Home

Democratie doorleven vergt vereniging, vraagt lef om je te leren verplaatsen in een ander

is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.

Wij zijn ‘niet zo democratisch als we zelf denken’, aldus Beatrice de Graaf vorige week in NRC. Ik denk dat ze daarin gelijk heeft. Ze stelt: ‘democratie is niet alleen iets vinden voor jezélf. Burgerschap is dat je ook opkomt en inzet voor het collectief. Daar heb je oefening, kennis en training voor nodig. Mede daarvoor hebben we politieke partijen, vehikels om belangen te behartigen, aan verkiezingen mee te doen, partijprogramma’s te schrijven en op lokaal, regionaal en nationaal niveau bestuurders te kweken’.

Om verder ‘amateurisme’ te voorkomen moeten we volgens De Graaf politieke partijen professionaliseren. Het versterken van onze democratie kan volgens haar door ‘onze partijen professioneler, democratischer en transparanter te maken’.

Dit geluid hoor je vaker en klinkt vrij plausibel. Maar haar oplossing is exact ons probleem. Sterker nog, De Graaf personifieert hiermee het probleem van onze democratische cultuur. Een cultuur waarin we democratie niet betrekken op ‘het politieke’ maar verengen tot ‘de politiek’, een onderscheid van socioloog Pierre Rosanvallon. Namelijk als iets wat over parlementaire politiek moet gaan of moet afspelen binnen politieke partijen. Daarmee zijn we democratie vooral gaan zien als institutionele aangelegenheid en bovendien als doel op zichzelf, met politieke partijen als belangrijkste middel. Een pijnlijke misvatting.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De afgelopen weken zond de NTR de mooie documentaire Zonder ons, geen wij uit. Deze toont het onderzoek van de Amerikaanse socioloog Robert Putnam die zich al zijn hele leven afvraagt ‘hoe werkt democratie?’ Ook toen ik hem drie jaar geleden te gast had verdedigde hij zijn hoofdbevinding, dat een democratie alleen werkt op basis van voldoende sociaal kapitaal en burgerlijk vertrouwen. Dat doen mensen op in verenigingen waar ze met elkaar dingen doen.
Zonder die burgerlijke cultuur (civic culture en civil society) geen doorleefde democratie of rechtsstaat.

Met Putnams werk wordt het bovendien mogelijk om het accent van democratie te verleggen van een enge institutionele, naar een burgerlijke benadering. Want die burgerlijke cultuur vormt de kern van een open samenleving die een democratie voedt. En met het accent op die burgerlijke cultuur wordt niet democratie maar de open samenleving het belangrijkste doel waar een democratie aan kan bijdragen. En dat is wat anders dan democratie als doel schetsen met politieke partijen als middel. Dat getuigt van een wel erg instrumentele, technocratische en parlementaire democratie-opvatting.

Toegegeven, die burgerlijke cultuur kan niet zonder institutionele borging. Die wordt beschermd door bijvoorbeeld de vrijheid van vereniging, recht om te staken, demonstreren en procederen. En die bescherming is niet vanzelfsprekend. Zeker niet wanneer democratisch gekozen bewindspersonen nu openlijk het demonstratierecht aanvallen. Ook niet als wij democratie uit blijven besteden aan partijpolitici. En het helpt zeker niet als dit parlement nog langer accepteert dat de grootste politieke partij in de Tweede Kamer een vereniging zonder leden mag zijn. Want democratie is gedoe en kost moeite.

Dat doorleven vergt vereniging, vraagt lef om je te leren verplaatsen in een ander. Want het recht op mijn protest vandaag, kan morgen jouw plicht zijn. Dat vergt empathie en dat leer je door democratie te doen. En dat doen we nauwelijks meer. Want al jarenlang daalt het lidmaatschap van vereniging, vakbond en politieke partij.

Zodoende klopt het dat we ‘niet zo democratisch zijn als we zelf denken’. Echter is De Graafs partijpolitieke oplossing exact ons probleem. Het onderzoek van Putnam laat namelijk zien dat democratie doén, meer is dan politieke participatie. Het is zoveel meer dan het professionaliseren van politieke partijen. En het is veel meer dan het ‘transparanter maken’ van bestuur. Met die enge institutionele democratie-opvatting blijven we steken in een oude technocratische groef. De groef van democratie als ‘de politiek’. En de politiek als regelmachine.

Democratie en rechtsstaat zijn echter gegrondvest in het politieke, een niet-statelijke burgerlijke cultuur die doorleefd wordt in het maatschappelijk middenveld. Daaruit kan eventueel partijpolitiek ontstaan.

Zodoende is niet de grootste uitdaging om onze partijpolitiek te professionaliseren maar om onze democratie beter te vermaatschappelijken. Met het reduceren van de open samenleving tot democratie en democratie tot partijpolitiek, blijft democratie een technocratisch en verstatelijkt idee. Dat presenteren als oplossing is volgens mij exact ons probleem. Want daarin staat De Graaf niet alleen. Een teken aan de wand.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next