Is een comebackshow van Duran Duran in de Ziggo Dome meer dan nostalgie? Helaas niet. Het podiumplaatje is beroerd en het wordt te snel te gezellig.
is redacteur popmuziek van de Volkskrant. Hij schrijft ook over gamecultuur.
Hij roept een mooie anekdote in herinnering, om de avond een nog nostalgischer tintje te geven. ‘Wie was bij onze eerste show in Nederland, in 1983? In de Paradiso, bestaat die tent nog?’
Ja, die tent bestaat nog. En Simon Le Bon en zijn band Duran Duran hadden er goed aan gedaan misschien dáár nog een keer op te treden. Want wat ze aan productie hebben meegenomen naar de immense Ziggo Dome lijkt nergens op.
Duran Duran, de Engelse pop- en newwaveband die tot de eigen schrik groot werd in het ontluikende synthpoptijdperk van de vroege jaren tachtig, vertoont zich in een uitverkochte Ziggo onder een setje lampen en een filmscherm achter op het podium. En dat was het. Publiek achteraan heeft pech, want de heren – van zekere leeftijd – hebben ervoor gekozen géén camera’s op henzelf te richten, voor projecties aan de zijkanten van het podium.
Maar wat Duran Duran laat zien op dat projectiedoek achter hen, is een belediging voor 17 duizend man publiek. Bij het derde nummer The Wild Boys zien we een slordig getekende boze kop op het doek, die doet denken aan het monster Eddie, van Iron Maiden. Een nummer later, Hungry Like a Wolf, zien we – je verwacht het niet – een bloederige wolvenkop, van zo te zien dezelfde grafisch kunstenaar, die kennelijk iets heeft met gebrekkige horror-animaties.
Duran Duran is ook op muzikaal vlak niet met de tijd meegegaan. Dat blijkt uit hun laatste albums, maar helaas ook uit de show in Amsterdam, die toch bijzonder moest worden: het was het eerste Nederlandse optreden van de band in zeventien jaar. De tickets waren het kantoor uitgevlogen: er was kennelijk een grote behoefte aan feelgoodmuziek uit het tijdperk dat toch vrij duister was, bijna net zo grimmig als het huidige.
Maar al had de muziek van Duran Duran op platen als Seven and the Ragged Tiger (1983) best een sinister randje, bij de uitvoering van liedjes als The Reflex hoor je toch vooral feestelijke disco, met veel blikkerig getetter uit de synths. De band klonk op album vaak wat dun, maar live is een bassende onderlaag in de mix gegooid. Het probleem is dat zanger Le Bon zijn stem vaak niet op de juiste toonhoogte krijgt getild en dan ook nog enig volume overhoudt om over de dreunende beats uit te komen.
Hij was nooit een écht knappe zanger, en hij vliegt in de Ziggo Dome best eens uit de bocht, vooral als hij in de falsetstand gaat zingen, maar eerlijk is eerlijk: dat hese zanggeluid klinkt vooral in de wat lagere registers, en in ballads als Ordinary World, nog best gaaf, en zelfs een tikje sensueel. Maar vaker houd je je hart vast.
Is Duran Duran, nu nog, meer dan nostalgie? Eigenlijk niet. Het wordt te snel te gezellig, met direct al covers van Super Freak van Rick James en Evil Woman van Electric Light Orchestra. Ja, je krijgt er de tent mee aan het dansen. Als dat is wat je wilde, als publiek én band: missie geslaagd. Als serieuze comebackshow van een band die er echt toe deed, was de vertoning ondermaats.
Pop
★★☆☆☆
11/6, Ziggo Dome, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant