Home

Zijn Nederlanders echt van mening veranderd over het conflict tussen Israël en Palestina?

Dit weekend organiseren ngo’s een tweede ‘rode lijn’-demonstratie. Met de eerste, op 18 mei, leek de publieke opinie rond Israël en Palestina een kantelpunt te hebben bereikt. Maar hoe fundamenteel is die verschuiving? ‘De meeste mensen protesteren tegen het geweld, niet per se vóór de Palestijnse zaak.’

Het grootste protest in twee decennia, minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp die na anderhalf jaar stille diplomatie een Europees onderzoek naar sancties tegen Israël initieert, experts die het Israëlische geweld unaniem genocidaal noemen en Nederlandse media die zich massaal uitspreken tegen de manier waarop het land met journalisten omgaat.

Al loopt de toon van de veroordelingen nog altijd uiteen – van een ‘rode lijn’ tot een ‘streep in het zand’ –, dat het Israëlische geweld in Gaza te ver gaat, lijkt gemeengoed geworden. In april stond nog maar 15 procent van de Nederlanders achter het kabinetsbeleid ten aanzien van Israël, tegenover 29 procent vlak na de aanslag van Hamas en het begin van het Israelische offensief in Gaza.

Historisch laag

Dat is historisch laag, zegt opiniepeiler bij Ipsos I&O Peter Kanne, maar: ‘Er zijn niet méér mensen die zich boos maken over wat daar gebeurt.’ Want ook onze betrokkenheid bij het conflict neemt al anderhalf jaar gestaag af. Waar vlak na 7 oktober nog 72 procent van de Nederlanders de ontwikkelingen volgde en 40 procent zich ‘veel zorgen’ maakte, was dat in april respectievelijk 49 en 26 procent.

Toch gingen op 18 mei 100 duizend mensen de straat op, en volgt komend weekend een tweede ‘rode lijn’-demonstratie, waar opnieuw tienduizenden mensen worden verwacht. ‘Bij de mensen die zich hier wel mee bezig houden, is er iets geknakt sinds Israël in maart het staakt-het-vuren verbrak', zegt Kanne. ‘Hun emoties zijn heviger. Ze zijn bereid de straat op te gaan.’

‘Die doorbreking van het staakt-het-vuren deed me denken aan wat het Zuid-Afrikaanse regime wel eens deed met anti-apartheidsstrijders: ze vrijlaten om ze de volgende dag weer op te pakken.’ Mensen hoop geven, en die daarna vermorzelen – dat maakt mensen woedend, zegt Kanne.

Niet fundamenteel anders

Maar die woede betekent nog niet dat mensen fundamenteel anders naar het conflict kijken, zegt Peter Malcontent, docent geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en auteur van De open zenuw, over de relatie tussen Nederland, Israël en Palestina. ‘Bij het ‘rode lijn’-protest demonstreerden de meeste mensen tegen het Israëlische geweld – niet per se vóór de Palestijnse zaak.

‘Van oudsher voelen Nederlanders zich verbonden met de Israëliërs, vanuit schuldgevoel over de Holocaust en omdat het land door Europese Joden werd gesticht.’ Kijk bijvoorbeeld naar de Zesdaagse Oorlog, zegt Malcontent, toen stond bijna 70 procent van de Nederlanders achter Israël. ‘Er werden talloze steunacties op gezet, tot bloeddonaties aan toe.’

Sinds de jaren zeventig nam de steun voor Israël af, zegt Malcontent. ‘En je zou misschien verwachten dat waar de steun voor de ene partij verdwijnt, die er bij de ander bij komt. Maar dat is niet terug te zien in opiniepeilingen: mensen die Israël veroordelen worden niet van de weersomstuit ineens pro-Palestijns.’

Anti-Arabisch sentiment

De verbondenheid die Nederlanders van oudsher voelen met de Israëliërs, is er simpelweg niet met de Palestijnen, zegt Malcontent. ‘Integendeel: er heerst hier een sterk anti-Arabisch sentiment.’

Onder de mensen die niet alleen de straat op gaan omdat ze na anderhalf jaar hun buik vol hebben van het onophoudelijke geweld, maar al vanaf het eerste uur wijzen op bijvoorbeeld de bezetting van de Palestijnse gebieden door Israël, zijn er meer met een Midden-Oosterse of Marokkaanse migratieachtergrond, zo was te zien bij de vroegste protesten.

Dat zij zich dit conflict meer aantrekken, blijkt ook uit de peilingen van Ipsos. En alleen bij kiezers van Denk speelde het conflict significant mee bij hun stemkeuze tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2023.

Oosters gerecht?

‘Mensen uit die groepen zijn vaker opgegroeid met nieuws over dit conflict’, zegt Malcontent. ‘Terwijl: als ik op 6 oktober 2023 op een plein had geroepen: de Nakba (de verdrijving van zo’n 700 duizend Palestijnen in 1948, red.) is verschrikkelijk, hadden witte Nederlanders me vragend aangekeken, of gedacht dat ik net een mislukt oosters gerecht had gegeten.’

Dat verschil in kennis is de afgelopen anderhalf jaar rap afgenomen, zegt Malcontent, vanwege de media-aandacht voor het conflict en succesvolle documentaires als No Other Land, over de bezetting van de Westelijke Jordaanoever. ‘Dat heeft er waarschijnlijk allemaal aan bijgedragen dat er zo’n gemêleerde groep mensen naar Den Haag afreisde.’

Tweederangs burgers

Maar de betrokkenheid van mensen met een migratieachtergrond gaat vaak een laag dieper, zegt Malcontent: ‘Zij zien dat de Palestijnen door Israël worden behandeld als tweederangs burgers, en vragen zich af of dat in Europa niet ook gebeurt met moslims.’

Malcontent vermoedt dat de boosheid van veel Nederlanders – en met name die zonder migratieachtergrond – wel eens net zo zou kunnen wegebben zoals bij de Vietnamoorlog in de jaren zeventig. ‘Toen waren er voor Nederlandse begrippen grote protesten, gericht tegen het Amerikaanse geweld. ‘Zodra er een einde kwam aan dat geweld, hebben maar weinig Nederlanders zich nog bekommerd om het lot van de Vietnamezen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next