Home

Waarom moet de vluchteling inburgeren en de kennismigrant niet? In Amsterdam stemt de raad over een cursus voor expats

Expats Amsterdam telt een groeiend aantal expats, inmiddels ruim 90.000. In de stad leeft frustratie over hun bijzondere status, belastingvoordelen en de schijnbare desinteresse om te integreren. Kan een ‘cursus burgerschap’ helpen?

Foto Simon Lenskens

De boodschap was subtiel noch vriendelijk. ‘Koop gwn je eigen fiets, kk expat’, stond in grote witte letters op de ruit van een Amsterdams Swapfiets-filiaal gekalkt. Het was, zei een medewerker tegen lokale nieuwszender AT5 na het wegboenen van de graffiti, niet voor het eerst dat dit gebeurde. De aanbieder van een maandelijks opzegbaar fietsabonnement blijkt het ideale doelwit voor wie de internationalisering in de stad te ver vindt gaan.

Werkten er in 2010 nog 26.300 expats – ofwel internationale kennismigranten – in Amsterdam, in 2022 waren het er al meer dan 90.000. Dit aantal, blijkt uit cijfers van economisch onderzoeksbureau Decisio, stijgt jaarlijks met meer dan 10 procent. Hun tienduizenden partners en kinderen, internationale studenten en promovendi zijn dan nog niet meegerekend. Amsterdam telt meer dan tweemaal zoveel expats – doorgaans hoogopgeleide, tijdelijke werknemers met een bovenmodaal salaris – als arbeidsmigranten, die vaak praktisch werk doen. Er zijn zelfs ongeveer tien keer meer expats dan asielzoekers of statushouders.

Het is tijd, vindt de Amsterdamse gemeenteraad, om werk te maken van de integratie van deze kenniswerkers. Woensdag of donderdag wordt gestemd over een voorstel van PvdA’er Lian Heinhuis voor een ‘cursus burgerschap’ voor expats. Het idee is om de bedrijven die hen hierheen halen daaraan te laten meebetalen. Nederlandse taalles, uitleg over de lokale cultuur en praktische zaken (huisarts, verkeersregels) moeten deel uitmaken van het programma, evenals een koppeling met buurtinitiatieven en vrijwilligersorganisaties.

Heinhuis vindt het logisch. „Waarom moeten migranten die voor een oorlog zijn gevlucht verplicht inburgeren en migranten met een royaal salaris niet? Van expats wordt helemaal niks verwacht, sterker nog: zij krijgen vijf jaar lang 30 procent belastingkorting.” Het raadslid benadrukt dat Amsterdam groot is geworden door migratie en dat ze verschillende culturen in de stad een rijkdom vindt. Tegelijk wil ze „het sociale karakter van Amsterdam beschermen en zorgen dat mensen echt contact hebben”, dat is immers in ieders belang. „De expat is ook een mens, met meer behoeften dan werk en inkomen.” Bedrijven, vindt ze, moeten zich realiseren dat zij een maatschappelijke rol spelen in de samenleving.

Vergaderen in het Engels

Terwijl het landelijk vooral gaat over inperken van de asielstroom, lijken inwoners van de hoofdstad zich drukker te maken over mede-Amsterdammers die werken bij bedrijven als Uber en Booking.com. In een panelonderzoek van AT5 en regionale omroep NH uit 2023, worden expats „een plaag” en „parasieten” genoemd. Ze „drijven de woningprijzen op”, aldus de panelleden, „weigeren Nederlands te leren” en halen „de ziel uit de stad”.

Emil Schröder (61, „zelf import uit Den Haag”) verwoordt het iets neutraler. Zijn indruk is dat expats „verdomd weinig moeite” doen om contact te maken. Hij ervaart dat vooral in zijn gebouw, een complex met 28 appartementen waarvan er volgens zijn laatste telling nu 23 door expats zijn bewoond. Toen hij een burenborrel organiseerde, kwamen alleen de drie Nederlanders opdagen. Een rondje langs de deuren ter kennismaking werd niet gewaardeerd. „Ze keken me echt zo aan van: ga weg.” Onhandig is het ook. Zo verlopen VVE-vergaderingen tegenwoordig in het Engels. „Vreselijk. Er is nu een probleem met de standleidingen, leg dat maar eens uit. Komt er een techneut langs, dan gaat het over de cievie kettle.”

Eva Benderdouch (41) verhuisde naar Haarlem omdat ze zich steeds minder thuis voelde in Amsterdam Oud-West, de plek waar ze opgroeide. De koophuizen naast haar wisselden telkens zo snel van buitenlandse eigenaar dat ze niet meer wist of de mensen die in- en uitliepen bewoners waren, bezoekers of makelaars. Haar jongste zoon begon thuis Engels te praten: op de crèche was hij het enige kind met Nederlandse ouders. Toen ze haar dochter leerde fietsen, reed een boze expat het meisje bijna omver. „Die vrouw schreeuwde dat dit toch niet de bedoeling was. Ik heb haar uitgelegd dat dit juíst de bedoeling was, dat mensen in Amsterdam een beetje op elkaar letten.”

Met medewerking van Leonie van Nierop

Haya Hamwi (24) en Laura Ciocanu (25), analisten ‘customer due diligence’ bij Adyen

Foto Simon Lenskens

Haya Hamwi: „Ik hou van de stad! Ik hou van hoe open en internationaal Amsterdam is. Ik kom uit Syrië en woon hier nu ruim vijf jaar. Mijn vriendenkring is erg gemixt. Ik denk dat het best moeilijk is om door te dringen tot Nederlandse sociale kringen. De taal spreken zou natuurlijk helpen, maar dat heb ik nog niet gedaan. Ik heb het eigenlijk nooit nodig gehad.”

Laura Ciocanu: „Ik heb een Roemeens paspoort en kon als EU-burger via de gemeente gratis Nederlandse les volgen. Twee keer per week drie uur plus huiswerk – als student had ik daarvoor gelukkig genoeg tijd. Tijdens mijn studie Economie aan de UvA heb ik ook wat Nederlandse vrienden gemaakt. Dat waren studenten die bewust voor het Engelstalige programma kozen. Die zijn meestal wat internationaler ingesteld.

Haya Hamwi: „Toen ik hier kwam werken, kreeg ik wel wat algemene informatie. Hoe je een bankrekening moet openen, bijvoorbeeld. Het zou zeker helpen als er vanuit de gemeente een programma voor expats is. Wat er zeker in zou moeten? Belastingaangifte! Zo ingewikkeld, ik ga altijd maar weer bellen. Iets meer uitleg daarover had mijn leven een stuk makkelijker gemaakt.

Laura Ciocanu: „Wat heel goed is: bij Adyen mag iedere medewerker jaarlijks een aantal uur, dertig geloof ik, aan vrijwilligerswerk besteden. Je kunt je aansluiten bij bestaande projecten of zelf een initiatief kiezen. Ik heb bomen geplant bij de Gaasperplas en we werken ook samen met Serve the City, koken voor mensen in nood. Het voelt goed om zo iets terug te doen voor de stad. Waardoor ik me trouwens echt geïntegreerd voel: ik mag hier over allerlei dingen meebeslissen. Toen ik nog in Overamstel woonde, kreeg ik bijvoorbeeld brieven over de hernoeming van de buurt. Dat gaf me het gevoel: ik hoor erbij.”

León Castillejos (32), software-ontwikkelaar bij Booking.com

Foto Simon Lenskens

„Om eerlijk te zijn verdien ik hier ongeveer zes keer zoveel als in Spanje. Spanje is geen arm land, maar de huizen in Madrid zijn belachelijk duur en vaak van slechte kwaliteit. Met mijn salaris kon ik óf een huis huren óf eten, maar niet allebei. Ook het werkklimaat was voor mij een reden om hierheen te komen. In Spanje is de cultuur vijandig. Iedereen begrijpt dat als je een baan niet accepteert, iemand anders die wel pakt, vaak onder slechtere omstandigheden. Werknemers worden gewantrouwd. Ik heb nu een collega die een paar maanden met burn-out-verlof is, dat zou in Spanje ondenkbaar zijn.

„Ik schaam me een beetje dat ik geen Nederlands spreek. Waar je ook heen gaat, ik vind dat je respect moet hebben voor de cultuur. Maar het is zo moeilijk! Ik heb Noors geleerd, en dat vond ik zelfs makkelijker dan Nederlands. Mijn grootste probleem is dat ik het niet kan oefenen. Als ik in een winkel om ‘kip’ vraag, dan zeggen ze: ‘Ah, chicken!’ Er is geen enkele prikkel. Ik ga niet veel met Nederlanders om, allereerst omdat ik het grootste deel van mijn tijd doorbreng bij Booking. Daarnaast woon ik in de Bijlmer, waar ik de taal nauwelijks hoor.

„Ik probeer zo Nederlands mogelijk te zijn, zo veel mogelijk een Amsterdammer. Ik heb een fiets, bloemen en planten voor mijn huis. Ik zou een dure Mercedes of BMW kunnen kopen, maar dat voelt niet goed. Amsterdam is wereldberoemd vanwege haar urban design. Ik kocht mijn fiets vlak bij Haarlem, en er was een fietspad van daar tot aan Amsterdam. Non-stop! Is dat niet geweldig? Prima als expats een duwtje krijgen om meer te integreren. Ik vind dat Nederlanders trotser op hun land en hun cultuur mogen zijn.”

Source: NRC

Previous

Next