Hoe breng je jongeren dichter bij de politiek? In Den Haag ontdekken vmbo-leerlingen uit Ter Apel spelenderwijs hoe de democratie werkt – en merken ze dat politieke keuzes veel invloed hebben op hun leven. ‘Als ik kon, zou ik voor Geertje stemmen.’
‘Wie zijn al deze mensen in pakken? Werken die hier?’ De derdejaars vmbo-leerlingen van RSG Ter Apel wijzen nieuwsgierig naar de Haagse politici die via de roltrap opduiken in het Tweede Kamergebouw. ‘Die man lijkt wel heel erg op mijn oom’, merkt een van hen op als de klas CDA-fractievoorzitter Henri Bontenbal passeert. Ze herkennen hem niet.
De democratie, die normaal zo ver weg lijkt, wordt tijdens het burgerschapsprogramma van voorlichtings- en bezoekerscentrum ProDemos ineens tastbaar. De leerlingen uit Ter Apel behoren tot de 104 duizend scholieren en studenten per jaar die via Prodemos, ook bekend van de Stemwijzer, een dag komen kennismaken met de landelijke politiek.
Dat is hard nodig, want uit een recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat de steun voor de democratie onder jongeren daalt. Onder praktisch geschoolden is de politieke betrokkenheid nog lager, al zijn ze doorgaans wel positief over het democratische systeem.
‘Ik weet echt helemaal niks van politiek’, klinkt het eerlijk in het lokaal, waar op elke stoel een rood keycord met toegangspas klaarligt tot politiek Den Haag. Slechts een paar leerlingen steken voorzichtig hun vinger op als de begeleider vraagt wie de politiek volgt.
Toch lijken de leerlingen meer over politiek te weten dan ze dachten. Wie is de premier? Hoeveel zetels telt de Tweede Kamer? Wat zijn de traditioneel grote partijen? Doordat er wordt samengewerkt, volgen de antwoorden verrassend vlot.
In gesprek met elkaar leggen de leerlingen de eerste verbanden tussen de politiek en hun eigen leven. Ze noemen onderwerpen als de leerplicht, de belasting over hun bijbaantje en de asielproblematiek in hun woonplaats Ter Apel. Benthe (16) en Hayley (15) vertellen over overlast, maar ze wijzen niet met de vinger naar ‘Den Haag’. ‘Ik voel me zeker niet in de steek gelaten’, zegt Benthe. Naomi (15) vult aan: ‘Ik vind het ook goed dat er bij ons een opvangcentrum is voor mensen die het echt nodig hebben.’
Bij veel jongens heerst wél het gevoel dat de politiek daar iets aan kan doen. Maar hoewel onder hen de steun voor de democratie volgens het UvA-onderzoek doorgaans minder is dan bij meisjes, vinden ook zij hun stemrecht belangrijk. ‘Als ik kon, zou ik voor Geertje stemmen’, zegt Daimen (14). Hij zag tijdens zijn snuffelstage bij de Internationale Schakelklas (ISK) dat er ‘echt wel goeie’ statushouders zijn die zijn gevlucht vanwege oorlog. ‘Maar er zijn ook genoeg gelukzoekers die overlast veroorzaken. Wilders zegt dingen waar ik achter sta.’
Om te ervaren hoe het politieke proces werkt, kruipen de leerlingen in de huid van politici. In kleurgroepjes doorlopen ze via een ‘wie-wat-wet-quiz’ de vijf stappen van een wetsvoorstel. Hoe breng je een probleem onder de aandacht? Hoe zet je dit als minister op de politieke agenda? Hoe krijg je steun in de Eerste en Tweede Kamer? En wat doet de koning?
In een nagebouwde Tweede Kamer met tachtig zetels voeren de leerlingen vervolgens een fel debat, vandaag over het al dan niet gratis maken van openbaar vervoer. Elk kleurgroepje vormt zijn eigen partij en levert een ‘secretaris’ die stemt, een ‘woordvoerder’ die toelicht en een ‘fractievoorzitter’ die het partijstandpunt verdedigt.
‘Ik dacht altijd dat mensen alleen gekozen werden, ik wist niet dat er ook heel veel overlegd en gesproken moest worden’, merkt Naomi op. Haar partij, paars, zoekt om economische redenen naar een gulden middenweg met alleen gratis dienstverlening voor ‘mensen die het minder breed hebben’. ‘Ik kan me niet voorstellen dat ook maar iemand op ons zou stemmen’, moppert Michiel (15) vanaf de achterste rij. Zijn partij is vanwege de hoge kosten tegen gratis ov, al druist die beslissing tegen zijn gevoel in.
Het debat laat zien hoe complex politieke keuzes kunnen zijn als verstand en gevoel botsen. ‘Ik durfde echt niet, maar ik moest wel’, zegt Hayley nadat haar plan ov gratis te maken als alternatief voor fossiele brandstof kan rekenen op luid geroffel vanuit de zaal.
Andere partijen pleiten voor gratis ov omdat jongeren dan makkelijker en veiliger naar de kroeg kunnen, omdat dat goed is voor de horeca en de economie. Zo worden de leerlingen zich steeds bewuster van maatschappelijke vraagstukken als klimaat, economie en veiligheid.
In de middag volgen de leerlingen de ‘grondwetloop’ – een gps-tocht met vragen door het Buitenhof – die langs allerlei overheidsinstanties voert. Ze eindigen in het Tweede Kamergebouw, het hoogtepunt van de dag.
Van achter het glas kijken de leerlingen geboeid naar het echte politieke debat in de plenaire zaal, waar ze alle lessen van die dag in praktijk gebracht zien worden. ‘Dit inspireert mij heel erg’, zegt Raquel (15) over de volksvertegenwoordigers die debatteren over verwarde personen. ‘Dat komt omdat ik later graag advocaat wil worden om vluchtelingen te helpen.’
Toch is de politieke ambitie onder jongeren in het algemeen laag, ongeacht hun achtergrond, blijkt uit een gezamenlijk rapport van ProDemos, Binnenlandse Zaken en de UvA. Veel praktisch geschoolden voelen zich niet klaar voor een rol in de politiek. ‘Dat is sowieso niks voor mij’, zegt Luna (15) stellig. Hayley knikt, maar sluit niet uit ooit de politiek in te gaan ‘om de overlast in ons dorp te verminderen’.
Het politieke bewustzijn groeit dus voorzichtig, maar de twijfels blijven. ‘Ik zou het best willen’, zegt Daimen, ‘maar je moet het wel samen doen met mensen die er heel anders over denken.’ Ook Naomi heeft wel wat opgestoken. ‘Ik dacht eerst: ja, wat boeit mij politiek nou? Maar het is toch wel groter en interessanter dan je denkt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant