Iran vuurt zoveel raketten op zijn aartsvijand af dat diens befaamde luchtafweersysteem overbelast raakt. Met als gevolg dat je nu ook in Israël de maar al te bekende beelden ziet van uitgebrande puinhopen en radeloze bewoners.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
De inwoners van Bnei Brak, een voorstad van Tel Aviv, kunnen het nauwelijks geloven. Op deze plek gebeurt nooit iets: de straten zijn stoffig, de gezichten vertrouwd, en God beschermt de inwoners tegen oorlogsgeweld. Toch zijn ook hier Iraanse raketten neergekomen en is er een inwoner gedood.
Israël wordt al vijf dagen hard geraakt en burgers, die in dit land heus wel iets gewend zijn, zeggen allemaal dat het deze keer anders voelt. Niet alleen omdat er zoveel raketten op het land worden afgevuurd, maar ook omdat niemand weet hoe het conflict zich gaat ontwikkelen.
In Bnei Brak komt dat extra hard aan, omdat een rabbi vele jaren geleden heeft beloofd dat deze plek nooit geraakt zou worden door vijandige raketten: God zou de voorstad sparen vanwege de vele ultraorthodoxe Torah-geleerden die hier leven. En nu is er toch een meisjesschool verpulverd.
Andere gebouwen, oudere appartementencomplexen waarin gezinnen met soms wel tien kinderen wonen, zijn volledig ingestort. De gebouwen zijn omver geblazen door een klap die tot in de wijde omgeving gevoeld werd.
‘Het is een slag in ons gezicht, een harde slag van boven’, zegt een man vol ongeloof in de Israëlische krant Haaretz. ‘Misschien geldt de belofte niet meer omdat de rabbi is overleden?’, oppert een ander.
Sinds de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 voelen Israëliërs zich kwetsbaar, getraumatiseerd zelfs. Omdat niemand verwachtte dat ze in hun eigen huizen zo onveilig konden zijn. Sindsdien wordt hun land regelmatig aangevallen met raketten en drones uit Gaza, Libanon, Iran en Jemen, en is het luchtalarm onderdeel van het dagelijkse leven.
Voor een buitenstaander was het opmerkelijk om te zien hoe kalm inwoners van Israël daarbij bleven. Ze stonden rustig op van hun werkplek, de keukentafel of het terras, en liepen naar de schuilkelder. Ze hadden het volste vertrouwen in de Iron Dome, het befaamde Israëlische luchtafweergeschut, dat vrijwel alle raketten kapotschoot voordat die konden inslaan. Je moest alleen even in de kelder wachten omdat de brokstukken die naar beneden stortten, je dodelijk konden raken.
Maar nu Iran zoveel raketten op Israël afvuurt dat het luchtafweergeschut ze niet meer allemaal kan tegenhouden, zie je ook in Israël beelden die voorheen alleen uit Gaza kwamen. Kapotgeschoten huizen. Uitgebrande puinhopen. Radeloze bewoners die, gewikkeld in dekens, door hulpverleners worden weggeleid.
De 84-jarige Deborah Fait uit de stad Rehovot bijvoorbeeld, had afgelopen zondag al een keer in de schuilkelder gezeten. Ze was eigenlijk van plan om op de bank te blijven, zodat ze bij het volgende luchtalarm weer snel naar beneden zou kunnen lopen. Maar ze was zo moe dat ze toch maar even op bed ging liggen.
Rond drie uur ’s nachts werd Fait wakker geschud door een oorverdovend geraas. ‘Ik ging op de rand van mijn bed zitten, deed mijn slippers aan, en opende de deur naar de woonkamer, maar die was er niet meer’, vertelt ze in de krant The Times of Israel. Het plafond was door de explosie ingestort en zware houten balken waren naar beneden gekomen. Fait: ‘Bovenop de bank waar ik had kunnen liggen. Als ik daar was gebleven, zou ik dood zijn geweest.’
In totaal zijn er sinds de aanvallen begonnen 24 Israëliërs om het leven gekomen en honderden anderen gewond geraakt. In Tel Aviv zijn kantoorgebouwen en appartementencomplexen getroffen, winkels en restaurants zijn weggevaagd. Zodra het luchtalarm afgaat zijn de normaal zo drukke straten leeg: schuilen is geen advies van de overheid, maar een plicht.
De stroom van raketten heeft ondertussen een kleine omgekeerde vluchtelingenstroom op gang gebracht: tientallen inwoners van de kibboetsen die sinds de aanval van Hamas in Tel Aviv en omliggende steden verbleven omdat hun huizen nog herbouwd worden of omdat zij zich aan de grens met Gaza niet meer veilig voelden, zijn de afgelopen dagen teruggekeerd.
Vlak voor het Israëlische offensief tegen Iran woonde iets minder dan de helft van de 428 inwoners van Re’im weer in de kibboets, maar nu is ‘het grootste deel van onze gemeenschap terug’, zegt een woordvoerder van Re’im tegen The Times of Israel. ‘We weten niet of ze hier zullen blijven, of later weer naar Tel Aviv gaan.’
Ook Arabische Israëliërs worden getroffen – dat zijn Palestijnen die binnen de internationaal erkende grenzen van het land wonen en een Israëlisch paspoort hebben. In het Arabische dorp Tamra, ten noordoosten van de stad Haifa, werd een huis geraakt waar twee broers met hun gezinnen woonden. Het pand is ingestort. De ijzeren poort die voor de woning stond, is door de klap naar het einde van de straat geslingerd. Overal in de wijk liggen glasscherven.
‘De nieuwe woningen hebben een beveiligde kamer’, zegt een inwoner van Tamra in de krant Haaretz, ‘maar de oudere huizen hebben dat niet, en er zijn weinig openbare schuilplaatsen in dit dorp.’
Vier vrouwen zijn bij de inslag gedood: de twee echtgenotes en twee dochters van de broers. De andere inwoners waren niet thuis of wisten op tijd in de schuilkelder te komen. ‘Ik was net met mijn vrouw en twee dochters terug van een vakantie in Italië’, vertelt Raja Khatib, één van de broers, tegen de Israëlische zender Channel 12. ‘Waren we maar één dag langer gebleven. Dan zou onze vlucht zijn geannuleerd. Dan zouden we daar nog zitten, en zouden zij zijn gered.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant