Religieuze staten zoals Israël en Saudi-Arabië zijn niet alleen mensonterend en ondemocratisch, maar ook een recept voor conflict, betoogt Nora Azarkan.
Ik ben 55 jaar oud en heb nog nooit echte rust gekend in het Midden-Oosten. Altijd is er geweld, oorlog, bloedvergieten. Wie naar de fundamenten kijkt van sommige staten in die regio, ziet waarom: religie als basis voor politieke macht leidt zelden tot vrede. Zowel Iran als Israël zijn voorbeelden van landen die op religieuze grondslag zijn gebouwd. Dat is precies het probleem.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Israël opgericht als toevluchtsoord voor Joden. Begrijpelijk, na eeuwenlange vervolging en de gruwelen van de Holocaust. Maar het middel is, naar mijn mening, erger gebleken dan het beoogde doel. Een religieus gemotiveerde staat stichten in een regio waar al mensen woonden, onder het motto van ‘het beloofde land’, heeft geleid tot een permanent conflict. Palestijnen verloren hun thuis. Joden kregen veiligheid beloofd, maar leven sindsdien in voortdurende dreiging. Wat als veilige haven bedoeld was, is uitgegroeid tot een plek waar veiligheid zelden bestaat.
Over de auteur
Nora Azarkan is bestuurder binnen het sociaal domein en voormalig Statenlid voor de PvdA in Flevoland.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Israël wordt vaak omschreven als ‘de enige democratie in het Midden-Oosten’. Maar wat betekent democratie als rechten en plichten ongelijk verdeeld zijn, als miljoenen mensen onder bezetting leven zonder stem of bescherming? Voor mij is dat geen democratie in de volle zin van het woord. Democratie vereist gelijkheid, niet alleen voor wie tot een bepaalde groep behoort, maar voor álle inwoners en betrokkenen.
Tegelijk zie ik een diepgewortelde hypocrisie bij westerse landen. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, stonden de media, de Navo en de EU op scherp. Terecht. Maar wanneer Israël Iran aanvalt of al decennialang het Palestijnse volk onderdrukt, blijft het vaak angstvallig stil. Sterker nog: Israël krijgt politieke en militaire steun. Het Westen stelt zich op als moreel leider, maar verliest geloofwaardigheid door deze selectieve verontwaardiging. Die dubbele standaard is niet alleen wrang, maar ook gevaarlijk: het ondermijnt de internationale rechtsorde.
Dit is geen eenzijdige aanklacht. Ook Iran is een voorbeeld van hoe religieus fundamentalisme leidt tot onderdrukking. Sinds de Islamitische Revolutie van 1979 is Iran een theocratie waarin geestelijke leiders boven de democratisch gekozen instanties staan. Vrije verkiezingen bestaan er slechts op papier. Kandidaten worden voorgeselecteerd door een religieuze raad. Andersdenkenden, vrouwen, lhbti-personen en activisten worden systematisch onderdrukt, gevangengezet of zelfs geëxecuteerd. De protesten van jonge Iraniërs, vooral vrouwen, worden keer op keer beantwoord met brute repressie. Iran toont hoe religieuze macht niet alleen ondemocratisch is, maar ook diep mensonterend kan uitpakken.
Mijn bezwaar is principieel: ik verzet me tegen elke staatsvorm waarin religie een bepalende rol speelt bij burgerschap, rechten of sociale orde. In landen als Iran en Saudi-Arabië leidt dat tot openlijke theocratie. Israël mag dan seculier zijn in zijn betoog, de invloed van religieuze identiteit op rechten en kansen is onmiskenbaar. Ook daar speelt religie een fundamentele rol bij de toegang tot burgerschap, huwelijkswetten en de manier waarop bevolkingsgroepen van elkaar worden onderscheiden.
En dan nog iets wat me al jaren steekt: telkens als iemand kritiek uit op Israël, volgt direct de reflex om te zeggen: ‘Maar ik bedoel niet Joden.’ Waarom is dat nodig? Als ik Iran bekritiseer, vraagt niemand of ik iets tegen moslims heb. Als ik het Amerikaanse beleid veroordeel, word ik niet weggezet als anti-Amerikaans. Mijn woorden zijn helder: mijn kritiek richt zich op staten en machtsstructuren, niet op gelovigen. De verwarring tussen politieke analyse en haat is geen fout van de spreker, maar van een debatklimaat waarin kritische geluiden stelselmatig verdacht worden gemaakt.
Wat de situatie nog zorgwekkender maakt, is de bredere geopolitieke context. Donald Trump is opnieuw president van de Verenigde Staten. Daarmee is de internationale rechtsorde overgeleverd aan een man die zich niets aantrekt van verdragen, mensenrechten of diplomatie. In plaats van leiderschap op basis van waarden, voert nu een aandeelhouder het woord, één die gelooft in de wet van de sterkste.
En Europa? Europa is moreel verlamd. Verdeeld, besluiteloos en bang voor zijn eigen schaduw. Het lukt de Europese Unie niet om een duidelijke stem te laten horen, laat staan om gezamenlijk op te treden. Terwijl extreemrechts oprukt en populistische partijen steeds meer invloed krijgen, verdwijnt het morele kompas. De waarden die ooit de kern vormden van het Europese project (vrede, mensenrechten, democratie) worden verdrongen door electorale angst en pragmatisme.
Als we niets doen, verliezen we niet alleen onze invloed in wereld, maar ook onze geloofwaardigheid. Dan worden waarden slogans, en blijft structureel onrecht bestaan, afhankelijk van wie het pleegt en wie het ondergaat.
Ik pleit daarom voor een nieuwe helderheid: laat ons de moed hebben om elke staat te beoordelen op zijn daden. Niet op zijn geschiedenis, religie of bondgenootschap. Alleen dan kunnen we bouwen aan een wereld waarin recht en vrede werkelijk voor iedereen gelden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant