De zomerblockbuster met Brad Pitt verschijnt op 26 juni in de bioscoop met als doel een nieuw publiek naar de Formule 1 te trekken – maar wat zullen de doorgewinterde fans van de sport waarderen aan deze film? En wat juist minder? Een overzicht van de goede en minder goede aspecten van F1: The Movie.
De makers van de film kochten zes Formule 2-wagens om de racescènes op te nemen. Ze gebruikten technologie die ook werd ingezet bij Top Gun: Maverick (de hitfilm uit 2022 met Tom Cruise), maar pasten deze aan om kleiner en lichter te zijn voor gebruik in racewagens – én om de beeldkwaliteit te verbeteren. In samenwerking met Sony werden de camera's tot een kwart van het formaat van die in Top Gun verkleind, wat meer flexibiliteit gaf bij het monteren in de cockpit. Het resultaat: spectaculaire racebeelden. Niet alleen is de technologie indrukwekkend, een van de doelstellingen van de producenten was om de meest authentieke F1-film ooit te maken.
Hiervoor kregen ze hulp van Lewis Hamilton, die adviseerde over inhaalacties en zelfs tijdens de postproductie opmerkte dat auto's in sommige scènes in de verkeerde versnelling zaten voor dat specifieke stuk van het circuit.
Bekendheid biedt comfort, maar hier versterkt het vooral het gevoel van echtheid dat de filmmakers nastreven. Er zijn talloze cameo's van F1-coureurs, wat laat zien hoe goed geïntegreerd het filmteam was in de paddock. Er zijn rollen voor Fred Vasseur en Zak Brown, terwijl Toto Wolff tegen het einde van de film iets meer spreektijd krijgt. Ook F1-CEO Stefano Domenicali duikt op in beeld, al ontbreekt FIA-president Mohammed Ben Sulayem volledig.
Naast de bekende gezichten zien we ook de merken die fans gewend zijn van F1-races. Op de APXGP-auto zijn onder meer SharkNinja, IWC en Tommy Hilfiger prominent aanwezig. De Rolex-branding, inmiddels niet meer verbonden aan de sport, is subtiel verwijderd – een slimme zet.
Foto door: Sam Bagnall / Motorsport Images
Hoewel er aanvankelijk werd gezegd dat deze film niet voor hardcore F1-fans bedoeld was, zitten er toch een aantal goed verstopte easter eggs in de ruim tweeënhalf uur durende film. Zo zijn er verwijzingen naar de Monza banking, beroemd van de originele F1-film Grand Prix uit 1966, geregisseerd door John Frankenheimer. Ook is er beeldmateriaal en een verwijzing naar Ayrton Senna, als onderdeel van het achtergrondverhaal. Daarnaast is de zware crash van Martin Donnelly op Jerez in 1990 – waarbij zijn Lotus in tweeën brak – gemanipuleerd en gebruikt als basis voor het verleden van Brad Pitts personage, Sonny Hayes.
En er is een vleugje ironie wanneer Fernando Alonso Hayes feliciteert nadat hij opzettelijk is gecrasht om zijn teamgenoot te helpen – gezien Alonso's betrokkenheid bij de Singapore Crashgate-affaire in 2008. Fans van het Drive to Survive-tijdperk zullen ook Hamiltons hond Roscoe en Günther Steiner herkennen – beiden inmiddels geen vaste gezichten meer in de paddock.
Hoewel hij een uitgebluste, versleten coureur is, krijgt Hayes (Pitt) toch een kans op verlossing wanneer hij een stoeltje bemachtigt bij het noodlijdende F1-team APXGP, dat zijn plek op de grid dreigt te verliezen als de resultaten niet drastisch verbeteren. Hayes heeft zijn eigen, nogal onorthodoxe aanpak om het tij te keren – waaronder aanpassingen aan het ontwerp van de 'shitbox' die hij erft (daarover later meer). Hij eist een wagen die gebouwd is voor 'combat' – mogelijk een overblijfsel uit Top Gun: Maverick, aangezien beide films dezelfde regisseur hebben: Joe Kosinski.
Uiteindelijk blijkt zo'n wagen ook wel nodig, gezien de roekeloze manier waarop Hayes zich in het GP-veld begeeft: hij jaagt tegenstanders van de baan, crasht opzettelijk zijn eigen auto en blijft expres langer in de pit om andere coureurs te hinderen – en toch wordt hij als held van de film neergezet! Dat haalt wel wat af van het realisme van de racescènes, die verder visueel indrukwekkend zijn dankzij baanbrekende technologie. En hoewel zulke keuzes duidelijk gemaakt zijn met een Hollywood-publiek in gedachten, zullen F1-fans zich soms moeten inhouden om niet in lachen uit te barsten.
Foto door: Mark Sutton / Motorsport Images
Voor sommige F1-fans is de sport juist een toonbeeld van technologische perfectie – het voortstuwen van de auto-industrie en het verleggen van ontwerpgrenzen. Die groep zal zich vermoedelijk wat bekocht voelen door de manier waarop de film met het technologische aspect van F1 omgaat.
Hayes duikt op na dertig jaar afwezigheid in de sport, rijdend in allerlei andere voertuigen om nog een beetje geld te verdienen. Toch weet hij meteen feilloos aan te wijzen wat de achterblijvende APXGP-wagen mist en doet hij gewaagde verzoeken aan de technisch directeur van het team – die ook meteen zijn romantische interesse blijkt. Zij geeft natuurlijk gehoor – op meerdere vlakken – en plotseling heeft APXGP een wagen die vooraan mee kan vechten. Maar zijn de upgrades wel zo legitiem als ze lijken…?
Wie had gehoopt op echte interactie tussen hun favoriete F1-coureurs en de wereld van Hayes, komt bedrogen uit. De meeste verschijningen van echte coureurs beperken zich tot figuranten met net iets meer schermtijd.
Lewis Hamilton was betrokken bij het maken van de film, maar is slechts vluchtig te zien. Sommige coureurs werden gevraagd om op het podium te verschijnen, maar dan met minimale reacties. Gezien de toegang tot de F1-wereld, was het leuk geweest als Hayes en zijn rebelse teamgenoot bij APXGP, Joshua Pearce (Damson Idris), daadwerkelijk in contact zouden komen met hun film-rivalen. In plaats daarvan komen de meest opvallende cameo's van Stefano Domenicali, Toto Wolff, Will Buxton, en – jawel – Roscoe, de hond van Lewis Hamilton, die zelfs een vermelding in de credits krijgt.
Source: Motorsport