Al dik drie jaar volgen honderdduizenden kijkers wekelijks hoe de Nederlandse youtuber Martijn Doolaard (41) in de Alpen twee berghutjes opknapt. Waarom spreekt dat zo aan? En wat bezielt iemand als Doolaard om zijn bergleven vast te leggen door dagelijks urenlang een camera op zichzelf te richten?
Door Pieter Hotse Smit
Fotografie Nick van Tiem
De storm die wegvaagde wat youtuber Martijn Doolaard op een Italiaanse berg in anderhalf jaar tijd had opgebouwd, is amper gaan liggen als hij zijn Sony A7 IV-camera op zichzelf richt en een biertje opentrekt. Achter hem zijn de overblijfselen van zijn zelfgebouwde buitenkeuken en -douche te zien, buiten beeld wappert zijn ingestorte tent, verderop liggen zijn huisraad en weggewaaide zonnepanelen.
‘Gewoon van een biertje aan het genieten’, zegt Doolaard tussen de brokstukken. Door de razende wind is hij amper te verstaan. ‘Wat er ook gebeurt, ik probeer lol te hebben, erom te lachen.’ Even later: ‘Ik heb wat grappa, bier en verse prosciutto van de winkel. Ik ben oké, weet je.’
Bijna 700 duizend keer werd op YouTube bekeken hoe avonturier Doolaard ‘de verwoestende storm’ trotseert, zoals de Nederlander aflevering 58 uit zijn serie heeft genoemd. Anderhalf jaar eerder, in oktober 2021, streek hij neer in de Italiaanse Alpen, waar hij voor 21 duizend euro ruim twee hectare grond op 1.200 meter hoogte kocht.
Bij zijn aankoop is niet alleen een formidabel uitzicht op witte alpentoppen en een bergvallei inbegrepen, maar ook twee vervallen stenen berghutjes. Zijn idee: deze opknappen, een teruggetrokken leven leiden, maar daarbij wel een camera op zichzelf richten en wekelijks verslag doen op YouTube. Van zijn bouwwerkzaamheden én bergleven, die doen denken aan De acht bergen van Paolo Cognetti, het boek waarin hoofdpersoon Pietro op zoek naar zingeving en eenvoud in de Italiaanse Alpen een berghut opknapt.
Aanvankelijk denkt Doolaard zijn ‘project’ te combineren met zijn werk als graphic designer van onder meer logo’s voor bierproducenten. Maar al na zeven afleveringen trekken zijn video’s, met Engels als voertaal, wereldwijd honderdduizend kijkers. Door de inkomsten van YouTube hoeft hij geen werk op afstand meer te doen.
Wat spreekt kijkers aan in Doolaards video’s, die inmiddels zo’n 500 duizend unieke kijkers trekken? Waarom deelt hij zijn solitaire bergleven zo graag met de wereld? En in hoeverre kun je verstild leven in eenheid met de natuur als je tegelijkertijd elke week een YouTube-video moet monteren en uploaden?
Doolaard houdt graag de regie over zijn verhaal. Aanvankelijk was hij dan ook niet happig op een bezoek van de Volkskrant. Hij ontving maar één verslaggever, van het Amerikaanse buitenlevenblad Outside, daarnaast stond hij een handjevol media telefonisch te woord, zoals The Washington Post en The Guardian. ‘Ik heb het niet nodig’, zegt hij met Hoeksche Waardse tongval. ‘Ik heb 800 duizend volgers op YouTube. Het hoeft niet meer, meer, meer.’
Het heeft iets merkwaardigs: honderdduizenden kijkers voor iemand die door zijn omgeving wordt bestempeld als ‘einzelgänger’. Iets dubbelzinnigs ook: een bureaubaan in Amsterdam opgeven en de snelle wereld van commercie vaarwel zeggen, maar tegelijkertijd diezelfde wereld via YouTube gebruiken om een teruggetrokken bestaan op een Italiaanse berg mogelijk te maken.
Omdat hij de Volkskrant van jongs af aan uit leest, mogen we toch 24 uur langskomen om over zijn project te praten. We treffen de youtuber op een slecht moment. Martijn heeft rugpijn. Het zware werk aan de ruim 120 jaar oude bouwsels van gestapeld natuursteen en dikke houten balken begint na drieënhalf jaar zijn tol te eisen.
‘Eerst maar een bak koffie?’, vraagt Doolaard na aankomst. Als hij gebukt door de lage deur van zijn eerste, inmiddels volledig gerenoveerde berghuisje is gestapt, klinkt even later in de ruimte van niet meer dan 25 vierkante meter het gepruttel van de percolator.
Voor zijn vaste kijkers is het zwartgeblakerde koffiepotje een bekend artefact. Want Doolaards video’s beperken zich niet tot klussen alleen. Ze verlopen volgens een vast stramien. Hij wisselt (drone)beelden van de omgeving af met shots van wandelingen door de natuur, het maken van ontbijt, bouwen, het scharrelen van zijn kippen, tuinieren, lunch, een rit in zijn open Land Rover series-III uit 1974, het schetsen van bouwtekeningen, meer bouwen, koken en avondeten bij de eigenhandig gemetselde vuurplaats. Het uitzicht op de witte bergtoppen, vallei en rivier is nooit ver weg.
Ook vaste prik: een paar woorden in de camera door Doolaard zelf. Meestal over het weer van de afgelopen week, kleine bespiegelingen over het bergleven en de vorderingen aan het bouwproject. Maar niet te veel; liever laat hij vanuit stilstaande shots, met zijn camera op een statief, de beelden spreken. Door bijvoorbeeld eerst een druppende kraan te filmen, dan een beeld waar hij aan het lekkende ding werkt, en afsluitend een niet-lekkende kraan.
Doolaard lukt het, in een tijd van snelle sociale media, een groot online publiek aan zich te binden. En dan ook nog met een concept van verstilling en vertraging. Met videoverhalen die doorgaans chronologisch verlopen en weinig spanningsopbouw kennen. Na zijn vaste zaterdagse montagedag zet hij de afleveringen, van soms wel 45 minuten, vaak ook nog met ronduit saaie titels, online: ‘Hekken bouwen’, ‘Begonnen met uitgraven kelder’, ‘Een regenachtige week binnenwerken aan aftimmeren hout’, ‘Familiebezoek, de weg vrijmaken en cement storten’.
Vandaag op het programma: het leegscheppen van een aanhanger vol grind, het verleggen van een waterleiding, een vijgenboom planten en zonnepanelen platleggen. Met zijn pijnlijke rug neemt Doolaard met plezier het aanbod van zijn bezoeker aan om hem werk uit handen te nemen.
Uit de meer dan duizend reacties per week valt op te maken dat velen Doolaards video’s zien als een wekelijkse ontsnapping uit het eigen leven. Begeleid door rustgevende (klassieke) muziek en achtergrondgeluiden lijken de beelden van noeste arbeid, eten bereiden, ambacht en natuur op veel kijkers vertragend te werken. De ruisende rivier, alpenbellen van de koeien in het dal, het geluid van zijn harde zolen op steen, gereedschap, scharrelende kippen, ritselende bladeren of een snijdend mes op een olijfhouten plank: ze roepen bij kijkers een gevoel van ontspanning op.
Meerderen zeggen dat Doolaards video’s het ASMR-effect opwekken: Autonomous Sensory Meridian Response, een gevoel van diepe ontspanning door het kijken naar rustgevende beelden of het luisteren naar bepaalde geluiden, zoals gefluister, gekraak van papier of verpakkingen en het getik van nagels. ‘Ik had niet verwacht dat een renovatievideo zo ontspannend zou zijn.’ En: ‘De zachte regen en Martijns kalme stem zorgen dat dit voelt als een ASMR-sessie.’
Anderen krijgen zelf zin hun leven om te gooien. ‘Ik kan geen genoeg krijgen van je video’s. Ze zijn een getuigenis van hoe het leven zou moeten zijn. Tegelijkertijd besef ik dat ik iets verkeerd doe en iets moet veranderen.’
Doolaard is voor velen als een verre vriend: ‘Hoe kan het zo troostend en therapeutisch zijn om iemand zo hard te zien werken? Ik woon duizenden kilometers en een continent verderop, toch verlang ik er steeds naar om even langs te komen en een handje te helpen.’
Waar kijken al die mensen precies naar? In ieder geval niet naar een man die gekleed gaat in een overall of andere typische werkkleding. Wel naar iemand die steevast met Brixton-hoed boven een baardje in beeld komt, overhemden draagt bij het klussen en zijn broek doorgaans ophoudt met bretels. Eronder draagt hij het liefst de klassieke leren werkschoenen van het Amerikaanse merk Red-Wings, die hij geregeld liefdevol poetst voor de camera.
‘Vergelijk het met de deur uitgaan en onder de mensen komen’, zegt hij. ‘Dan ben ik me ook bewust van wat ik aantrek. Zo werkt het ook als een camera op me gericht staat.’
Doolaard is bezig bij zijn zonnepanelen als ineens stemmen klinken. Het blijken fans, een man en een vrouw, wandelaars uit Milaan, die zijn plekje in de Alpen op Google Maps hebben gevonden. Zelf houdt Doolaard de exacte locatie in de vallei Val Pelice angstvallig stil, hij wil niet nog meer onverwacht bezoek dan hij al krijgt. Maar kennelijk zijn er kijkers die de satellietbeelden net zo lang afzoeken tot ze zijn land herkennen van de dronebeelden die Doolaard geregeld toont.
Met zijn schroefboormachine nog in zijn hand verontschuldigt hij zich dat hij na drieënhalf jaar nog altijd matig Italiaans spreekt. Ze willen weten of het al beter gaat met zijn rug. De man zegt in zijn video’s te genieten van het klussen, zij van Doolaards kookkunsten. ‘Ik zei het je’, zegt hij lachend als ze weer vertrokken zijn, ‘het is een familieshow.’
Hij laat een deel van de werkelijkheid zien, erkent Doolaard. Houdt hij zijn kijkers een te romantisch beeld voor van het bergbestaan? Door naast de sporadische (sneeuw)stormen en kleine tegenvallers toch vooral de mooie kanten van zijn leven en bouwproject te laten zien?
‘Het buitenleven, koken, scharrelende kippen, natuur, het bouwen; ik weet waar mensen voor kijken. Dan ga ik ze geen beelden voorschotelen van mezelf met een winkelkarretje in de Lidl.’ Hij wil de kijker ook niet vermoeien met ‘geklaag’. Over de momenten dat hij minder gemotiveerd is of gefrustreerd over de stroperige Italiaanse bureaucratie rond zijn bouwvergunningen.
Hij beschouwt de video’s als een kunstproject. ‘Ze zijn uiteindelijk een product, een ding’, zegt hij. ‘Een interpretatie van wat ik hier voel, wat ik wil laten zien en wat ik mooi vind.’ Om dat te kunnen doen, vraagt Doolaard ook wat van zijn bezoekers. ‘Pa, we gaan niet in korte broek lopen’, kreeg vader Simon te horen. En als de camera draait en zijn Brixton-hoed op gaat, gaan de plastic waterflesjes en telefoons van tafel. Rommelhoekjes blijven buiten beeld, was ook een van de eisen die Doolaard vooraf stelde aan de Volkskrant-fotograaf.
Waarom niet gewoon de werkelijkheid laten zien zoals die is? ‘Ik wil schoonheid tonen’, zegt hij, ‘en daar passen geen werkbroeken met oranje vlakken bij, of andere dingen die ik gewoon lelijk vind.’
Natuurlijk ontkomt hij als klussende hoofdpersoon niet aan een rol voor de camera. Maar is het niet over de top dat hij zichzelf ook filmt terwijl hij met keiharde klassieke muziek aan een landschap schildert of minutenlang de camera op zichzelf richt in de karakteristieke Land Rover? ‘Vind ik niet; dat is wie ik ben, een onderdeel van mijn leven hier.’
Op vragen of ijdelheid een rol speelt, en of die wordt gestreeld met alle aandacht voor zijn video’s, zegt Doolaard dat hij het ‘aan anderen laat’ daarover te oordelen. ‘Het is een beetje een zinloze discussie’, vindt hij. ‘Zowel lof als kritiek probeer ik van me af te laten glijden.’
Doolaard is zich ervan bewust dat hij in twee werelden leeft. Enerzijds het stillere bergleven. ‘Een simpeler bestaan, met minder spullen, geeft rust. Maar ik hoef me niet zoals sommige boeren kapot te werken om in de vallei boter voor 20 cent per pakje te verkopen. Dat is het mooie van deze tijd. Met een camera, drone, laptop en een internetverbinding heb ik het beste van twee werelden.’
En nee, het resultaat vindt hij niet geromantiseerd. ‘De werkelijkheid is nog veel rijker. Nu jij hier zit, is het uitzicht nog grootser, toch? Nu je hier echt bent, voel je ook de warmte van de zon en zie je de lichtinval.’
Het avontuurlijke zat er niet onmiddellijk in bij de jonge Doolaard, die in een calvinistisch gezin opgroeide in Oud-Beijerland en het Zeeuwse Goes. Hij vond dingen al snel eng, maar voelde ook de opwinding als zijn vader hem en zijn drie broers voor dag en dauw om 5 uur uit bed haalde om te vissen in de Oude Maas. Kampeervakanties op ANWB-campings in Nederland en heel soms in Frankrijk waren al ‘een avontuur, maar ook veilig genoeg’.
Terwijl vader Simon zich van boomkweker/hovenier omschoolde tot predikant bij de Hervormde kerk, viel Martijn rond zijn 17de juist van zijn geloof. Hij verliet het huis om in Eindhoven aan het Grafisch Lyceum onderwijs te volgen. Een artistieke, seculiere omgeving, die de fervente kerkganger (lange tijd twee keer per zondag) de ogen opende voor andere werelden.
Een docent zag Doolaards ontwerptalent en gaf hem een zetje om te solliciteren bij een internationaal brandingbureau in Amsterdam. Een Engelstalige werkplek, terwijl hij die taal amper meester was: het bleek een lesje in angst overwinnen door je in een ongewis avontuur te storten.
Die avonturen werden steeds groter. Toen Doolaard na een periode in Utrecht inmiddels Amsterdam ‘aandurfde’ als woonplaats, kocht hij in 2015 een toerfiets en vertrok tot veler verrassing op de bonnefooi richting China. Over die ervaring maakte hij een boek met eigen foto’s en teksten, One Year on a Bike. Daarna kwam Two Years on a Bike, over zijn volgende fietsavontuur, van Canada naar Patagonië, waarvan hij ook op YouTube verslag deed.
Het bouwproject in Italië durfde hij daarna wel aan. ‘Door al het wildkamperen tijdens de fietsreizen wist ik: als er een wateraansluiting is, een plek om een zonnepaneel en een tent op te zetten, dan gaat het gewoon werken.’
Met een Suzuki Jimny, een gammele aanhanger gevuld met zonnepanelen, accu’s, een houtkacheltje en op het oog gedateerd gereedschap, rijdt Doolaard in de eerste aflevering eind 2021 het Alpen-decor binnen. De kijker vertelt hij dat hij ‘wel wat klusvaardigheden heeft, maar niet veel’.
Of het is valse bescheidenheid, of Doolaard weet zich buiten beeld in rap tempo te bekwamen in allerlei ambachten. Zoals houtbewerken, metselen, lassen en ijzersmeden. Zo beitelt en gutst hij een dakgoot uit een boomstam, stort hij zijn betonnen vloer en legt al het leidingwerk aan.
Door blogs te lezen, kenners te spreken en YouTube-instructiefilmpjes te kijken, onderwijst Doolaard zichzelf. In het begin werkt hij veelal alleen, maar gaandeweg krijgt hij steeds meer hulp vanuit wat hij de ‘YouTube-community’ noemt. Vooral bij het zwaardere werk, zoals de gigantische dakstenen van honderden kilo’s die eraf moeten om de balken te kunnen vervangen.
Aanvankelijk denkt hij ook die zware klus alleen te kunnen doen en bouwt weken aan een houten hijskraan. Een vernuftig ding, maar het blijkt onvoldoende naar wens en verdwijnt uit beeld.
De eerste twee jaar, als de berghutten nog onbewoonbaar zijn, leeft Doolaard grotendeels buiten. Hij slaapt in een piramidetent, in de winter met houtkachel. Koken doet hij in zijn zelfgebouwde buitenkeuken, waar hij door de bevroren leidingen geregeld in de weer is met het smelten van sneeuw om aan water te komen.
Sommige kijkers vinden het in die periode ‘moeilijk om aan te zien’ hoe hij in tamelijk onherbergzaam gebied zichzelf zo blootstelt aan de elementen. Zo bezwijkt zijn tent een keer onder een pak sneeuw en waait bij die ene storm zijn hele kamp omver.
Doolaard zegt dat het een bewuste keuze is. Dat hij ervoor kiest ‘met zijn kop in de wind’ te leven, zodat hij zo veel mogelijk kan genieten van het buitenleven. Hij zoekt naar ‘balans’, in ‘dialoog met de natuur’. Ja, het was die ene avond moeilijk om te zien dat alles aan stukken lag. ‘Maar ik kreeg er ook een kick van.’ De volgende ochtend dacht hij: ‘Oké, ik hoor je, natuur. Ik bewonder je kracht. Ik ruim het op, ik bouw het beter, sterker. En weet je, laten we samen verdergaan, let’s move on together.’
Doolaard probeert zo authentiek mogelijk te bouwen en sleept daarvoor eindeloos vaak bouwmaterialen het steile, deels onverharde bergpad op, een slingerrit van zeker 25 minuten. Eenmaal boven worden ladingen grind dus niet gekiept, maar uit de aanhanger geschept, ‘lekker zen werkje.’
Zijn land betreden voelt na het zien van ruim 160 afleveringen als een filmset binnenstappen. Met als vaste decorstukken het zelfgebouwde kippenhok, de kas naast de buitenkeuken, de twee berghutjes voor het beukenbos en het uitzicht met witte toppen als achtergronddoek.
Tussen een vergeefse poging het irrigatiesysteem voor de kas te vervangen (hij blijkt een onderdeeltje te missen) en het voorbereiden van de bbq, vertelt Doolaard dat na drieënhalf jaar de motivatie weleens minder is. Dat hij niet altijd zin heeft in iedere klus.
‘Op die momenten helpt het dat mijn verhaal publiek is geworden. Als je je bed niet uitkomt voor werk, word je ontslagen. Als ik niet werk, is er geen video en dus ook geen geld.’ De vaste ingrediënten in de video’s helpen hem ook het werk af en toe te laten voor wat het is. Er moeten ook wandel- en natuurbeelden worden geschoten.
Het blijft een wonderlijke gewaarwording als Doolaard bij die wandelingen door het beeld loopt. Hij heeft dan eerst de camera neergezet, wandelt er vervolgens langs en moet daarna terug om het ding met driepoot weer op te halen. Waarbij hij het laatste stuk er bij de montage vanzelfsprekend uit knipt. Ook bewonderenswaardig: de dronebeelden waarop hij in een rijdende 4x4 terreinwagen te zien is op de onherbergzame weggetjes. De drone en de auto bestuurt hij dan tegelijk.
Dat Doolaard niet meer dan een drone en de Sony-camera op een statief tot zijn beschikking heeft, kunnen sommige kijkers niet geloven. ‘I don’t believe him, he has a film crew’, krijgt hij nog altijd als reactie. ‘Mooi compliment, toch?’, zegt Doolaard.
Sommige shots zijn gekunsteld, zoals de ochtend waarbij hij zijn huisje uit stapt en naar de lucht kijkt alsof hij dat die dag voor het eerst doet, terwijl hij daarvoor de camera al buiten heeft gezet.
Of het shot waarin hij een zonnepaneel platter legt. Bedoeld om, met de hogerstaande zon, voor de kijker visueel de lente in te luiden. Eerst toont hij de rij panelen die bijna recht omhoog staan, zodat ze de stralen van de laagstaande winterzon kunnen opvangen. In werkelijkheid had de Volkskrant-verslaggever vanwege Doolaards rug alle zonnepanelen daarna omlaag laten zakken. Maar omdat hij vond dat de video die week geen extra personage kon gebruiken, tilde hij voor de camera nog even het laatste zonnepaneel op en legde die zelf langzaam in de zomerstand.
Acteren wil Doolaard het niet noemen. ‘Ik voer geen act op; ik doe alleen dingen die ik zonder camera ook zou doen.’
Doolaard heeft illustere voorgangers, zoals Dick Proenneke. In de jaren zestig bouwde hij in de wildernis van Alaska zijn eigen cabin. In tegenstelling tot Doolaard deed hij dit zonder zwaar gereedschap en leefde hij van wat de natuur hem te bieden had. Ook Proenneke filmde zijn habitat en zichzelf bij zijn werk, wat vergelijkbare rustgevende beelden opleverde. ‘Ik vroeg me af’, zegt Proenneke in de film die hij maakte, ‘of er iemand op de wereld bestond die zo vrij en gelukkig was.’
Als het begint te schemeren en het buitenvuur al knettert, opent Doolaard aan het begin van de avond een fles rode wijn uit Piemonte, zoals zijn kijkers hem bij de zelf gemetselde vuurplaats en picknicktafel al zo vaak hebben zien doen. Op het barbecuerooster belanden stukken aubergine, courgette, paprika en worst.
Hij vertelt dat hij op YouTube lange tijd Shawn James volgde. Die filmt al jaren zijn teruggetrokken bestaan in de Canadese wildernis. Maar Doolaard verloor zijn interesse toen James in zijn ogen te commercieel werd en zijn video’s begon te larderen met reclame.
Niet dat Doolaard zelf niets aanneemt van merken die via zijn kanaal aandacht hopen te krijgen. Zo nam hij in ruil voor een recensie meerdere batterijsystemen aan voor zijn zonnestroom, kreeg hij een nieuwe tent toegestuurd en probeerde hij een toegezonden accu-invalzaag uit.
‘Ik zeg bijna altijd nee, zoals laatst met de meditatie-app Headspace’, zegt Doolaard. ‘Ze vroegen of ik wilde zeggen dat het een fijne app is om de dag mee te beginnen. Dat doe ik niet, want ik gebruik die app niet. Ik probeer het te beperken tot producten die ik zelf mooi en goed vind, zoals een handgemaakt Nederlands mes of schoenen van een kleine Italiaanse ondernemer.’
Over de batterijsystemen ter waarde van zeker 8 duizend euro, zegt hij: ‘Die had ik sowieso besproken, omdat ze nodig zijn voor een off-grid bestaan. Dan kan ik ze net zo goed gratis aannemen.’
Hoeveel zijn inkomsten uit YouTube bedragen, houdt Doolaard voor zichzelf. Die zouden zomaar in de tonnen kunnen lopen, al hangt die betaling van veel factoren af. Dat het met zijn grote, vaste kijkersschare denkbaar is dat YouTube hem rond de 15 euro per duizend views inschaalt, en dat hij daarmee in drieënhalf jaar meer dan 1 miljoen euro kan hebben verdiend, weerspreekt Doolaard met klem. ‘Zo mooi is het niet’, zegt hij. ‘Maar ik ga hier niet over mijn inkomen praten. Ik blijf een calvinist, hè.’
Doolaard krijgt vaak de vraag of het niet ook een eenzaam en saai bestaan is. ‘Eigenlijk is mijn leven niet heel anders dan dat van mijn buurman Johannes, een Oostenrijkse monnik, die hier 15 minuten lopen vandaan woont’, zegt hij over het voor vaste kijkers bekende personage. ‘Johannes heeft vanuit zijn geloof andere motieven, maar beiden hebben we niet veel nodig en zoeken we naar eenzelfde soort rust in het leven, een worry-free bestaan.’
Saai is het volgens hem nooit. ‘In Amsterdam ging de natuur volledig aan mij voorbij, hier zie ik elke dag hoe het om me heen verandert.’ Het is ook niet zo dat Doolaard verder niemand ziet of spreekt. Vrienden, zijn broers en ouders zijn geregeld in beeld. Waarbij er in de reacties standaard veel waardering is voor vader Simon als hij de Heer in gebed dankt na ieder maal. Sinds kort toont Doolaard ook geregeld Ela, zijn prille liefde uit Turijn. Hij ontmoette haar toen hij een paar dagen in de Noord-Italiaanse stad was, op zo’n anderhalf uur van zijn land.
En er zijn de helpers, doorgaans reislustige avonturiers, die iedere dag hun diensten bij Doolaard aanbieden. Ondertussen bestoken bouwvakkers en architecten hem online met (on)gevraagd advies.
De online community die rond Doolaard is ontstaan, is voor hem ook reden om door te gaan. ‘Ik vind het echt bijzonder hoe tussen mensen van alle leeftijden en van over de hele wereld verbinding ontstaat’, zegt hij. ‘Ik denk zelfs dat het eenzaamheid tegengaat. Mensen die alleen zijn herkennen zich in veel gedeelde reacties in de trant van: ‘Ik heb net mijn haar gewassen, de keuken schoongemaakt en gestofzuigd; alles is mooi en nu ga ik Martijn kijken’.
Hoelang ze nog met hem kunnen meekijken, kan Doolaard niet zeggen. Zeker nog een paar jaar, schat hij in. Het werk aan de tweede berghut is begonnen en hij bouwt gelijktijdig een werkplaats. Wellicht dat hij in de toekomst laat meekijken hoe hij daar hout bewerkt of andere ambachten beoefent.
Een ding weet hij zeker: deze plek doet hij nooit meer weg, zegt hij bij de rode gloed van het avondvuur. Hij kijkt uit over de geschakelde bergkammen, waarin hij de tenen van een reusachtige voet ziet.
Lang kan hij kijken naar dat machtige aangezicht, dat soms een haast spirituele uitwerking op hem heeft. Zijn vader, predikant, opperde al eens dat het misschien toch God is die hij daar hoog in de Italiaanse Alpen heeft teruggevonden.
De in de natuurfotografie veelgebruikte telelens is niet besteed aan André Príncipe. Hij wil met zijn camera dieren vangen zoals hij mensen portretteert. Het gaat de Portugese fotograaf om de magie van een toevallige ontmoeting.
Als een eigentijdse Von Humboldt brengt fotograaf Anne Geene de natuur in kaart. Altijd nieuwsgierig naar de feiten, maar bevrijd van het wetenschappelijk stramien. Voor haar nieuwste project legt ze talloze individuele grassprietjes vast, tot in de tuin van Arjen Robben aan toe.
Ook zo’n hekel aan onnodig Engels? Help ons dan aan een bruikbaar Nederlands alternatief voor bushcrafter.
Source: Volkskrant