Home

Basisschoolleraar is zes tot acht uur per week kwijt aan administratie, voor velen een reden om te stoppen

Leerkrachten in het basisonderwijs zijn zo’n zes tot acht uur per week kwijt aan rapporten, leerlingdossiers en ander papierwerk, blijkt uit nieuw onderzoek. Dat is meer dan in omringende landen. ‘Ik ben er nog niet uit of dit het beste voor het kind is.’

Het duurt nog bijna een uur voordat de kinderen van groep 4 het klaslokaal van Iris van Nunen zullen vullen. Wat ze vandaag gaan leren, heeft de 31-jarige leerkracht van de Katholieke Basisschool Laurentius in Breda gisteren al voorbereid.

Terwijl de stoeltjes nog op de tafels staan, heeft Van Nunen tijd om ongestoord haar mails te checken, vooral van ouders. ‘Ik kijk of er berichten zijn waarop ik meteen moet reageren. De rest bewaar ik voor na schooltijd.’

Van Nunen kan het ook na zeven jaar als leerkracht in het basisonderwijs niet met een schaartje knippen: wat is administratief werk en wat hoort bij het hart van haar professie, de begeleiding van de kinderen? ‘Het registreren van waar ze staan in hun ontwikkeling, kun je administratief noemen, maar ik vind het heel erg bij mijn werk horen.’

Verantwoording afleggen over de doelgerichtheid van haar aanpak, dat neigt volgens Van Nunen wel sterk naar administratieve handelingen. ‘Want dat heeft niet meteen invloed op mijn onderwijs.’

6 tot 8 uur per week aan administratie

Administratieve klusjes nemen een flinke hap uit de tijd van leraren als Van Nunen, blijkt uit nieuw onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Basisschooldocenten in Nederland zijn gemiddeld 6 tot 8 uur per week kwijt aan rapporten, ontwikkelingsplannen en leerlingendossiers. Dat is meer dan hun collega’s uit andere landen: in België en het Verenigd Koninkrijk besteden juffen en meesters wekelijks maar iets meer dan 4 uur aan dit soort administratieve klussen.

Voor veel docenten weegt deze administratieve rompslomp zwaar. Door het papierwerk komen zij minder toe aan het voorbereiden van lessen, nakijken van huiswerk of gesprekken met ouders. In minstens 11 procent van de gevallen doen leraren hun administratie buiten werktijd. Leraren die een andere baan overwegen, noemen volgens de Rekenkamer in overgrote meerderheid de ad­mi­nis­tra­tie­ve romp­slomp als reden daarvoor.

Tegelijkertijd beschouwen leraren de meeste administratie wel als nuttig werk. ‘Een leraar denkt in het belang van het kind’, zegt Barbara Joziasse, collegelid van de Rekenkamer. ‘Die neemt het zekere voor het onzekere. Als een kind met concentratieproblemen extra ondersteuning nodig heeft, vult een leraar de benodigde formulieren daarvoor in.’

Meer ondersteuningsbehoeften, meer administratie

Hoeveel tijd de administratie precies vergt, verschilt sterk per leraar, constateert de Rekenkamer in haar rapport. De ene leraar is bijvoorbeeld sneller met de computer of voelt meer noodzaak om tot in detail te rapporteren. Leraren die parttime werken, blijken een groter deel van hun tijd (16 procent) kwijt te zijn aan administratie dan hun voltijdscollega’s (11 procent), bijvoorbeeld vanwege extra overdrachten.

Voor Van Nunen, die fulltime lesgeeft op de Laurentius, valt de administratieve last nog mee. Zo’n drie uur is ze er wekelijks zoet mee, schat ze in. ‘Ik hoef er nooit mijn vrije tijd voor aan te spreken.’ Veel leerkrachten die ze kent, doen dat wel en worstelen ermee. ‘Dan denk ik: jij mag echt wel wat luier worden.’

Bij klassen met veel leerlingen met bijvoorbeeld concentratieproblemen, leerachterstanden of juist hoogbegaafdheid neemt de administratieve last verder toe. Een leerling die meer ondersteuning nodig heeft, kost een leraar gemiddeld 15 minuten extra administratietijd per week. Aangezien deze leerlingen niet gelijk over scholen verdeeld zijn, leidt dit tot grote verschillen.

De extra administratie voor kinderen met meer ondersteuningsbehoeften komt deels door de ‘open normen’ die de overheid voor deze hulp hanteert. Als scholen bijvoorbeeld externe hulp voor deze kinderen inschakelen, moeten zij aantonen dat die noodzakelijk is. Maar hoe die verantwoording eruit moet zien, ligt niet vast. Sommige leraren zijn daarom geneigd voor de zekerheid alles maar te administreren.

Verlagen van de administratiedruk

Van de achttien leerlingen die Van Nunen in de klas heeft, hebben er vijf extra ondersteuning nodig. Dat ze daardoor nog meer administratief werk heeft, zoals uit het Rekenkamer-onderzoek blijkt, herkent ze op het eerste gezicht niet.

‘Hoewel, voor één kind moet ik een dagboek bijhouden over hoe het elk half uur met haar gaat. Ik ben er nog niet uit of dat nu wel het beste voor het kind is. Maar áls ik het doe, ja, dan kost administratief werk me inderdaad wel meer dan drie uur per week.’

Aan het verminderen van de administratiedruk kunnen alle partijen in de onderwijswereld bijdragen, stelt de Rekenkamer. Schoolbesturen zouden docenten kunnen helpen door duidelijk te maken wat wel en wat niet geadministreerd dient te worden. Het ministerie van Onderwijs kan voorbeelden van scholen uitlichten die de administratie op een goede manier weten in te tomen. Ook moet bij nieuw beleid nadrukkelijk naar de bijkomende administratie worden gekeken.

Demissionair staatssecretaris Mariëlle Paul van Onderwijs werkt aan een wetsvoorstel om duidelijker te maken welke administratie van basisschooldocenten verwacht wordt. In een reactie op het rapport van de Rekenkamer noemt Paul het ‘doodzonde’ als leraren van baan wisselen vanwege administratieve taken. ‘Vooral als die helemaal niet gedaan hoeven te worden.’

Praten, dat is ook een soort toetsen

De Laurentius in Breda, met circa 650 leerlingen een relatief grote basisschool, geeft leraren tien administratiedagen per jaar – een oplossing die ook de Rekenkamer noemt. ‘Superfijn’, zegt Van Nunen. ‘Dan staat er iemand anders voor mijn klas en kan ik bijvoorbeeld rapporten schrijven, de resultaten van cito-toetsen invoeren en een leerplan maken voor de rest van het jaar. Het is heel divers.’

Het blijft volgens Van Nunen belangrijk om kritisch te zijn in wat je wel en niet administreert. ‘Je hoeft niet alles vast te leggen: kinderen weten vaak zelf precies wat ze wanneer moeten doen. En je hoeft het kind niet kapot te toetsen – dat is allemaal nakijkwerk. Praat met het kind, da’s al een toets.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next