De uitgever vertelde dat hij een nieuwe hobby had: vasten. Ik had al gedacht: wat ziet hij er broodmager uit. Hij vertelde dat hij er van de ene op de andere dag mee kon beginnen en het drie weken kon volhouden. De rest van het gezin had er geen last van. Hij kon koken en vasten tegelijk.
We zaten in een Italiaans restaurant op loopafstand van mijn New Yorkse appartement. Even dacht ik dat hij kon eten en vasten tegelijk, want tussen het praten zette hij zijn tanden met relatief veel smaak in een stukje kalfsvlees, maar toen legde hij uit dat reizen en vasten geen goede combinatie was.
Vasten deed je het beste thuis. De hongerkunstenaar was herrezen, maar misschien moeten we niet naar Kafka verwijzen, laten we het over bodypositivity hebben. We hebben geen lichamen, we zijn lichamen. Toch geselen we onze lichamen met de laatste wellust. Feitelijk geselen we het zijn.
Aan Heidegger dacht ik in het restaurant niet, want een paar tafels verderop werd een hond onwel. Het was een diervriendelijk etablissement. Het probleem werd discreet opgelost, een ober ruimde de hondenkots op alsof hij dat dankbaarder werk vond dan eten brengen en tafels afruimen. Misschien was dat ook zo.
Of hij vreesde deportatie. Al las ik in een respectabel dagblad dat Biden gemiddeld meer illegalen had laten deporteren dan Trump, maar Biden deed het discreet en Trump wat minder. Discretie en spektakel, dat gaat slecht samen.
We dronken nog wat op een dakterras. De avond was zwoel, de lichamen goed geconserveerd en de uitgever sprak verhelderend over de impasse van de literatuur.
‘Alleen draken verkopen nog goed’, zei hij.
‘De draak zal ons redden’, zei ik. Omdat hem dat niet leek op te vrolijken voegde ik eraan toe: ‘De draak is voor ons gestorven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns