Waarom zijn de misstanden rondom arbeidsmigratie toch zo hardnekkig? Criminoloog Ruben Timmerman ging een jaar lang undercover tussen de Oost-Europeanen in de bouw, voedselverwerking en logistiek. ‘Dit komt niet door een paar rotte appels, maar door een verrot systeem.’
is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
Criminoloog Ruben Timmerman (32) was nog geen week undercover in de bouw toen het misging. Zijn uitzendbureau had hem naar een bouwplaats in het Westland gestuurd, waar hij en zijn collega in het schijnsel van bouwlampen een woeste uitvoerder troffen. De man had ervaren werkkrachten ‘besteld’, en nu stonden hier twee uitzendkrachten die nul ervaring hadden met de klus die hij voor ze had: het verwijderen van de plafondsteunen van een dak.
Na een ferm ‘godverredomme’ overhandigde de uitvoerder hun toch een koevoet en een hamer, hij had immers geen alternatief voorhanden, en stuurde Timmerman en zijn collega de bouwplaats op. Ze kregen slechts één instructie mee: ‘Doe voorzichtig, ik wil geen dooien vandaag.’
Bij de eerste steunpilaren ging het goed, maar de middelste viel en kwam op de hand van Timmermans collega terecht. Die schreeuwde het uit, rukte zijn handschoen af. Zijn hand zwol op. Maar naar de uitvoerder gaan, zoals Timmerman voorstelde, wilde de collega niet. En naar het ziekenhuis al evenmin. De arbeidsmigrant was als de dood om zijn werk kwijt te raken. Dus verbonden Timmerman en hij de hand, en werkten met één arm minder door.
De anekdote is een van de vele onthutsende verhalen in het vorige week verschenen proefschrift van Timmerman. Voor het boek, met de titel Door onzichtbare handen, werkte de criminoloog een jaar lang undercover bij vijf verschillende uitzendbureaus in drie sectoren: de bouw, voedselverwerking en logistiek. Hij vervulde functies op de absolute bodem van de arbeidsmarkt, daar waar alleen nog arbeidsmigranten werken.
Met zijn onderzoek probeert Timmerman het licht te schijnen op de dagelijkse realiteit van buitenlandse arbeidskrachten in ons land. Want hoewel er in de politiek en media steeds meer aandacht komt voor de excessen, is er maar weinig zicht op wat er gebeurt in de uren tussen vijf uur ’s ochtends en zeven uur ’s avonds waarin arbeidsmigranten door witte dieselbusjes op hun werk zijn afgezet.
‘De werkvloer’, zo zegt de criminoloog, ‘is een verborgen plek van productie. Het is heel moeilijk er toegang toe te krijgen, omdat werkgevers deze nauwgezet bewaken.’ Daarom koos Timmerman voor een in de wetenschap ongebruikelijke methode: hij ging zelf heimelijk aan de slag tussen de arbeidsmigranten. Hiervoor kreeg hij bij uitzondering toestemming van de ethische beoordelingscommissie van de Erasmus Universiteit.
Waarom wilde u zich als criminoloog vastbijten in arbeidsmigratie?
‘In de criminologie is al langer aandacht voor mensenhandel en arbeidsuitbuiting, dus situaties waarin arbeidsmigranten worden gedwongen om bepaald werk te doen. Maar dat zijn extreme voorbeelden die zeldzaam zijn. De realiteit is vaak complexer: arbeidsmigranten worden niet door werkgevers gedwongen om hier te werken, het is hun economische realiteit die hen daartoe dwingt. En die economische nood leidt er vervolgens toe dat zij in arbeidsomstandigheden terechtkomen die misschien niet direct illegaal zijn, maar wel ondermaats.
‘Daar gaat criminologie ook over: over de normen op de werkvloer die ertoe leiden dat misstanden plaatsvinden. Die wilde ik onderzoeken. Ook omdat ik uit eigen ervaring weet dat slechte arbeidsomstandigheden enorm schadelijk kunnen zijn. Voor je gevoel van eigenwaarde, voor je toekomst. Het consumeert je als je elke dag wakker wordt met het idee: ik heb geen zin om te werken.’
De criminoloog dankt die levenswijsheid aan zijn wat ongewone carrière. De in Hattem geboren, maar in Canada grootgebrachte Timmerman werkte na zijn middelbare school jarenlang zelf ‘op de prikklok’. Studeren was in zijn gezin geen vanzelfsprekendheid – zijn vader werkt als lasser in de haven van Vancouver. Zelf had Timmerman een baan aan de lopende band en in de bouw. ‘Ik weet nog dat ik kabels uit de modder stond te trekken en dacht: ik moet gaan studeren, zodat ik dit nooit meer hoef te doen.’
Ironisch genoeg bracht juist zijn academische carrière hem vijftien jaar later weer terug naar de bouw, of althans naar een uitzendbureau in die sector, waar hij begin 2021 binnenstapte met de vraag of ze werk voor hem hadden. In zijn hand had hij een cv met daarop zijn relevante werkervaring, in zijn hoofd het verhaal dat hij als dekmantel zou gebruiken: ‘Ik ben tijdelijk in Nederland voor mijn studie en zoek dus ook tijdelijk werk.’
Maar wat Timmerman opviel, en daarin was dit uitzendbureau in de Rotterdamse wijk Feijenoord zeker niet uniek, was de volledige desinteresse in dat cv en zijn verhaal. ‘Er werd wel wat verrast gereageerd dat ik geen Pool of Bulgaar was, en Nederlands praatte’, glimlacht Timmerman. ‘Maar er werden geen vragen gesteld. Voor ik het wist, stond ik weer buiten en had ik een baan. Dat was op vrijdag, ik kon die maandag direct beginnen.’
Timmermans carrière als bouwopruimer begon vervolgens onder een viaduct in Rotterdam-Zuid, de buurt waar hij tijdens zijn onderzoek – net als veel arbeidsmigranten – woonde. Daar werd hij een halfjaar lang om vijf uur ’s ochtends opgehaald om naar bouwklussen door het hele land te reizen. In zijn boek, waarin zowel bedrijven als arbeidsmigranten anoniem blijven, beschrijft Timmerman hoe zijn uitzendbaas sjoemelt met de uitbetaling. Overuren worden nauwelijks geregistreerd en vrijwel niemand krijgt een loonstrookje. ‘Het lunchgesprek is elke maandag weer: wie is er uitbetaald?’, schrijft Timmerman.
Dit soort misstanden zijn volgens u niet zozeer het gevolg van kwaadwillendheid, maar eerder opportunisme. Wat bedoelt u daarmee?
‘In de media en in de politiek gaat het veel over de malafide uitzendbureaus. Dan wordt gesteld dat negen van de tien uitzenders het goed doen, maar dat er een paar rotte appels zijn. De conclusie van mijn proefschrift is dat het hier niet om één rotte appel gaat, maar om een verrot systeem. Bedrijven die met arbeidsmigranten werken, beleggen hun personeelsbeleid en daarmee alle verantwoordelijkheden bij uitzendbureaus. Zij bedienen zich van strategische onwetendheid.
‘Die uitzendbureaus staan op hun beurt onder druk om de kosten zo laag mogelijk te houden. Want als de een het niet doet voor een bepaald bedrag, dan wel een ander. Bij een logistiek bedrijf waar ik werkte, waren zeven uitzendbureaus tegelijk actief die met elkaar concurreerden om een zo groot mogelijk deel van de arbeid. Soms gebruikten deze uitzendbureaus zelf ook weer uitzendbureaus om vervolgens aan die vraag te kunnen voldoen.
‘Het gevolg was dat niemand wist wie er op de werkvloer rondliep. Er stonden continu nieuwe gezichten op de productielijn en we moesten T-shirts dragen om enigszins duidelijk te maken wie bij welk uitzendbureau hoorde.’
Is het echt onwetendheid van de inlenende bedrijven? In uw boek schrijft u dat de grote bouwbedrijven weten dat uw uitzendbaas sjoemelt en hem niet ondanks, maar dankzij die reputatie opdrachten gunnen.
‘Daarom spreek ik in mijn proefschrift ook van strategische onwetendheid. Want veel bedrijven weten heus wel dat er problemen bij de uitzendbureaus zijn. Maar zolang de kosten laag zijn, en de uitzendbureaus gecertificeerd, kunnen ze zich van de domme houden. Want ze weten de details niet, ze zijn niet direct betrokken bij de slechte werkgeverspraktijken en kennen de mensen om wie het gaat niet.
‘Toen ik een uitvoerder in de bouw ermee confronteerde dat we veel extra uren niet kregen uitbetaald, kreeg ik te horen: ‘Daar ga ik niet over.’ Dit is hoe het eraan toegaat op de bodem van de arbeidsmarkt. Arbeidsmigranten worden niet gezien als mensen, maar als handjes. Alleen maar goed om de wanhopige tekorten aan personeel op te vullen. Een uitzendbureau in de agrifood zei me letterlijk: ‘Wij nemen hier iedereen aan met een hartslag.’’
Hoe instrumenteel arbeidsmigranten worden ingezet, blijkt ook uit Timmermans ervaring als productiemedewerker in de voedselverwerkende industrie. Daar konden de dagen plotseling uit twaalf of veertien uur bestaan als een supermarkt had besloten de mandarijnen of kiwi’s in de bonus te doen. ‘Soms konden die promoties een week duren of direct worden opgevolgd door een actie voor een ander product’, schrijft Timmerman. ‘Aan het eind van zo’n werkweek, met meerdere acties, waren de medewerkers uitgeput.’
U spreekt van ‘handjes’, maar op de werkvloer zelf wordt soms nog oneerbiediger over hen gesproken. In de bouw worden de schoonmaaksters door de Nederlanders ‘Bulgaarse hoeren’ genoemd die ‘neuken als konijnen’, schrijft u.
‘Die opmerkingen hebben natuurlijk impact, maar een veel groter gevolg van die discriminatie is de hiërarchie. Nederlandse werkenden krijgen veel betere arbeidsomstandigheden dan buitenlandse werknemers. Dat gold ook voor mij: toen ik in de bouw werkte als opruimer en een metselaar hoorde dat ik Nederlands sprak, vroeg hij waarom ik dat werk deed. Hij zei: ‘Jij kan beter werk doen en geld verdienen – laat de buitenlanders deze shit maar doen.’
‘Dat is wat me nog wel het meest is opgevallen tijdens mijn onderzoek: de enorme kloof tussen Nederlanders en migranten. Elke topfunctie was exclusief Nederlands. Heel soms was er nog een arbeidsmigrant die het tot middle manager of supervisor op de werkvloer had geschopt, maar vaker waren dat Nederlanders met een tweede- of derdegeneratiemigratieachtergrond. Helemaal aan de onderkant is een hele klasse ontstaan van arbeidsmigranten.’
Hoe komt dat?
‘Een belangrijke verklaring is arbeidsmarktpolarisatie. Nederlandse jongeren zijn steeds hoger opgeleid en stromen in op de banen aan de bovenkant, ze worden consultant of marketeer. Tegelijkertijd heeft Nederland zich ontwikkeld tot wereldspeler in de agricultuur en distributie, en is daar dus een enorme behoefte aan laagbetaald personeel die we niet met eigen krachten kunnen invullen.’
De afgelopen jaren gaan onder economen steeds meer stemmen op om de sectoren waarvoor we zelf het personeel niet hebben in te dammen. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Beleidsmakers roepen al sinds de jaren zeventig dat we ons moeten ontwikkelen naar een kenniseconomie, maar ik ben daar sceptisch over, want het is nog niet zo makkelijk. Ook hier speelt die polarisatie. Als je meer werk aan de bovenkant van de arbeidsmarkt creëert, creëer je ook meer werk aan de onderkant. Want als nieuwe tech-start-up of consultant wil je ook hoge kwaliteit service: je wilt goede catering, mooie kantoren die schoon worden gemaakt. Daarvoor heb je schoonmakers, cateraars, servicemedewerkers nodig.
‘Bovendien verplaats je de problemen alleen maar als je distributiecentra naar Hamburg of Antwerpen verplaatst. Ik denk daarom dat het veel belangrijker is om de ongelijkheid op de arbeidsmarkt weg te nemen. We zijn in Nederland prima in de positie om te zeggen: we kunnen de arbeidsomstandigheden verbeteren, zelfs in deze laagstbetaalde banen in de logistiek en distributie.’
Waarom denkt u dat?
‘Zoals Nederland koploper was in de flexibilisering van de arbeidsmarkt, zo kan het ook koploper zijn in het aan banden leggen daarvan. En ik denk ook dat er veel goede ontwikkelingen zijn als het gaat over het aanpassen van wet- en regelgeving. Zo wordt er gewerkt aan een wet die het moeilijker maakt voor malafide ondernemers om een uitzendbureau te starten.’
Denkt u dat die wet gaat helpen tegen de misstanden zoals u ze bent tegengekomen?
‘Ik denk dat het een belangrijke eerste stap is, maar ik denk niet dat die ver genoeg gaat. Volgens mij moeten we de uitzendsector in zijn geheel inperken en zorgen dat uitzendwerk weer alleen wordt gebruikt waarvoor het ooit is bedoeld: voor piek en ziek én om werkzoekenden aan werkgevers te koppelen. De bedrijven waar ik werkte, maakten standaard gebruik van uitzendkrachten voor structurele en fulltimeposities, en ik denk echt dat veel van de problemen die ik ben tegengekomen daarmee te maken hebben.’
Wat opvalt als je arbeidsmigranten zelf over hun arbeidsomstandigheden spreekt, is dat ze vaak zeggen dat ze nog altijd beter af zijn dan thuis.
‘Dat is een belangrijk punt en dit wordt ook vaak aangestipt door werkgevers. Die zeggen: als het hier zo slecht is, waarom zouden arbeidsmigranten dan naar Nederland komen? Ik denk dat het niet moeilijk is om waar dan ook ter wereld mensen te vinden die de omstandigheden hier beter vinden dan in hun land van herkomst. Maar volgens mij is de vraag die wij onszelf als samenleving moeten stellen niet: kunnen we hier beter werk aanbieden dan in Roemenië of Bulgarije?
‘De vraag die we onszelf moeten stellen is: wat zien wij als onze standaard van fatsoenlijk en eerlijk werk? Vinden wij het acceptabel dat mensen met zulke onzekere contracten werken dat ze elke dag op straat kunnen worden gezet, dat ze op matrassen op de vloer slapen of in tentjes in het Kralingse Bos eindigen als het misgaat?
‘Wat mij niet snel zal loslaten, is hoezeer arbeidsmigranten maar één loonstrook verwijderd zijn van absolute armoede. In het logistiek centrum waar ik werkte, had ik een Poolse collega die net van baan was veranderd en daarom twee weken langer op zijn salaris moest wachten. Hij was die laatste dagen zorgvuldig zijn eten aan het rantsoeneren – een halve aardappel per dag. Toen het vrijdag was, stond hij te juichen: hij had het gehaald tot de uitbetaling.’
Wat was het moeilijkste van uw jaar aan de onderkant van de arbeidsmarkt?
‘Ik realiseerde me weer hoe intensief en zwaar het werk is. Je staat ’s ochtends enorm vroeg op en doet de hele dag werk dat fysiek zwaar is. Als je thuiskomt, heb je geen energie meer om te doen wat je wilt en moet doen – om een normaal leven te leiden, om relaties op te bouwen met mensen om je heen. Laat staan dat je als arbeidsmigrant nog taallessen zou kunnen doen of studies kan volgen om je positie te verbeteren.
‘Dat is ook wat me zorgen baart. Veel beleidsmakers hebben nog altijd de illusie dat arbeidsmigranten weer naar huis gaan, net zoals in de jaren zeventig werd gedacht bij de gastarbeiders, maar de helft van hen is langduriger in Nederland. Ze komen hier nu eenmaal niet als machines, maar als mensen. De vraag is hoe we er voor zorgen dat we niet alleen economisch van hen profiteren, maar hen ook onderdeel laten zijn van de samenleving.’
Vorig jaar werkten 950 duizend arbeidsmigranten in Nederland.
Daarmee is een op de tien werkenden arbeidsmigrant.
De meeste arbeidsmigranten komen uit Polen, gevolgd door Roemenië en Bulgarije.
Volgens de onafhankelijke denktank DenkWerk is een op de acht medewerkers in de glastuinbouw en in slachterijen arbeidsmigrant, in distributiecentra is dat zeven op de tien en in de bouw zeker een op de vijf.
Luister hieronder naar onze podcast ‘de Volkskrant Elke Dag’. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant