Home

Bij deze balie melden asielzoekers zich aan die juist weg willen uit Nederland

In Den Haag klinkt al jaren stevige taal over het gedwongen uitzetten van asielzoekers.

Toch doen de meeste migranten die het land verlaten dat nog steeds vrijwillig, met financiële steun van de overheid.

De Volkskrant keek vijf dagen mee bij het vertrekloket in Ter Apel. ‘Mijn plan is om schapen te kopen.’

Door Willem Feenstra en Loes Reijmer

Fotografie Harry Cock

Een kwartier nadat het rolluik krakend omhoog is gegaan, komt Jozef stapje voor stapje dichter bij de balie. Hij praat zo zacht dat hij aan de andere kant van het loket nauwelijks hoorbaar is. Met elk woord dat hij uitspreekt, of mompelt eigenlijk, schuifelt hij dichterbij, tot zijn neus tegen het glas drukt. Hij reikt een verfrommeld briefje aan, er staat op bij welk loket hij zich moet melden. Op zijn gezicht verschijnen meer en meer zweetdruppels.

‘Ik heb hulp nodig om terug te keren’, fluistert hij in het Engels.

Niki Karantaki (35) pakt het briefje aan. ‘Dan moet je bij mij zijn’, zegt ze met een knikje. ‘Vertel, waar kom je vandaan?’

‘Gambia.’

‘Kun je meer over jezelf vertellen? Wat is je situatie hier, waarom wil je terug?’

‘Ik moet gewoon weg, ik voel me niet goed.’

‘Ken je IOM, weet je hoe we je kunnen helpen?

‘Nee.’

Daarop vertelt Karantaki het verhaal dat ze meerdere keren per spreekuur houdt. Het gaat over de pijlers van de hulp die zij biedt als medewerker van IOM, de Internationale Organisatie voor Migratie. ‘Wij zijn onderdeel van de Verenigde Naties’, benadrukt ze altijd als eerste. ‘Wij werken dus onafhankelijk van de Nederlandse regering.’

Niki Karantaki merkt als medewerker van het IOM dat de vele procedures onbegrijpelijk zijn voor de mensen die eraan zijn overgeleverd.

Ze vertelt over de vervangende reisdocumenten die IOM gaat helpen regelen, de vliegtickets die betaald worden. En ja, ook over het geld dat de vrijwillige terugkeerder krijgt.

‘Als je op het vliegveld komt, krijg je 800 euro cash’, zegt ze. ‘Eenmaal in Gambia heb je recht op herintegratieondersteuning ter waarde van 2.015 euro. Daarmee kun je een nieuw leven beginnen.’

De man knikt voorzichtig, veel informatie lijkt langs hem heen te gaan.

‘Hoelang ben je al in Nederland?’, vraagt ze.

Hij denkt na, telt op zijn vingers. ‘Vijf dagen nu.’

Op dinsdag 3 juni 2025 stapte Geert Wilders uit het kabinet. Volgens de PVV-leider werd zijn partij ‘tegengewerkt’ door coalitiegenoten, waardoor striktere asielmaatregelen uitbleven. Dat zijn eigen partij met Marjolein Faber de asielminister leverde, dat zij vanaf de eerste dag ruziede met alles en iedereen én dat strengere wetgeving door trage uitwerking van zijn eigen minister uitbleef, dat benoemde Wilders niet.

In de elf maanden van dit kabinet ging het op het ministerie van Asiel en Migratie over het plaatsen van borden bij azc’s (‘Wij werken hier aan uw terugkeer’), over het niet toekennen van lintjes aan vrijwilligers in de asielketen (‘Hun werk staat haaks op mijn beleid’) en over een uitje naar de Efteling voor jonge asielzoekers (‘Ho, dit gaan we dus niet doen’).

Meer dan ooit op het beleidsterrein asiel, kortom, won de retoriek het van de effectiviteit.

Hetzelfde zie je bij het onderwerp terugkeer, een heet hangijzer doordat veel afgewezen asielzoekers niet daadwerkelijk weggaan. In jargon zijn zij ‘zelfstandig vertrokken zonder toezicht’, wat betekent dat zij uit beeld zijn van de overheid. De kans is groot dat ze nog wel in Nederland of elders in Europa verblijven. In 2024 ging het om bijna zesduizend mensen. Bewindspersonen op asiel bijten er al decennialang hun tanden op stuk.

Minister Faber kondigde aan meer in te zetten op gedwongen terugkeer. Het idee daarachter is dat uitgeprocedeerde asielzoekers worden vastgezet en uiteindelijk door de marechaussee naar het vliegtuig (of soms zelfs het land van herkomst) worden geëscorteerd. Het is een vorm die het in de beeldvorming goed doet bij kiezers die tegen asielmigratie zijn.

Het aanmeldcentrum en asielopvangcomplex in Ter Apel waar zich ook een vertrekloket van IOM bevindt.

ANP

In de praktijk is het een kostbaar en ingewikkeld proces. Detentie is duur, er is te weinig capaciteit, en omdat mensen vaak weigeren hun ware identiteit prijs te geven, is het veelal onmogelijk om reispapieren te regelen. Daardoor belanden veel migranten weer op straat, zonder zicht op vertrek.

Wat veelal onderbelicht blijft, en waar minister Faber ook nauwelijks over sprak, is de effectiefste vorm van vertrek. Dat is vrijwillige terugkeer, waarbij migranten zelf de regie houden en vaak geld meekrijgen om in hun land van herkomst een nieuw leven op te bouwen. Sinds 2020 vertrokken zo bijna zestienduizend mensen. De methode is zeker niet de heilige graal, maar levert wel meer op dan gedwongen vertrek. Daarbij ging het in dezelfde periode om elfduizend mensen, waarbij moet worden opgemerkt dat velen werden uitgezet naar het Europese land waar ze zich als eerste hadden aangemeld.

Om meer inzicht te krijgen in de effectiefste vertrekvorm keek de Volkskrant vijf dagen mee op een plek die voor buitenstaanders niet toegankelijk is: het spreekuur van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Ter Apel. Daar, achter de hekken van het asielcomplex, begeleidt IOM de migranten die vrijwillig het land weer willen verlaten om terug te keren naar het land van herkomst.

Voortdurend klinkt het bliepje van de Google Translate-app. Niki Karantaki, die op maandag, dinsdag en vrijdag aan het loket zit, drukt haar duim op het microfoontje en spreekt haar boodschap in het Engels in. De iPhone wordt onder het glas doorgeschoven, waarop de migranten haar vragen horen in hun eigen taal. Russisch, Arabisch, Azeri: de eerste stappen richting een nieuwe toekomst worden veelal gezet met het nasale geluid van een AI-gegenereerde stem.

Gewapend met een vertaalapp en engelengeduld helpt Niki Karantaki mensen om terug te gaan naar hun thuisland.

Het valt op hoe verschillend de terugkeerders zijn. De Gambiaan Jozef voldoet aan het stereotiepe beeld in politiek en media: man, alleenstaand, onpeilbaar. Maar hij blijkt deze vijf dagen een uitzondering. Net zo goed komen grote gezinnen uit Belarus, bouwvakkers uit Tadzjikistan en tal van Azerbeidzjanen voorbij, onder wie een influencer.

Over dit artikel

De Volkskrant kreeg van IOM toestemming om vijf dagen mee te kijken bij de vertrekbalie in Ter Apel. Migranten konden bezwaar maken tegen de aanwezigheid van journalisten, dit gebeurde niet. De krant sprak na het spreekuur uitgebreid met dertien vertrekkers. Velen van hen wilden anoniem blijven, omdat ze vreesden dat publicatie van hun persoonsgegevens gevolgen zou hebben in het land van herkomst. De naam van Jozef is gefingeerd.

In haar thuisland Griekenland was Karantaki hoor- en beslismedewerker, en moest ze beslissen wie mocht blijven. Hier doet ze het tegenovergestelde: ze ondersteunt mensen die juist terug willen.

Ze weet dat de mensen aan haar balie een verhaal hebben. Soms sijpelt het door in de antwoorden die ze geven, soms ook komt het relaas spontaan. Zonder kil over te komen houdt ze haar medeleven voor zichzelf. Ze knikt, humt en legt uit waar ze de migranten wel en niet mee kan helpen.

‘We hebben onze asielprocedure stopgezet, maar zijn nog steeds niet overgeplaatst naar het andere gebouw’, zegt de moeder van een gezin uit Belarus met vier kinderen. Het 4-jarige zoontje klimt op zijn vader, een van de dochters luistert in haar gele Justin Bieber-trui nieuwsgierig mee naar wat haar ouders met Karantaki bespreken.

Dit gezin uit Belarus bereidt zich voor op terugkeer met hulp van het IOM.

De vrijheidsbeperkende locatie (vbl), waar migranten naartoe moeten als ze hun asielprocedure beëindigen of worden afgewezen, is voor velen een schrikbeeld. Dit gezin wil er juist naartoe, omdat ze er zelf mogen koken. ‘Het eten in het aanmeldcentrum is veel te pittig voor de kinderen’, legt de moeder uit. ‘Ze leven nu op brood en melk. Daar krijgen ze diarree van.’

‘Dit moet je echt met het COA bespreken’, zegt Karantaki. ‘Ik ga er niet over.’

‘Kun jij niet bellen om te vragen of onze procedure al is stopgezet?’, probeert de vrouw nog een keer.

‘Ik begrijp je vraag’, antwoordt Karantaki. ‘Maar al zou ik bellen, dan nog zou ik er niets aan kunnen veranderen. Ik werk niet voor de Nederlandse overheid en heb dus ook niets te zeggen over de procedures.’

Vorig jaar kozen ruim 3.200 migranten ervoor Nederland vrijwillig te verlaten. Het grootste deel van hen, ruim tweeduizend, vertrok met hulp vanachter de balies die IOM door het hele land in onder meer asielzoekerscentra en kerken heeft.

De organisatie – toen nog onder een andere naam – is opgericht in 1951, om de miljoenen ontheemden en migranten te begeleiden na de Tweede Wereldoorlog. Al bijna 35 jaar begeleidt IOM in opdracht van de overheid mensen die vrijwillig willen terugkeren. Sinds 2016 is de organisatie verbonden aan de Verenigde Naties.

Bijna alle migranten hebben een lange reis langs Europese asielinstanties achter de rug en zijn ­geconfronteerd met veel wantrouwen en hardheid.

In de filosofie van IOM moeten mensen zelf de regie hebben over hun terugkeer. Zo dienen ze zelf hun reisdocumenten aan te vragen bij de ambassade of het consulaat – IOM zorgt wel voor de afspraak en het vervoer ernaartoe. Ook kunnen migranten op elk moment uit het traject stappen, zonder consequenties. Ze hoeven niet bang te zijn dat ze worden opgepakt en vastgezet. Gevoelige informatie die ze geven zal niet tegen hen worden gebruikt.

Dat is anders bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV), de uitvoeringsorganisatie die in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid voornamelijk gedwongen terugkeer doet. Daar is er eigenlijk maar één weg: de uitgang. Uitgeprocedeerde asielzoekers die een uitzetting vrezen, verdwijnen vaak uit een azc om buiten het bereik van de DTenV te blijven. In werkelijkheid zijn de meesten niet vertrokken, maar verblijven ze illegaal in Nederland.

Op maandagmiddag verschijnt aan de balie in Ter Apel een man met een bruin, gelooid gezicht onder een bakkerspetje. Hij knikt vriendelijk en wacht gelaten. Een vriend, net als hij gekleed in houthakkershemd, volgt in zijn kielzog.

‘Hi Amircon’, zegt Karantaki als ze opkijkt. Ze pakt haar telefoon en opent de vertaalapp. ‘Russisch, toch?’

De twee mannen komen uit Tadzjikistan. Vijf weken geleden stonden ze voor het eerst aan het loket, nu zullen ze over twee dagen vertrekken. Dan brengt een taxi hen om 5.05 uur naar Schiphol.

Toen Amircon hier twee maanden geleden kwam om in de bouw te werken hoopte hij nog voor altijd te kunnen blijven. ‘Ik ben de master van woningrenovatie’, zegt hij in het Russisch. ‘Ik kan tegelzetten, muren stuken, alles.’

Zo redeneren de meeste migranten: Nederland is een prachtig land; de mensen zijn aardig en er is meer dan genoeg werk. Waarom zou je niet gaan?

Van calculerend gedrag is weinig sprake onder de migranten aan het vertrekloket, van kennis over de asielregels evenmin.

De afgelopen jaren werkten de twee Tadzjieken al in Polen. Om daar te komen kochten ze eerst voor 1.500 euro per persoon een visum voor Rusland. Van daaruit trokken ze door naar Europa, een reis die beiden nog eens 500 euro kostte.

‘In Polen zijn de salarissen laag’, zegt Amircon. ‘Ik heb vier kinderen, dus ik verdiende niet genoeg. Kennissen zeiden dat ik in Nederland moest komen werken.’

Hij hoopte zijn vrouw, kinderen én kleinkinderen te laten overkomen. Maar toen overleed zijn vader. Hij moet terug naar Tadzjikistan om zijn moeder te helpen. Nog voordat hij zijn eerste gesprek had bij de IND, kapte hij de asielprocedure af. Eerst wil hij nu proberen weer een bestaan op te bouwen in zijn thuisland. ‘Maar als het niet goed gaat, kom ik weer naar Nederland. Hier is het beter.’

Het komt niet in hem op dat Tadzjieken geen kans maken op een verblijfsvergunning als zij asiel aanvragen. En dat hij, als laaggeschoolde arbeider, ook niet in aanmerking komt voor een werkvergunning. Als hij daarmee wordt geconfronteerd, zegt hij: ‘Kijk, in Tadzjikistan hebben wij geen problemen. Het is een mooi en goed land met veel zon. Europa biedt alleen meer mogelijkheden.’

Deze onbevangenheid is de grote gemene deler aan de balie. De meesten zijn zonder enige kennis of voorbereiding naar Noordwest-Europa gegaan. ‘Ik ben met de boot naar Spanje gekomen en daar in de bus gestapt’, zegt de Gambiaan Jozef. ‘In Nederland stapte ik weer uit.’ Een Serviër: ‘Ik ben gewoon bij vrienden in de auto gestapt.’ Van calculerend gedrag is weinig sprake, van kennis over de asielregels in verschillende landen evenmin.

Neem de 24-jarige influencer Brilyant uit Azerbeidzjan. Een jaar geleden ontvluchtte ze het land vanwege haar verslaafde, gewelddadige verloofde en vroeg in Nederland asiel aan. Wie een blik werpt op haar Instagramaccount met vijftienduizend volgers, ziet al snel dat ze daarvoor absoluut niet in aanmerking komt. Daar domineren leuke uitstapjes, rijkelijk gedekte tafels, mooie kleding en make-up. ‘Living my best life’, staat in de bio. Van vervolging of oorlogsgeweld lijkt weinig sprake.

Influencer Brilyant wil zo snel mogelijk terug naar Azerbeidzjan.

Ze dacht hier of in Duitsland een opleiding tot dierenarts te kunnen doen, maar telt nu ontnuchterd haar dagen in Ter Apel. Ze wil weg, zo snel mogelijk, omdat ze zich als jonge, alleenstaande vrouw niet veilig voelt in het azc. Eenmaal terug in Azerbeidzjan zal ze haar landgenoten vertellen dat Nederland een prachtig land is, zegt ze. ‘Maar alleen als je kunt studeren of werken. Ze moeten niet in de situatie komen waarin ik beland ben.’

Steeds weer valt op hoe weinig de meeste migranten weten van de asielregels. Ook de alleenstaande moeder, eveneens uit Azerbeidzjan, die op dinsdagmiddag aan het loket komt, had geen idee dat ze geen kans maakte op een verblijfsvergunning. Ze oogt vermoeid. Haar taupekleurige gellak is uitgegroeid, op sommige nagels zit helemaal niets meer. In Azerbeidzjan was ze kapper, nu hangt haar donkerbruine haar in lange slierten op haar rug.

Ruim een half jaar geleden vroeg ze samen met haar man en kinderen asiel aan in Duitsland. Ze vlogen er naartoe op een duur toeristenvisum, net als veel andere Azerbeidzjanen. Om dat te kunnen bekostigen, verkocht ze haar huis en kapsalon.

De reden van hun vertrek? De Azerbeidzjaanse pakt haar telefoon erbij en begint te zoeken. ‘Ik wil een foto laten zien van mijn dochter’, zegt ze. ‘Dan begrijpen jullie waarom ik alles heb opgegeven.’ Zelf wendt ze haar hoofd af.

Op de foto zijn de derdegraads brandwonden op het lichaam van haar inmiddels 5-jarige dochtertje te zien. Er stond een pan kokend water op het vuur, tijdens het spelen stootten de kinderen ertegenaan. Het meisje, destijds 3,5 jaar oud, lag een maand op de intensive care. De pijn en jeuk van de rode, verdikte littekens zijn nog altijd ondraaglijk voor het kind.

‘Mijn man zei dat ze ons in Duitsland zouden helpen. Daar zijn ze goed voor kinderen. Onze dochter zou in het ziekenhuis behandeld worden, beweerde hij.’ Eenmaal in Duitsland ging haar man ervandoor. ‘Ik denk dat hij ons onder valse voorwendselen heeft meegesleept. Hij bleek veel problemen te hebben – wat voor problemen zeg ik liever niet. Ik vermoed dat hij nu in Frankrijk is.’

Ze wachtte vijf maanden op de eerste afspraak met een Duitse arts. Om er vervolgens achter te komen dat ze de behandelingen voor haar dochter zelf zou moeten betalen. ‘Dat geld had ik niet’, zegt de vrouw. ‘Natuurlijk was ik al eerder teruggegaan als ik dat had geweten. We hebben vijf maanden voor niets gewacht.’ Sowieso zou ze niet aan het avontuur begonnen zijn als ze op de hoogte was geweest van het asielbeleid. ‘Dan had ik mijn huis en kapperszaak niet verkocht en zo veel risico’s genomen.’

Nadat Duitsland haar asielaanvraag had geweigerd en het gezin dreigde te worden uitgezet, vluchtte ze naar Nederland om tijd te kopen. Gewoon, omdat ze het even niet meer wist. Nu wil ze zo snel mogelijk terug. Ze wacht nog op haar paspoort, dat in Duitsland ligt. ‘Mijn kinderen huilen elke dag’, zegt ze. ‘De enige manier waarop ik ze rustig krijg is door te beloven dat we zo snel mogelijk naar huis gaan.’

De Azerbeidzjaanse moeder legde een reis af zoals zovelen aan het loket van IOM: tussen Duitsland en Nederland, of omgekeerd. Vaak hebben ze asiel aangevraagd in het ene land en vertrekken naar het andere land als de aanvraag afgewezen wordt. Daar kunnen ze opnieuw asiel aanvragen, waarna al snel zal blijken dat ze op basis van de Dublin-regels teruggestuurd zullen worden naar het eerste land.

De grens tussen Nederland en Duitsland is, net als de grens met België, dus een drukke migratieroute. De meeste mensen komen immers via de weg, omdat ze niet over de juiste documenten beschikken voor het vliegtuig.

In oktober vorig jaar besloot het kabinet-Schoof tot intensivering van de controles. Minister Faber toog door weer en wind naar de grens en liet zich fotograferen in gesprek met de marechaussee.

Van Marjolein Faber hadden de migranten die de Volkskrant sprak nog nooit gehoord.

Ambtenaren hadden vooraf gewaarschuwd dat de grenscontroles geen instrument zijn om asielzoekers tegen te houden. Zodra mensen bij de grens aangeven dat ze asiel willen aanvragen, zijn ze rechtmatig in Nederland. Dat geldt ook voor mensen die eerder al asiel aanvroegen in een ander land. Het maakt dus niet uit of een asielzoeker tegen een grenscontrole aanloopt.

Vorige week bevestigde de Algemene Rekenkamer dat de grenscontroles niet helpen om asielzoekers tegen te houden. In 20 weken werden er slechts 70 aangetroffen.

De migranten aan de balie van IOM hebben in ieder geval niets van het harde beleid gemerkt. Allemaal staken ze de afgelopen maanden ongehinderd de grens over. Überhaupt is de Nederlandse politieke situatie volledig langs ze heen gegaan. Dat het kabinet migranten liever zag gaan dan komen, blijkt onbekend. Van Marjolein Faber hebben ze nog nooit gehoord. Het strengste asielbeleid ooit? Géén idee.

‘Welke partijen willen dat?’, reageert de vader van vier kinderen uit Belarus. Verbaasd kijkt hij zijn vrouw aan. ‘Wij snappen niets van politiek’, verklaart zij.

‘Ik houd me verre van politiek’, zegt een Somaliër. ‘Het maakt me niet uit welke partijen winnen en wat ze willen. Ook in het azc wordt er niet over gepraat. Mensen hebben wel belangrijkere dingen aan hun hoofd.’

‘Marjolein Faber?’, herhaalt een man uit Belarus met twee tienerkinderen. Hij kauwt er even op. ‘Wat voor mevrouw is dat?’

Het is maandag rond lunchtijd en Niki Karantaki beweegt haar balpen haastig over een A4’tje. Voor haar balie staan twee zussen uit Belarus die over een paar weken zullen vertrekken. De een is samen met haar man en zes kinderen naar Nederland gekomen, de andere zus is alleenstaand met vijf kinderen.

Het levende bewijs stuift buiten rond. Een jongetje sjouwt een dinosaurusknuffel mee groter dan hijzelf, twee meisjes hangen over een roze koffer alsof het een klimrek is.

Karantaki krabbelt verder. ‘Twee volwassenen en een meerderjarig kind is 6.045 euro’, rekent ze de ene zus voor. ‘Voor de vijf minderjarigen gaat het om 1.000 euro per kind, in totaal krijg je dus 11.045 euro herintegratieondersteuning na terugkeer.’ De andere zus kan aanspraak maken op ongeveer 7.000 euro ondersteuning. De twee knikken. Het is een gigantisch bedrag, al helemaal voor Belarussische begrippen.

Voor Nederlanders die moeite hebben om rond te komen, zal het slikken zijn dat migranten aanspraak kunnen maken op duizenden euro’s. In de politiek is het dan ook geen populair gespreksthema. Toch is het al jaren staande praktijk, ook omdat het onder de streep de goedkoopste en haalbaarste optie is.

Migranten die gedwongen worden uitgezet, zitten meestal eerst lang in detentie, gemiddeld meer dan een maand. Dat alleen al kost meer dan 10.000 euro. En dan is het nog maar de vraag of het uitzetten daadwerkelijk lukt. Ook migranten die voor de illegaliteit kiezen, kosten de staat veel geld, omdat ze wel gebruikmaken van voorzieningen zoals de zorg.

Er is de overheid dus veel aan gelegen om migranten op eigen beweging te laten vertrekken. Een toekomstperspectief in de vorm van 800 euro cash en de herintegratieondersteuning van ruim 2.000 euro helpt daarbij. Het geld wordt voor de helft door Nederland betaald en voor de helft door Europa. IOM voert het proces uit, de overheid accordeert. Bij overheidsinstantie DT&V kunnen vrijwillige vertrekkers soms zelfs nog meer krijgen, al zijn de condities daarvoor onduidelijk.

Om misbruik te voorkomen zijn er voorwaarden. Zo moet een migrant zijn asielprocedure intrekken, mag hij niet zijn veroordeeld voor een ernstig misdrijf, moet hij uit een land komen dat visumplichtig is en mag hij niet in de afgelopen vijf jaar de EU hebben verlaten met ondersteuning. Twee op de drie IOM-cliënten voldoen aan deze voorwaarden en hebben recht op de ruime regeling, de rest krijgt bijvoorbeeld alleen geld voor de reis.

Voor IOM is het belangrijk dat migranten nieuw perspectief krijgen in hun herkomstland. Vaak heeft de reis naar Europa henzelf en hun familie veel geld gekost. Dat ze niet met lege handen terugkomen, en zelfs een bedrijfje kunnen beginnen, verkleint de schaamte én motiveert om terug te gaan.

Minister Faber, inmiddels teruggetrokken, minimaliseerde onlangs de kosten, al dan niet uit onwetendheid. ‘Dat zijn vrij kleine bedragen’, zei ze in de Tweede Kamer. ‘Het is niet zo dat het bedrag van 800 euro per se uitgegeven wordt. Het kan ook voor bijvoorbeeld 200 of 300 euro bewerkstelligd worden.’

De Tadzjiek Amircon weet al precies waarvoor hij de herintegratieondersteuning gaat gebruiken. ‘Mijn plan is om schapen te kopen’, vertelt hij. ‘Tadzjikistan bestaat grotendeels uit bergen, in de dorpen daar hebben mensen veel schapen. Ik woon in de stad. In de bergen ga ik goedkope schapen kopen en die in de stad voor meer geld verkopen.’

Hij schat dat schapen ongeveer 200 euro kosten, ‘grote wat meer, kleine wat minder’. Tien schapen dus? ‘Nee, want ik moet ook nog een grote schuur voor ze bouwen, dat kost ook geld. Ik begin met vier of vijf schapen.’

Het werk van Karantaki is niet eenvoudig: ‘Ik ­probeer het steeds opnieuw in de makkelijkste woorden uit te leggen, maar zelfs dat is soms niet genoeg.’

De Gambiaanse Jozef schrikt als hij hoort hoeveel cash hij meekrijgt. ‘Ga ik met 800 euro vliegen?’, vraagt hij vertwijfeld.

‘Je moet wel opletten natuurlijk’, antwoordt Karantaki, ‘maar je bent in een vliegtuig, dus dat is wel oké.’

‘Is het veilig in een vliegtuig?’, vraagt de man, die nog nooit gevlogen heeft. ‘Kun je dat geld niet beter opsturen?’

Karantaki: ‘Het komt goed, maar je moet wel voorzichtig zijn, zoals je dat normaal ook bent met je spullen.’

‘Oké’, zegt de Gambiaan, terwijl hij uitblaast. ‘Ik stop het gewoon diep in mijn zak.’

Op papier is Karantaki’s baan simpel – een soort beslisboom – en zou haar werk verward kunnen worden met dat van een reisbureau: zorgen dat vertrekkers de juiste reispapieren hebben, dat hun dossier op orde is, dat er vliegtickets zijn, een reisbudget en een plan bij aankomst.

De werkelijkheid is anders. Bijna alle migranten hebben een lange reis langs de Europese asielinstanties achter de rug. Ze zijn geconfronteerd met veel wantrouwen en hardheid, die deels ook onvermijdelijk is bij het beoordelen van asielaanvragen.

Ze zijn van loket naar loket gestuurd, en hebben geen idee wat nou het verschil is tussen de IND, het COA, DT&V, Vluchtelingenwerk of IOM. Hoewel bijna alles in regels en procedures is gegoten, kijken zij vooral naar degene achter de balie. Heeft ze het beste met ons voor? Komt ze haar beloftes na? Is ze, kortom, te vertrouwen?

Het antwoord op die vraag kan het verschil maken tussen in Nederland blijven of weggaan.

Bij het vertrekloket in Ter Apel is dat proces in de praktijk te zien. De meeste migranten die bij hun eerste contact nog twijfelen, vertrekken door de vertrouwenwekkende werkwijze van Karantaki uiteindelijk uit Nederland.

Haar geduld maakt Karantaki geliefd. ‘Dankzij Nikita voelen wij ons hier goed.’

Het is zichtbaar bij de Gambiaan, die zijn lot volledig in haar handen legt. Geduldig legt Karantaki vijf keer aan hem uit waarom hij eerst ‘echt langs de dokter’ moet gaan, een verplichte stap in het vertrekproces als er signalen zijn dat er mogelijk medische problemen spelen. ‘Wat ga je nu als eerste doen?’, vraagt ze hem voor de zekerheid als hij de spreekruimte uitloopt. Hij denkt na. ‘Naar de dokter’, zegt hij dan.

Als hij eenmaal de deur uit is, zucht Karantaki. ‘Ik probeer het steeds opnieuw in de makkelijkste woorden uit te leggen, maar zelfs dat is soms niet genoeg.’

Haar geduld maakt haar geliefd. ‘Dankzij Nikita voelen wij ons hier goed’, zegt de Tadzjiekse ‘master van de woningrenovatie’ Amircon, terwijl hij zijn blik op Karantaki richt. ‘Eigenlijk wil ik een foto van Nikita hebben en meenemen naar mijn land.’

Karantaki, lachend: ‘We kunnen samen een foto maken, geen probleem.’

De vijf dagen aan het vertrekloket leren ook iets anders. Zelfs als bijna alles voor migranten is geregeld, als er geld beschikbaar is voor een nieuwe toekomst in hun thuisland, als ze vertrouwen hebben in hun begeleider, als ze in feite alleen nog maar in een taxi hoeven te stappen naar Schiphol, zelfs dan is er nog een andere drijfveer nodig.

Aan het vertrekloket valt het afscheid van Nederland sommige migranten zwaarder dan anderen.

Bij veel vertrekkers spelen persoonlijke omstandigheden ook nog een rol. Een overleden familielid in het land van herkomst. Een zieke moeder die niet langer alleen kan zijn. Een kind dat maar niet kan aarden in een Nederlands azc. Factoren waarop de overheid geen invloed heeft, en die ook meteen inzichtelijk maken waarom het zo moeilijk is om migranten weer te laten vertrekken uit Nederland.

Zo was het ook bij het Belarussische gezin met vier kinderen, dat binnenkort weggaat. Hun strijd voor asiel in Duitsland en Nederland, die al vijf jaar en vele beroepsprocedures duurde, hadden ze zeker nog voortgezet als de vader van de man niet terminaal ziek was geworden.

‘We waren gelukkig de afgelopen jaren’, zegt de vrouw. ‘De kinderen gingen naar school en hadden vrienden. We willen Nederland en Duitsland bedanken, want jullie helpen echt, hè. Jullie asielsysteem geeft mensen perspectief.’

Dat ze in Nederland uiteindelijk ook geen verblijfsvergunning hadden gekregen, horen de twee gelaten aan. ‘Dat kan’, reageert de vrouw. Sterker nog, ze begrijpen strengere maatregelen wel, zoals grenscontroles. ‘Natuurlijk’, zegt de man. ‘Je wilt toch niet dat jan en alleman zonder documenten het land binnenkomen?’

Steeds meer Syrische vluchtelingen keren terug naar huis na val regime, wereldwijd meer mensen op de vlucht

Sinds de val van de Syrische dictator Bashar al-Assad begin december zijn zeker 1,7 miljoen Syriërs naar huis teruggekeerd. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Wereldwijd blijft het aantal mensen op de vlucht stijgen.

EU-Commissie: uitgeprocedeerde asielzoekers moeten echt de EU uit

De Europese Commissie wil dat uitgeprocedeerde asielzoekers daadwerkelijk de EU verlaten. De EU-landen moeten daarvoor elkaars uitzetbeslissingen erkennen en uitvoeren. Ook kiest de Commissie voor het overbrengen van mensen zonder verblijfsvergunning naar ‘terugkeerhubs’ buiten de EU.

Waar immigranten méér gelijke rechten krijgen, blijkt de angst voor asielzoekers en migratie een stuk lager

Terwijl PVV-minister Faber asielzoekers de deur wijst, bewijst nieuw grootschalig onderzoek dat het verstandig is om immigranten juist méér gelijke rechten te geven. Migratie-expert Hein de Haas: ‘De voornaamste zorg van mensen is niet zozeer migratie, maar integratie.’

Source: Volkskrant

Previous

Next