Home

Lezersreacties: ‘Duurzame energie is geen kolonialisme, het is gezond verstand’

Zolang er in Europa nog één kolen- of gascentrale staat, moeten wij onze mond houden over fossiele investeringen in arme landen. Weg met groen kolonialisme, betoogde Maarten Boudry in een opiniestuk. Volkskrant-lezers reageren.

Het opiniestuk van Maarten Boudry over ‘groen kolonialisme’ verbaasde me. Niet omdat het onderwerp onbelangrijk is, integendeel, maar omdat het vertrekt vanuit een misvatting: dat het bevorderen van duurzame energie in opkomende economieën een vorm van bemoeizucht zou zijn. Alsof Afrikaanse landen geen baat zouden hebben bij een toekomstbestendige energie-infrastructuur.

Laten we beginnen met de cijfers. De kosten van zonne-energie zijn de afgelopen tien jaar met ongeveer 90 procent gedaald, windenergie is ongeveer 70 procent goedkoper geworden, en ook batterijen zijn nu een fractie van de prijs van een decennium geleden. Hernieuwbare energie is in steeds meer landen, ook in Afrika, de goedkoopste vorm van nieuwe elektriciteitsopwekking. Afrikaanse landen die vandaag investeren in zonneparken, windprojecten of gedecentraliseerde netwerken kiezen dus niet uit ideologie, maar uit pragmatisme. Het is goedkoper, sneller te realiseren, en minder afhankelijk van import, geopolitiek of infrastructuur die er vaak nog niet is.

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) verwacht dat de wereldwijde vraag naar olie al vóór 2030 haar piek bereikt. Olie- en gasprojecten hebben vaak een lange terugverdientijd. Wie daar nu grootschalig op inzet, loopt het risico dat de investering niet meer rendeert tegen de tijd dat de productie op gang komt, of dat de verwachte inkomsten op termijn helemaal verdwijnen en dus de verwachting niet waarmaken.

Dat besef leeft inmiddels ook bij traditionele olie-economieën. Noorwegen investeert via zijn staatsfonds fors in hernieuwbare energie, en Saudi-Arabië streeft naar 50 procent duurzame elektriciteit in 2030. China, wereldwijd koploper in hernieuwbare energie, installeerde in 2023 meer zon- en windcapaciteit dan de rest van de wereld samen. Niet om Europa te plezieren, maar omdat het strategisch en economisch de beste keus is.

In veel Afrikaanse landen gaat het niet om de keuze tussen ‘groen’ of ‘grijs’, maar om überhaupt toegang tot energie. En dan maakt het nogal uit of je inzet op grote exportgerichte fossiele projecten die jaren duren en miljarden kosten – of op lokale oplossingen die nú stroom leveren. Zonnemicrogrids en hybride netwerken voorzien dorpen van elektriciteit tegen kosten die concurreren met diesel. Volgens de World Bank zijn mini-grids een van de meest efficiënte manieren om op korte termijn duurzame toegang tot stroom te realiseren.

Het pleidooi om ontwikkelingslanden vooral hun eigen keuzes te laten maken is op zich terecht, niemand wil belerend overkomen. Maar er is een verschil tussen iets opleggen en wijzen op betere opties. Het zou juist immoreel zijn om te zwijgen over de risico’s van langdurige fossiele afhankelijkheid, terwijl de rest van de wereld bezig is af te stappen van diezelfde bronnen. Bovendien is het niet alsof duurzame alternatieven een westers speeltje zijn. In steeds meer landen, arm én rijk, zijn ze gewoon de beste keus. Met eigen productie en innovatieketens in landen als India en China als gevolg. Economisch, strategisch, en ja, ook ecologisch gewoon verstandig beleid.

Progressieven die duurzame energie steunen in Afrika doen dat niet uit superioriteit, maar omdat samenwerking in een veranderende wereld essentieel is. De energietransitie is geen westers project dat geëxporteerd moet worden, maar een mondiale realiteit waar ieder land een eigen weg in vindt. In die zoektocht is het onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan eerlijke toegang tot technologie, financiering en kennis. Niet om iets op te leggen, maar juist om landen in staat te stellen zélf te kiezen, met de beste informatie en de beste opties op tafel.

Laat dat vooral geen kolonialisme heten. Noem het wat het is: solidariteit én gezond verstand.
Leon Stille, werkt 15 jaar in de duurzame energie en met name in ontwikkelingslanden in Afrika en Azië, Bollnäs (Zweden)

Maakbaarheidsdenken

Het betoog van Maarten Boudry is vervuld van goedbedoeld maakbaarheidsdenken. ‘Geen enkel land ontsnapte ooit uit armoede zonder massaal gebruik van steenkool, gas en olie’, stelt de auteur. Dan vraag ik me af hoe het met acht of meer miljard wereldbewoners moet als die fossiele stoffen helemaal op zijn, en nog niet voor de meer dan helft zoals nu. Bepleit Boudry alleen uitstel? Overvloedige en betrouwbare energie zou voor allerlei zaken ‘nodig zijn’, is de volgende stelling. Ja, als we alles eens zouden krijgen wat we ‘nodig’ wensen!

Met het aanwijzen van de grote welvaartsongelijkheid tussen rijke en arme landen heeft Boudry groot gelijk. Met de onwenselijkheid daarvan evenzeer. Er is alleen niet nagedacht over de oplossing. Zoals bovenstaand aangeraakt kan dat nooit in de fossiele bevoorrrading gezocht worden. Op is op.

Toch is de wereld niet louter afhankelijk van fossiel. Hoewel de alternatieve energieopwekking per abuis ‘groen’ genoemd wordt, is zij net als de maakindustrie louter metallurgisch. En daarmee kunnen we nog even vooruit, zij het niet al te lang. Ook daar geldt, de gewenste metalen raken op; op is op. Wederom uitstel. (NB: wie haalt het in z’n hoofd om een vooruitgangsvehikel als digitalisme of AI aan te vangen op het moment dat de daarvoor benodigde metalen schaarser worden?)

Westerse landen zouden gefaseerd en planmatig moeten afbouwen in hun materiële welvaartsvoorzieningen, anders zullen volgende generaties het noodgedwongen en met strijd wel moèten. Op die manier kan er mogelijk enige balans komen in het wereldwelvaartsverhaal. Overigens de grootste bedreiging voor vrede.
Han Snijders, Eindhoven

Voortbestaanszekerheid

Maarten Boudry gunt mensen in Afrika fossiele brandstoffen die ze nodig hebben om te ontsnappen aan armoede. Bestaanszekerheid, oké. Maar ook is waar: er zijn klimaatproblemen en die worden erger naar mate we ‘met z’n allen’ meer fossiele brandstoffen gebruiken. Dat is niet vol te houden. Op het spel staat de voortbestaanszekerheid.

Ik gun Boudry zijn ruimhartige instemming met meer fossiele brandstoffen in Afrika, als hij zijn scherpe pijlen - samen met klimaatactivisten en verlichte politici - richt op rijke mensen die altijd ver boven het wereldgemiddelde CO2-uitstoot veroorzaken. En ja - in deze redenering - horen velen in ons land tot die categorie rijke mensen. Hier radicaal consuminderen, zodat elders CO2-ruimte ontstaat, dat is het ongemakkelijke verhaal! Dat betekent strepen door kapitalistische, economische en financiële systemen die oneindige groei vereisen.

Werk aan de winkel, ook voor Boudry.
Luc Meuwese, Den Haag

Bevolkingsgroei en welvaart

Mensen die weinig voelen voor gedragsverandering om het klimaat te sparen komen regelmatig met argumenten dat klimaatbeleid ten koste gaat van arme mensen. Een bekend voorbeeld is dat je geen accijns zou moeten heffen op kerosine, omdat laagbetaalden dan niet meer zouden kunnen vliegen. Maar als je wilt dat laagbetaalden meer mogelijkheden hebben, moet je aan inkomensnivellering doen en op de SP stemmen.

Het opiniestuk van Maarten Boudry is een variant daarop: klimaatbeleid gaat ten koste van het arme Afrika. Het tegengaan van de armoede in Afrika vergt echter vooral beleid tegen de snelle bevolkingsgroei, dus anticonceptie, seksuele voorlichting, vrouwenemancipatie, samengevat ontwikkelingshulp, en ook daarvoor moet je bij andere partijen zijn dan waar Boudry - denk ik - op stemt. In Nederland begon de welvaart sterk te groeien na de sterke daling van de geboortecijfers in de jaren zestig. Was dat niet gebeurd, dan waren er nu 40 miljoen Nederlanders geweest. In theorie dan, want het zou tot een enorme armoede hebben geleid.

In de jaren tachtig kwam er wel een welvaartsdaling door twee oliecrises in de jaren ervoor en werd energiebesparing noodzakelijk om de welvaart op peil te houden. Accijnsverhogingen en stimulering van fiets en openbaar vervoer moesten ook voorkomen dat Nederland een onontwarbare knoop van autoverkeer werd.

In Afrika is de bevolking in zestig jaar tijd vervijfvoudigd en de zorg van de milieubeweging is daar ook niet zozeer het gebruik van fossiele brandstoffen, maar het verlies van regenwouden voor landbouwgebruik. Anderzijds is Afrika bij uitstek geschikt voor het opwekken van zonne-energie tegen veel lagere kosten dan fossiele brandstoffen.
Rik Zakee, Den Haag

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next