Japke-d. denkt mee Bladblazers, telefoneren op de speaker en muziek in restaurants: lawaai is tegenwoordig overal. Maar er is hoop. Eerder deze maand dienden collega’s van DPG een petitie in tegen muziek op hun kantoortoilet. „Over 100 jaar zullen we hen eren als vrijheidsstrijders”, schrijft Japke-d. Bouma.
Vroeger, als je op straat liep, moest je echt je best doen om iets te hóren. Een zingende merel, een kar die ratelde op de keien, een hond in de verte, een bouwvakker die floot, een scheetje van een meneer op het perron – dat was het wel zo’n beetje.
Nu wordt er, zodra je je deur uit stapt, een muur van geluid over je uitgestort. Schreeuwende kinderen die zich van hun ouders „moeten kunnen uiten”. Telefonerende idioten met de speaker op standje kernoorlog. Dreunende bassen in de spijkerbroekenwinkel – „HEBBEN JULLIE LENGTEMAAT 34???” Pompende techno in de kroeg, de terreur van Arbeidsvitaminen op het werk, godbetert.
En dan heb ik het nog niet eens over bladblazers. Of keiharde muziek in de mammografiebus, zo schreef een lezeres laatst: „om het geluid uit de behandelruimte te overstemmen” (denk daar maar eens over na). Fakkin’ ghettoblasters op de Veluwe. Schuurmachines.
En, uiteraard, de muziek in de Appie. Katy Perry die in je oor staat te schetteren als je moet kiezen tussen pandanrijst en jasmijn – mijn uitgever komt daardoor altijd met de verkeerde thuis schreef hij laatst, áls hij al thuiskomt – de hel is het geluid van anderen.
Ik kreeg een mail van ‘Bart en Catelijne’ (achternaam hier bekend), geschreven vanuit een café-restaurant waar „zoals zo vaak in de horeca, weer eens vervelende, storende en volgens ons totaal zinloze muziek op de achtergrond te horen is”. Wie wil dit, schreven ze. „Wie geniet hiervan? Moeten we de geluidsdrek gelaten over ons heen laten gaan, of moeten we soortgenoten zoeken en in opstand komen?”
Goeie vraag. Ik had ze bijna geadviseerd om hun lot maar te accepteren.
Tot 5 juni. Ik zal de dag nooit vergeten. Toen las ik bij Villamedia dat collega’s van DPG, het concern dat kranten en tijdschriften uitgeeft als Trouw, Libelle en de Volkskrant, een petitie hadden ingediend tegen de muziek op de wc’s op hun nieuwe kantoor.
Daar jengelen sinds de opening namelijk radiozenders QMusic en rockballadzender Joe uit de luidsprekers . Probeer je dat eens voor te stellen. Muziek op het kantoortoilet.
De enige plek ter wereld zo’n beetje, waar nog stilte is. Het laatste bastion van rust. De enige plek waar je even kon ontsnappen aan de ‘scrum master’, de kwartaalmeeting, dodelijke powerpoints, of de collega die ineens je baas is geworden. Waar je in foetushouding kon bijkomen met je hoofd tegen de rol.
En daar nu dus Marieke en Mattie. Raden wat het geluid is. En ‘Africa’ van Toto voor de miljoenste keer. Huilen. Leed. Onrecht.
Tot 5 juni dus. De dag die de annalen in zal gaan als de dag dat er eindelijk eens een streep werd getrokken tegen de geluidsterreur. De dag dat er een moedig Gallisch dorpje opstond tegen de bezetter en eiste: tot hier en niet verder, stelletje rukkers.
Sterker nog. Ik voorspel dat 5 juni 2025 over 100 jaar wereldwijd met kransen en toespraken herdacht zal worden als de dag dat de aftakeling van onze beschaving een halt werd toegeroepen. Als de dag dat de stilte terugvocht.
Lieve mensen – en ik richt me nu ook even tot Bart en Catelijne: ik weet dat we in onzekere, grimmige tijden leven, maar de moedige strijders van DPG brachten de hoop weer terug.
Nu alleen nog even die petitie aannemen, modderfokkers.
Heb je een vraag van de week, taboe, of ‘kwestie’ voor deze rubriek? Mail dan naar japkeddenktmee@nrc.nl
Laatst kreeg ik een vraag van een lezer via Twitter. Hij had in een natuurgebied een bord zien staan met omgangsregels, waarvan er eentje luidde: „Groet elkaar vriendelijk.” Moet dat?, vroeg hij zich af. Moet je iedereen groeten? En moet dat alleen in natuurgebieden? Daar moest ik even over nadenken.
Ik denk dat hoe verlatener een (natuur)gebied is, hoe eerder je iemand groet. Tenzij je een vrouw bent. Dan groet je vriendelijk, maar zwaai je daarna wel nadrukkelijk met een grote zeis. Voor de zekerheid.
In stedelijk Nederland knik je naar iedereen op straat; behalve in Den Haag en bepaalde delen van Amsterdam – daar groet je niemand, zo vertelde een insider me. In Groningen knik je met een ‘moi’ erbij. In Brabant geldt de regel dat als je elkaar drie keer op een dag tegenkomt, je de ander op koffie trakteert. Van Zeeland weet ik te weinig, misschien kan Hugo de Jonge daar iets over zeggen.
Op werk groet je alleen de eerste twee keer dat je iemand tegenkomt (de eerste keer uitbundig, de tweede keer met een knik); de derde keer en vaker verstop je je achter een plant, of doe je of je verdiept bent in je loopdossier. In een parenclub of bij de glasbak groet je je baas niet, maar je buurman wel.
Verder groet je elkaar niet als je iemand tegenkomt die je kent, maar die overduidelijk aan het vreemdgaan is. Daarom is groeten in hotels ook uit den boze. What happens in een Van der Valk stays in een Van der Valk. Owja, en wielrenners kunnen beter niet groeten, mailde een wielrennende vriend. Het lijkt zo leuk, als je bezig bent met je record op Strava, om dat bejaarde koppel dat je bijna van de sokken reed even te groeten. Maar daar schrikken ze te veel van.
En dan het groeten van Bekende Nederlanders. „Hé, wat leuk” is genoeg. En weer door. Dus niet achtervolgen, aanstaren en zeker niet aanraken. Kunnen jullie hier iets mee?
Source: NRC