kyiv. Sinds begin dit jaar verblijft hij op Tegel. Hij ontmoet in het Duitse vluchtelingenkamp veel gedeserteerde militairen. ‘Ze zijn gevlucht omdat de situatie zo uitzichtloos is’, zegt hij. ‘Ze vertellen enge verhalen. Over aanvallen van de Russen, en hoelang ze moeten vechten zonder slaap. In februari was er een man die in een eenheid van dertig militairen zat. Er waren er toen nog vijf in leven.’ Volgens Radoslav vluchtten veel soldaten via de bergen of een grensrivier.

Vluchtende militairen zijn voor Oekraïne een groot en groeiend probleem. Tussen januari en oktober 2024 opende het Oekraïense Openbaar Ministerie meer dan zestigduizend zaken tegen militairen die hun posities op het slagveld verlieten, bijna twee keer zo veel als in de jaren 2022 en 2023 samen. Volgens schattingen gaat het inmiddels al om tussen de honderd- en honderdvijftigduizend militairen.

Als gedeserteerde militairen Europa weten te bereiken, hoeven ze niet bang te zijn dat ze worden uitgeleverd aan Oekraïne. Voor hen geldt hetzelfde als voor andere Oekraïense vluchtelingen: ze worden opgevangen, mogen gebruikmaken van voorzieningen als de zorg en hebben toegang tot de arbeidsmarkt. Pas als de oorlog voorbij is, moeten ze mogelijk terug.

Het vluchtelingenkamp op Tegel staat op het asfalt voor terminal C.

Getty

Als Roman D.’s doel was om ‘verzorgd te worden’ in een Europese gevangenis, zoals zijn collega’s tegenover Nieuwsuur stellen, waarom bleef hij dan niet in Berlijn? Waarom vertrok hij uit het opvangcentrum, waar hij een bed en eten had, waar hij vrij in en uit kon gaan, en waar hij zelfs leefgeld kon krijgen?

Priester Radoslav kan zich voorstellen dat Roman op Tegel geen rust wist te vinden. Volgens hem en andere Oekraïners heeft het kamp veel weg van een gevangenis. ‘Tegel is een plek vol onrecht’, zegt hij. ‘Als je de oorlog in je hoofd hebt, kan ik me voorstellen dat je hier explodeert.’

Naar de messenwinkel

Of Roman D. al die tijd van plan was om een aanslag in Amsterdam te plegen, is onbekend. Maar duidelijk is dat hij op 26 maart, een dag voor de aanslag, aan de receptie van het Delta-hotel in de hoofdstad staat. Op de ramen hangt een bordje: ‘Rooms available’. Een kamer kost iets meer dan 100 euro, een koopje voor Amsterdamse begrippen.

Het Delta-hotel ligt tussen het Centraal Station en de Dam. Onder zijn eigen naam boekt Roman D. hier een kamer en brengt er zijn laatste nacht in vrijheid door.

De volgende morgen, op donderdag 27 maart, loopt hij door het centrum van Amsterdam. Het is een zonnige voorjaarsdag, de terrasjes vullen zich met toeristen. Hij passeert de souvenirwinkels met hun keramieken molentjes en gekleurde klompen en de coffeeshops met hun walmen van wiet. Aan het eind van de Oude Hoogstraat loopt hij een messenwinkel in.

Roman D. schafte zijn messen aan bij Staalhardt Knives in Amsterdam, een paar uur voor de aanslag.

Staalhardt Knives is een speciaalzaak voor messen in het hogere segment. De kleine winkel is al tientallen jaren een plek voor liefhebbers, maar door de vertoeristisering van het centrum weten steeds minder Amsterdammers de weg ernaar te vinden. De winkel is failliet, dit is de laatste week van zijn bestaan.

Die donderdag is de bedrijfsleider aan het werk als Roman D. naar binnen stapt. Zoals altijd maakt hij oogcontact met zijn klant, om te kijken hoe die reageert. Hij ziet niets opmerkelijks. D. lijkt oprecht geïnteresseerd. Hij loopt langs de vitrines, waar zwaarden hangen, Zwitserse zakmessen en alles ertussenin.

‘We zijn ons er altijd bewust van geweest dat onze messen misbruikt konden worden’, vertelt de bedrijfsleider later aan de Volkskrant, op voorwaarde van anonimiteit. ‘We waren best wel streng. We verkochten niet aan minderjarigen of aan mensen die onder invloed waren. En al helemaal niet aan mensen die een geweldsintentie uitspraken. Zelfs al was het voor zelfverdediging.’

Staalhardt Knives verkocht zwaarden, zakmessen en alles ertussenin. De winkel is failliet en inmiddels gesloten.

Bij Roman D. is van dat alles geen sprake. Hij is met name geïnteresseerd in ‘vaststaande messen’, messen die niet kunnen inklappen. Hij wijst verschillende exemplaren aan die zijn interesse wekken. De bedrijfsleider maakt de vitrines open en reikt ze aan. ‘Hij sprak niet zo goed Engels’, vertelt hij. ‘Toch heb ik geprobeerd hem inhoudelijk te vertellen over de messen. Met de paar woorden die hij begreep en met handgebaren kwamen we een heel eind. Volgens mij begreep hij wat ik zei.’

‘Hij was ze echt op een inhoudelijke manier aan het bekijken’, zegt de bedrijfsleider. ‘Dat is voor ons een goed teken. Hij was echt op zoek naar wat hij mooi vond. Hij had het over de kleuren zwart en groen.’

D.’s keuze valt uiteindelijk op een outdoormes, type Armiger 4, met een totale lengte van 22 centimeter. Er zit een hoes bij, die bevestigd kan worden aan een broekriem. Het kost bijna 100 euro. Hij neemt er twee, groen en zwart. Hij rekent contant af en bedankt de bedrijfsleider voor zijn hulp. Het is dan rond 11 uur ’s ochtends.

Roman D. kocht twee outdoormessen van het type Armiger 4.

Ruim vier uur later hoort de bedrijfsleider van collega’s uit een andere winkel dat er vlak bij de Dam iets ergs is gebeurd, en dat er een traumahelikopter is geland. Snel wordt duidelijk dat er een aanslag is gepleegd. Een man heeft vijf mensen neergestoken. Online verschijnen beelden van zijn arrestatie.

‘Ik herkende hem niet meteen’, zegt de bedrijfsleider. ‘Maar ik wilde het zeker weten.’ Samen met een collega kijkt hij naar de transactiegeschiedenis van die dag en zoekt bij de tijdstippen de juiste camerabeelden. Al snel hebben ze beet. ‘We herkenden het heuptasje’, zegt hij. ‘Ik dacht: shit, dat is hem. Ik heb met knikkende knieën de politie gebeld.’ Meteen komt een team van de recherche de camerabeelden veiligstellen.

Achteraf, zegt de bedrijfsleider, heeft hij zich afgevraagd of hij misschien signalen over het hoofd heeft gezien. ‘Ik ging een beetje aan mezelf twijfelen.’ Met zijn collega’s heeft hij de beelden teruggekeken en D.’s gedrag geanalyseerd. ‘Er was gewoon echt niks geks te zien. Die man was geïnteresseerd en kalm. En toch is het heel naar om mee te maken. Ik ben blij dat er niemand is overleden.’

Zoektocht naar het motief

Officieel wordt Roman D. beschuldigd van vijf pogingen tot moord dan wel doodslag ‘met een terroristisch oogmerk’. Door ‘op klaarlichte dag’ in de ‘drukke binnenstad’ van Amsterdam vijf mensen neer te steken ‘met als kennelijk doel hen te doden’, had hij volgens het Openbaar Ministerie de intentie om ‘de bevolking vrees aan te jagen’.

Niet voor niets richt het politieonderzoek zich al vanaf het begin op twee aspecten: naast een reconstructie van de feiten ook een zoektocht naar het motief. Er zijn veel vragen. Waarom koos Roman D. bijvoorbeeld de rustige, onbekende Sint Nicolaasstraat voor zijn daad, terwijl de meeste aanslagen juist worden gepleegd op plekken waar veel mensen zijn, of die een grote symbolische waarde hebben? Is het toeval dat de eerste twee slachtoffers Amerikanen zijn, of is er een verband met de diplomatieke spanningen tussen de VS en Oekraïne van dat moment?

In de Sint Nicolaasstraat vielen de eerste slachtoffers: een Amerikaans echtpaar (69 en 67 jaar).

In februari beschuldigde de net verkozen Amerikaanse president Donald Trump Oekraïne er nog van de oorlog met Rusland te zijn ‘begonnen’. Na een ruzie met president Zelensky in het Witte Huis zette Trump zelfs de wapensteun tijdelijk stop, een actie die Oekraïense militairen aan de frontlinie rechtstreeks raakt en zelfs levens kost.

Kon Roman D. dat niet verkroppen? Of speelde er iets anders? Was hij door zijn lange tijd aan de frontlinie mentaal in de problemen geraakt? Was hij gefrustreerd door de omstandigheden in het leger, en zocht hij een uitweg? Was er toch sprake van Russische aansturing? Of was het een combinatie van factoren? Zoals bijvoorbeeld in Litouwen, waar een armlastige, minderjarige Oekraïner in mei 2024 brand stichtte. Hij zou er 10 duizend euro en een BMW voor krijgen, en werd via tussenpersonen aangestuurd door de Russische militaire inlichtingendienst.

Het Russische scenario speelt in het politieonderzoek in elk geval een serieuze rol. Zo reizen twee Nederlandse rechercheurs in april af naar Tsjechië, waar D.’s moeder verblijft. Onaangekondigd staan agenten in de autoglasfabriek waar ze werkt, en nemen haar mee naar het lokale politiebureau. Daar wordt haar telefoon bekeken en wordt ze verhoord over onder meer de houding van haar zoon ten opzichte van Rusland.

‘Ze hebben me ondervraagd over zijn levensstijl’, vertelt ze. ‘Ze vroegen waarom we Russisch spreken, hoe het leven in Sartana was, dat soort psychologische testen. En ze vroegen: ‘Waarom kan hij deze terroristische aanval hebben gepleegd?’ Ik begon te huilen. Ze hebben er niet op aangedrongen. Ze zien het als mogelijkheid.’

In omliggende straten stak Roman D. na het Amerikaanse echtpaar nog drie mensen neer.

Niet alleen de politie doet onderzoek naar het motief achter de aanslag. Ook inlichtingendienst AIVD is actief op zoek. Dat blijkt onder meer uit de situatie rond Aleksandr, een Oekraïense vluchteling die in Nederland verblijft.

Vlak na de aanslag reageert Aleksandr op een foto van Roman D.’s aanhouding, die op een Facebookpagina voor Oekraïners in Nederland wordt geplaatst. ‘Hoppa, die ken ik’, schrijft hij in het Russisch. ‘Wie is het?’, vragen andere gebruikers meteen. Maar Aleksandr reageert niet meer.

Op zijn Instagrampagina blijft hij wel actief en post hij bijna dagelijks foto’s. Daaruit is op te maken dat hij sinds 2022 in Nederland verblijft. Daarvoor woonde hij in de Oekraïense regio Loehansk, vlak bij de Russische grens. Hij lijkt in elk geval in het verleden Russische sympathieën te hebben gehad. Zo bezocht hij het Oekraïense schiereiland de Krim in 2018, vier jaar na de illegale Russische annexatie. In 2015 en 2017, toen de Russische agressie tegen Oekraïne al volop gaande was, reisde Aleksandr naar Moskou. In 2020 poseerde hij in bezet gebied bij een standbeeld voor Russische soldaten die Oekraïne hebben aangevallen.

Uit een analyse van zijn Instagrampagina door de Volkskrant blijkt nog iets opmerkelijks. Op 9 januari 2025, tweeënhalve maand vóór de aanslag, heeft Aleksandr een foto gepost die is gemaakt vanaf de Nieuwendijk en gericht op de Sint Nicolaasstraat, de straat waar Roman D. zijn aanslag pleegde. Het is nat en donker. Over de foto, genomen op 70 meter van de plek waar D. begon te steken, is een Russische songtekst geprojecteerd: ‘Er is geen straat zo gevaarlijk als deze.’

Via foto’s op zijn sociale media heeft de Volkskrant Aleksandr opgespoord in Almere, waar hij met honderden andere Oekraïners in een hotel wordt opgevangen. Hij wil geen vragen beantwoorden. Op straat voor het hotel zegt hij ‘alles al te hebben verteld wat er verteld moest worden’ aan de autoriteiten. Medewerkers hebben inderdaad gezien hoe hij door twee mannen is ondervraagd.

Het ging volgens bronnen om medewerkers van de AIVD. De inlichtingendienst had in de eerste maand na de aanslag nog geen hard bewijs voor Russische betrokkenheid gevonden, stellen ingewijden. De dienst wil geen vragen beantwoorden.

Het enige wat Aleksandr aan de Volkskrant kwijt wil, is dat hij Roman D. kent uit een vriendengroep in Oekraïne, en dat hij hem in Nederland niet heeft ontmoet. ‘Verder vertrouw ik jullie niet.’

Niet verward

Roman D. zit onder een streng regime vast in de gevangenis in Vught. Hij mag niemand spreken zonder glas ertussenin. Inkomende post wordt gecheckt door medewerkers voordat hij die onder ogen krijgt.

De Volkskrant vroeg hem schriftelijk naar zijn drijfveren, naar zijn verhouding tot Rusland en waarom hij Amsterdam koos voor deze daad. Een antwoord bleef vooralsnog uit.

Volgens bronnen rond het gevangenisregime gedraagt hij zich niet verward. Zichtbare signalen dat hij mentale problemen heeft, zijn er niet. Psychologische onderzoeken zullen waarschijnlijk later dit jaar meer duidelijk maken over zijn mentale toestand.

Op 2 juli is er een regiezitting in de zaak van Roman D., de inhoudelijke behandeling zal pas veel later plaatsvinden. Dan zal het vermoedelijk ook gaan over de mogelijkheid van mentale verwondingen. Volgens schattingen van deskundigen hebben honderdduizenden Oekraïense militairen PTSS. Adequate signalering en behandeling blijven achterwege, omdat de situatie aan het front daar geen ruimte voor biedt.

Of Russische betrokkenheid kan worden vastgesteld als daar sprake van is, is maar zeer de vraag. In landen waar dat wel lukte, zoals Litouwen, wisten de opsporingsdiensten grote databestanden met versleutelde communicatie te ontcijferen, waardoor het netwerk achter de Oekraïense daders zichtbaar werd.

Op dinsdag 24 juni begint de Navo-top in Den Haag, waar aangesloten landen spreken over de veiligheidssituatie in de wereld. Daar zal worden vastgesteld dat de grootste dreiging uitgaat van Rusland. Dat Russische hybride oorlogsvoering in Europa nu al realiteit is. En dat landen zich daartegen moeten wapenen, al is onduidelijk hoe.

Het Openbaar Ministerie wil niet reageren op vragen. ‘Het onderzoek is nog gaande en alle scenario’s staan nog open’, aldus een woordvoerder. Ook de advocaat van Roman D. wil op dit moment geen vragen beantwoorden.

Tot op heden zwijgt Roman D. over zijn motief.

Nepnieuws over aanslag

Het nieuws over de mesaanval in Amsterdam verspreidt zich op 27 maart binnen anderhalf uur over de wereld.

Hoewel de politie op dat moment nog niets zegt over de identiteit van de dader, gaat op sociale media al snel een opvallend bericht rond. ‘De verdachte van de steekpartij in Amsterdam is geïdentificeerd als D. Melnyk (34) uit Odessa, Oekraïne’, schrijft een anoniem persoon onder de accountnaam @ikheetsander. Inmiddels is het account door X opgeschort.

Verantwoording

Een aantal bronnen in dit verhaal is vanwege veiligheidsredenen anoniem.

Bij het online onderzoek naar Roman D. heeft de Volkskrant gezichtsherkenningssoftware gebruikt om sporen van hemzelf en familieleden en vrienden te vinden.

Bij het onderzoek heeft de Volkskrant ook hulp ingeschakeld van twee externe onderzoekers: Robert van der Noordaa van online onderzoeksbureau Trollrensics en onderzoeksbureau The Dossier Center, opgericht door Michail Chodorkovski.

Namens de Volkskrant hebben Willem Feenstra, Ben Meindertsma, Huib Modderkolk, Pieter Sabel, Laurie Treffers, Xander van Uffelen, Tom Vennink en Erik Verwiel een bijdrage geleverd aan het onderzoek.

Achter het front jagen Russische dronepiloten op hun prooi: burgers in Cherson

In Oekraïne vindt een jacht op mensen plaats. De meeste inwoners van frontstad Cherson zijn gevlucht, de 66 duizend die bleven zijn doelwit van Russische dronejagers. Op elk moment dat zij zich in de open lucht wagen worden ze zichtbaar voor de vijand. ‘Alles wat beweegt, zal worden vernietigd.’

Tussen station Oorlog en station Vrede: Het stalen hart van de Iron People van Oekraïne

Zonder het uitgebreide spoorwegnet had Oekraïne zijn strijd tegen Rusland nooit kunnen volhouden. Precies drie jaar duurt dat gevecht nu. De Nederlandse fotojournalist Jelle Krings legt sinds de invasie het unieke leven van Oekraïners op en rond het spoor vast.

Hoe baby Eilia in Gaza in leven wordt gehouden: ‘Ik voel haar pijn en ik kan haar niet helpen’

Vooral kinderen lijden onder de hongersnood in Gaza. De Volkskrant keek samen met een lokale journalist in een kliniek in Gaza-Stad hoe de bijna 1-jarige Eilia in leven wordt gehouden.

Source: Volkskrant

Previous

Next