De Italiaan Luca de Meo redde diverse autoconcerns, waaronder het kwakkelende Renault. Totaal onverwacht zet de autoliefhebber zijn loopbaan nu voort bij het Franse Kering, eigenaar van modehuizen als Gucci en Yves Saint Laurent.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Une surprise totale: het zondag aangekondigde vertrek van Renault-topman Luca de Meo kwam in de bestuurskamer en op de werkvloer als een volslagen verrassing. Dat schrijft de Franse krant Le Figaro, die het nieuws van zijn vertrek als eerste bracht.
De man die vijf jaar geleden de leiding kreeg over de toen noodlijdende Franse autofabrikant, en daar een wonder verrichtte door het merk weer succesvol te maken, stapt nu op. Het gebeurt wel vaker dat een CEO vertrekt, maar meestal niet als de zoete vruchten van het succes nog volop geplukt kunnen worden.
De richting van De Meo’s overstap is al helemaal uitzonderlijk: hij vertrekt naar het Franse luxeconcern Kering, de eigenaar van modemerken als Gucci, Yves Saint Laurent en Bottega Veneta. Daar ruikt helemaal niets naar benzine, olie en rubber.
De Meo (58) is een autoliefhebber, een type dat benzine door de aderen heeft stromen, zoals ze zeggen. Hij is de auteur van het boek Dictionnaire amoureux de l’automobile (Het woordenboek der autoliefde), een liefdesverklaring aan de auto-industrie, geschreven in het Frans. De Meo is Italiaan. En nu stapt hij over naar de mode. Stupéfait, zijn ze in Parijs. Verbijsterd.
Wat meespeelt is dat de autobaas een half jaar geleden beweerde nog zeker vier jaar te blijven bij Renault. Dat was toen zijn naam viel als mogelijke opvolger van Carlos Tavares, die andere autogrootheid, die bij automaker Stellantis weggebonjourd was wegens misfunctioneren. ‘Ik heb hier nog werk te doen’, zei De Meo.
Op 15 juli is het werk kennelijk versneld volbracht. Dan vertrekt hij bij Renault om, zoals De Meo zondag verklaarde, ‘nieuwe uitdagingen buiten de automobielsector aan te gaan’.
De Meo houdt van uitdagingen. Eerder toverde hij voor de Volkswagengroep het kleurloze Spaanse Seat om in een merk met een eigen smoel en succesvolle modellen. Toen hij in 2020 overstapte naar Renault, verkeerde het Franse merk nog net niet in doodsnood.
Directe oorzaak was de klucht rond voormalig Renault-baas Carlos Ghosn. Die stond tevens aan het roer bij de Japanse partner Nissan en was in Japan gearresteerd op verdenking van fraude. Ghosn wist het land te ontvluchten in een muziekkist en dook onder in Libanon.
Ghosn had, voordat hij plotseling van het toneel verdween, grote ambities met Renault. Hij wilde in 2022 jaarlijks vijf miljoen auto’s bouwen. Een aantal dat volgens hem minimaal nodig is om als autofabrikant te kunnen overleven. Hoe groter de schaal, hoe lager de kosten, luidde het mantra.
Van dit idee was bitter weinig terechtgekomen, constateerde De Meo na zijn aantreden bij Renault. Tijdens het hoogtepun, in 2019, bouwde Renault slechts 2,6 miljoen auto’s. Dat was mijlenver verwijderd van het doel. Bovendien waren de marges gedaald tot een magere 1,3 procent, en toen moest de coronapandemie nog uitbreken.
Renault was verweesd achtergebleven op het wereldautotoneel, nadat een geplande fusie met het Italiaanse Fiat al na een paar dagen was afgeblazen. De Italianen besloten verder te gaan met Peugeot en Citroën, merken die later opgingen in automoloch Stellantis.
‘We werden groter, maar niet beter’, constateerde De Meo kort na zijn aantreden bij Renault. Dus ging het roer om. De limousines gingen eruit, die waren het terrein van de Duitse concurrentie. De Meo verlegde de focus naar elektrische voertuigen, met name kleintjes.
Een les had de Italiaan De Meo geleerd van Fiat, dat met veel succes de kleine Fiat 500 nieuw leven inblies. Ook Renault moest oude succesnummers uit de kast halen, constateerde hij.
Dat gebeurde met de Renault 5, het geliefde autootje uit de jaren zeventig, dat een hedendaagse ontwerp kreeg: met de uiterlijke gelijkenissen, maar zonder een exacte kopie te zijn. Het model werd voorzien van talloze Franse curiosa zoals een stokbroodmandje en een venstertje in de motorkap waar vroeger een luchtroostertje zat. Dat toont nu aan de buitenzijde hoe vol de accu is.
De nieuwe elektrische Renault 5 is een groot succes, niet in de laatste plaats vanwege de lage prijs. Daardoor kan de e-auto de concurrentie met de Chinezen aan. Ook de Renault 4 werd nieuw leven ingeblazen als de meer praktische en tevens betaalbare e-auto.
Beide auto’s kunnen energie terugleveren naar het stroomnet, waarmee ze een basis moeten leggen voor het energiebedrijf dat Renault ook wil worden. Het idee hierachter: miljoenen elektrische auto’s kunnen enorme hoeveelheden elektrische energie bergen en zo een rol spelen bij het in balans houden van het krakende Europese stroomnet.
Onlangs werd hiermee een flinke praktijkproef gestart in Utrecht. V2G (van auto naar stroomnet) wordt belangrijk geacht voor de toekomst. Renault is met het Koreaanse Kia en Hyundai een van de voorlopers.
De Meo is een man met visie, moeten ze hebben gedacht bij Kering. Het luxemerk verkeert in stormachtig weer: het was te afhankelijk van het succes van modehuis Gucci, dat kampt met tegenvallende verkopen. Hierdoor grossierde het bedrijf de laatste tijd in winstwaarschuwingen en zag het in drie jaar tijd 70 procent van zijn beurswaarde verdampen.
Een kolfje naar de hand van De Meo, constateerde de familie Pinault, mede-eigenaar van Kering. Dus mag de voormalige Renault-baas bewijzen dat hij niet alleen veel weet van auto’s, maar ook de taal van de mode, luxe en glamour spreekt. Beleggers lijken zowel hoopvol als desperaat: de koers van Kering steeg maandag fors, terwijl die van Renault kelderde.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant