De Rotterdamse postbode Ahmed Abdillahi, als kind gevlucht uit Somalië, loopt in 2025 maar liefst 25 marathons. Niet voor persoonlijke glorie, maar om aandacht te vragen voor stadsgenoten die dagelijks met armoede kampen. ‘Ik vraag aandacht voor de mensen die als eerste worden vergeten.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Het is zondagmorgen en Ahmed Abdillahi (45) ijsbeert door zijn woonkamer in de Afrikaanderwijk in Rotterdam. Het kleine, maar pezige lijf van de geboren Somaliër trilt van de spanning. ‘Er komen altijd zenuwen bij een marathon kijken’, zegt hij. ‘Je lichaam voelt de uitdaging die eraan komt.’
Abdillahi rent in 2025 marathons, 25 keer, in zijn eentje. Niet voor een medaille of een persoonlijke tijd, maar om aandacht te vragen voor de armoede in Rotterdam. Vandaag staat nummer tien op het programma. ‘Ik hoop in beeld te komen van mensen met invloed’, zegt hij. ‘Die de macht of middelen hebben om iets te veranderen.’
Als postbode komt Abdillahi bij iedereen aan de deur, hij kent de stad als geen ander. Hij ziet de skyline steeds verder oprijzen, maar ook hoe de kloof tussen arm en rijk zich verdiept. In 2021 kreeg hij lokale bekendheid toen hij zich verzette tegen de sloop van de Tweebosbuurt, zijn eigen wijk. Niet alleen de huizen verdwenen, ook een gemeenschap werd uiteengetrokken. ‘Nu vraag ik opnieuw aandacht voor de mensen die als eerste worden vergeten.’
Abdillahi is vaak te vinden in het Rotterdamse debatcentrum Arminius, waar de intellectuele postbode in het oog springt met zijn warme Somalische accent, scherpe analyses en continue verwijzingen naar grote denkers. Hij publiceerde voor het journalistieke platform Vers Beton en is een prominente stem in het boek Rotterdam: een ode aan inefficiëntie van Arjen van Veelen.
De route van vandaag – van Rotterdam-Zuid naar Hoek van Holland – heeft hij zelf uitgezet. Geen officiële marathon, al loopt hij die ook (snelste tijd: 2 uur en 57 minuten tijdens de Marathon Rotterdam). Deze solitaire tocht, tegen de wind in, doet hij uitsluitend om zijn doel te bereiken. ‘Ik weet waarvoor ik ren’, zegt hij terwijl de riemen van zijn rugzak strak trekt en de eerste passen zet. ‘There is no way back.’
In 1992 ontvluchtte Abdillahi als 12-jarig jongetje Somalië vanwege de burgeroorlog. Met zijn oom en tante reisde hij naar Nederland; zijn vader en moeder bleven achter. Pas 26 jaar later zag hij zijn moeder terug, zijn vader was inmiddels overleden. ‘Dat was heel erg emotioneel. Dat kan ik gewoon niet omschrijven.’
Het was moeilijk aarden in Nederland, eerst in een Fries dorpje, later in Rotterdam. Hij stopte voortijdig met zijn mbo-opleiding, versleet talloze baantjes en raakte verslaafd aan qat, alcohol en wiet. Zijn vrouw ging bij hem weg, samen met hun zoontje. ‘Tussen 2003 en 2010 heb ik echt een rauwe periode gekend. Jongens met wie ik in die tijd optrok, zijn er nu niet meer. Maar op een dag besloot ik: ik wil dit niet meer.’
Hij zocht een nieuwe uitlaatklep en begon met fietsen. Urenlang trok hij eropuit, op zijn stadsfiets. Van Rotterdam-Zuid naar Katwijk, Utrecht en Scheveningen. ‘Even het centrum bezoeken, en dan weer terug.’ Hij fietste zelfs een keer naar Amsterdam, maar vertrok pas rond lunchtijd. ‘Kwam ik om één ’s nachts pas weer thuis’, lacht hij. Het fietsen leidde tot hardlopen. Zijn baan als postbode bracht structuur, beweging en ritme in zijn dagen.
En hij begon te lezen. Eerst de gratis kranten Metro en Spits, om de taal beter te leren. Later kwam het zwaardere werk. Inmiddels staat zijn kast vol met boeken als Kafka’s verzamelde werk, biografieën over Malcolm X en Nelson Mandela en veel sociologische werken met confronterende titels als Poverty, by America (Matthew Desmond), Urban Outcasts (Loïc Wacquant) en Migrant City (Panikos Panayi). Die boeken gaven hem de taal en het vertrouwen om zich uit te spreken in het publieke debat.
Maar vandaag moet Abdillahi een marathon volbrengen. Hij heeft er 29 kilometer opzitten als hij in Maassluis de Koning Willem-Alexander Boulevard op komt rennen. Zijn witte sportjack klappert in de krachtige westenwind.
‘Soms denk ik: ik stop ermee’, zegt hij, hijgend van inspanning. ‘Maar vlak na de Erasmusbrug gebeurde er iets moois. Op het Willemsplein klonk de muziek van een festivalletje. En wat werd er gedraaid: You’ll never walk alone van Lee Towers. Toen werd ik wel een beetje emotioneel.’
In de verte ziet hij nu de sluizen van de Maeslantkering verschijnen. Het eindpunt komt in zicht. Maar iedere marathonloper weet: de laatste kilometers zijn de zwaarste.
Begin bij Ahmed Abdillahi niet over de meevallende armoedecijfers. Onlangs meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het aandeel Nederlanders onder de armoedegrens gedaald is naar 3,1 procent. Rotterdam, waar 6,2 procent onder die grens leeft, is niet langer de armste gemeente – Amsterdam en Vaals zijn nu slechter af.
Maar Abdillahi blijft sceptisch. Hij verwijst naar politicoloog Tim ’S Jongers, die opmerkte dat de armoedecijfers zijn vertekend door tijdelijke maatregelen. In 2023 ontvingen minima bijvoorbeeld een energietoeslag van maximaal 1.300 euro. ‘Maar dat is geen structurele oplossing voor het probleem.’
Volgens Abdillahi moeten we niet kijken naar gemiddelden, maar naar de schrijnende situaties van de mensen die elke dag in armoede leven. ‘Elke ochtend als ik naar mijn werk fiets, zie ik mensen onder bruggen slapen. In mijn eigen straat zie ik hoe mensen afvalbakken doorspitten voor statiegeld. Of om een kleinigheidje vragen.’
En dat is dan alleen nog wat er buiten te zien is. ‘Armoede speelt zich vaak achter gesloten deuren af’, weet Abdillahi. ‘Dat beschrijft Jonah Falke goed in zijn boek Armoede. Reportages over het leven in de schaduw van de welvaart. Buiten kost alles geld: openbaar vervoer, een kop koffie, boodschappen. Mensen blijven dus binnen en raken zo geïsoleerd.’
Soms hoort Abdillahi: zelfs dakloze mensen hebben tegenwoordig vaak een mobiele telefoon, zo erg kan het toch allemaal niet zijn? Een misverstand, vindt hij. ‘De Amerikaanse socioloog Matthew Desmond legt uit dat sommige massaproducten, zoals mobieltjes, veel goedkoper zijn geworden. Maar de vaste lasten – energie, boodschappen, zorgpremies, woonkosten – zijn juist gestegen. En dat zijn de echte hoofdpijndossiers voor arme gezinnen.’
Hij vraagt zich af of er voor arme mensen nog wel plek is in Rotterdam. Hij onderbouwt zijn verhaal – nog maar eens – met de analyse van een prominente denker. De stadsgeograaf Cody Hochstenbach vond uit dat er tussen 2002 en 2017 dertigduizend sociale huurwoningen in Rotterdam zijn verdwenen.
Abdillahi kan erover meepraten. Liefst vijf maal werd hij uit zijn sociale huurwoning gezet vanwege sloop. ‘In de Brede Hilledijk, de Hilledijk, het Adrianaplein, de Beukelaarsstraat en de Cronjéstraat.’ Telkens kwamen er duurdere woningen voor in de plaats. ‘Ik ben bang dat de onderklasse, waartoe ik mezelf ook reken, het onderspit gaat delven en langzamerhand de stad uit wordt gedrukt.’
Na drie uur en drie kwartier ziet Abdillahi dan eindelijk het strand van Hoek van Holland verschijnen. Hij heeft vrijwel de volle lengte van de Nieuwe Waterweg gelopen, met tegenwind die nog werd aangejaagd door de windturbines langs de route. ‘Die wind is onmenselijk bruut’, zegt hij als hij komt aangerend.
Hij perst de laatste meters eruit. En dan is hij er. Eindelijk: zijn witte Adidas-hardloopschoenen landen op het mulle zand van Hoek van Holland. ‘Die laatste kilometers waren echt zwaar’, zucht hij. Maar Ahmed Abdillahi heeft zijn doel volbracht: marathon nummer tien is binnen. Nog vijftien te gaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant