Home

Leonard Lauder verkocht cosmetica voor de kunst: talloze musea profiteerden van zijn vrijgevigheid

Leonard Lauder bouwde het Amerikaanse cosmeticaconcern Estée Lauder, vernoemd naar zijn moeder, uit tot een miljardenbedrijf. Hij trad er in 1958 in dienst en werkte er tot 2009. Maar zijn ware passie was kunst.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.

‘Ik verkoop lippenstift.’ Leonard Lauder sprak natuurlijk de waarheid, maar om zijn mond speelde een spottende grijns. Hij was 91 toen The New York Times hem vorig jaar interviewde over zijn andere passie: musea geven ‘wat ze nodig hebben’.

Lauder stierf zaterdag op 92-jarige leeftijd. Tot zijn dood was hij de ‘emeritus voorzitter’ van het naar zijn moeder vernoemde wereldconcern Estée Lauder. Hij wijdde decennia aan dit familiebedrijf, dat hij uitbouwde van een bescheiden bedrijf met een omzet van 800 duizend dollar naar het miljardenconglomeraat dat het tegenwoordig is.

Hij was de drijvende kracht achter revolutionaire reclamecampagnes, hij maakte van Estée Lauder het wereldmerk dat het is. Hij introduceerde nieuwe merken zoals Clinique Aramis, Lab Series, Origins en MAC. Hij verkocht in Azië, Europa, Amerika.

Dure warenhuizen

De basis voor het succes van het bedrijf was gelegd door zijn moeder. Door haar welklinkende naam en haar beroemde gezicht verkochten de crèmes zichzelf al bijna. ‘Zonder haar zou het bedrijf nooit hebben bestaan’, bekende hij.

De rest was marketing: het idee om de producten alleen in de chique, duurdere warenhuizen te verkopen, en nooit bij de kruidenier, hield het merk exclusief. Daarbij kwam Lauders idee om topfotografen en de beste modellen in te schakelen voor reclame.

Hij had gevoel voor de combinatie van kunst en marketing. De reclames van Estée Lauder waren van een opvallende schoonheid. Het introduceren van tientallen merken, die elkaar beconcurreren, hielp het concern verder vooruit.

Kunst verzamelen en weggeven

Het leverde Lauder een persoonlijk vermogen op dat door Forbes wordt geschat op meer dan 10 miljard dollar. In het interview met The New York Times bekende hij dat hij nooit over geld sprak. Het enige wat hem bezighield was ‘musea te geven wat ze nodig hebben’. Kunst was zijn passie: het verzamelen en het weggeven, op grote schaal.

Zijn favoriete project was het Metropolitan Museum of Art in New York. In 2013 schokte hij de kunstwereld door het museum bijna zijn hele verzameling kubistische kunstwerken cadeau te doen: schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken van Picasso, Léger en Gris. Kenners schatten de waarde van die collectie dan op ruim 1 miljard dollar.

Het Metropolitan had in een klap een kubisme-collectie die kon wedijveren met die van wereldmusea als het Museum of Modern Art in New York, de Hermitage in St. Petersburg en het Centre Pompidou in Parijs. Later zou Lauder er in alle stilte twaalf kapitale werken aan toevoegen.

Collecties

‘Musea zijn niet beroemd om hun architectuur of hun tentoonstellingen, maar uiteindelijk om hun collecties’, zei hij. Alleen om die reden kocht hij ook een kapitaal schilderij van de door hem bewonderde Larry Rivers, ‘De laatste veteraan van de Burgeroorlog’, speciaal voor het Metropolitan.

Dat deed hij omdat hij zich realiseerde dat het museum nog geen belangrijk werk van Rivers in bezit had. ‘De meeste verzamelaars doen een keer een grote gift en dat was het dan. Ik stop nooit’, zei Lauder.

Het Whitney Museum in New York kreeg van hem een doek van Jasper Johns van 1 miljoen dollar: een geschenk dat de kunstmarkt en de museumwereld zou veranderen. En in 2008 deed hij een gift van 131 miljoen dollar, waarmee hij het bescheiden museum optilde tot een museum van wereldklasse. Het Whitney heeft zijn nieuwe onderkomen naar Leonard Lauder vernoemd.

‘Verzamelen vereist studie’

Lauder begon met verzamelen toen hij 6 jaar oud was: hij kocht zijn eerste ansichtkaart, een foto van het Empire State Building. Toen hij 7 was, liep hij hotels af op zoek naar gratis ansichtkaarten. Omdat hij ze mooi vond: ‘De blauwe lucht was echt blauw, het zand van het strand was wit, en de mensen zagen er altijd zo gelukkig uit.’

Jaren later zou hij twee collecties van 120 duizend ansichtkaarten cadeau doen aan het Museum of Fine Arts in Boston.

Als kunstverzamelaar had hij decennialang zijn eigen curator. Met zijn tweeën hielden ze bij waar ter wereld alle belangrijke schilderijen zich bevonden, ze volgden veilingen en galeries: ‘Verzamelen vereist studie, reizen, volharding, fouten, verfijning en dan, uiteraard, kopen.’ Een jaar geleden was hij nog steeds op jacht. ‘Het houdt me in leven. Ik wil niet stoppen’, zei hij.

Ook het bedrijf heeft hem nooit echt losgelaten. Estée Lauder omvat nu dertig merken en wordt verkocht in 150 landen, precies zoals het Lauder voor ogen stond: ‘Mijn droom was om van Estée Lauder het General Motors van de schoonheidsindustrie te maken, met gescheiden productielijnen en wereldwijde distributie.’

Dat is hem gelukt. Stiekem is hij altijd een verkoper van lippenstift gebleven, bekende hij in The New York Times: ‘Altijd als ik een vrouw lippenstift zie opdoen, wil ik erheen lopen en vragen of het een van onze merken is.’

3 x Leonard Lauder

Leonard Lauder, over een koop die niet doorging: ‘Natuurlijk hoorde ik inwendig de stem van mijn moeder: je betreurt alleen wat je niet koopt.’

Over ideeën: ‘Ik geef zelden geld aan een instelling om haar ideeën. Ik maak liever mijn eigen.’

Over zijn moeder: ‘Het werd zo’n haat-liefdeverhouding: ik was haar concurrent, haar senior partner en haar manager.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next