Jonge voetballers die worden gescout door een topclub, wonen niet altijd in de buurt. Een gastgezin is dan een oplossing. ‘De Volkskrant’ spreekt drie gezinnen en de spelers die bij ze in wonen. ‘Je moet elkaar echt leren kennen.’
Het is de grote droom van veel kinderen die op voetbal zitten dat ze na een wedstrijd – vroeg op zaterdagochtend op een hobbelig, halfbevroren veld – te horen krijgen dat ze zijn opgevallen bij een scout. Om vervolgens de overstap te maken naar de jeugdopleiding van een topclub en daar te strijden voor een carrière als profvoetballer.
Maar wat als die club zich aan de andere kant van het land bevindt of zelfs in het buitenland? Hoe jaag je die voetbaldroom dan na? Om jeugdspelers een zo aangenaam mogelijke tijd te bieden maken veel clubs gebruik van gastgezinnen. Families die dicht bij de club wonen en ruimte en zin hebben om een jonge voetballer een tweede thuis te bieden.
Memphis Depay trok op zijn 12de als jeugdspeler van PSV in bij een gezin in Eindhoven, Christian Eriksen woonde meerdere jaren in een Ajax-gastgezin in Almere Buiten. Ook jongens als Hakim Ziyech en Toby Alderweireld vonden in gastgezinnen de rust en stabiliteit die ze nodig hadden om zich optimaal te ontwikkelen.
Vooral clubs die door het hele land en in het buitenland scouten – Ajax, PSV, Feyenoord, FC Utrecht, AZ, Heerenveen, en de gecombineerde opleiding van FC Twente en Heracles Almelo – maken dankbaar gebruik van de diensten van gastgezinnen. Sommige spelers blijven een paar maanden, anderen wonen jaren in bij hetzelfde gezin. De gastouders krijgen een vergoeding voor de maandelijkse kosten voor het levensonderhoud van de spelers, maar er komt een stuk meer bij kijken dan maaltijden en een bed.
Bij de clubs betrokken bij dit verhaal – Ajax, PSV en FC Twente-Heracles Almelo – zitten in totaal ruim zestig spelers uit binnen- en buitenland van tussen de 12 en 21 jaar, verdeeld over 47 gastgezinnen.
Gastgezin: Sandra en Peter Mens, dochter Valerie
Woonplaats: Amsterdam
Op de bovenste verdieping van een statig pand in de Amsterdamse buurt Watergraafsmeer stapt Dies Janse zijn kamer binnen, pakt een dartpijl en gooit. Net geen triple twintig. Zijn huisgenoot en mede-Ajacied Tijn Peters kijkt toe en verbaast zich erover hoe opgeruimd de kamer is. ‘Normaal is dit héél anders’, zegt hij lachend. Naast het dartbord verklappen een groen-geel bordje van John Deere en een boerinnenkalender – nog op februari, die vindt Dies het knapst – het landelijke hart van de jonge Ajax-1 speler. Centraal aan de muur hangt het ingelijste shirt van Oranje Onder-17.
De kamer van Peters is bijna militair netjes opgeruimd. Minstens twintig paar schoenen van Adidas, sinds vijf jaar zijn sponsor, staan keurig opgesteld. Het biologieboek voor vwo 6, dat hij de afgelopen tijd niet al te vaak heeft opengeslagen, ligt klaar. Vorig jaar brak hij net voor zijn examens tijdens een training zijn sleutelbeen. Hij doet dit jaar herexamen.
Twee verdiepingen lager zitten Sandra en Peter Mens met hun jongste dochter Valerie aan de eettafel. Hier ontmoette het gezin, inmiddels vijf jaar geleden, de twee jochies die bij Ajax tot dan toe de grootste stap in hun voetbalcarrière gingen zetten.
Toen Valerie als laatste van de drie kinderen uit huis ging, besloten Sandra en Peter studenten in huis te nemen. Het leek ze zonde om de ruimte in huis niet te benutten. In 2020 kwam Valerie op LinkedIn een bericht van Ajax tegen. De club zocht nieuwe gastgezinnen voor spelers. Feestende studenten hadden Peter en Sandra inmiddels wel gezien, dus ze schreven een brief om zichzelf te introduceren.
‘Op een zaterdagochtend kwamen ze langs met hun ouders en mensen van de club’, vertelt Sandra. ‘Ik had de tafel vol gelegd met snoep, maar met mensen van Ajax erbij raakten ze dat echt niet aan’, lacht ze. ‘Gelukkig had Valerie op het laatste moment frambozen en aardbeien gehaald.’
Tijn en Dies waren net opgenomen in de jeugdopleiding van Ajax en kwamen over van respectievelijk FC Twente en Sparta. Een week voor de verhuizing hoorden de jongens dat ze met elkaar in een huis zouden komen. ‘Het was een bizar grote stap, op je 14de vanuit Goes en Oldenzaal naar Amsterdam, zonder je ouders’, zegt Dies. De jongens hadden aangegeven graag landelijk te willen wonen. ‘Ze hadden geen idee waar ze terecht zouden komen’, zegt Valerie, die vlak bij haar ouders woont en de jongens vanaf het eerste moment bijna elke dag ziet.
De belangrijkste taak als gastgezin is volgens de familie om een warme omgeving te creëren. ‘In het begin zit het ’m in hele kleine dingetjes. Moet je na het eten helpen met afruimen, wat doe je als je iets echt niet lekker vindt’, zegt Sandra. ‘Je moet elkaar echt leren kennen en het punt bereiken dat je zo veel mogelijk durft te zeggen en te vragen.’
De jongens verhuisden naar Amsterdam tijdens de coronapandemie en waren veel thuis. In die eerste periode speelden de gezinsleden veel potjes Catan. Zodra er meer vrijheid ontstond, gingen ze naar de dierentuin, bootje varen, Ajax kijken in het lokale café, naar het strand en de kermis. Niet alleen voor de gezelligheid, maar ook om de jongens wat afleiding van voetbal te geven.
‘Je traint en speelt wedstrijden op de club en gaat naar school op de club’, vertelt Tijn. ‘Vooral die eerste jaren waren het echt lange dagen, dus dan was er helemaal geen kans om buiten de club sociale contacten te maken.’ Een patroon van voetbal, naar huis, gamen, eten en slapen lag op de loer. ‘We wilden ze ook echt een leven geven naast het voetbal’, zegt Valerie. ‘Want stel, je haalt de top uiteindelijk niet, dan wil je wel geleefd hebben.’
Vooral Tijn vond de overstap van Oldenzaal naar Amsterdam niet makkelijk. Perfectionisme over zijn spel, het willen voldoen aan andermans verwachtingen en omgaan met uitgesproken teamgenoten en trainers, vielen hem zwaar. In het begin besprak hij alles vooral met Dies. ‘Je gastgezin, dat zijn toch onbekende mensen, en dan voelt het intens om alles te vertellen’, zegt Tijn. ‘Maar op een gegeven moment kon ik het echt niet meer inhouden. Toen ik het uiteindelijk wel deelde, voelde dat meteen heel veilig en ik denk dat daardoor de band met mijn gastouders een stuk hechter werd.’
De grote mate waarin de eigen families van Dies en Tijn betrokken zijn bij het gezinsleven in Amsterdam is ook een belangrijk aspect van het plezier waarmee het gezin en de jongens al vijf jaar samenwonen. De moeder van Dies past vaak op het huis als Peter en Sandra op vakantie gaan. Binnenkort komt zelfs de opa van Tijn logeren. ‘We hebben carnaval gevierd in Oldenzaal en vlak bij Dies’ familie op de camping gestaan. Kerst, verjaardagen en nieuwe contracten vieren we ook altijd samen’, aldus Valerie.
Binnenkort gaat Dies misschien op zichzelf wonen. De behoefte om naar de Amsterdamse Zuidas te verhuizen, zoals veel van zijn teamgenoten, voelt hij totaal niet. ‘Ik wil gewoon in deze buurt blijven’, zegt hij. ‘Zodat hij wel elke dag kan blijven eten’, vult Valerie aan.
Gastgezin: Nicole en Richard Oosterbroek, dochter Mirne en zoon Stijn
Woonplaats: Enschede
Aan de voorgevel van het huis van de familie Oosterbroek wappert de vlag ter ere van het 700-jarig bestaan van hún stad: Enschede. Echte Tukkers zijn ze. En als dat voor het gezin Oosterbroek ergens mee gepaard gaat, is dat wel hart voor FC Twente. Nicole gaf zestien jaar lang leiding aan een groep verstandelijk beperkte supporters die klussen verricht in het stadion. Richard is scout bij de FC Twente/Heracles Academie, de gezamenlijke jeugdopleiding van FC Twente en Heracles Almelo.
Op een grote hoekbank onder een overkapping in de tuin zit Kian, tussen Stijn en Mirne. Op het televisiescherm boven hun hoofden staat het potje Fifa dat ze speelden nog aan. Bijna een jaar woont Kian, die verhuisde vanuit Nordhorn, net over de Duitse grens, inmiddels bij de familie Oosterbroek. Hij is de derde jeugdspeler uit de Twente-Heracles Academie die bij het gezin introk.
‘We overwogen in eerste instantie om pleeggezin te worden bij jeugdzorg’, vertelt Nicole. ‘Maar toen kwam ik er via mijn werk bij Twente achter dat de club gastgezinnen zocht en hebben we dat geprobeerd. Eerst een oudere jongen voor een half jaar en vervolgens kwam Yaid Marhoum. Hij heeft hier vier jaar gewoond en speelt inmiddels voor Jong Sparta.’
Kian vertelt – met licht Duits accent – dat hij op zijn 10de al opviel bij scouts van de Twente-Heracles Academie. ‘Ik trainde in het weekend met andere Duitse jongens extra in Nederland, bij de Twentsche Voetbalschool. Daar hebben ze me bij een toernooi gescout.’
De overgang was flink voor Kian en zijn familie. Toen hij nog thuis woonde, combineerde hij trainingen in Hengelo met school in Enschede. ‘Ik moest meer dan anderhalf uur reizen van thuis naar het trainingscomplex, dan naar school in Enschede en kwam ’s avonds laat weer thuis’, zegt Kian. ‘Als ik vrije tijd had, probeerde ik te leren in de kantine, maar ik kon bijna nooit tussendoor iets met vrienden doen of even naar huis toe.’
Samen besloten ze dat een gastgezin in Nederland beter zou zijn. ‘Dat was best moeilijk, maar ik wilde het ook zelf’, zegt Kian. ‘Een gezinsleven is zo’n belangrijke voorwaarde voor het succes van die jonge spelers’, zegt Nicole. ‘We merkten in het begin dat Kian erg gewend was geraakt aan dingen alleen doen, wat ook logisch was door al het reizen in zijn eentje.’
Richard ziet als scout hoe belangrijk rust en structuur zijn. ‘Die jongens maken echt heel lange dagen, laat staan als je dan ook nog elke dag uren moet reizen. Nu kan hij even gaan slapen na een zware training, of met onze zoon Stijn en zijn vrienden een beetje lol trappen in de stad. Juist op deze leeftijd is dat heel belangrijk.’
Voetbal is binnen het gezin een belangrijk onderwerp van gesprek. Hoe Kian voetbalt, komt minder vaak ter sprake. Tenzij hij zelf met vragen komt of zijn zorgen wil uiten. ‘Als scout vind ik het natuurlijk interessant om te horen wat hij op de training doet, maar ik ga hem niet vertellen wat hij beter moet doen’, zegt Richard. ‘Het moet allemaal niet geforceerd zijn’, aldus Nicole. ‘Laatst stonden we met alle Nederlandse grootouders langs de lijn bij een wedstrijd van Kian. Dat was hartstikke leuk.’
Een bepaalde mate van druk ervaart de jonge middenvelder wekelijks. De spannendste momenten in het jaar zijn de zogenoemde stoplichtmomenten. ‘Dan kun je een rood, oranje of groen licht krijgen als beoordeling van je ontwikkeling’, vertelt Kian. ‘Bij rood wordt het heel lastig om door te gaan, bij oranje moet je veel verbeteren en groen is goed. Twee keer per jaar horen we dat en bij de derde keer of we bij de club mogen blijven.’
‘Gelukkig lijkt Kian tot nu toe heel weinig last te hebben van die druk. Toch?’, vraagt Nicole. Kian knikt gelaten. ‘Maar’, aldus Nicole, ‘het is wel een gek idee dat het opeens klaar kan zijn en dat hij dan weg moet. Tegelijkertijd hebben we met de jongens die hier voor Kian woonden nog goed contact.’
In principe mag Kian tot zijn 21ste bij de familie Oosterbroek blijven wonen. Dan is het gebruikelijk dat een speler op zichzelf gaat wonen. Tot die tijd draait hij volledig mee in het Twentse gezinsleven. ‘We hebben Kian laatst meegenomen naar Tukker FM, een groot tentfeest. Een beetje inburgering hoort er toch bij’, zegt Mirne lachend. ‘Bier gooien, de Twentse volkszanger Jannes was er, echt Tukkers’, aldus Richard. Kian grijnst. ‘Ja, dat was echt bijzonder. Echt Nederlands.’
‘Maar het mooiste moment vond ik toch toen Kian tijdens het avondeten een keer vroeg: ‘Waarom hebben wij eigenlijk geen hond?’’, zegt Nicole. ‘Dat liet voor mij zien dat hij zich hier echt thuis voelt.’ En Kians vraag werd snel beantwoord, met een puppy die naast de voeten van de jonge voetballer ligt.
Club: PSV Eindhoven
Gastgezin: Eveline van den Heuvel en Marco Bos, dochters Yara en Bo
Terwijl Marco in de keuken thee zet, nemen Eveline, Yara en Sven plaats aan de grote houten eettafel. De sfeer in huis is, net als in de rest van Eindhoven en omstreken, uitstekend. Aartsconcurrent Ajax heeft de avond ervoor gelijkgespeeld in Groningen en opeens maakt hun club, PSV, weer de grootste kans op het kampioenschap. Marco is supporter van het eerste uur, Sven kijkt ernaar uit om ooit zelf op de platte kar door Eindhoven te gaan.
De 19-jarige Sven maakte vijf jaar geleden de overstap van Quick Boys naar PSV en verhuisde al snel van Katwijk naar Eindhoven. Inmiddels woont hij drieënhalf jaar bij de familie Bos. ‘Hij is onze zesde alweer’, zegt Eveline. ‘We zijn tien jaar geleden begonnen als gastgezin, dus inmiddels zijn we wel door de wol geverfd, ja. Maar ze blijven niet allemaal zo lang.’
Eveline dacht er al langer aan om naast hun tweeling nog een extra kind in huis te nemen. Ze hadden een kamer over en overwogen zich aan te melden als opvanglocatie voor de crisisdienst. ‘Uiteindelijk leek dat ons toch iets te veel vanwege alle instanties waarmee je te maken krijgt, maar al snel kwam die brief van PSV door de bus.’
De club benaderde alle seizoenkaarthouders, onder wie Marco, met de vraag of ze ervoor zouden openstaan om gastgezin te worden voor jonge spelers van de club. De brief gooide hij bij het oud papier. ‘Terwijl ze nog wel zo zochten naar mensen die ‘PSV-minded’ waren’, zegt Eveline, die het toch wel een interessant idee vond. Marco: ‘Toen hebben we een mail naar de club gestuurd en de volgende dag zat hier iemand van de jeugdopleiding om alles met ons door te nemen.’
Bij de vijf andere jongens verliep de kennismaking via de ouders en iemand van de club. Bij Sven ging dat net even anders. ‘Vanwege een verbouwing moest ik na anderhalf jaar weg bij het vorige gastgezin en zocht ik nieuw onderdak’, zegt hij. ‘Ik kon niet gelijk iets vinden, dus ik heb nog wel een paar maanden op en neer gereisd tussen Katwijk en Eindhoven, totdat ik bij Marco en Eveline langsging.’
‘Een vriend uit zijn team woonde toen bij ons en heeft hem een keer mee naar huis genomen, om te kijken of hij hier kon komen wonen’, zegt Eveline. ‘Ze hadden het al helemaal zelf geregeld, die twee. Hij plofte neer op de bank en het was meteen goed.’
‘Die eerste maanden sliep hij op een matrasje op de grond en pas veel later zijn Svens ouders hier ook een keer langsgekomen’, vertelt Marco.
Inmiddels speelt Sven de meeste van zijn wedstrijden in Jong PSV. Hij had afgelopen seizoen voor het eerst te maken met langdurig blessureleed en stond ongeveer vijf maanden aan de kant. Nu hij een eigen auto heeft, gaat hij vaker doordeweeks naar Katwijk. Maar zeker de helft van de week is hij nog bij de familie Bos.
Eveline meent dat je als gastgezin vooral heel flexibel moet zijn. ‘Zeker weten’, zegt Sven. ‘Mensen associëren topsport vaak met veel structuur en regelmaat, maar alles verandert constant en vaak op het laatste moment. De ene dag train je met dit team mee en dan hoor je opeens weer dat je morgen toch in een ander team speelt.’
Naast flexibiliteit zien Eveline en Marco het contact met ouders als een belangrijk aspect van hun rol als gastgezin. Ze zien de ouders van Sven twee tot drie keer per jaar, bij een wedstrijd of om samen te eten. ‘Ouders vertrouwen toch hun kind, het dierbaarste wat ze hebben, toe aan een omgeving waar ze zelf niet dagelijks zijn. En dat op een vrij jonge leeftijd’, zegt Eveline.
Marco geeft aan dat de mate van contact met ouders ook afhangt van de leeftijd van de speler. De jongste jongen die bij hen introk was 12 jaar oud en begon net op de middelbare school. ‘Hij had bijvoorbeeld voor het eerst te maken met proefwerken. Dat was best wel zoeken naar onze rol als gastouders om hem daarin te begeleiden.’
Volgens Eveline is Sven volwassen geboren. Heel stabiel en nuchter. ‘Maar dan nog vond ik die schooljaren echt heftig, voor alle jongens.’ Zondag een nacht thuis slapen en maandagochtend vroeg vanuit Katwijk naar school in Eindhoven. Om half 7 thuiskomen van training en dan al het huiswerk moeten maken. Sven: ‘Op dat soort dagen was ik twaalf uur van huis. Natuurlijk dacht ik soms op regenachtige winterdagen: laat ik gewoon de trein pakken richting Katwijk, dat hoort erbij. Maar gelukkig had ik een gastgezin waar ik me goed voelde. Dat is zeker geen gegeven.’
‘We doen eigenlijk weinig bijzonders om die jongens zich thuis te laten voelen’, vertelt Eveline. ‘Af en toe bowlen of minigolf, maar Sven heeft een hekel aan spelletjes.’ Het belangrijkste is volgens Marco dat de jongens niet meteen als ze binnenkomen naar hun kamer gaan. ‘Dan weten we dat het niet goed zit. We eten ’s avonds altijd samen en dan gaat het echt over van alles.’ Yara: ‘Van nepnagels tot sportkleding en plannen voor het weekend.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant