is tv-recensent van de Volkskrant.
Hoe een kleine historie ook grote maatschappelijke tendensen weerspiegelt, was dinsdag mooi te zien in NTR’s Andere tijden. In het geschiedenisprogramma blikten verpleegkundigen op leeftijd, sommigen al gepensioneerd, terug op de jaren (van 1966 tot 1981) waarin ze woonden in het zusterhuis van en pal naast ziekenhuis Ikazia in Rotterdam Charlois. Een kleine wereld zoals die niet meer bestaat, waar je ‘samen opgroeide’.
Het Ikazia is, nog steeds, een christelijk ziekenhuis, de afkorting staat voor Interkerkelijk Actie Ziekenhuis In Aanbouw. De zusters in opleiding moesten de patiënten ooit voorlezen uit de Bijbel. Maar de christelijke moraal ten spijt droeg hun huis, een beschuitbusvormige toren, hoogst verdachte bijnamen als ‘de Tortelduif’ en ‘de Hunkerbunker’.
De alomaanwezige God verdween, zoals het witte uniform (met onderjurk), de gepoetste bruine schoenen en het hoofdkapje. Met het voortschrijden van de jaren klonk ook niet meer de aanmoediging aan de zusters om zich met rouge op de wangen en eyeliner op te maken: ‘Er aantrekkelijk uitzien verhoogt de eetlust bij de patiënten’, herinnerde eentje zich de motivatie van de directrice. ‘Zieken kijken niet graag naar groenezeepgezichten.’ Voorbij zijn de tijden dat een hartpatiënt zes weken in bed, hopelijk, herstelde van zijn infarct. Een voetballer een weekje bedlegerig was om bij te komen van een meniscusoperatie.
Medisch personeel heeft altijd wat interessants te vertellen – zie de tijdloze populariteit van ziekenhuisseries – omdat het werkt op de plek waar leven en dood, ziekte en herstel, hoop en wanhoop zijn samengebald. Zo ook de ‘verpleegsters’ die, nauwelijks volwassen, onvoorbereid werden geconfronteerd met een kind dat zou overlijden aan leukemie. Een zieke in een kamertje apart die, toen de zuster binnenkwam, plotseling dood bleek te zijn gegaan. Met de hoofdzuster praatte je daar niet over – hooguit stopte ze je een slaappilletje toe, zodat de nare ervaring de nachtrust niet zou verstoren.
Mooi was vooral de warmte waarmee de verpleegsters terugblikten op de microsamenleving, de sisterhood die hun huis vormde. Bij hitte sleepten ze de matrassen naar tien hoog en sliepen op het dak onder de sterren. Of ze legden zich gezamenlijk te ruste in de gang. Ze mijmerden over de uiteraard strenge hoofdzuster die uiteraard vergeefs nachtelijk overblijven van ‘verloofden’ verbood.
Er was dan wel geen geformaliseerde nazorg, bij je medezusters kon je altijd je hart luchten. Een vak van hard werken, met grote verantwoordelijkheden, die lang niet alle leerlingen konden dragen. Van een lichting van 24 jonge vrouwen die aan de opleiding begonnen, haakten er twaalf af. Maar wie het wel aankon, had een prachtig vak voor het leven, en zou het zo mogelijk zo weer overdoen.
Bij alle met een vleugje melancholie gelardeerde nuchterheid, viel me ook op welke woorden de zusters níet in de mond namen. Efficiëntie. Werkdruk. Administratieve rompslomp. Zorgverzekering. Het vocabulaire van een nieuwe tijd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant