Hap! Al vijftig jaar lang vrezen zwemmers voor hun leven, met Steven Spielbergs Jaws in gedachten. Zelf twijfelde de regisseur in 1975 nog aan zijn haaienfilm, maar dat bleek onterecht: Jaws veranderde de (film)geschiedenis voorgoed. Bor Beekman, filmredacteur van de Volkskrant, duikt in het fenomeen.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Zul je altijd zien. Precies vijftig jaar na de release van Jaws (juni 1975), maakte het instituut Ocearch afgelopen weekend bekend de ‘grootste witte mannelijke haai’ ooit te hebben waargenomen in de Atlantische Oceaan, voor de kust van North-Carolina.
Het vierenhalve meter lange dier, nog wel een maatje kleiner dan het exemplaar in de film van Steven Spielberg, zou met een paar dagen doorzwemmen nog nét op tijd zijn voor de feestelijkheden op Martha’s Vineyard. Dat iets boven New York gelegen eilandje waar de productie destijds werd gedraaid, en waar deze maand alles in het teken staat van de jubilerende ‘zomerblockbuster’ die wereldwijd badgasten uit het water joeg. Het ‘Amity Island’ uit de film, waar politiechef en import-eilander Brody (Roy Scheider) de hardleerse lokale bevolking (eerst vergeefs) poogt te behoeden voor alle onderwaterterreur.
Een greep uit de geplande evenementen op het échte eiland: een meet-and-greet in het visrestaurant Wharf Pub met Jeffrey Voorhees, het jochie met het rode zwembroekje op het gele luchtbedje (inmiddels 62 jaar oud) dat diende als het derde haaienslachtoffer, hondje Pippet meegeteld. Of de lezing van ‘leading’ haaienexpert dr. Greg Skomal, die komt uitleggen hoezeer (en onterecht) Jaws onze perceptie van de haai kleurde.
Een andere eregast is Joe Alves: de production designer van de eerste film én regisseur van het vervolgdeel Jaws 3-D. Hij overzag het ontwerp van het benodigde drietal mechanische haaien, dat vaker niet dan wel functioneerde en zo mede debet was aan het verveelvoudigde aantal draaidagen en bijna in drievoud overschreden budget (van 3,5 naar 9 miljoen dollar).
Christopher Shaw, auteur van het boek Robert Shaw: An Actor’s Life on the Set of Jaws and Beyond, reist af naar het eiland om te vertellen hoe het was om op te groeien met zijn oom. Acteur en toneelschrijver Shaw, drie jaar na de opnamen van Jaws overleden aan een hartaanval, tilde het spel naar een hoger plan in zijn rol als macho-haaienjager Quint. Op de set was de Engelsman veelal beneveld, grommend naar de kinderfiguranten.
Midden jaren zeventig betrof de ‘Jawsmania’ een ongekend cultureel fenomeen. Met 476 miljoen dollar aan kassaopbrengst (omgerekend naar nu zo’n 2 miljard dollar) was het de – tot dan toe – lucratiefste speelfilm ooit. ‘You’re gonna need a bigger boat’ drong door tot de canon van populairste filmcitaten. Enkel de muziek van John Williams (‘da-dum, da-dum, da-dum-da-dum’) verhoogde al de hartslag.
Spielbergs horrorthriller was een B-film in optima forma, met een van de meest effectieve jumpscares ooit: het afgebeten hoofd dat plots onder water opduikt. Maar tegelijk is Jaws óók filmkunst, de film staat – nog altijd – hoog genoteerd in de beste-films-lijstjes van critici en collega-regisseurs.
Zie bijvoorbeeld aflevering twee van De kijk van Koolhoven (VPRO, 2018), waarin de Nederlandse cineast enkele momenten uit Jaws ontleed. Hoe de fameuze strandscène, die eindigt met het shot van dat lekgebeten luchtbedje in een bloedrode branding, zich kan meten met de suspense-volle beeldtaal van Hitchcock én de klassieke montagekunst van de Rus Sergei Eisenstein.
Kritiek was er ook: filmhistoricus Peter Biskind, bekend van de bestseller Easy Riders, Raging Bulls (1998), hield Jaws (mede)verantwoordelijk voor de infantilisering van Hollywood, die nadien ook school maakte met Star Wars (1977) van Spielbergs maatje George Lucas.
Ook over de (diepere) betekenis van Jaws liepen de meningen uiteen. Een vrouwonvriendelijke film, betoogde hoogleraar vrouwenstudies Jane E. Caputi in haar essay ‘Jaws’ als patriarchale mythe. De openingsscène bijvoorbeeld, waarin de haai een blote zwemster aanvalt, betrof een ‘sublimale cinematografische verkrachting’; de haai als fallussymbool. Al werd er ook beweerd dat Jaws juist afrekende met het macho-filmcliché: de haai hapt jager Quint tenslotte tot pal boven diens kruis af.
De Cubaanse leider Fidel Castro, onder de indruk van de film, wees erop dat Jaws ‘marxistisch’ was: de lokale ondernemers en ‘kapitalisten’ op het eilandje kiezen voor hun ‘zomerdollars’, niet voor de veiligheid van de burgers.
Ondertussen doet de detailhandel op het échte eiland goede zaken. Alleen deze zomer verkrijgbaar op Martha’s Vineyard: een limited edition Jaws-popcornbak in de vorm van een haai met openklapbare bek, zolang de voorraad strekt.
Over één ding is iedereen het eens: Jaws, vanaf deze zomer (eind augustus) weer te zien in de Nederlandse bioscoop, veranderde de (film)wereld. In diverse opzichten.
Ooit, lang geleden, brachten studio’s de films waarvan het meest werd verwacht uit in november of december. En dan eerst in een relatief klein aantal zalen in de grote (Amerikaanse) steden, zodat de mond-tot-mondreclame toenam en voorzag in een langdurig bioscoopleven.
Met Jaws kwam daarin verandering. Universal toonde de film meteen al in 460 zalen, destijds een ongebruikelijk hoog aantal; daarvoor koos je als studiobaas hooguit als je géén fiducie had in de eigen waar, en de teleurstelling van het publiek voor wilde zijn.
Aan de release ging een ongekend dure marketingcampagne vooraf, waarbij 2 miljoen dollar werd besteed aan tv-commercials (voor een film van 9 miljoen). Ook de publiciteitswaarde van het boek Jaws van Peter Benchley (de filmrechten waren al bemachtigd vóór publicatie) werd ten volle benut, door het omslag en de filmposter van hetzelfde beeld te voorzien: die zwemster boven de horrorbek, bron van inspiratie voor een oneindig aantal cartoons.
Jaws was al een hype vóór de film in de bioscoop landde en daar alle bezoekersrecords brak. En de methode sloeg aan, want Hollywood leerde: grote films konden (en moesten) metéén scoren. Juist in de zomer, die sinds Jaws hét seizoen is voor wat nu een tentpole movie heet: het peperdure doch makkelijk in de markt te zetten groter-dan-groot genre.
In 1975 verkeerde Steven Spielberg in limbo. Hij gold als een groot talent, vanwege Duel (1971) en The Sugarland Express (1974). Maar die eerste titel betrof een televisiefilm, over een razende vrachtwagen. En al was die tweede, zijn speelfilmdebuut en misdaadkomedie met Goldie Hawn, dan wel lovend ontvangen, het publiek liep niet uit. Jaws móést iets losmaken voor de regisseur, die zo graag een ‘boy wonder’ wilde zijn à la Orson Welles (op zijn 25ste gedebuteerd met Citizen Kane), maar zelf ondertussen al tegen de 27 liep.
Spielberg koesterde twijfels over Jaws: wat als hij straks bekendstond als ‘die vrachtwagen- en haaienregisseur?’ De voortekenen waren halverwege de draaiperiode weinig gunstig. De keuze om, als eerste Hollywoodfilm ooit, écht op zee te draaien in plaats van in een studiobassin, leek rampzalig uit te pakken: het weer zat dwars, de filmschuit sloeg om en de haaien weigerden dienst. ‘The shark is not working’, klonk het dagelijks over de walkietalkies.
Maar Jaws kwam af, met langdurige vertraging. En de (deels noodgedwongen) keuze om die haai zo min mogelijk in beeld te brengen bleek een hitchcockiaanse meesterzet.
Het kapitale succes tilde Spielberg naar het hoogste Hollywood-echelon: profijtelijkere studiocontracten en een prompt opgekrikt budget voor zijn eerstvolgende film, Close Encounters of the Third Kind. Spielberg, in de biografie van Joseph McBride (2010): ‘Jaws gaf me een vrijkaartje voor een half dozijn ritjes’.
De vermelding ‘no animals were harmed’ ontbreekt op de aftiteling van Jaws, het waren immers de jaren zeventig. Die flinke tijgerhaai in de film, waarmee de vissers dénken het echte monster te hebben verschalkt, werd op speciaal verzoek van de productie gevangen en gedood. Plus nog wat blauwe haaien, maar die bleken te klein als decorstuk.
Ook werd er op de set, waar de opnamen vaak stillagen, gevist op zandhaaien. ‘Bijna elke gevangen haai wordt gedood, en de ingewanden worden gebruikt om nog meer haaien te vangen, die óók worden gedood’, noteerde Jaws-scenarist Carl Gottlieb in zijn verslag van de opnamen, The Jaws Log (1975). ‘Het was de wraak van de crew op de complete soort.’
Maar dat was nog niks bij het effect van Jaws op de wereld, die de haai plots als ‘menseneter’ beschouwde. Naast de pure angst voor het dier – veel mensen durfden in de zomer van 1975 de zee niet meer in – inspireerde de film ook hordes ‘sportvissers’. De met uitsterven bedreigde (witte) haai gold lange tijd als een ultieme vistrofee. ‘Ik heb spijt van de decimatie van de haaienpopulatie vanwege het boek en de film’, zei Spielberg in 2022 tegenover de BBC. ‘Dat heb ik echt, tot de dag van vandaag.’
Het is inmiddels een volwaardig subgenre binnen het horror- en thrillersegment. Van de vervolgdelen Jaws 2 (1978), Jaws 3 D (1983) en Jaws the Revenge (1987), elk inferieur aan het origineel en níet van Spielbergs hand, tot aan de rip-offs Mako, The Jaws of Death (1976), Orca (1977) of Great White (1981). Spielberg zelf noemde de lowbudget-culthit Piranha (1978) van Joe Dante ooit de beste van de rest.
Ook het latere Deep Blue Sea (1999), met genetisch gemanipuleerde haaien, steekt uit boven het gemiddelde. Net als The Shallows (2016), waarin de haai een surfer (Blake Lively) vastpint op een rotspunt. Of de survivalthriller Open Water (2003).
Geholpen door de verbeterde (en goedkopere) digitale effecten en de behoefte van de streamingplatforms aan simpel horrorvermaak groeide het aanbod de afgelopen jaren explosief. Met als meest memorabele titel toch The Meg (2018), plus dat vervolg Meg 2, The Trench. Met die prehistorische megalodon, waarbij de Jaws-haai afsteekt als een visje.
Al blijft de fraaiste navolger haai Bruce in Finding Nemo (2003). De met zijn geweten worstelende witte haai (‘Vissen zijn vrienden’) uit de Pixar-animatiefilm werd vernoemd naar de mechanische Jaws-haai, die op zijn beurt weer vernoemd was naar Spielbergs advocaat Bruce Ramer.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant