Home

Slaapgebrek op Le Mans? Button: "Ik heb twee kinderen, ik weet hoe het is om niet te slapen"

De 24 uur van Le Mans is een zware race voor mens en machine, maar is het ook lastiger voor coureurs die wat ouder zijn? Volgens Jenson Button niet.

Wanneer je als journalist naar de 24 uur van Le Mans gaat, is er een lijst met onderwerpen die elk jaar weer opduiken: verkeer, regen, rijden in het donker, nogmaals verkeer… en slaap. Het schema is behoorlijk zwaar voor coureurs, met trainingen die op woensdag- en donderdagavond doorgaan tot middernacht en mediaverplichtingen in de ochtend. Op zaterdag en zondag verandert de 24-uursrace al snel in een dag van 36 uur – beginnend op zaterdagochtend, wanneer je vroeg op het circuit wil zijn om het verkeer voor te zijn, tot aan zondagavond.

Wordt dat zwaarder naarmate coureurs ouder worden? Integendeel, volgens Cadillac Jota-coureur Jenson Button geeft zijn ervaring als vader hem juist een voordeel. "Een 22-jarige heeft meestal geen kinderen, dus die weet nog niet wat slaaptekort is – tot ze hier aankomen. Dan is het pas echt een schok", zegt de 45-jarige Button. "Ik heb twee kinderen, ik weet hoe het is om niet te slapen. Ik ben sowieso heel goed in slapen – ik zou op die bank daar kunnen gaan liggen en binnen twee minuten slapen. Dus ik heb heel veel geluk. Als ik uit de auto kom: eten, douchen, slapen. Geen probleem, ik ben één van de gelukkigen."

"Vorig jaar zei Seb [Bourdais] dat hij moeite had om te slapen. Maar toen hadden we 's nachts een safety car en zat ik drieënhalf uur achter die safety car – het saaiste wat ik ooit gedaan heb!", voegt de Formule 1-kampioen van 2009 toe. "Maar dat betekende wel dat de andere coureurs heerlijk konden slapen in de paddock. Hopelijk is dat dit jaar niet weer zo!"

Foto door: Rainier Ehrhardt

Button blikte ook terug op zijn bijzondere ervaring tijdens de editie van 2023, waarin hij met de Chevrolet Camaro ZL1 van Hendrick Motorsports reed – zijn tweede optreden op Le Mans – in het kader van de innovatieve Garage 56-inschrijving. "Ik kreeg de kans om hier te racen met die NASCAR Cup-auto, en in het begin dacht ik: 'Dat is compleet gestoord, waarom zou ik in hemelsnaam met een NASCAR-auto een etmaal willen rijden?' Maar toen raakte ik betrokken bij het testprogramma. Het was zó leuk om in te rijden en de sfeer was geweldig – en vooral hoe serieus ze het namen, hoe professioneel Hendrick te werk ging."

"Om dan met Garage 56 hier te komen en zo competitief te zijn… niemand had verwacht dat we ook maar in de buurt van de GTE's zouden komen. Maar het was ontzettend leuk", herinnert Button zich. "Ik weet nog dat ze in de drivers' briefing zeiden dat er witte vlaggen zouden worden gezwaaid als de NASCAR-auto door de Porsche-bochten ging, omdat ze dachten dat het zó traag zou zijn. En uiteindelijk kwalificeerden we ons vóór alle GTE-auto's. Het was echt een leuke wagen om in te rijden en een topervaring voor het hele team. Maar natuurlijk wilde ik terugkomen in een auto die echt kon meestrijden om de winst in de Hypercar-klasse. Daarom begon het verhaal bij Jota met de Porsche 963. En toen het team dit jaar fabrieksstatus kreeg met Cadillac, greep ik de kans om hier met hen te racen."

Source: Motorsport

Previous

Next