Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
De man op het podium zet vijf stoelen neer. Drie achter, twee voor. Vervolgens neemt hij plaats op een van de achterste stoelen. Hij zegt iets waarvan we – zoals wel vaker, bij zijn voorstellingen – straks pas de betekenis kunnen doorgronden, misschien.
Zijn verhaal over eindeloze gezinsvakanties vloeit langzaam maar zeker over in een metafoor. Het bestaan een auto en wij met z’n allen op de achterbank, zonder dat duidelijk is waarheen we op weg zijn, en hoe we daar komen. Het enige wat je kunt doen, is metgezellen zoeken met wie het in de tussentijd achterin goed uit te houden is. Met die mensen kun je samen grip krijgen op al het onbegrijpelijke, op de willekeur, de opeenvolging van gebeurtenissen die om onze aandacht vragen en waarvan we steeds maar weer een verhaal proberen te maken.
God only knows what you’d be without them.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Sinds ik het zag, denk ik geregeld aan die stoelen op het podium. Aan hoe de wereld doorrijdt, met ons achterin. Kijk door het achterraam en zie actualiteit geschiedenis worden. Om ons heen een kakafonie, voor ons is het zicht slecht. Een dikke mist van niets. De bestuurder scheurt door. Alles onder controle.
In die mist is het steeds ingewikkelder niets van iets te onderscheiden.
Parallel aan de verschijning van de memoires van Jacinda Ardern, oud-premier van Nieuw-Zeeland, verschijnen deze weken tientallen andere boeken over Ardern. AI-boeken, in een paar minuten in elkaar gezet door oplichters die de wereld overspoelen met hun in elkaar geflanste flutboekjes.
En in de SBS-talkshow De Oranjezomer – ooit vernoemd naar de zomerprogrammering rond voetbaltoernooien en vervolgens heeft niemand nog de moeite genomen de naam te wijzigen – kreeg modeondernemer Olcay Gulsen het deze week te kwaad, midden in een blokje showbizznieuws. Het ging hierom: De Telegraaf had Greta Thunberg en de andere opvarenden van een schip dat voedsel naar Gaza trachtte te brengen aandachtstrekkers genoemd. Daar was Gulsen kwaad over. Op zich terecht, leek me. Victor Vlam, een man die net zo lang over talkshows praatte tot hij er zelf in mocht, noemde Thunberg een narcist.
‘Nee’, riep Gulsen, ‘jij bent een narcist!’
Wonderlijk, hoe in een samenleving waarin aandachttrekkerij geldt als de enige belegging met gegarandeerd rendement, ‘aandachttrekker’ en ‘narcist’ als beledigingen gelden. Mensen die zich van de achterbank hijsen en een oorlogsgebied in varen om voedsel te brengen (en om duidelijk te maken hoe ingewikkeld dat is) worden gewantrouwd. Op het eerste gezicht vragen zij aandacht voor hongersnood, maar dat kan natuurlijk niet. Iedereen doet alles voor zichzelf. Wee de achterbankzitter die doet alsof het ook anders kan. Van de uitwisseling aan de talkshowtafel bleef in het piramidespel van aandacht op aandacht op aandacht nog slechts ‘tv-ruzie’ over, het nietste woord denkbaar, en het onderwerp zonk reddeloos naar de bodem van de derrie.
Inmiddels is de vraag al lang niet meer of ergens gelogen wordt, of beledigd, of er wetten of grenzen worden overschreden, of dingen of systemen onherstelbaar worden beschadigd. De enige vraag is wat werkt, en het enige antwoord is aandacht, ook al is het dan aandacht voor niets. Als de mensen achter het stuur je maar horen, al hebben ook zij, ondanks hun onbreekbare zelfvertrouwen, zelden een flauw idee wat, waarheen en hoe.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant