is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant.
Na de Fortuynrevolte van 2002 wentelden de Nederlandse media zich massaal in zelfkritiek. Ze hadden het geluid van de straat gemist, de stand van het land niet aangevoeld, zaken die ‘gewoon benoemd’ hadden moeten worden niet ‘benoemd’. Schuldbewust meldde hoofdredacteur na hoofdredacteur zich in hun eigen hoofdredactionele commentaar, of aan ’s lands talkshowtafels. Dit zou ze nooit meer overkomen.
Voortaan zouden de reportages gelardeerd worden met voxpops, zouden de problemen met asielzoekers of criminele Marokkanen breder worden uitgemeten en zou iemand die riep dat ‘ze gewoon allemaal moeten oprotten’ niet langer als racist worden weggedraaid uit de inbelprogramma’s. Vanaf nu zou er naar hartenlust ‘benoemd’ worden.
Goed beschouwd hadden de media inderdaad iets gemist. En zij niet alleen. Een groot deel van de samenleving was na de val van de Muur luidruchtig het einde van de geschiedenis en de komst van de nieuwe economie gaan vieren: nooit meer recessie, dankzij globalisering en internet. De grote politieke stromingen van liberalen, christendemocraten en sociaaldemocraten nestelden zich gerieflijk tegen elkaar aan in het midden en feliciteerden elkaar en zichzelf met het succes. In Nederland, in Europa en elders in het Westen. It’s the economy, stupid.
Door het enorme succes van globalisering en markteconomie werd stil leed lang aan het zicht onttrokken. Het was het stille leed van mensen die hun buurt snel zagen veranderen en verkleuren, die op de arbeidsmarkt verdrongen werden door flexibilisering en privatisering en die zich ergerden aan alle vrolijkheid en rijkdom op televisie terwijl zij zich nog altijd van maand tot maand ploeterden. Het stille leed werd luidkeels overstemd door de tijdgeest van optimisme, razendsnelle groei en onbegrensde mogelijkheden. Totdat eerst de dotcom-crisis het feestje van de nieuwe economie verpestte en vlak daarna 11 september een einde maakte aan het einde van de geschiedenis.
Door de gaten die deze twee gebeurtenissen sloegen in het roze zelfbeeld van de sufgefeeste jaren negentig, stroomde de onvrede van het stille leed naar buiten. Niet alleen in de Nederlandse Fortuynrevolte. In dezelfde periode drong (vader) Le Pen door tot de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Frankrijk, vierde de extreemrechtse FPÖ haar successen in Oostenrijk en brak Berlusconi definitief door in Italië. De ‘benoemers’ grepen de macht. Nu was het hun beurt.
We zijn nu 25 jaar verder. De politieke energie bevindt zich al jaren stevig op rechts. Televisie was in Nederland wellicht ooit drie keer de Volkskrant, zoals een NPO-voorzitter eens opmerkte, maar is nu zeker vier keer De Telegraaf. WNL in de ochtend en de avond, Telegraaf-TV daar tussenin, afgetopt met wat gezellige homofobie en seksisme aan de stamtafel van Vandaag Inside. De luide stem van de huidige tijdgeest bezingt potdichte grenzen, vindt dat de rechtsstaat subiet moet wijken voor de volkswil en maakt gierend van de lach een dappere transgender persoon belachelijk.
Het stille leed van nu is de natuur, het klimaat, de compassie en de internationale rechtsorde. Indertijd werd een bewoner die baalde dat er in zijn portiek geen Nederlands meer werd gesproken, te snel als racist weggezet. Nu wordt klimaatbezorgdheid meteen als extreemlinks of, o gruwel, als ‘woke’ gediskwalificeerd. De rollen van de jaren negentig zijn omgedraaid.
Veronachtzamen we nu weer het stille leed, net zolang totdat het uitbarst? Missen we weer het geluid van de straat? Die gedachte bekroop me toen de afgelopen maand tot twee keer toe meer dan 100 duizend mensen de straat op gingen om hun stem te laten horen vóór de internationale rechtsorde en tégen het wegkijken wanneer een volk dat niet op ons lijkt wordt afgeslacht en uitgehongerd.
In kranten werden de grootste demonstraties van de afgelopen veertig jaar opmerkelijk onderkoeld verslagen. In columns en talkshows zochten de duiders amechtig tussen de demonstrerende gezinnen met kinderen naar dat ene radicale element om het gehele gebeuren als extreemlinks of antisemitisch te kunnen wegzetten. Alweer, de jaren negentig in de achteruitkijkspiegel.
Of dit de uitbraak van het stille leed is, weet ik niet. Maar ik hoop vurig op een nieuw evenwicht. Voorbij de overmoed van de jaren negentig. En voorbij aan de wrok van vandaag. Zonder blinde vlekken, zonder diskwalificaties. Het lijkt in deze tijden van almaar grimmiger tegenstellingen een schreeuw in de nacht. Maar we moeten het blijven proberen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant