Een groepsrechtszaak tegen Airbnb moet in Ierland worden beslecht, zo heeft het gerechtshof in Den Haag bepaald. Dat is een tegenvaller voor de Nederlandse stichting die namens "ruim 50.000 consumenten" een collectieve procedure was begonnen vanwege vermeende onterechte kosten.
Volgens het gerechtshof is een Nederlandse rechter onbevoegd om een uitspraak te doen. "De operatie en het beheer van het platform van Airbnb vinden plaats in Ierland", stelt de rechter, die meegaat in de wens van Airbnb en niet met die van Stichting Massaschade & Consument.
De stichting spande de rechtszaak in 2021 aan omdat Airbnb jarenlang onterecht bemiddelingskosten zou hebben gerekend aan zowel huurders als verhuurders. De Nederlandse wet zou dat verbieden. Airbnb stelde dat de rechtszaak inging tegen het Nederlands en Europees recht.
Stichting Massaschade & Consument vindt het oordeel van de rechter teleurstellend. "Ruim 50.000 consumenten blijven zo na vier jaar procederen in het ongewisse over hun rechten." De advocaat die de stichting bijstaat spreekt van een "bijzonder consumentonvriendelijke interpretatie" van de regels, waardoor grote buitenlandse techbedrijven in de Europese Unie onaantastbaar blijven.
Voorlopig krijgen de consumenten hun geld dus niet terug. De stichting onderzoekt mogelijke vervolgstappen. "Het is goed mogelijk dat het Europese Hof van Justitie zich hier uiteindelijk over zal moeten uitspreken."
Source: Nu.nl economisch