De indruk van een afrekening in het parlementaire circuit is nadrukkelijk gewekt. Daar kan de Kamer niet van wegkijken.
In het jaar 2022, dat begon met de onthullingen over de misstanden in de studio’s van The voice of Holland, waren mensen al snel verdacht. De ene na de andere ontspoorde leiddinggevende werd ontmaskerd. Slachtoffers die zich jaren niet hadden durven uitspreken, vonden hun stem.
Toen in september 2022 werd geklaagd over voormalig Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, leek dat helemaal in het patroon te passen. Er werd gerept over een ‘schrikbewind’, intimiderend gedrag, machtsmisbruik op de werkvloer. Het presidium van de Kamer voelde zich gedwongen een onderzoek in te stellen. Toen Arib binnen enkele dagen de eer aan zichzelf hield, leek voor velen het plaatje rond.
Nu zijn we bijna drie jaar verder en weten we veel meer. De reconstructies in deze krant maakten al duidelijk dat de zaak juist niet in het patroon past: het gewone personeel in de Tweede Kamer liep nog altijd weg met Arib, er bleek vooral sprake te zijn geweest van een felle machtsstrijd tussen haar en de ambtelijke top over wie het voor het zeggen had in het ‘bedrijf’ dat de Kamer ook is.
Toen het externe onderzoek naar de gang van zaken af was, bleek Arib zich zeker niet altijd zachtzinnig te hebben gedragen, maar van de zwaarste aantijgingen bleef weinig over. Van de negentien gesprekspartners die de onderzoekers spraken, verklaarden er vijftien dat zij Arib als ‘een zeer bekwame voorzitter hebben ervaren die op momenten attent en betrokken was’. Wel bleek zij de gewoonte te hebben mensen ‘rechtstreeks en in sommige gevallen met stemverheffing’ aan te spreken. Negen mensen zeiden dat zij ‘nadien emotioneel hieronder hebben geleden’. Maar er zijn geen mensen vertrokken alleen vanwege Aribs gedragingen. Niemand is op haar last ontslagen.
De deze week in diverse media geopenbaarde verhoren door de Rijksrecherche naar de manier waarop de zaak destijds naar buiten kwam, werpen een nog schriller licht op de zaak. Minstens één topambtenaar die zelf eerst anoniem klaagde, was daarna betrokken bij de beslissing om het onderzoek naar Arib te gelasten. Daarna was er een strategisch beraad waarin werd besproken hoe het nieuws zo effectief mogelijk kon worden gelekt om zodoende de ‘communicatieslag’ van Arib te winnen. De Rijksrecherche stuitte ook op vele aanwijzingen dat hooggeplaatste betrokkenen daar meer van wisten dan ze destijds toegaven. Er zijn volop sporen gewist.
Zo rijst uit het strafdossier nadrukkelijk de indruk op van een afrekening in het parlementaire circuit. Omdat er politici in het spel zijn, kan het Openbaar Ministerie daar op eigen gezag niet mee verder. De bal ligt daardoor nu weer in de Kamer, die wél tot nader onderzoek kan besluiten.
Dat is ongemakkelijk, het verwijt van navelstaarderij zal klinken, maar een ander belang weegt zwaarder: als de Kamer niet haar recht van spreken wil verliezen over alle andere integriteitskwesties in het land waar Kamerleden vaak van alles van vinden, zal er een uiterste poging moeten worden ondernomen om dit tot op de bodem uit te zoeken.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant