‘Nadenken over het ondenkbare’ – het is wat het werk van Lieke Marsman zo bijzonder maakt, volgens de jury van de Constantijn Huygens-prijs, en waarom ze de grote literaire prijs verdient. Marsman is de jongste winnaar ooit. Bijzonder, zeker omdat de prijs geen erkenning is voor een enkel boek of werk, maar voor haar hele oeuvre.
is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.
Je zou willen dat het uitsluitend feestelijk was dat dichter Lieke Marsman nu de jongste laureaat ooit is van de Constantijn Huygens-prijs. Doorgaans zijn de winnaars van de oeuvreprijs gewichtig grijs en bijpassend pensioengerechtigd. Marsman is 34.
Maar Marsman is ziek. Zeven jaar terug bleek een flinke schouderpijn geen ‘uit de hand gelopen RSI.’ Het was kraakbeenkanker, met uitzaaiingen. Drie jaar terug liet ze, toen radiotherapie niet aansloeg, haar rechterschouder en -arm amputeren.
Ze twitterde, ironisch laconiek, ‘This Woman Lost Five Kilos In One Day, Click Here To Find Out What Her Secret Is.’
Je zou ook willen dat je het niet over haar ziekte moet hebben, omdat dat logischerwijs ook niet háár favoriete onderwerp is. ‘Ik haal er geen enkel plezier uit om te praten over mijn ziekte en de dood’, gaf ze als disclaimer mee, toen Volkskrant Magazine haar eerder dit jaar interviewde. Maar: ‘Ik schrijf over wat me bezighoudt, ik praat erover tegen wil en dank.’
Het punt is: Marsman praat en schrijft buitengewoon origineel over haar ziekte. In haar denken neemt ze wendingen die, om de woorden van de jury van de Constantijn Huygens-prijs te gebruiken, haar ‘toonaangevend maken binnen de hedendaagse Nederlandse letteren.’
De jury zegt dat het ‘werk van Lieke Marsman laat zien hoe literatuur ons kan helpen een vorm te vinden om na te denken over het ondenkbare. Met haar werk over onder andere klimaat en ziekte, waarbij ze zowel het persoonlijke als het politiek-maatschappelijke nooit uit het oog verliest.’
Wie haar eerdere bundels en vooral haar veelgeroemde roman Het tegenovergestelde van een mens (2017) las, zag in Marsman een geëngageerde systeemdenker. De hoofdpersoon, aardwetenschapper Ida, filosofeerde onafgebroken over mechanismen van uitsluiting, over het hyperkapitalisme dat verdient aan die uitsluiting, én verdient aan de uitputting van onze aarde.
Ida voelt zichzelf apathisch worden tegenover zoveel onrecht, maar wil haar apathie politiseren: ‘Mijn apathie is een gevolg van hoe de generatie van mijn ouders de wereld achterlaat, mijn cynisme een uiting van verslagenheid: ik gebruik cynische grapjes om me staande te houden in een wereld waar ik niet voor gekozen heb, nooit voor zou kiezen, maar waar ik geen weg uit zie.’
Maar in de boeken die ze schreef sinds haar ziekte, die veelal een combinatie van essayistiek en poëzie zijn, zie je dat er opeens naast dat systeemdenken iets anders is komen te staan. Of: dat er een andere deur is opengezwaaid.
Toen ze in 2022 Zomergast was, zei ze in de uitzending met een soeverein glimlachje: ‘Dit is het moment waarop ik mijn reputatie te grabbel ga gooien.’ Vervolgens vertelde ze dat ze in buitenaards leven was gaan geloven, en zich was gaan verdiepen in ufo-waarnemingen.
Dat werkte ze verder uit in haar dit jaar verschenen bundel – check die titel – Op een andere planeet kunnen ze me redden. Daarin schreef ze ook over haar nieuwgevonden geloof. Ze zoekt naar argumenten om een god toe te kunnen laten in haar leven, het liefst een god met een hoger plan. Rationeel pleit ze voor het irrationele.
Precies dit heeft haar naar een unieke plek in de Nederlandse letteren gebracht. Let maar eens op hoe vaak in essays en columns deze tegen wil en dank gelovende Marsman wordt aangehaald. De Marsman die pleit voor de mens als irrationele verschijning, die gelooft in iets dat ze niet zeker weet, maar wel weet dat dat niet-zeker-weten échter aanvoelt dan de zogenaamde complexiteit van medisch specialisten of de efficiency van beleidsmakers in Den Haag.
De jury roemt ook dat Marsman een vaak ‘opvallend jong publiek weet aan te spreken’. Terecht. In haar beste werk schiet Marsman cool vanuit de heup. Kijk vooral naar wat misschien wel haar greatest hit is, het weergaloze gedicht In mijn mand, uit de gelijknamige bundel uit 2021. Het ging zo’n beetje viral toen het in het literaire tijdschrift De Gids stond. Het begint:
Ik heb niet stilgezeten, ik heb Sartre gelezen
en Kant en Kierkegaard. Als ik doodga
hoop ik op een hemel
om met hen te kaarten
Hier is een dichter met swag, die ongegeneerd intellectueel durft te zijn, Sylvia Plath en Marcel Proust citeert, die in één adem sarcastisch én sentimenteel is, die over een naleven fantaseert, die jeugdherinneringen ophaalt aan huizen en vakanties, en die haar geliefde aanspreekt:
Is het mijn sterfdag?
Vergeet engelen en psalmen
Ik wil het vanille van een oud boek
Ik wil een koud flesje bier
en ik wil jou, nog één keer
Vergeet vogels die zingen.
Ik wil mijn hond horen drinken.
Toen ze in 2022 Zomergast was, liet ze een fragment zien van dichter Gerrit Kouwenaar. ‘Hebben we nog context nodig?’, vroeg interviewer Janine Abbring. ‘Nee’, zei Marsman. Vervolgens legde Kouwenaar uit wat een gedicht moest doen: je ontroeren, je laten lachen. Maar: ‘Voor troost ga je maar naar de dominee.’ Marsman knikte.
De afgelopen twee maanden werd Marsman vier keer instemmend aangehaald in deze krant; door schrijver Arnon Grunberg, door theatercriticus Reinout Bongers, door essayist Bregje Hofstede en door CDA-leider Henri Bontenbal.
Marsman in haar gedicht De onttovering van de wereld (2021): ‘Zeg me dat de mensheid/ haar geloof verliest en ik antwoord/ we waren altijd al achterdochtig/ we knepen alleen nog een oogje dicht.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant