Raoul du Pré is politiek commentator en chef van de politieke redactie.
Het besluit tot fusie is logisch voor twee partijen die dicht naar elkaar toe zijn gegroeid, maar de echte test moet toch nog komen.
Het is toch nog snel gegaan. Partijen die zichzelf uit eigen beweging opheffen zijn een zeldzaamheid – doorgaans moeten ze eerst helemaal worden weggestemd. Dat bijna 90 procent van de leden van de PvdA en GroenLinks nu meent dat de tijd rijp is, mag dan ook historisch heten.
Dat geldt zeker voor het naderende einde van de PvdA: de partij is sinds 1946 de vaandeldrager van de Nederlandse sociaaldemocratie, leverde drie premiers, nam deel aan dertien kabinetten en drukte een belangrijk stempel op de naoorlogse politiek. Niet zo gek dus dat sommige oudere PvdA’ers, die zich de gloriejaren herinneren, even moeten slikken.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Toch stapelden de redenen om het te doen zich in de afgelopen jaren snel op. Er was een tijd dat GroenLinks nog fel pacifistisch en anti-monarchistisch was en zich bovendien fanatiek afzette tegen regeringen met de PvdA, maar sinds 2017 groeiden de partijen steeds verder naar elkaar toe.
GroenLinks legt onder Jesse Klaver, in elk geval in woord, een langzaam maar zeker groeiende Wille zur Macht aan de dag en blijkt dat op lokaal niveau ook prima aan te kunnen. De verschillen in de verkiezingsprogramma’s moesten al een tijdje met een loep worden gezocht. De fractiefusie, die nu alweer ruim anderhalf jaar een feit is, is zonder hoorbare wanklank verlopen. En natuurlijk telt mee dat de linkerflank in de Kamer niet eerder zo in de electorale verdrukking heeft gezeten als nu.
De strategen in de beweging hebben één doel voor ogen: de grootste partij worden, na 23 jaar weer eens een linkse premier leveren. Enig realiteitsbesef is daarbij gepast. Nederland is geen links georiënteerd land, de meerderheid van de kiezers stemt sinds mensenheugenis behoudend, rechts van het midden, en er is geen enkel teken dat daar binnen afzienbare termijn verandering in komt. De PvdA behaalde in de afgelopen halve eeuw goede resultaten, als de partij er met leiders als Kok, Bos en Samsom in slaagde ook de kiezers in het midden te overtuigen – die kiezers die best een links accent in de regering willen, zolang het niet de overhand krijgt.
Niet toevallig waren dat ook de leiders die regeerakkoorden wisten te sluiten met partijen die ze in de campagne fel hadden bestreden – regeerakkoorden waar GroenLinks vervolgens schande van sprak. Alleen al daarom wordt bij potentiële coalitiepartners als VVD en CDA met argusogen gekeken naar de manier waarop de nieuwe fusiepartij zich gaat presenteren: krijgt het bestuurlijke dna van de PvdA de overhand, of is de GroenLinkse neiging tot getuigenispolitiek sterker?
Het antwoord op die vraag gaan ze in de komende campagne nog niet krijgen; samen optrekken in het afzetten tegen rechtsere concurrenten was voor PvdA en GroenLinks nooit het probleem. Zelfs als het lukt om samen de grootste te worden, is dat slechts het begin. Pas in de formatie, in de late herfst, zal blijken of PvdA en GroenLinks niet alleen hun dromen delen, maar ook hun wil om ze waar te maken. Ook als dat betekent dat het gehavende dromen worden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant