Home

Opinie: Rotterdam, het is 2025. Waarom krijgt de auto nog altijd ruim baan?

De auto kan in de Maasstad nog altijd gaan en staan waar-ie wil, zo snel en roekeloos als-ie wil, met alle gevolgen van dien. Het wordt tijd om racebaan Rotterdam aan te pakken, betoogt Daan van Acht.

Een opsteker voor Rotterdam, vorige maand. De stad die ik nu vijf jaar met trots mijn thuis mag noemen scoort een mooie plek 3 op de jaarlijkse lijst van meest gewaardeerde gemeenten – drie plekken hóger dan Amsterdam zelfs. Merkdeskundige Hendrik Beerda, die de lijst sinds 2011 uitbrengt, zegt in Het Parool dat Rotterdam wordt gezien als ‘sympathiek, vriendelijk en met internationale allure’.

Dat klinkt als muziek in m’n oren en iets dat ik bovendien onderschrijf. Door de continue verander- en bouwdrift, met als nieuwste kunststukje het spectaculaire migratiemuseum Fenix, heeft de stad inderdaad een soort on-Nederlandse allure weten te creëren. Daartegenover staat juist een lokale, ja, noem het vriendelijke sfeer in winkels en horeca die Amsterdam lijkt te verliezen of al verloren is. In Rotterdam steun je – of ik althans – bewust die ene leuke zaak omdat je wéét dat de stad het van een paar lokale ondernemers moet hebben. En die ondernemers herkennen je vervolgens al na een paar keer.

Over de auteur

Daan van Acht is redacteur van de Volkskrant en woont in Rotterdam.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Verheugd app ik een goede vriend (en mede-Rotterdammer) het lijstje. ‘Hebben we toch mooi de derde plek bemachtigd’, appt hij terug, gauw gevolgd door: ‘Vriendelijke grote stad? Wacht maar tot je wordt overreden door een auto.’ Een cynische grap die ik van hem gewend ben, maar die wel de vinger op de zere plek legt.

Want als het om de auto gaat, en de ruimte die diezelfde auto anno 2025 inneemt in de stad, is Rotterdam beslist niet sympathiek. Sterker, dan zijn we best wel afstotend, agressief zelfs. De auto kan hier nog altijd gaan en staan waar-ie wil, zo snel en roekeloos als-ie wil, met alle gevolgen van dien (waarover zo meer).

Ik durf zelfs te stellen dat laf autobeleid, zonder daarbij duidelijke keuzes te maken die Rotterdam klaarstomen voor de toekomst (groener, veiliger, ja, lééfbaarder!), het bestuurlijke onvermogen van de gemeente – op dit dossier althans – pijnlijk blootlegt.

‘Amerikaanse’ stratenplan

Eerst even nuanceren. Dat de auto bij Rotterdam hoort en andersom, is op zichzelf helemaal geen probleem. Rotterdam is door het bombardement en het ‘Amerikaanse’ stratenplan dat daaruit voortkwam – brede straten, pleinen vermomd als rotondes en een centrum waar je vooral doorheen rijdt – nou eenmaal anders dan menig andere Nederlandse stad. Dat geeft de stad op zijn eigen, zij het wat manke manier smoel. Bovendien moet in de inclusieve Maasstad elke Rotterdammer zich op zijn eigen manier kunnen verplaatsen, of dat nu per auto, (deel)scooter, metro, tram, fiets of te voet is. Zoveel mensen, zoveel wensen.

Wat wél een probleem is, is dat de balans na decennia van autodominantie compleet zoek is, terwijl de omgang met de stad en de behoeften van bewoners aan het veranderen zijn. Rotterdam is allang geen stad meer waar je enkel doorheen wilt rijden. Grote winkelstraten zoals de Meent en de Nieuwe Binnenweg werden opgeknapt, er kwamen terrassen bij en het centrum werd en wórdt met de komst van nieuwe torens meer en meer een plek om daadwerkelijk te wonen en dus ook te recreëren.

En toch is het nog altijd zo dat op de relatief smalle Meent grote SUV’s met hun dikke konten (hallo autobesitas!) je van meerdere kanten tegemoet rijden en je als kwetsbare fietser haast letterlijk de goot induwen. Dat ik vrienden heb die zeggen: ‘Fietsen over de Zaagmolenstraat? Ik kijk wel uit.’ Dat een jonge chef-kok van een bekend Rotterdams restaurant vlak buiten het centrum op zijn fiets bruut werd doodgereden door een stomdronken man die 127 kilometer per uur reed. En dat weer een paar maanden daarvoor een ouder echtpaar dat over de Maasboulevard liep, droevig genoeg hetzelfde overkwam: dood door een stomdronken sukkel die meer dan honderd reed.

Rotterdam is nog altijd een racebaan, en de gevolgen laten zich merken.

Veelkoppig monster

Daar komt bij dat hier sprake is van een veelkoppig monster. Want meer auto betekent ook meer beton en grijsheid en minder groen. En dat terwijl de stad in de zomer door al dat asfalt al zo ondraaglijk heet wordt en elk boompje en perkje juist meer dan welkom is. Zo becijferde ingenieursbureau Arcadis dat het rondom het centrale Hofplein, dat nu eindelijk wordt vergroend, zeven graden warmer is dan in omringende wijken. Dat krijg je als je stad bestaat uit ‘pleinen’ die eigenlijk doorgaan voor tochtige meerbaansrotondes.

Misschien nog wel kwalijker: de auto lijkt het in de stad te winnen van de tram, die er voor álle Rotterdammers is (of dat toch zou moeten zijn). Onder de noemer Plan Toekomstvast Tramnet zijn de afgelopen tijd al meerdere straten en buurten afgesneden van het tramnetwerk en dreigt de tram ook op de Nieuwe Binnenweg – de prominente winkelstraat die het centrum verbindt met Rotterdam-West – plaats te moeten maken voor, jawel, de auto. Dat wellicht hard scheurende en dubbel geparkeerde auto’s zorgen voor gevaarlijke verkeerssituaties, komt blijkbaar niet bij het stadsbestuur op. Alsof je teruggaat in de tijd.

En wat de gemeente wel doet om de auto te beteugelen, is (veel) te weinig. Zo weinig, dat zelfs het AD – toch niet bepaald van huis uit anti-auto – deze maand in een commentaar schreef dat Rotterdam slechts ‘voorzichtige stappen neemt waar grote gebaren nodig zijn’. Nog wat scherper, uit datzelfde commentaar: niet criminaliteit, maar ‘verkeer is nu het grootste gevaar’ voor Rotterdammers. Auw.

‘Verkeersaso-aanpak’

Beste college, dat betekent dus niet slechts in 115 van de 2.000 straten de maximumsnelheid verlagen van 50 naar 30. En ook niet enkel het Hofplein vergroenen en asfaltparadijzen Weena, Westblaak en Oostplein die hartje stad liggen ongemoeid laten. En dat betekent óók niet ’s avonds voor een paar uurtjes lullige hekken neerzetten op de Meent, zoals jullie halfbakken ‘verkeersaso-aanpak’ voorschrijft. Dat is dweilen met de kraan open.

Kies in plaats daarvan voor eenrichtingsverkeer in de drukste straten en scheid fietser en automobilist met groenstroken van elkaar. En zet, zoals toenmalig wethouder Vincent Karremans (van vroemvroempartij VVD nota bene) vorig jaar al betoogde, snel in op flitspalen. Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. De verkeersveiligheid en leefbaarheid van de stad kunnen niet langer wachten.

Lef, visie en grote gebaren – toch verankerd in ons mooie 010 – hebben we nodig. En die auto? Die bereikt echt z’n bestemming wel, dan maar een paar minuten later.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next