Home

Veel boeren in Nederland pachten grond, en dat helpt niet bij vernieuwing

Kortlopende contracten, hoge prijzen en geen beloning voor duurzaam gebruik: boeren die grond pachten lopen tegen een wirwar van problemen aan. Vooral jonge boeren zijn de dupe. ‘Als ze morgen zeggen dat het klaar is, is het klaar.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

De pittoreske Boterhuispolder haalt doorgaans de landelijke media niet. Toch trokken journalisten van vrijwel alle grote dagbladen, de Volkskrant incluis, in februari van dit jaar naar het mozaïek van door koeien bevolkte weilanden, kronkelende sloten en weidse plassen ten noordoosten van Leiden. En wel vanwege een conflict over de gunning van een pachtcontract door de gemeente.

De kwestie raakte kennelijk een snaar. Vier boerenbedrijven hadden samen een plan ontwikkeld voor meer natuur en recreatie in de polder. De 38 hectare die een van hen van de gemeente Teylingen pachtte, speelde daarin een belangrijke rol. Maar bij de openbare aanbesteding voor een nieuw contract gebeurde wat de boeren vreesden: de grond ging naar de hoogste bieder. ‘De pacht was de basis onder de toekomstplannen. Die kunnen we nu van tafel vegen’, schreven ze getergd aan de gemeente.

Het mediaoffensief had resultaat. De gemeente concludeerde dat er fouten waren gemaakt bij de aanbesteding en trok de gunning in. Tijdens een haastig ingelaste raadsvergadering bleek dat de kwestie alleen maar verliezers kent: de vier boeren, wier toekomstplannen op losse schroeven staan, de melkveehouder die de grond kreeg toegekend, en ondanks zijn plannen om biologisch te worden ineens werd weggezet als boeman, en de verantwoordelijk wethouder, die aftrad.

In de Boterhuispolder kwamen veel problemen samen die het Nederlandse pachtsysteem kenmerken: kortlopende contracten die weinig zekerheid bieden, competitie om grond die leidt tot hoge prijzen, weinig aandacht voor duurzaam grondgebruik, en een overheid die wel spreekt over groen uit, maar daar als verpachter weinig mee doet.

Een kwart van alle landbouwgrond in Nederland wordt verpacht. Alle andere tijdelijke vormen van gebruik meegeteld, is dat zelfs ruim een derde. De pachtwetgeving is zo een belangrijke rem op verduurzaming van de sector.

Van oudsher is reguliere pacht de meestvoorkomende contractvorm. Reguliere contracten worden elke zes jaar automatisch verlengd. Beëindiging komt alleen in zicht als de pachter daarmee instemt of als die zich niet aan de afspraken houdt. De prijs is aan normen gebonden, die jaarlijks per regio worden vastgesteld.

Sinds 2007 bestaat daarnaast de geliberaliseerde pacht. Daarbij is de contractduur meestal zes jaar of korter. Bovendien is de prijs niet aan normen gebonden, waardoor die doorgaans hoger is dan bij reguliere contracten. Geliberaliseerde contracten lopen automatisch af en worden niet verlengd.

Omdat reguliere contracten decennia door kunnen lopen, zijn die nu nog goed voor de helft van alle pachtgrond. Een nieuw contract is tegenwoordig vrijwel altijd geliberaliseerd, en dus kortlopend. Voor een verpachter is dat immers aantrekkelijker: het levert meer geld op en de grond komt na een paar jaar weer vrij. De nadelen zijn voor de pachter: die betaalt meer en heeft geen zekerheid op jarenlang gebruik van de grond.

Merel Straathof, bestuurslid van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), kan erover meepraten. Vijf jaar geleden begon de jonge boerin (26) met haar partner op een melkveehouderij onder de rook van Almelo. Het huis en de stallen hebben ze vorig jaar gekocht, net als het kleine perceel waar het jongvee leert grazen. ‘Anders zijn ze straks alleen dit gewend’, zegt ze met een knik naar het hooi in een van de kalverboxen.

Zodra de koeien melk gaan geven, staan ze dag en nacht buiten. Momenteel ligt de kudde aan de overkant van de weg, op een perceel dat Straathof langdurig heeft gepacht.

Op de huiskavel na is ze volledig afhankelijk van pachtgrond, de helft via kortlopende contracten. De relaties met de verpachters zijn goed, haast ze zich te zeggen. ‘We hebben mondeling de afspraak dat we de gronden langjarig kunnen gebruiken. Maar als ze morgen zeggen dat het klaar is, is het ook klaar.’

Bij investeringen moeten ze er dus rekening mee houden dat een deel van de grond ineens kan wegvallen. ‘Ondernemen op een dun lijntje’, noemt Straathof het. ‘Het kan zijn dat het lijntje het twintig jaar volhoudt, maar het kan ook volgend jaar breken.’

Voor haar dertig koeien houdt Straathof daarom 30 hectare grond aan, relatief veel. Daardoor kan ze haar eigen krachtvoer telen, en weet ze zeker dat ze door kan boeren als een deel van de grond wegvalt. De onzekerheid maakt het bovendien onaantrekkelijk om te investeren in duurzaam grondgebruik, bijvoorbeeld door kruidenrijk gras in te zaaien.

Meldpunt voor pachtcontracten

Wat ook niet helpt, is dat de prijzen van landbouwgrond (en daarmee ook die van pachtgrond) de afgelopen jaren de pan uit zijn gerezen. Dat stimuleert boeren om vooral zoveel mogelijk voedsel van een hectare te halen, doorgaans niet de meest duurzame strategie.

Dat raakt vooral bioboeren en andere boeren met een duurzamer bedrijfsmodel. Hun opbrengsten per hectare liggen meestal wat lager; dankzij iets hogere prijzen en lage kosten kunnen ze toch rondkomen. Maar bij een biedingsslag delven ze al snel het onderspit.

Na de commotie over de pachtgronden van de gemeente Teylingen opende Land van Ons – een burgerinitiatief voor duurzame landbouw met percelen door heel Nederland – een meldpunt voor boeren die in de knel komen met pachtcontracten. Er kwamen schrijnende verhalen binnen, vertelt woordvoerder Petra Borsboom. ‘Een boer had net het bedrijf van zijn ouders overgenomen en was omgeschakeld naar biologische landbouw. Jarenlang had hij met familie en vrijwilligers gewerkt aan meer biodiversiteit op zijn land, tot de pacht afliep. Hij bood maar een paar duizend euro onder het winnende bod. Nu gaat het land naar een boer die het nodig heeft om mest uit te rijden.’

Uiteindelijk geeft de prijs vrijwel altijd de doorslag, zegt Borsboom. Ook bij overheden die de mond vol hebben van verduurzaming, en daar in de aanbesteding zelfs om vragen. ‘Dat maakt het voor boeren die écht vooruit willen heel lastig.’

Ook jonge boeren worden extra hard getroffen door de starre pachtregelgeving, vertelt NAJK-bestuurslid Straathof. ‘Het is in mijn generatie zo’n algemeen probleem dat er niet eens meer veel over wordt gesproken. Iedereen loopt er tegenaan.’ Dat komt voornamelijk door de financiële positie waarin jonge boeren zitten na een bedrijfsovername: weinig geld op de bank en hoge leningen. Ook zij worden dus regelmatig overboden.

Daar komt bij dat banken het probleem van de korte contracten ook inzien. ‘Mijn bank vindt er iets van als ik heel veel kortlopende contracten heb’, zegt Straathof. ‘Dan kan ik niet garanderen dat ik over zes jaar nog steeds gras van die grond kan oogsten.’

Contract tot AOW-leeftijd

Dat het anders moet, daar is iedereen het dus wel over eens. Ook over de grote lijnen bestaat weinig discussie: kortlopende contracten moeten minder aantrekkelijk worden, langlopende aantrekkelijker, en duurzaamheid belangrijker. Toch duurt de discussie over de details nu al ruim tien jaar.

Dankzij een initiatiefvoorstel van GroenLinks-PvdA en de VVD lijkt de discussie nu in een stroomversnelling te komen. Die partijen stellen onder meer voor de pachtprijzen te beperken voor kortlopende contracten en zogeheten loopbaanpacht in te voeren, een vorm waarbij boeren tot 42 jaar een contract kunnen afsluiten met looptijd tot hun AOW-leeftijd.

Vooral dat laatste is een controversieel punt, bleek toen de Tweede Kamer zich maandag over het voorstel boog. Onder meer de PVV en BBB zien dit als een vorm van leeftijdsdiscriminatie. Ook verantwoordelijk staatssecretaris Jean Rummenie (BBB), inmiddels demissionair, steunt het idee om die reden niet.

De staatssecretaris ziet meer in een voorstel van NAJK en brancheorganisatie LTO Nederland voor ‘duurzame langlopende pacht’. Pachters zouden bij die vorm achttien jaar zekerheid hebben, terwijl de prijs vrijer is dan bij reguliere pacht. De Kamer nam desondanks een motie aan die Rummenie opdraagt loopbaanpacht in te voeren.

Rummenie zegde tijdens het debat toe nog voor de zomer met een wetsvoorstel te komen op basis van het initiatief vanuit de Kamer. Hoe dat verdergaat nu het kabinet is gevallen, is ongewis. Ook het ministerie durft er geen uitspraken over te doen.

Willem Bruil, emeritus hoogleraar agrarisch recht aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt de voorstellen nog weinig concreet. Bovendien vreest hij dat de regels het voor verpachters onaantrekkelijk maken hun grond te verpachten. ‘Dat is al een probleem bij reguliere pacht, en geldt straks ook voor geliberaliseerde pacht of andere vormen.’

Bruil denkt dat verpachters naar de erfpacht zullen grijpen. Die vorm valt niet onder de pachtwetgeving en biedt dus meer mogelijkheden. Bij erfpachtcontracten van minimaal 26 jaar is de prijs namelijk vrij en de einddatum zeker. De afgelopen jaren is al een lichte stijging te zien van het aandeel landbouwgrond dat onder erfpacht valt. Bruil: ‘Wat ze creëren, is een gecontroleerd eiland in een zee van liberale contractmogelijkheden. Dat eiland kalft dan af.’

De toename van erfpacht is ‘uit nood geboren’, zegt Gerbrand van ’t Klooster, directeur van de Federatie Particulier Grondbezit (FPG). Als er straks langdurige pachtvormen komen met een vaste einddatum, vrije prijsvorming en ruimte voor duurzaamheidsafspraken, denkt hij dat verpachters daarvoor zullen kiezen. ‘De meeste verpachters zoeken naar duurzame relaties. Ze hebben geen behoefte aan flitscontracten, maar willen wel weer een keer beschikking krijgen over de grond.’

Ze zijn er niet gerust op

Straathof heeft er vertrouwen in dat ze binnenkort met meer zekerheid kan investeren in haar bedrijf. Dan denkt ze niet per se aan meer dieren. ‘We staan in de landbouw voor voldoende uitdagingen. Het zal denk ik eerder zitten in verbreding en eventueel meer land.’ Of ze dat gaat pachten of kopen? ‘Als ik langjarige zekerheid heb, vind ik pachten prima.’

In de Boterhuispolder is de oude situatie voorlopig hersteld, in afwachting van een nieuwe aanbestedingsprocedure voor de pachtgrond. De gemeente belooft dat het proces dit keer netjes zal verlopen, maar de boeren – zowel de vier die samenwerken als de buurman die de eerste aanbesteding won – zijn er niet gerust op.

In een gezamenlijke brief pleitten ze onlangs voor een ‘gebiedsregisseur’ die in de gaten houdt welke landbouwgrond in de buurt vrijkomt en bij welke boer die in de beste handen zou zijn. Gebeurt dat niet, dan vrezen ze ‘dat het aanbestedingsproces waarin boeren tegen elkaar worden uitgespeeld zich weer zou kunnen herhalen’.

Wie verpachten Nederlandse landbouwgrond?

Er wordt zo’n 740 duizend hectare landbouwgrond verpacht in Nederland: onder de pachtwet, erfpacht of informele pachtvormen. De verpachters zijn zowel particulieren als overheden.

Het Rijksvastgoedbedrijf verpacht zo’n 41 duizend hectare, de provincies samen ruim 20 duizend hectare, en gemeenten en waterschappen bij

elkaar naar schatting enkele tienduizenden hectares.

De grootste particuliere bezitter van landbouwgrond is verzekeraar ASR, met 45 duizend hectare. Ook andere financiële instellingen beleggen in agrarische grond. Particuliere verpachters zijn daarnaast adellijke families, kerkelijke stichtingen en beleggers. Tot slot verpachten boeren soms grond (tijdelijk) aan collega’s, en zijn er gestopte boeren die hun land aanhouden om te verpachten.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next