Home

Het Criterium du Dauphiné of de Ronde van Zwitserland: welke koers biedt de beste route naar succes in de Tour de France?

Zondag eindigt het Criterium du Dauphiné en begint de Ronde van Zwitserland. Wat is het verschil tussen beide etappekoersen? En welke van de twee kunnen renners het beste kiezen ter voorbereiding op de Tour?

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Een paar bergritten, een tijdrit en wat heuvelwerk. Dat is voor renners die de hoop koesteren de Tour de France te kleuren de geijkte voorbereiding. En dit basisrecept komt in twee smaken: Frans of Zwitsers, het Criterium du Dauphiné of de Tour de Suisse, oftewel de Ronde van Zwitserland.

Er zijn veel overeenkomsten tussen beide rittenkoersen. Ze tellen allebei acht etappes en het totaal aantal kilometers ontloopt elkaar ook maar weinig. De Dauphiné is 1.199 kilometer lang, de Ronde van Zwitserland 1.284. Interessant voor de klimmers: hoewel de Zwitserse koers op papier een bergrit meer heeft, is het aantal hoogtemeters dat in totaal moet worden overwonnen iets minder dan in Frankrijk: 20.475 om 20.878 meter.

De beste klassementsrenners van dit moment, Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard, hebben in elk geval dezelfde keuze gemaakt. Zij zijn al dagen volop koers aan het maken in de Dauphiné, samen met onder anderen Remco Evenepoel, dubbel olympisch kampioen en de Vuelta-winnaar van 2022. Daartussendoor loopt ook Mathieu van der Poel zich warm voor de Tour.

Deze mannen hebben de historische statistieken aan hun zijde. Veertien keer was de winnaar van de Dauphiné een paar weken later ook degene die de gele trui uit de Tour mee naar huis mocht nemen, zestien keer als je Lance Armstrongs overwinningen in 2002 en 2003 meetelt, die hem vanwege doping zijn afgenomen. Het begon met Louison Bobet in 1955 en Vingegaard was in 2023 voorlopig de laatste. De Brit Chris Froome deed dit het vaakst, in 2013, 2015 en 2016.

Maar het kan wel, via Zwitserland naar de Tourzege fietsen. Eddy Merckx droeg in 1974 van de proloog tot en met de slottijdrit de Zwitserse leiderstrui. Een paar weken later was hij ook de beste in de Tour. Maar 45 jaar lang bleef de Belg de enige die deze dubbel pakte. Tot hij in 2019 een opvolger kreeg: de toen pas 22-jarige Egan Bernal.

Timing van de etappekoersen

Toch zullen het niet de historische cijfers zijn die de doorslag geven en het beter bezette deelnemersveld in de Dauphiné bepalen. Een belangrijker gegeven is de timing van de etappekoersen. In het zuidoosten van Frankrijk is de koers al een week bezig en eindigt de wedstrijd met een zware bergrit op zondag. Diezelfde dag vertrekt een paar honderd kilometer verderop de Ronde van Zwitserland met een nog tamelijk vriendelijke rit met als start- en eindpunt Küssnacht am Rigi.

De grote favoriet voor het eindklassement in Zwitserland is João Almeida, de Portugees die vorig jaar als vierde eindigde in de Tour de France. Maar de kans dat hij na een succes in de Zwitserse Alpen ook voor de eindzege in Parijs gaat lijkt klein. Hij zal in Frankrijk de belangrijkste adjudant van Pogacar zijn, beiden rijden voor Team UAE en de Sloveen geldt met drie tourzeges als onbetwiste kopman.

Maar er zijn onder diegenen die zondag in Küssnacht van start gaan wel degelijk mannen die een rol kunnen spelen in de Tour. Bijvoorbeeld Ben O’Connor, vorig jaar tweede in de Ronde van Spanje. Of Geraint Thomas. Hij is een van de coureurs die eerder via de Dauphiné de Tour wist te winnen, in 2018, maar treedt nu aan in Zwitserland. Met zijn 39 jaar heeft hij zijn beste jaren achter zich liggen, maar hij bewees vorig jaar als derde in de Giro d’Italia nog echt te kunnen pieken.

Sleutelen aan de vorm

Wie naar de Dauphiné gaat, weet dat er meer tijd is om voor de Tour nog wat aan de vorm te sleutelen, voor sommigen op hoogte. Wie naar Zwitserland reist, kon de afgelopen weken juist nog wat langer op hoogtestage. Wat het best past, is afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van renners en van het wedstrijdprogramma van de afgelopen maanden. Zo oordeelden Evenepoel en Vingegaard dat het, na een periode met blessures en gebrek aan koersen, verstandig was om liever wat eerder weer wedstrijdritme op te doen.

Pogacar slaat toe in Combloux

Heel even kon Jonas Vingegaard nog mee toen Tadej Pogacar aanzette. Een meter of 20 misschien en toen moest de Deen de regerend wereldkampioen laten gaan. Hij zag hem wegdansen naar de etappezege en de leidende positie in het klassement van het Criterium du Dauphiné.

De Sloveen plaatste zijn aanval op een dikke 7 kilometer voor de finish in Combloux op de slotklim, die vanwege een wat vlakker tussenstuk was opgedeeld in twee losse beklimmingen van de tweede categorie.

Pogacar revancheerde zich voor de tegenvallende tijdrit van afgelopen woensdag, waar hij 28 seconden verloor op Vingegaard en 49 seconden op olympisch kampioen Remco Evenepoel. Dat tijdverlies wist hij volledig weg te poetsen.

In wat de eerste voorzichtige bergrit was, zette hij Vingegaard op 1,01 minuut achterstand. De Deen staat nu tweede in het algemeen klassement. Voor Evenepoel was de schade nog groter. De Belg verloor 1,50 minuut én de gele trui.

Wat het parcours betreft: in de Dauphiné doorkruist het peloton een regio die de Tour straks ook aan zal doen. Zo zit in beide wedstrijden een passage van de Col de la Madeleine. Al zal wat zaterdag de beklimming is, op 24 juli de afdaling zijn. De Dauphiné voelt in veel opzichten sowieso aan als een kleine Tour, al is het maar omdat met de ASO sinds 2010 dezelfde organisatie achter beide wedstrijden zit.

Maar voor wie bezig is met de details is er dit jaar misschien wel wat voor te zeggen om juist voor Zwitserland te kiezen. De slottijdrit vertoont opvallend veel gelijkenis met een van de belangrijkste etappes in de Tour, de klimtijdrit naar Peyragudes. Tussen Beckenried en Stockhütte moeten de renners volgende week zondag, na een vlakke aanloop van ongeveer 1 kilometer, dik 9 kilometer klimmen met een stijgingspercentage van 9 procent. In de Tour gaat de dertiende rit over 11 kilometer met een slotklim van ruim 8 kilometer, tegen 7,5 procent.

Zal in die klimtijdrit het verschil tussen de Dauphiné en Zwitserland doorklinken? Of is de felle onderlinge strijd die nu al in de Dauphiné woedt de beste voedingsbodem voor de toekomstige tourwinnaar? Geen van beide is ook mogelijk. Sterker nog: uiteindelijk zijn de winnaars in de Dauphiné en de Ronde van Zwitserland in de meeste gevallen niet degenen die de Tour winnen.

Zelfs zonder deelname aan een van beide etappekoersen is er nog hoop. Dat heeft Pogacar de laatste jaren al overtuigend aangetoond. Voor zijn eerste Tourzege eindigde hij weliswaar als vierde in het Criterium du Dauphiné, maar een jaar later bereidde hij zich voor in de Ronde van Slovenië, voor thuispubliek. En vorig jaar was de laatste wedstrijd voor zijn Tourzege de door hem gewonnen Giro d’Italia.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next