De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: waarom verdwijnt al mijn was in de wasmachine in mijn dekbedhoes? Plus de bonusvraag: waarom is altijd één sok kwijt?
In de wasmachine gebeuren vreemde dingen, valt diverse lezers van deze rubiek op. Zowel Edo Kooiker als Annelies Hartog wil weten hoe het kan dat alle wasgoed zich verzamelt in de dekbedhoes. Een inspirerende vraag, en je zou hopen dat ergens, ooit, een fysicus heeft verklaard hoe dat zit. Iets met vloeistofdynamica, driedimensionale vectorvelden en een heleboel kansberekening. Helaas. Het gedrag van dekbedhoezen is wetenschappelijk onontgonnen terrein.
Vergeet de vloeistofdynamica, zegt hoogleraar Daniel Bonn van de Universiteit van Amsterdam. Volgens Bonn ligt de oplossing in de statistiek: er zijn veel manieren waarop wasgoed in een dekbedhoes kan komen, maar het kan er slechts op één manier weer uit. Precies op de manier waarop het snoertje van je koptelefoon altijd verknoopt raakt: er zijn talloos veel manieren om in de knoop te raken, maar er is slechts één manier om niet in de knoop te zijn.
De oplossing voor het probleem is relatief simpel: sluit voor het wassen de drukknoopjes aan de onderzijde van de hoes. Als de dekbedhoes geen knoopjes of strikjes heeft, keer hem dan voor het wassen binnenstebuiten. Sowieso makkelijker bij het opmaken van het dekbed, en bij het keren komt het verdwenen wasgoed vanzelf tevoorschijn.
De volgende vraag, gerelateerd en van lezer Stephanie Hoogstede, is waarom sokken altijd kwijtraken in de was. Een eerste deel van het antwoord lijkt: omdat ze zich naar binnen werken in de dekbedhoes. Maar er is meer. Een wasmachinefabrikant betaalde een paar jaar geleden een onderzoeker voor een ‘wetenschappelijk antwoord’. De elektronicagigant publiceerde een officieel ogend rapport met een heuse formule om te becijferen wat de kans is dat een sok kwijtraakt.
Het nieuwtje werd destijds breed opgepikt, maar het betreft pseudo-onderzoek – reclame vermomd als wetenschap. Hoogleraar toegepaste statistiek Casper Albers van de Rijksuniversiteit Groningen omschrijft de rapportage als broddelwerk met een grote B. Een eerstejaars die zulke onzin inlevert krijgt van Albers een 1, met daarbij het dringende verzoek om nog eens na te denken over diens toekomst in het vak.
De onderzoekers maken zich schuldig aan een aantal statistische hoofdzonden. Zo zijn de onderliggende data (als die bestaan) niet beschikbaar, waardoor het werk niet gecontroleerd kan worden. De samenstellers kiezen bovendien alleen gegevens die in hun straatje passen (voor fijnproevers: cherrypicken en p-hacken) en komen met een model dat voor grote huishoudens kansen van meer dan 100 procent voorspelt.
Desgevraagd noemt Caspers drie mogelijke verklaringen voor het sokkenprobleem. Voorbehoud: het betreft speculaties. Sokken zijn klein, waardoor je ze makkelijker over het hoofd ziet dan een spijkerbroek. Daarnaast wassen mensen heel veel sokken, en als iets vaker voorkomt, kan het vaker foutgaan. Verder komen sokken in paren waardoor het opvalt als er een ontbreekt.
Waar blijven die vermiste sokken? Op de slaapkamervloer, op de bodem van de wasmand én in de wasmachine. Een enkele sok past eenvoudig in de rubberen trommelrand of zelfs de pompafvoer. Maar dat staat gek genoeg niet in het onderzoek van de wasmachinefabrikant.
Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant