Home

Hoe gaan kinderen van 10 om met hun telefoon? Dat vertellen ze nu eens zelf. ‘Het is heel erg vies, ik kan niet geloven dat ik het heb gezien’

Experts zijn bezorgd over het schermgebruik van kinderen. Komende week presenteert staatssecretaris Karremans een richtlijn. De Volkskrant sprak achttien 10-jarigen uit heel Nederland. Wat vinden zij zelf? ‘Geef je telefoon aan je ouders, want het is moeilijk zelf te stoppen.’

Een meisjeskamer in de Villabuurt in Groningen. Tekeningen aan de muur, een bureau, rondslingerende knutselwerkjes. Julie, Beau en Jule zitten dicht tegen elkaar op een paars dekbed. Tot nu toe lieten de 10-jarige vriendinnen elkaar rustig uitpraten. Maar nu buitelen ze over elkaar heen.

Jule: ‘We waren aan het spelen bij Beau. Begint zo’n jongen ons te appen…’

Beau: ‘Jule werd let-ter-lijk gek. Of nou ja, niet echt gek…’

Jule: ‘Jawel. Gék. Ik gooide m’n telefoon door de kamer.’

Ze hebben het over stickers, (bewegende) plaatjes die je kunt versturen op WhatsApp of Snapchat. Babydieren, kloppende hartjes, grappige foto’s van vrienden. Maar er circuleren ook knipsels die niet voor kinderen gemaakt zijn.

Beau: ‘Die jongen, die stuurde een sticker… Ik wil het niet zeggen!’

Jule: ‘Er was een man die in bed lag, en een vrouw die ronddraaide op die man.’

Julie: ‘Het was heel goor.’

Jule: ‘Misschien was het een teken dat hij verliefd op je is!’

Bijziendheid, breinrot, angststoornissen: er is steeds meer aandacht voor de negatieve invloed van telefoons op kinderen en tieners. Onlangs deden ruim drieduizend artsen, wetenschappers en andere experts een oproep aan de overheid om snel in actie te komen tegen de ‘groeiende gezondheids- en welzijnscrisis’ onder kinderen en jongeren, als gevolg van ‘overmatig’ schermgebruik.

Komende week presenteert demissionair staatssecretaris Vincent Karremans (Jeugd, Preventie en Sport, VVD) een richtlijn over scherm- en sociale mediagebruik.

In het debat zijn het vooral experts en ouders die het woord voeren. Wat kinderen zelf vinden, hoe hun onlinewereld er precies uitziet – wat voor filmpjes ze kijken, hoe ze sociale media gebruiken, waar ze hun vrienden ontmoeten, wat ze leuk vinden en wat niet – blijft grotendeels buiten beeld. Zelfs ouders hebben vaak geen idee wat hun kinderen precies doen op hun telefoon.

Ook voor wetenschappers is het moeilijk grip te krijgen op deze groep, vertelt de Rotterdamse hoogleraar digitale weerbaarheid Esther Rozendaal: basisschoolkinderen bevinden zich online in niemandsland. Op sociale media bestaan ze officieel niet. Op apps als WhatsApp, Snapchat, Instagram, TikTok en YouTube geldt een minimumleeftijd van 13. In de praktijk weten kinderen die leeftijdsrestrictie moeiteloos te omzeilen, maar in gebruikersstatistieken zijn ze niet terug te vinden.

De onlinelevens van kinderen blijven zo grotendeels verborgen. Ook voor ons, twee wetenschapsjournalisten die dagelijks schrijven over technologie en mentale gezondheid. De afgelopen tijd spraken we daarom uitgebreid met achttien kinderen, allemaal 10 of net 11 jaar oud. Waar kijken ze naar op hun telefoon? Waar worden ze blij van, of juist somber? Welke risico’s zien zij zelf?

Dit is geen wetenschappelijk onderzoek, maar een eerste inventarisatie om te ontdekken waar onze blinde vlekken zitten.

Luister ook naar de podcast waarin Kaya Bouma en Simoon Hermus vertellen over hun gesprekken met de 10- en 11-jarigen. Wat zien deze kinderen op hun telefoons voorbijkomen en wat doet dat met ze?

De achttien kinderen die we spraken, zijn totaal verschillend. Ze groeien op in pittoreske dorpjes, in een probleembuurt of een villawijk. Van Tilburg tot Pesse, van Monnickendam tot Hardinxveld. Hun ouders zijn dj, scheepsduiker, vrachtwagenchauffer, docent op de universiteit, of ze zorgen voor de kinderen.

De kinderen hebben Nederlandse ouders of met een migratieachtergrond, kinderen van expats en vluchtelingen. Ze gaan naar het speciaal onderwijs, een streng christelijke school of volgen openbaar onderwijs. En waar de ene jongen gapend op school zit omdat hij tot diep in de nacht op zijn telefoon lag te scrollen, speelt een ander liever buiten.

Maar er zijn ook overeenkomsten, problemen waarmee veel kinderen worstelen, of juist dingen waar ze blij mee zijn. Zo blijken veel kinderen dankzij sociale media intensief contact te onderhouden met vriendinnen tijdens de vakantie, of met neefjes en nichtjes die ver weg wonen.

‘Ik was 6, best jong eigenlijk’

Kinderen krijgen al heel jong hun eerste telefoon

Het is stil in groep 7 van montessorischool Koningshaven in Tilburg. De klas is naar gymles, alleen vriendinnen Benthe en Meyar mogen blijven voor een gesprek met de Volkskrant. De twee vriendinnen – allebei in panterprint met gouden sieraden – glunderen.

Toen ze klein was, vertelt Meyar, gebruikte ze haar moeders mobiel om spelletjes te spelen. Die werd het gezeur om de telefoon beu en dus kreeg ze het afdankertje van haar oudere broer. Ze was 6, op dat moment. ‘Best jong, eigenlijk’, vindt Meyar nu ze het ons vertelt.

Toch blijkt ze geen uitzondering. Ook Benthe heeft haar telefoon gekregen toen ze ‘6 of 7’ was, herinnert ze zich. ‘Toen ik 8 was, mocht ik op Tiktok.’ Van de achttien kinderen die we spraken, kreeg de helft de eerste telefoon op 6- of 7-jarige leeftijd. Vier kinderen kregen hun telefoon ‘pas’ op hun 10de.

Of deze kinderen daarmee gemiddeld zijn, valt niet te zeggen. In Nederland wordt niet structureel bijgehouden op welke leeftijd kinderen hun eerste telefoon krijgen. Uit een onderzoek uit 2021 blijkt wel dat 59 procent van de 7- en 8-jarigen al een smartphone gebruikt, onduidelijk is of het daarbij gaat om hun eigen telefoon of die van hun ouders.

Belgische cijfers tonen wel aan dat de leeftijd waarop kinderen hun eerste telefoon krijgen de afgelopen jaren snel is gedaald. In 2019 kregen Vlaamse kinderen nog rond hun 11de hun eerste telefoon, vijf jaar later was dat als ze gemiddeld 8 jaar en 1 maand oud zijn.

Die eerste telefoon is voor veel kinderen geen grote mijlpaal, horen we. Ze kunnen zich het precieze moment vaak niet herinneren. Het zijn meestal afdankertjes van oudere gezinsleden. Een telefoon zonder abonnement, om via wifi spelletjes te spelen of YouTube te kijken. Het maakt die eerste telefoon niet veel anders dan de gezinstablet waar kinderen vaak toch al vanaf jonge leeftijd op mogen.

De Volkskrant sprak voor dit stuk met achttien kinderen. Alle ouders hebben toestemming gegeven voor de interviews, maar ze waren er zelf niet bij aanwezig.

‘Als TikTok mijn account blokkeert, vraag ik aan mama of ze bezwaar maakt’

Ouders helpen hun kinderen leeftijdsrestricties te omzeilen

‘Neeeeeeee, bij deze sta ik er niet op!’ Op de meidenkamer in Groningen laat Beau een fotocollage van haar vriendinnen zien die ze op TikTok heeft gedeeld. Jule valt tot haar verontwaardiging buiten beeld.

Voor de buitenstaander is er überhaupt niets te zien: over alle gezichten zijn bloemen en hartjes geplakt. ‘Als je je gezicht erop zet, wordt je account geblokkeerd’, legt Beau uit.

Dat kinderen de leeftijdsrestricties van veel sociale media weten te overtreden, is niet verrassend. Het opgeven van een valse geboortedatum om een account aan te maken (dat mag vanaf 13 jaar) is een koud kunstje.

Maar dat sommigen daarbij ook geholpen of gesteund worden door hun ouders, is nieuw voor ons. Zo is van een van de kinderen het TikTok-account een keer geblokkeerd omdat de app op leeftijd controleert door de gezichten van jonge gebruikers te scannen. ‘Toen vroeg ik mama of ze bezwaar wil maken, met een foto van haar gezicht.’

Beau mag op Tiktok omdat haar oudere stiefzus en -broer het ook mogen. ‘Anders zat ik maar op YouTube te scrollen, vet saai.’ Sommige andere kinderen mogen zelf geen TikTok-account, maar krijgen wel via het account van hun moeder toegang tot de app. Kinderen die van hun ouders niet op TikTok mogen, hebben daar oplossingen voor. Julie demonstreert binnen een paar klikken hoe je TikTok-video’s ook op YouTube kunt bekijken.

Het roept de vraag op hoeveel effect strengere leeftijdsrestricties rondom sociale media in de praktijk hebben. In maart stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor een minimumleeftijd van 16 jaar voor sociale media, in de hoop kinderen te beschermen tegen verslavende algoritmen en fysieke en mentale schade.

Los van de vraag welke app wel en niet valt onder de noemer sociale media – het populaire gameplatform Roblox heeft bijvoorbeeld ook chatfuncties, maar wordt niet als sociale media gezien – overtreden alle kinderen die we spreken de al geldende leeftijdsregels. Met toestemming van hun ouders. En niet alleen de kinderen met een TikTok- of Snapchataccount; zelfs voor WhatsApp hoor je eigenlijk ouder dan 13 te zijn.

‘Een eigen telefoon is een hele verantwoordelijkheid’

Kinderen zijn zich zeer bewust van de onlinegevaren

Een eigen telefoon is ‘een hele verantwoordelijkheid’, zegt Finn (10), al kan hij niet goed uitleggen wat hij daarmee bedoelt. Naast hem wipt klasgenoot Enitan op zijn stoel. ‘Telefoons’, zegt hij, ‘kunnen best gevaarlijk zijn.’

De twee jongens zitten bij elkaar in de klas op een school voor speciaal onderwijs in het Zuid-Hollandse dorp Bleskensgraaf. Ze mogen tot hun grote tevredenheid de les ‘skippen’ voor dit gesprek. Hun telefoons liggen op tafel. Die moeten daar blijven tot het einde van het gesprek, pas dan mogen ze wat dingen laten zien.

Dat blijkt onmogelijk. Terwijl hij praat, poetst Enitan met zijn duim het scherm van z’n telefoon. Dat licht op. Hij pakt het ding op en stopt met praten. Er klinkt geluid, een filmpje. Naast hem pakt ook Finn zijn telefoon erbij. De twee laten elkaar meekijken op het scherm. Ze schateren.

Telefoons zijn gevaarlijk, zegt Enitan op een van de schaarse momenten dat de jongens allebei van hun telefoon af kunnen blijven, omdat je ermee ‘gestalkt’ kunt worden. ‘Ze weten zo waar je woont.’

Het is een angst die alle kinderen die we spraken delen: onbekenden die iets van ze willen. Mensen die willen weten wie ze zijn en waar ze wonen. Of die uit zijn op naaktfoto’s.

Geen naam en adres delen, geen foto’s sturen naar onbekenden of ze toevoegen op Snapchat: alle kinderen lijken goed te weten wat ze moeten doen om uit de problemen te blijven. Ze leren dat van hun ouders, grotere broers en zussen, of van elkaar. Een deel heeft op school les gehad in mediawijsheid. Anderen halen hun kennis van het Jeugdjournaal.

Benthe heeft zelfs haar eigen veiligheidsmaatregelen bedacht. Op Snapchat voegt ze alleen mensen toe die ze kent, bij een onbekend nummer vraagt ze eerst om een foto, ter controle. ‘Is gewoon logisch’, vindt ze.

Het maakt duidelijk dat gesprekken over onlinegevaren zin hebben. De boodschap blijft hangen. Tegelijkertijd is het de vraag of dat genoeg is. Tegenover kinderen als Benthe, die zichzelf extra veiligheidsmaatregelen oplegt, staan ook kinderen die online veel meer risico lopen. Ze laten zich bijvoorbeeld afpersen via Snapchat, of ze delen (al op zeer jonge leeftijd) seksueel beeldmateriaal van zichzelf online, zoals Meldpunt Kinderporno onlangs bekendmaakte.

Het is heel erg vies, ik kan niet geloven dat ik het heb gezien’

Kinderen zien al jong gewelddadige of seksueel getinte beelden

Als Rowen iets engs heeft gezien op zijn telefoon, kijkt hij snel een ander filmpje ‘dat juist heel leuk is’. Of hij denkt aan zijn verjaardag. Rowen zit aan tafel bij zijn vriend Bram thuis, in een licht rijtjeshuis in Monnickendam. Ze hebben allebei een trainingspak aan.

Bram heeft net verteld dat hij weleens wakker heeft gelegen van een filmpje waarin iemand werd neergestoken. ‘Toen was ik helemaal bang dat dat ook ging gebeuren bij mij.’

Alle kinderen komen online iets tegen waarvan ze schrikken. Beelden waarvan ze voelen dat ze er te jong voor zijn. Sommige kinderen vinden een zoenscène uit een film al spannend, of een plaatje van een paar blote mannenbillen die in brand lijken te staan. Anderen zeggen seksfilmpjes te hebben gezien.

Vrijwel allemaal reageren ze op zo’n moment hetzelfde: ze klikken het snel weg en doen net alsof ze niets hebben gezien. ‘Dan denk ik aan een suikerspin’, zegt een jongen uit Rotterdam, ‘en dan gaat het weg.’

De kinderen zien deze dingen tegen hun zin in, zeggen ze. Zo werd Meyar zonder dat ze dat wilde toegevoegd aan een groepsapp waar ‘rare’ stickers werden gedeeld. ‘Blote mensen en zo.’ Een andere 10-jarige kijkt vaak mee op de telefoon van een ouder familielid en ziet daarbij soms seksvideo’s voorbijkomen. ‘Dat vinden we allebei niet zo leuk.’

Daarmee zijn ze niet uitzonderlijk. Uit een peiling van expertisecentrum Rutgers en het Jeugdjournaal blijkt dat 39 procent van de kinderen tussen de 9 en 12 jaar online weleens naaktfoto’s of filmpjes heeft gezien. Ouders hebben vaak geen flauw idee wat hun kinderen op jonge leeftijd allemaal tegenkomen, zegt Elsbeth Reitzema, expert educatie en opvoedondersteuning bij Rutgers. ‘Dat onderschatten ze echt.’

Eén keer een eng filmpje of vies plaatje hoeft geen probleem te zijn, zegt familiepsycholoog Mirjam de Nijs. De meeste kinderen kunnen wel wat hebben. ‘Het hangt natuurlijk ook van het filmpje af: een eng tekenfilmpje is iets anders dan zien hoe iemand wordt neergestoken.’

Dat veel kinderen zich meteen afleiden door aan iets leuks te denken, is op zichzelf een gezonde copingstrategie. ‘Zolang ze dat maar niet met alle moeilijke dingen in het leven doen.’

Maar soms is er wel schade. De Nijs gaf eens EMDR, een vorm van traumatherapie, aan een jongen van 8 die al maandenlang kampte met angsten. Hij bleek tijdens het kijken van tekenfilmpjes op YouTube per ongeluk op een Halloween-filmpje te zijn gestuit ‘met enge, gemaskerde figuren’.

Het is daarom van groot belang dat kinderen hun verhaal kwijt kunnen bij hun ouders of een andere vertrouwenspersoon, zegt zowel Reitzema als De Nijs.

Hoewel de meeste kinderen het idee hebben dat ze bij hun ouders terechtkunnen als ze online iets vervelend meemaken, blijkt de drempel in de praktijk hoog. Zeker vier kinderen hebben heftige beelden gezien maar dat stilgehouden, zeggen ze.

Omdat hij het ‘niet nodig’ vindt om het zijn ouders te vertellen, zegt de een. Een ander: ‘Ik houd het gewoon in mezelf.’ Schaamte speelt daarbij mogelijk een rol, vermoedt familiepsycholoog De Nijs.

En: kinderen zijn bang dat hun ouders boos worden, of er consequenties aan verbinden. ‘Misschien pakken ze dan mijn telefoon af’, zegt een 10-jarige die heftige (seks)beelden heeft gezien en dat nooit met iemand heeft gedeeld.

Jeugd- en mediaonderzoeker Helen Vossen valt het ook op. ‘Wij zien in ons onderzoek dat kinderen niet snel naar hun ouders gaan als er vervelende dingen gebeuren online.’

Dat is zorgelijk, want juist als kinderen met iemand kunnen delen wat ze hebben meegemaakt, kan er een last van ze afvallen, blijkt tijdens de gesprekken. ‘Het is een opluchting dat ik het er nu met jullie over heb’, zegt een van de 10-jarigen. ‘Het is gewoon heel erg vies, ik kan niet geloven dat ik het heb gezien.’

‘Mijn moeder vroeg me of ik verslaafd was aan mijn telefoon, ik zei van niet’

Ouders worstelen met het stellen van regels

Bram krijgt binnenkort een limiet. Als zijn schermtijd op is, blokkeert zijn telefoon alles behalve de meest noodzakelijke functies (bellen, bijvoorbeeld). De jongen uit Monnickendam, een bliksemschicht in zijn opgeschoren blonde haren, is daar eigenlijk wel blij mee, zegt hij. ‘Soms zit ik er helemaal in en dan zegt m’n moeder dat ik moet stoppen, daar krijgen we dan ruzie over. Het is beter als-ie gewoon uitvalt.’

Beau’s ouders grijpen meer in op gevoel, zo van: nu is het wel genoeg. Ze schrikt als we op haar telefoon zien dat ze gisteren vier uur op haar scherm heeft gekeken. Ze is niet de enige. Veel van de kinderen zonder voorgeprogrammeerde schermtijd blijken uren langer te scrollen dan ze hadden ingeschat.

De regels die kinderen van huis uit meekrijgen verschillen sterk. Bij sommigen bepalen hun ouders niet alleen hoeveel tijd ze op hun telefoon mogen en welke apps ze kunnen downloaden, maar ook wat voor filmpjes ze precies kijken op YouTube (daarover later meer).

Bij anderen lijken er helemaal geen regels te zijn. Die kinderen staan op met hun telefoon, scrollen tijdens het eten ‘want dat doet iedereen’ en vallen er ’s avonds mee in slaap. Een 10-jarige vertelt dat hij in het weekend schermtijden van meer dan acht uur per dag haalt. ‘Maar het was meer, ik heb het al een stukje lager gezet.’

Als hij door zijn ouders naar buiten wordt gestuurd, speelt hij vaak met de hond of zijn broer. Vrienden maken vindt hij lastig, zegt zijn docent na afloop van het gesprek. In de klas is hij vaak moe en lichtgeraakt, ze vermoedt grotendeels door zijn telefoongebruik.

Kinderen die veel achter een scherm zitten, hebben niet alleen een grotere kans op fysieke problemen, zoals bijziendheid of problemen met hun grove motoriek, ze hebben ook minder tijd om hun sociale vaardigheden te oefenen. Dat leidt ertoe dat sommige kinderen moeite hebben met contact maken, waarschuwden jeugdartsen en onderwijsmedewerkers eerder al in de Volkskrant. Soms met ernstige gevolgen.

In de verhalen van kinderen klinken de twijfels van hun ouders door. Ze vertellen over regels die ouders in de loop van de tijd aanpassen, omdat ze de gevolgen van hun telefoongebruik hadden onderschat.

Dat ouders worstelen met het stellen van grenzen, is begrijpelijk: ze zijn zelf niet opgegroeid met een smartphone, het is nog zoeken naar wat op welke leeftijd gepast is. Bovendien hebben ze zelf vaak ook grote moeite van hun telefoon af te blijven.

Het helpt niet dat landelijke richtlijnen over schermtijd en omgang met sociale media tot nu toe ontbreken in Nederland. Aanvankelijk vond de overheid dat een opvoedkwestie, maar komende week komt staatssecretaris Karremans toch met een richtlijn.

Hoe belangrijk regels zijn voor kinderen, maakt Laquelle duidelijk. Het meisje, een vrolijke verschijning met gekleurde kraaltjes in haar haren, praat rustig en reflectief. Soms is ze even stil om na te denken over het juiste antwoord.

Tot een paar maanden geleden zat ze geregeld tot diep in de nacht op haar telefoon. ‘Mijn moeder vroeg me of ik verslaafd was. Ik zei van niet, omdat ik op het Jeugdjournaal had gezien dat mensen die verslaafd zijn meer van hun telefoon houden dan van hun familie. En ik hou meer van mijn familie.’

Achteraf gezien had het Jeugdjournaal het mis, zegt Laquelle. Ze houdt meer van haar familie, maar ze was ook verslaafd aan haar telefoon.

Sinds een paar maanden mag Laquelle doordeweeks niet meer op haar mobiel. Er gaat een slotje op dat er pas in het weekend weer vanaf gaat. ‘Tegen andere kinderen zou ik willen zeggen: ga er niet ’s nachts op. Of geef je telefoon aan je ouders. Want het is moeilijk zelf te stoppen.’

‘Een scherm is slecht voor je ogen, buiten spelen is gezond’

Telefoons vergroten de verschillen tussen kinderen

Maryam en Azka mogen elke dag één uur op hun telefoon. Maar eerst moeten ze hun huiswerk maken en een boek lezen. En na dat uur schermtijd moeten ze buiten spelen. De tweeling vertelt opgewekt over het relatief strenge regime thuis. Ze staan er vierkant achter. ‘Een scherm is slecht voor je ogen, buiten spelen is gezond.’

De van oorsprong Pakistaanse tweeling is een paar jaar geleden naar Nederland gekomen vanwege het werk van hun vader voor Uber. Ze wonen in een fonkelnieuwe wijk in Diemen, met een groot park en grachtenpanden naar oud-Hollands model.

Dat is hemelsbreed nog geen kilometer van Amsterdam-Zuidoost, waar een van hun klasgenoten woont, een meisje dat we ook spraken. Tussen half negen en drie uur zijn de levens van de drie meiden precies hetzelfde, maar buiten schooltijd lopen de verschillen snel op. Het meisje uit Zuidoost mag van haar moeder niet alleen de deur uit. Ze woont in een beruchte wijk waar veel criminaliteit is en drugsoverlast. En dus moet ze altijd eerst een oudere neef bellen, of hij haar mee kan nemen naar een speeltuin.

Maar ook online leven ze in een andere wereld. De Pakistaanse tweeling mag alleen educatieve video’s kijken, geen TikTok en ook geen korte filmpjes op YouTube (Shorts). Te hysterisch, te gefragmenteerd: ‘Als je dan bijvoorbeeld een filmpje over een bepaald onderwerp kijkt, dan komt daarna opeens iets heel anders.’ Ze kijken naar educatieve video’s van een halfuur of langer. Snapchat en Instagram zijn ook verboden.

Ondertussen kijkt hun klasgenoot naar vechtfilmpjes op YouTube en X. Middelbare scholieren, meisjes vooral, die met elkaar op de vuist gaan. Zelf heeft ze ook weleens gevochten, vertelt ze. ‘Mijn moeder vindt dat ik het moet afleren, want op de middelbare school maken ze geen grappen. Soms is op het nieuws dat een 13-jarig meisje is doodgestoken.’

Telefoons vergroten de verschillen tussen kinderen, dat maken de gesprekken pijnlijk duidelijk. Dat is geen nieuwe conclusie: experts wezen daar in de Volkskrant ook al op. Die verschillen beginnen al heel jong. Juist de kinderen uit gezinnen waar het inkomen bescheiden is en de stress groot, worden langdurig voor het scherm gezet. Met taalachterstanden, concentratieproblemen en sociale problemen als gevolg.

Op oudere leeftijd worden kwetsbare jongeren geronseld door criminelen, of voor een draaiende camera onder druk gezet om met iemand te vechten. ‘Sociale media zijn de grote ongelijkmaker in de samenleving’, aldus het Amsterdamse raadslid Fatihya Abdi (PvdA).

Tijdens onze gesprekken met kinderen wordt duidelijk dat die verschillen deels een praktische oorzaak hebben. Kinderen van gescheiden ouders krijgen soms al jong een telefoon om contact te kunnen houden met beide ouders.

Ook de fysieke omgeving telt. Kinderen die op eigen houtje in de buurt mogen spelen, lijken – gebaseerd op onze gesprekken – minder geïnteresseerd in hun telefoon. Of dat in een stedelijke of dorpse omgeving is, maakt daarbij niet veel uit. Als er maar een aantrekkelijke speelplek is en kinderen er zelfstandig heen kunnen.

Dat maken Fem en Bram uit Pesse misschien nog wel het best duidelijk. Waar veel kinderen tijdens het gesprek met ons uitkijken naar het moment dat ze hun telefoon erbij mogen pakken, stellen zij voor om eerst even hun schoolplein te laten zien, dat deels in het bos ligt. ‘Het grootste schoolplein van Nederland’, zegt Bram, daarna zet hij een sprintje in, pakt een paar takken van de grond en slingert ze tegen bomen.

Pas als ze alle hoeken van het uitgestrekte schoolplein hebben laten zien, gaan Fem en Bram zitten en pakken ze hun telefoon erbij. Eventjes. Dan komen hun klasgenoten terug van de gymles en hollen ze het plein weer op.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next