Home

Lotte Houwink ten Cate krijgt een dochter en vraagt zich af: hoe gaat schoonheid haar leven bepalen?

Historicus Lotte Houwink ten Cate is zwanger en nu al nieuwsgierig naar het uiterlijk van haar dochter. Wat betekent dat in tijden van botox, fillers en MAGA beauty? En wanneer worden schoonheidsnormen gevaarlijk?

Ik ben 25 weken zwanger wanneer ik in een echo-kliniek arriveer voor de 3D/4D-echo. Hiermee, is het idee, kan ik een eerste glimp van het gezicht van mijn toekomstige kind zien.

Een paar maanden geleden was ik hier ook, toen voor een andere pretecho: de geslachtsbepaling. ‘Ik ben overtuigd feminist en ben hier eigenlijk op tegen’, zei ik tegen de geroutineerde echoscopist, die half luisterde. ‘Ik heb absoluut geen voorkeur’, voegde ik er voor de zekerheid aan toe.

Toen ik even later hoorde dat ik een meisje verwacht, was ‘Ik wil haar haren vlechten’ het enige wat ik door mijn tranen heen kon persen.

Op weg naar huis kocht ik twee jurkjes. Eén met bloemen en één met lieveheersbeestjes.

Zien wat we willen

‘Niemand kan door een buik- en baarmoederwand heen kijken’, stelt emeritus hoogleraar wetenschapstheorie Trudy Dehue in haar boek Ei, foetus, baby. Bij een echo – geluidsgolven omgezet in beeld – stuurt de echoscopist de blik en vertelt ons wat we zien. En zien wij vervolgens wat we willen zien.

Het is, net als onze fantasieën over een ongeboren kind, weinig meer dan een projectie. De commerciële wildgroei aan medisch niet-noodzakelijke echo’s draagt bovendien bij aan de ‘verkindsing’ van de embryo en foetus. Met elk nieuw stukje informatie lijkt de ongeborene al meer ‘mens’, wat weer koren is op de molen van de anti-abortusbeweging. Dehue is met recht kritisch.

Maar wanneer ik op de website van de kliniek lees dat de foetus genoeg onderhuids vet heeft om te zien op wie ze lijkt, ga ik opgetogen voor de bijl. Hoe zal ze eruitzien? En hoe belangrijk mag ik het vinden?

Niets vangt de blik meer dan een gezicht. Ons uiterlijk is altijd verbonden met identiteit, status, macht en moraal. Zeker het vrouwengezicht.

Een knappe grootmoeder

Mijn in 1931 geboren Zuid-Duitse grootmoeder was bijzonder mooi. Als jong meisje in het enthousiast nazistische en katholieke Beieren ging ze bij de Bundesmädel – met gevlochten haren.

Ze was 14 jaar, toen haar door volwassen mannen verlaten dorp door de Amerikaanse luchtmacht werd platgebombardeerd. Ze was 14 jaar, toen ze in een nat laken gewikkeld haar brandende ouderlijk huis inrende, om haar moeder eruit te halen, die was teruggegaan voor de foto’s van haar enige kind.

Terwijl het dorp verder afbrandde, wachtten de moeders en kinderen in de kelder onder een kerk. Mijn oma zou zich deze nacht, de ondergang van haar Derde Rijk, de rest van haar leven herinneren als de nacht waarop een iets oudere jongen voor het eerst haar hand pakte.

Ze lagen naast elkaar. Zijn naam was Eugen. Ze giechelt als ze over hem praat.

Al op foto’s van haar als klein meisje – de albums werden inderdaad uit de brand gered – ziet mijn oma er schitterend uit: een klassiek symmetrisch gezicht, golvend haar met witte strik, het ene been zelfbewust voor het andere. Ze lacht en kijkt recht in de lens.

Ook als jonge vrouw tijdens de wederopbouw is ze vaak professioneel gefotografeerd. En niet alleen vanwege haar schoonheid, vermoed ik. Ze speelt. Er zijn foto’s waarop ze samen met een vriendin een tijdschrift leest, een vogeltje op haar schouder. Bij de eerste rit van een nieuwe trein werd ze gefotografeerd terwijl ze lachend uit de trein stapte.

Haar uiterlijk verschafte haar een vorm van autonomie. En sociale mobiliteit. Ze verbrak haar verloving met de lokale Ludwig: ze wilde weg. Ze zou de wrakstukken van haar Duitse jeugd ontstijgen door middel van relaties met vermogende oudere mannen, en trouwde in de jaren vijftig met mijn toekomstige grootvader in Nederland.

Voor haar oorlog was geen plaats meer, ze probeerde vergeefs om haar Duitse accent af te leren. Ze zou jaren doen alsof ze uit Zwitserland kwam.

Een vorm van macht

‘Schoonheid is absoluut een vorm van macht’, schreef Susan Sontag in 1975. ‘Spijtig genoeg is het de enige vorm van macht waarnaar de meeste vrouwen geacht worden te streven. Deze macht wordt altijd gezien in relatie tot mannen.’

Mooi en lelijk zijn we nooit alleen, maar in verhouding tot anderen.

In de favorietenfolder op mijn telefoon bewaar ik geen screenshot van de eerste keer dat een man van wie ik houd iets lovends over mijn werk zei, of naar mijn mening vroeg over iets wat we beiden lazen. Wel bewaar ik al jaren een screenshot van de eerste keer dat hij me mooi noemde.

En dan is er de gekmakende paradox in het moderne vrouwenleven: terwijl de maatschappelijke opmars van meisjes en vrouwen niet te stuiten is, en hun levens op veel vlakken ongekend vrij zijn, zijn de schoonheidseisen op dit moment juist extremer dan ooit tevoren.

Stel je het gezicht voor van een vrouw die hard om haar eigen grap lacht, die diep nadenkt, die geniet van een bord eten. Stel je het gezicht voor van een vrouw die klaarkomt. Deze gezichten bewegen, veranderen. Wat zegt het dan over ons tijdsgewricht dat dé schoonheidseis die iedere vrouw in de nek hijgt het fletse ideaal van immobiliteit is, de gedoemde poging de tijd stil te zetten, het gezicht middels botox en fillers te stagneren? Voor al onze obsessies met ons lichaam en onze verschijning – het streven naar perfectie en controle – genieten we verrassend weinig van ons lichaam.

Dubbele moraal

Ik ben 34. Telkens wanneer ik Instagram open, krijg ik reclames voor injectables te zien. Uit Brits onderzoek blijkt dat millennials als generatie het meest negatief staan tegenover ouder worden, het zien als weinig meer dan een enkele reis aftakeling, dementie en eenzaamheid.

We worden steeds ouder – zowel de leeftijd van volwassen en zelfstandig worden als de leeftijd waarop we ons bejaard gaan gedragen stijgt snel. Toch proberen we met ‘anti-aging’-producten, cosmetische ingrepen, filters en sporten het natuurlijke proces van ouder worden te stagneren.

Natuurlijk vrezen we het ouder worden: onze cultuur is smartelijk incapabel wat betreft het omgaan met het verstrijken van de tijd. We moeten ons voortdurend optimizen, maar zijn doodsbang voor daadwerkelijke verandering.

In 1972 hekelde Susan Sontag de dubbele moraal van het ouder worden, die voor mannen en vrouwen heel verschillend is. Mannelijkheid wordt volgens Sontag gelijkgesteld aan autonomie, kennis en zelfbeheersing: eigenschappen die niet bedreigd worden door het verlies van jeugdigheid. Sterker nog: ze nemen toe. Ook Simone de Beauvoir stelde dat rimpels en wit haar niet strijdig zijn met het mannelijke ideaal: ‘De man is geen prooi, hij hoeft niet sprankelend, lief of gracieus te zijn: hij is de sterke intelligente veroveraar.’

Schoonheid is een vloek en een zegen. Mijn grootmoeder was zich zeer bewust van haar effect op mannen, haar uiterlijk fungeerde als een pantser. Na de vette vruchtbare jaren legde mijn oma zich toe op de onderkoelde chic waarop Duitse vrouwen een patent hebben: de not so quiet luxury van uit Duitsland bestelde merinowollen coltruien – strak om de borsten – en een altijd wisselende complete set gouden sieraden. Ouder worden was niet gemakkelijk voor haar.

De Duitse socioloog en tweede-golf-feminist Margrit Brückner wijst op de verraderlijke logica in de verheerlijking van de zeer jonge vrouw: die bevindt zich in een levensfase waarin ze in alle patriarchale culturen de minste zeggenschap heeft in het publieke domein. Alleen voor vrouwen bestaat een duidelijk verband tussen ‘schoonheid’ en een gebrek aan invloed.

Een vorm van kapitaal

Slank zijn loont, mooi zijn doet dat ook. Pretty privilege is een vorm van kapitaal; conformistische schoonheid kan zich op de werkvloer uitbetalen. Tegelijk worden mooie vrouwen als emotioneler, irrationeler en zwakker gezien dan anderen. Vrouwelijke schoonheid gaat gepaard met minachting: te weinig schoonheid is verkeerd en lui, te veel schoonheid is verdacht en niet intellectueel.

Dat betekent niet dat een bekoorlijk uiterlijk voor mannen geen vorm van kapitaal is. Uit een twintig jaar durend Amerikaans onderzoek blijkt dat kansarme jonge mannen veel meer dan vrouwen profiteren van hun aantrekkelijkheid, of die nu verworven of aangeboren is. Jongens uit sociaal achtergestelde gezinnen die klassenbarrières willen overwinnen door onderwijs te volgen en carrière te maken, hebben de meeste kans om hun doel te bereiken als ze er goed uitzien.

Schoonheid is een vorm van kapitaal die niet alleen ongelijk verdeeld is, maar ook tot meer ongelijkheid leidt. Vrouwen weten sinds jaar en dag wat het oplevert om een man zich groot en gezien te doen voelen. We leggen onszelf en anderen voortdurend langs een meetlat die we ontlenen aan porno. In Girl on Girl, een recente analyse van de van misogynie doordrenkte popcultuur van de jaren negentig, toont Atlantic-journalist Sophie Gilbert overtuigend de impact van porno als het invloedrijkste genre van de moderne tijd. Wie dun, glad en jong wil zijn, heeft dat niet zelf bedacht.

Steeds bloter

In de afgelopen eeuw verplaatste het schoonheidsideaal zich van het hoogglanspapier van vrouwenbladen naar de pixels van ons online leven. De rok kroop omhoog en het vrouwenlichaam werd steeds bloter. Hoe meer huid te zien is, hoe groter het oppervlak dat aan esthetische eisen moet voldoen.

Deze eisen werden door de industrie gemanipuleerd. Zo had het bedrijf Gillette middels advertenties een sterke hand in de representatie van de geslaagde, onthaarde vrouwenoksel. Grote campagnes maakten van geschoren oksels en benen een kwestie van hygiëne.

Make-up en cosmetische ingrepen zijn een uiting van controle. Vooral in crisistijd. Het Westen maakt op dit moment een periode van extreme rijkdom door, maar ook van grote onzekerheid. Volgens de Duitse cultuurjournalist Rabea Weihser is het uiterlijk van het mondiale Noorden vooral in de afgelopen vijftien jaar zeer ingrijpend veranderd.

Welvaart heeft ons feitelijk mooier gemaakt, denk bijvoorbeeld aan de aanzienlijk verbeterde gebitsverzorging. In 1960 had een op de drie Nederlanders een kunstgebit, in 2009 was dat nog maar een op de tien.

Snelle technologische vooruitgang en een duizelingwekkend scala aan cosmetica, botox, fillers, facelifts, neuscorrecties, liposuctie, borstvergrotingen en -verkleiningen en medicatie zoals Ozempic geven meer keuzes – en eisen – dan ooit tevoren.

Hyperkapitalistisch

In 1972 schreef kunstcriticus John Berger over beelden in reclames dat het de bedoeling is dat de kijker-koper zichzelf benijdt zoals ze zal worden als ze het product koopt. Ze moet zich voorstellen dat ze door het product verandert in een object van afgunst voor anderen, een afgunst die rechtvaardigt dat ze van zichzelf houdt. Anders gezegd: het reclamebeeld steelt haar liefde voor zichzelf zoals ze is en biedt haar die liefde terug voor de prijs van het product.

Naar verwachting zal de wereldwijde markt voor cosmetische chirurgie groeien van 57,67 miljard dollar in 2023 tot 75,20 miljard dollar in 2030.

Hoogleraar informatica Felienne Hermans betoogde onlangs in de Volkskrant dat niet de technologische innovatie van de smartphone het probleem is, maar het hyperkapitalistische businessmodel van big tech. Ze haalt ex-Facebook-werknemer Sarah Wynn-Williams aan, die in haar boek Careless People beschrijft dat moederbedrijf Meta jonge tieners die op Instagram een selfie verwijderen, bombardeert met extra beauty-advertenties.

Want een verwijderde selfie duidt op een deuk in het zelfvertrouwen: ka-ching!

En niet alleen de middelen zijn ingrijpend veranderd, ook het doel op zich. Volgens Rabea Weihser is schoonheid een wereldwijde seculiere religie. Inclusief meermaal daags uitgevoerde rituelen voor ons nieuwe altaar: de spiegel. Geen enkel ander product wordt zo gelijktijdig vermarkt en aangeprezen door mediaconcerns, internetplatforms en de cosmetica-industrie. Als gevolg daarvan verhoogt een schoonheidsreligieus fanatisme voortdurend de minimale rituele en esthetische vereisten. Waarmee het voor iedereen steeds moeilijker wordt om geen afvallige zonderling te worden.

De Britse filosoof Heather Widdows betoogt dat het schoonheidsideaal in de afgelopen decennia is getransformeerd van een esthetisch ideaal naar een ethische plicht. De ethische component wordt zichtbaar wanneer we bezien wat het betekent om te falen, om niet aan het ideaal te voldoen. Dan meppen we in het rond met moralistische, beschamende taal. We sporen aan om ‘je beste zelf te zijn’, waarschuwen hongerige vrouwen ertegen om ‘zich te laten gaan’. We gaan er dus van uit dat lichamen kneedbaar zijn, en dat met genoeg arbeid en discipline schoonheid voor iedereen binnen handbereik ligt.

Dit is sociaal geaccepteerd doordat het naadloos past in de economische manier van denken die we tot in onze haarvaten hebben geïnternaliseerd. Wat niets kost, is niets ‘waard’. Werken zullen we!

Zelfacceptatie, de lat lager leggen, lichamelijke veranderingen nemen zoals ze komen: het staat haaks op alles wat vrouwen in een neoliberale en patriarchale cultuur wordt aangeleerd. Weinig zo curieus als een vrouw die volkomen tevreden is met zichzelf en uitbuikt zonder schuldgevoel.

Ziekmakend ideaal

‘Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden.’ Sommige vroege make-up bevatte loodwit en andere gevaarlijke ingrediënten die de huid verschroeiden; in het victoriaanse Engeland slikten sommige vrouwen een lage dosis arsenicum, dat leidde tot de gewenste bloedarmoede om de witte huid nog lichter te maken.

Het schoonheidsideaal, kortom, blijft ziekmakend. En tegelijkertijd is het doel vaak niet eens het bereiken van een ideaal, maar normaliteit. Een arbeidsintensieve en kostbare normaliteit die door de toenemende eisen steeds dichter in de buurt komt van het onrealistische ideaal.

Hoe meer de onderwerping aan extreme schoonheidspraktijken genormaliseerd wordt, zo stelt Moshtari Hilal, een Afghaans-Duitse kunstenaar en schrijver, hoe dominanter de idealen worden die ze belichamen. Zoals de imitatie van het jonge lichaam, die zichtbare veroudering tot een mislukking maakt.

Hoe meer vrouwen nieuwe technologieën zoals botox omarmen, hoe normaler en dus verplicht ze worden voor alle vrouwen die als gezond, verzorgd en aantrekkelijk willen worden beschouwd.

Zoals een bevriende actrice tegen mij zei: ‘Wat als ik de laatste ben met een bewegend voorhoofd?’

Net als bij obesitas is de hamvraag op welk punt een eigen keuze omslaat in individuele verantwoordelijkheid. Wanneer rimpels en grijs haar verholpen kunnen worden, is het wél tonen van tekenen van natuurlijk ouder worden dan iemands eigen schuld? De moderne burger moet zich blijven aanpassen en ontwikkelen, en doet alsof dat uit vrije wil is.

Van een ideaal kunnen we allang niet meer spreken, schoonheid is een norm met enorme politieke gevolgen.

Percepties van mooi en lelijk

Mijn oma is inmiddels 93, zelfstandig wonen gaat niet meer. Ze ligt in bed, komt langzaam uit de tijd. Boven haar de schilderijen van haar Duitse dorp, haar Heimat ingelijst, op de gang Mariabeelden, op een bureau de foto’s van zichzelf als jonge vrouw.

Eenmaal in het tehuis bleek hoeveel moeite ze heeft om zich te laten aanraken en verzorgen. Ze verzet zich hevig – in het Duits.

Ik moet aan het Duitse woord voor lelijkheid denken, Hässlichkeit, daarin schuilt tevens het woord voor haat: Hass.

Moshtari Hilal betoogt in haar boek Hässlichkeit dat onze percepties van mooi en lelijk niet persoonlijk noch esthetisch zijn. De ‘oorlog’ die ze al als jong meisje aan haar Afghaanse neus en lichaamsbeharing verklaarde, weerspiegelt de werkelijke oorlogen die bepalen wie als mooi wordt beschouwd. Esthetische oordelen komen volgens Hilal voort uit de politiek en worden bepaald door geopolitieke factoren zoals imperialisme, koloniale verovering en de economie.

De eerste in Europa uitgevoerde neuscorrecties hadden als doel een ‘Joodse neus’ er minder Joods te laten uitzien. Schoonheid is niet hoe we eruitzien; het is de voorkeur van de bestaande orde, zo stelt de Amerikaanse socioloog Tressie McMillan Cottom.

Fascisten houden ons klein met een algehele culturele regressie. Tegenover de manosphere van papa staat de womanosphere van mama. Gelijktijdig met de opmars van Trump – ‘er zijn maar twee genders’ – zijn cosmetische trends veranderd. Na de korte adempauze van body positivity zijn we weer terug bij het aloude ideaal van wit, mager en bourgeois.

De vrouwen rondom Trump en op Fox News zien er allemaal uit als mormoonse influencers: lang, gegolfd haar, zichtbaar gebruik van botox en fillers, excessieve make-up en nauwsluitende kleding.

Het is een esthetiek die het besteden van tijd, geld en moeite aan schoonheid verheerlijkt: de belichaming van het protestantse arbeidsethos. Arbeid en geld boven comfort en werkelijke vrijheid. Nu heet het MAGA beauty. We zagen het al eerder.

‘Wie fascisme zegt, zegt in de eerste plaats schoonheid.’ Aldus Mussolini in 1923. Het fascistische lijf moet net zo sterk en puur zijn als de ideologie die het belichaamt. Het ideaal is het lichaam als oorlogsmachine en kent een mannelijke en vrouwelijke variant. Hij moet strijden en zij moet baren.

In het Derde Rijk kwam de obsessie met arische ‘schoonheid’ tot een kookpunt en verknoopte de schoonheidsnorm met raciale hygiëne. In 1936 publiceerde de Duitse officier Hans Surén zijn megabestseller Mensch und Sonne, een ode aan gymnastiek in de buitenlucht, gelardeerd met citaten uit Mein Kampf en foto’s van afgetrainde mannen badend in het zonlicht.

Wie ‘lelijk’ bevonden werd, was ‘overbodig’ en moest vernietigd worden. Geboren worden moesten zij die naar de maatstaven van de tijd ‘mooi’ zouden zijn, vandaar het Lebensborn-project, met als doel zo veel mogelijk arische kinderen te verwekken.

Belastingvoordeel voor zonnestudio’s

Ik dacht aan Surén – in 1942 werd hij wegens een beschuldiging van publiekelijk masturberen uit de nazipartij gezet – toen ik las over het nieuwe ‘big, beautiful’ wetsvoorstel van Trump. Gelijktijdig met het verminderen van de dekking van de ziektekostenverzekering voor miljoenen Amerikanen stelt hij een belastingvoordeel voor zonnebankstudio’s voor.

Het risico op huidkanker in acht nemende, past dit volgens beautyjournalist Arabelle Sicardi perfect bij de ultieme definitie van schoonheid van de cosmetische industrie op dit moment: de dood. Anti-veroudering is anti-leven. Het is geen jeugdigheid, het is de dood.

Angst en schaamte

In het verzorgingstehuis komen, in het Duits, bij mijn oma herinneringen los. Momenten van ongekende openheid. Over de angst en schaamte van een illegale abortus in de vroege jaren vijftig. Over mannen die er vele jaren te vroeg al waren.

Ouderdom ontneemt ons de controle over onszelf, het vermogen om zelf te bepalen wat we tonen en wat we verbergen. Ze heeft haar pantser niet meer.

In de kledingkasten van mijn oma zoek ik naar een jas die beschermt tegen de opgelegde schaamte over een zwangerschap die niet op de planning stond. Ik vind de juiste: appeltjesgroen, wapperend, ik ga er beslister van lopen. En het biedt wat ik het liefst voor mijn kind wil: ruimte.

Ik ben 25 weken zwanger wanneer ik in de kliniek ben voor de 3D/4D-echo. De echoscopist smeert gel op mijn buik en duwt. Het korrelige beeld wordt langzaam scherp. Ik houd mijn adem in. Mijn dochter strekt haar benen voor zich uit en dan omhoog, dwars over haar gezicht.

Ze laat zich niet bekijken.

Lotte Houwink ten Cate is historicus, schrijver en (inmiddels) 31 weken zwanger. In 2024 verscheen haar essay De mythe van het gezin.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next