Donderdag debatteert de Tweede Kamer over het lobbyregister, dat is uitgegroeid tot symbool van een transparante, controleerbare overheid. In een advies van twee hoogleraren wordt invoering ervan aanbevolen, maar demissionair minister Judith Uitermark (NSC) voelt er vooralsnog niets voor.
Wat is een lobbyregister?
In een lobbyregister wordt vastgelegd welke contacten er zijn tussen de overheid en belangenbehartigers. Dat klinkt eenvoudig, toch beginnen hier meteen de problemen.
Want wie zijn de belangenbehartigers? Is dat ook het voormalige Kamerlid dat op een receptie een opvolger tegen het lijf loopt en van de gelegenheid gebruikmaakt de kwaliteiten te benadrukken van de zorginstelling/bouwonderneming/milieuorganisatie waarvoor hij nu in het bestuur zit?
En wie is de overheid? Zijn dat bewindspersonen, of ook hun ambtenaren, en wellicht ook Kamerleden?
Bewindspersonen houden al openbare agenda’s bij. Waarom is zo’n register dan nog nodig?
Om te beginnen worden die agenda’s slecht bijgehouden. Opeenvolgende kabinetten beloofden beterschap, maar de score is bedroevend. In september constateerde de Open State Foundation, een ngo die de kwaliteit van die agenda’s onderzoekt, dat het kabinet-Schoof weinig afspraken noteert.
Van die afspraken was bovendien slechts 13 procent compleet. In een lobbyregister worden niet alleen afspraken vastgelegd, maar ook gegevens over de lobbyende organisatie.
Een grote meerderheid van de Tweede Kamer, inclusief NSC, lijkt voorstander van zo’n lobbyregister, zo bleek onlangs bij een commissiedebat. Waarom ligt Uitermark dwars?
Dat is een van de raadsels in het lobbydossier. Het lobbyregister was een van de ankers in de initiatiefnota die haar toenmalige partijleider Pieter Omtzigt in 2022 schreef, samen met Laurens Dassen van Volt. Een speerpunt dus voor NSC, zou je denken.
In haar reactie op het advies van twee Leidse hoogleraren, dat ze op verzoek van Uitermark uitbrachten, noemde de minister weinig argumenten tegen de invoering van het register. Ze vindt dat eerst bestaande instrumenten verbeterd moeten worden, zoals agenda’s, een lobbyparagraaf bij wetgeving en het beleidskompas, dat moet laten zien hoe beleid tot stand is gekomen. Dat wordt al jaren bepleit, zonder veel resultaten.
Zijn er landen waar zo’n lobbyregister functioneert?
Jazeker. Volgens onderzoek van integriteitswaakhond Transparency International hebben zeven EU-landen nu een lobbyregister. Ierland, Frankrijk, Duitsland en de Europese Unie hebben een lobbyregister dat naar behoren functioneert. Daarin worden doorgaans naast de afspraken met de overheid ook de doelstellingen van de organisatie, de namen van lobbyisten, het budget, de financiering en de onderwerpen genoteerd.
Ook de gemeente Rotterdam heeft sinds kort een lobbyregister. Daarin worden niet alleen de afspraken van burgemeester en wethouders, maar ook van topambtenaren (de schalen 18 en 19 van de gemeente-cao) bijgehouden.
Ruud van der Velden, tot voor kort raadslid van de Partij voor de Dieren en nu zelfstandig raadslid, was in Rotterdam initiatiefnemer. ‘Bij grote bouwprojecten in de stad zag ik steeds dezelfde namen opduiken. En er is een filantroop die bij de gemeente veel voor elkaar krijgt. Dan wil je weten hoe die contacten lopen.’
Rotterdam voert ook een lobbyparagraaf in bij gemeentelijke beleidsmaatregelen. In Utrecht en Gorinchem werden door de raad bepleite voorstellen voor een lobbyregister door het college afgewezen.
Gaat een lobbyregister het zicht op de beïnvloeding van beleid aanzienlijk verhelderen?
Dat is de vraag. Veel gelobby is informeel, zoals in het voorbeeld bij de eerste vraag. Die loopt via het old boys network dat Den Haag omspant. Als het niet om officiële afspraken gaat, maar om al dan niet toevallige ontmoetingen in de hockeykantine of bij de opening van een expositie, valt er niets te registreren. Daarnaast is er gelobby via sociale media, wetenschappelijk onderzoek, rechtszaken en demonstraties, die ook niet geregistreerd kan worden.
Een register is een van de radertjes in een groter geheel van controlemechanismen. Daartoe behoren ook de agenda’s van bewindspersonen, de afschaffing van de lobbypas voor Kamerleden, wachtgeld voor vertrekkende politici, toezicht op partij- en campagnefinanciering en het verbod voor oud-bewindspersonen om op hun eigen terrein aan beleidsbeïnvloeding te doen.
Zou er ook voor Tweede Kamerleden een lobbyregister moeten komen?
Er zijn Kamerleden die dat graag willen. Om een voorbeeld te stellen, maakte D66-Kamerlid Joost Sneller een jaar lang zijn afspraken openbaar. Hij is er onlangs mee gestopt, omdat het veel tijd kostte en hij het register zelf moest bijhouden, volgens hem wegens een gebrek aan ondersteuning.
Daarmee komt een belangrijk instrument in beeld om eenzijdige beleidsbeïnvloeding te beteugelen: versterk de ondersteuning van Kamerfracties, zodat die minder afhankelijk worden van (lobby-)informatie van buitenaf.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant