Rechten van de natuur moeten worden verankerd in het Nederlandse rechtssysteem, stelt Jessica den Outer. Julian Boer twijfelt aan de praktische uitvoerbaarheid. Een twistgesprek onder leiding van Linette van Vlodrop.
Het is een idee waarover al een tijd wordt gediscussieerd: rechten toekennen aan de natuur, zodat deze bijvoorbeeld het recht krijgt niet vervuild te worden. Meester Internationaal milieurecht Jessica den Outer en promovendus Staats- en bestuursrecht Julian Boer gaan in gesprek over de volgende stelling: rechten voor de natuur moeten worden verankerd in het Nederlandse rechtssysteem.
Jessica den Outer is JdO, Julian Boer is JB.
Jessica den Outer is meester Internationaal milieurecht en oprichter van Rechten voor de Natuur
Julian Boer promoveert aan de Universiteit Utrecht bij Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie.
JdO: „Ik vind het als jurist enorm pijnlijk dat de natuur in Nederland in een crisis verkeert, ondanks talloze wetten en regels. De bestuivers verdwijnen, wateren worden continu vergiftigd, en natuurdoelen raken steeds verder uit het zicht. Dat wijst op het falen van een rechtssysteem dat gebaseerd is op een verouderd wereldbeeld. Daarin is de mens heerser over de natuur, en is die natuur vooral een gebruiksobject. Bedrijven kunnen wél rechtspersonen zijn, met vertegenwoordigers die voor economische belangen pleiten, maar rivieren, bossen en andere natuur worden slechts gezien als objecten wier stemmen nauwelijks gehoord worden. Door de rechten van de natuur te erkennen, draaien we het uitgangspunt om: natuur wordt een rechtssubject met eigen rechten en vertegenwoordiging. Hoe zou het zijn als de Waddenzee het recht heeft om vrij te zijn van vervuiling? De oude bomen van Amelisweerd het recht hebben op leven? Ik zie rechten van de natuur niet als een silver bullet voor de huidige crisis, maar wel als een belangrijke stap.”
JB: „Dat de natuur beter beschermd moet worden, staat als een paal boven water. Het toekennen van rechten aan de natuur als oplossing klinkt sympathiek, maar wetgeving moet niet alleen goed klinken – ze moet ook werken. Daar heb ik mijn bedenkingen bij. Het recht geven aan een rivier om te ‘floreren’ klinkt wellicht aantrekkelijk, maar is in de praktijk moeilijk toepasbaar en juridisch onduidelijk. We moeten alsnog zelf bepalen welke plichten voor mensen uit zulke rechten voortvloeien. Als bestaande plichten ten opzichte van de natuur, zoals natuurbeschermingswetten en stikstofregels, al structureel worden geschonden, waarom zouden rechten voor rivieren, bossen of heuvels dan beter worden gerespecteerd?
„We kunnen beter investeren in de handhaving van de plichten die al in de wet vastliggen, scherpere normen stellen en harde doch noodzakelijke politieke keuzes durven maken die de natuur écht beschermen. Stilzitten is geen optie – experimenteren evenmin.”
JdO: „Het staat buiten kijf dat er haast is. Dat we actie moeten ondernemen ook. Er zijn nog veel juridische vragen over rechten van de natuur. Maar dat we nog niet elke vraag kunnen beantwoorden, is wat mij betreft geen excuus. Het recht is historisch altijd reactief geweest en loopt achter op maatschappelijke ontwikkelingen. Vind je niet dat we een nieuwe juridische ontwikkeling, die bottom-up door burgers wordt aangedragen, dan juist heel serieus moeten nemen? Over de hele wereld zijn landen ons al voor. Zo winnen bossen in Ecuador het van verwoestende mijnbouw en heeft de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland middels vertegenwoordigers een stem in de besluitvorming. Rechten gevan aan de natuur lost niet gelijk alles op, maar is wel eerlijker.”
JB: „Vanzelfsprekend juich ik ieder initiatief toe om de natuur te beschermen, maar ik vind juist wél dat de belangrijkste juridische vragen op voorhand moeten kunnen worden beantwoord. Dat de bossen in Ecuador het dankzij natuurrechten zouden winnen van de mijnbouw is te eenvoudig gesteld: het afgelopen decennium nam de ontbossing voor mijnbouw in de Ecuadoriaanse Amazone nu juist met 300 procent toe. U doet het recht tekort met de implicatie dat de natuur nu geen plek aan tafel heeft. De Omgevingswet erkent bijvoorbeeld de intrinsieke waarde van de natuur. Milieuorganisaties en burgers kunnen de natuur ook nu al vertegenwoordigen in de politiek, het maatschappelijk debat, en in de rechtszaal.”
JdO: „Rechten van de natuur hoeven niets af te doen aan bestaande bescherming, zoals die via het Natura 2000-stelsel. Integendeel: ze kunnen die versterken – via een kader voor toezicht, handhaving en participatie van onafhankelijke vertegenwoordigers van de natuur in besluitvorming. Rechtsgeleerden concludeerden bovendien in 2022 in een rapport van de Waddenacademie dat er geen juridische obstakels bestaan om natuur als rechtspersoon aan te wijzen. In landen als Ecuador zien we daadwerkelijk een verschuiving in het juridische denken en worden dankzij rechten van de natuur steeds meer zaken gewonnen. Waar rechters voorheen enkel toetsten aan technische normen, stellen ze nu vragen als: hoe beschermen we het recht van een rivier op een gezond ecosysteem?”
„Ook in Nederland zien we zo’n trend: na Eijsden-Margraten onderzoekt nu ook de gemeente Groningen de rechten van de natuur. Het recht ontwikkelt zich voortdurend. Vrouwenrechten werden ooit ook als ‘te abstract’ neergezet. Nu zijn ze vanzelfsprekend. Als je ieder initiatief voor betere natuurbescherming toejuicht, waarom zou je hier dan een drempel opwerpen?”
JB: „Milieuorganisaties winnen in Nederland veelvuldig rechtszaken zónder rechten voor de natuur – denk aan Urgenda en de stikstofprocedures. Daarnaast meen ik ook niet dat het onmogelijk is om de natuur als rechtspersoon aan te wijzen. Mijn zorg betreft de implementatie en de gevolgen na invoering. Moeten op basis van rechten van de natuur invasieve diersoorten worden gedood, of hebben ook die recht op leven? Heeft het bos enkel het recht om te bestaan, of ook het recht om te branden? Heeft een rivier enkel het recht om schoon te zijn, of ook het recht om te overstromen? En meer juridisch: wat moeten we met bestaande gebruiksrechten, en wat verandert er aan de bevoegdheden van de autoriteiten die gaan over een natuurgebied? Zulke belangrijke vragen kunnen niet achteraf worden beantwoord, maar behoeven vooraf een zo helder mogelijk antwoord. We moeten voorkomen dat het uiteindelijk slechts om symboliek draait, en er in de praktijk geen winst is. Het is niet de schuld van het natuurbeschermingsrecht dat het zo slecht gaat met de natuur, maar van politieke keuzes. Wat voor instrumenten voegen rechten van de natuur nu echt toe aan ons natuurbeschermingsrecht, en waarom zou naar deze plichten wel geluisterd worden? Met alleen beloftes en een symbolische opsteker komen we er niet. Begin bij het begin: handhaaf natuurbeschermingsplichten, respecteer mensenrechten. Dat blijkt al lastig genoeg.”
Source: NRC