Home

Wat maakt een festivalterrein nu tot een goed festivalterrein? Dé criteria op een rijtje

Een miniatuursamenleving, daar moet een festivalterrein huis aan bieden. En dat luistert nauw: een drassige ondergrond, ondoorgrondelijke looproutes of een kampeerterrein zonder beschutting kunnen de festivalervaring flink verpesten. Waar bestaat een goed festivalterrein dan wel uit? Een overzicht met criteria, én uitblinkende festivals.

is popredacteur van de Volkskrant.

Deze week begint met Best Kept Secret het seizoen van de grote zomerfestivals. Dat is op allerlei manieren te beleven, popfestivals zijn er namelijk in alle denkbare soorten en maten. Hoe de festivalganger het weekend beleeft hangt niet alleen af van omstandigheden als het weer en de programmering, maar ook van het festivalterrein.

Idealiter is dat een bubbel, afgezonderd van de grote boze echte wereld. Op het festivalterrein vormt zich een ideale miniatuursamenleving waarin polarisatie hoogstens onenigheid in de vriendengroep betekent, over naar welk podium te gaan bijvoorbeeld. Een plek om de hele dag met je vrienden en een biertje in het gras te hangen, naar een eindeloze stroom artiesten te kijken, te dansen in zweterige tenten, iedereen kwijt te raken om de groep toch altijd weer terug te vinden. Maar wat maakt een festivalterrein nu een goed festivalterrein? We zetten een aantal criteria op een rijtje.

Bereikbaarheid

Het reizen van en naar een festival is nooit echt comfortabel, daar kan geen terrein iets aan veranderen. Je zult moeten sjouwen met je bagage, tent en luchtpomp. Maar de locatie van het festivalterrein bepaalt hoe oncomfortabel het precies wordt.

Festivalgangers die met het openbaar vervoer reizen hebben belang bij een terrein dat niet al te ver van een groot treinstation af ligt, en vervolgens bij een goed geregelde pendelbusservice. In het ideale geval is die pendelbus gratis, gaat-ie vaak, duurt de busrit niet te lang en word je vlak voor de ingang van het festivalterrein afgezet.

Festivalgangers die met de auto komen hebben vooral behoefte aan een festivalterrein met voldoende parkeermogelijkheden die niet bij slecht weer in een onbruikbare modderpoel veranderen en die dicht bij de ingang van het festivalterrein liggen. Vorig jaar moesten Pinkpop, Graspop en Down The Rabbit Hole parkeerplekken afsluiten, omdat de grond te drassig was geworden: auto’s zouden zijn vastgelopen in de modder.

Uitblinker: Down The Rabbit Hole

Het zit niet altijd mee met de parkeerplekken, maar zeker met het openbaar vervoer is Down The Rabbit Hole heel goed bereikbaar. Festivalgangers reizen naar station Nijmegen, waar je met de intercity makkelijk kunt komen. Andere festivals zijn afhankelijk van kleinere stations als Dronten (Lowlands en Defqon.1), wat voor veel reizigers minimaal één overstap betekent. Met ál je bagage. Na de treinreis zit je ook goed bij Down The Rabbit Hole, want de pendelbussen zijn gratis en rijden vaak.

Bosachtige omgeving

Het ideale festivalterrein bestaat ten dele uit bos. Niet helemaal, dan wordt het behoorlijk lastig om door de bomen de band op het podium te kunnen zien staan. Maar een bos is ideaal op zowel het kampeerterrein als het festivalterrein zelf, vanwege de beschutting die het biedt. Schaduw als de zon hard schijnt, relatieve droogte als het regent.

Bomen geven een terrein bovendien een knus en geborgen gevoel, denk bijvoorbeeld aan de lampjes in de takken na zonsondergang. Een bos is intiemer dan een open veld, zeker ’s avonds voelt een mooi aangeklede bosplek magisch.

Uitblinker: Into The Great Wide Open

Het festivalterrein van Into The Great Wide Open beslaat eigenlijk heel Vlieland en is daarom alleen al bijzonder. Het hele festival is mooi, de fijne festivalbubbel is des te meer een bubbel omdat er een zee tussen het festival en de echte wereld zit én een groot gedeelte van het festival vindt plaats in het bos.

Ondergrond

Op het gebied van ondergrond kan er veel misgaan op een festivalterrein. Asfalt is sfeerloos en leent zich niet om op te zitten of liggen. Gras is gezellig, maar kan bij regen en duizenden dansende voeten snel in een grote modderpoel veranderen. Hetzelfde geldt voor zand.

Gelukkig bestaan daar allerlei trucs tegen, zoals de houten planken op druk bestampte plekken, of strooisel als olifantsgras, dat vocht opneemt. Een ideaal terrein maakt goed gebruik van deze trucs.

Uitblinker: Pinkpop

Op Pinkpop is het hart van het festival een grote grasweide, goed geschikt voor hangen op een kleedje. De looppaden zijn wel verhard, en Pinkpop was een van de eerste festivals die vorig jaar olifantsgras inzetten.

Looproutes

Zeker op de grotere festivals is het belangrijk om zo prettig mogelijk van a naar b te kunnen bewegen. Op Lowlands is bijvoorbeeld de stroom van hoofdpodium Alpha naar Bravo, het tweede podium aan de andere kant van het terrein, berucht: de grootste publiekstrekkers wisselen elkaar op die podia af.

De ideale looproute is dus breed genoeg voor de massa’s die erop lopen. Asfalt of een anderszins verharde ondergrond is op de ‘hoofdwegen’ wel prettig. Ideaal zijn ook tactisch geplaatste toiletten, barren en eetstandjes langs de looproutes. Als je in al die behoeften onderweg kunt voorzien, scheelt dat weer tijd. Bovendien wordt de mensenmassa zo wat meer verdeeld.

Uitblinker: Defqon.1

Defqon.1 vindt op hetzelfde terrein plaats als Lowlands, met ongeveer dezelfde indeling qua podia. Beide festivals hebben dus geasfalteerde paden voor de enorme mensenmassa’s die op de festivals afkomen. Maar Defqon.1 heeft een extra alternatieve sluiproute tussen de twee grootste podia, wat het heen-en-weer lopen hoe dan ook vergemakkelijkt.

Verdwaalmogelijkheden

Het is een festivalcliché dat het heerlijk is om te verdwalen, maar met goede reden. Het loslaten van de dagelijkse sleur betekent ook het loslaten van je zo efficiënt mogelijk van a naar b willen verplaatsen. Daarom is het fijn als het terrein je het gevoel geeft dat er van alles te ontdekken valt, als er stiekeme bospaadjes zijn die naar een hottub blijken te leiden (Best Kept Secret) of je plots na een afslag in een aftandse kantoorsetting met typemachines eindigt (Wildeburg).

Uitblinker: Wildeburg

Wildeburg neemt deze verdwaaltaak wel érg serieus. Bordjes naar podia wijzen expres de verkeerde kant op, de enige beschikbare plattegrond is er eentje die met de nodige artistieke vrijheid is gemaakt. Festivalgangers vragen elkaar constant de weg, wat bijna nooit zin heeft, want niemand weet waar die is. Maar dat geeft niets, want nergens worden verkeerde afslagen zo beloond als op Wildeburg.

Zwemmogelijkheden

Het weer wordt iedere zomer onvoorspelbaarder, maar de kans op oververhitting blijft groot op festivals. Komt het niet door de brandende zon, dan wel door het vele bewegen. Daarom is het heerlijk als er een meertje is om in te zwemmen. Pluspunten als je vanuit het meertje het hoofdpodium kunt zien en horen.

Uitblinker: Best Kept Secret

Vanaf het meertje naast het hoofdpodium op Best Kept Secret heb je prima zicht op dat podium. Het meer blijft vrij lang ondiep, dus perfect om in te chillen zonder dat zwemkleding meteen noodzakelijk is. Ook leuk voor artiesten, de band Wolf Alice bijvoorbeeld sprong al twee keer na een optreden oververhit het meer in. Na het laatste akkoord snel het podium afrennen, kleren uit en binnen een minuut in het water liggen: het kan op weinig andere festivals.

Podia

De meeste festivalpodia zijn (halfopen) tenten. Zo blijft het geluid een beetje binnen, en is er altijd een plek om droog en beschut een artiest te bekijken. Vaak is het hoofdpodium geen tent, maar een grote weide. Dat is prettig, want een veld staat nu eenmaal minder snel vol dan een tent.

Het nadeel van zo’n weide is wel dat het geluid bij wind weleens weg kan waaien en dat je er natgeregend kunt raken. De ideale verhouding tussen tenten en open grasvelden hangt af van de omstandigheden van het festival.

Uitblinker: Paaspop

Paaspop vindt meestal vroeg in het voorjaar plaats, en doet er daarom verstandig aan om alle podia overdekt te houden. Bovendien heeft dat festival sinds dit jaar de allergrootste festivaltent van Europa, die aanvoelt als de Ziggo Dome.

Helling en zichtlijnen

Om bij een hoofdact nog een beetje iets te kunnen zien, helpt het als er in het geval van een open veld als er ergens een helling is. Op Best Kept Secret is er de helling aan de zijkant van het veld voor het hoofdpodium, op Down The Rabbit Hole is het heerlijk zitten op de heuvel aan de achterkant van het veld, op North Sea Jazz heeft het grootste podium zelfs tribunes.

Op Lowlands zijn er aan weerszijden van het hoofdpodium hellingen. Op Defqon.1, op datzelfde terrein, zijn die hellingen overigens grotendeels gereserveerd voor vips.

In een grote tent is het fijn als er schermen zijn, liefst ook aan de buitenkant voor als de tent vol is.

Uitblinker: Lowlands

Zeker bij hoofdpodium Alpha is er op Lowlands alles aan gedaan om de show goed te kunnen volgen. Zowel binnen als buiten de tent hangen grote schermen, de hellingen aan de zijkanten zijn zo veel mogelijk vrij gehouden voor publiek en voor hen die echt niets willen missen is er een afgesloten vak voor in de tent, vlak bij het podium. Daar moet je vaak even voor in de rij staan, maar weet je wel zeker dat je niets hoeft te missen van de show.

Pinkpop

Pinkpop gooit dit jaar het festivalterrein op de schop. Bij deze nieuwe terreinindeling kan de festivalbezoeker beter rondlopen. Want, volgens festivaldirecteur Tirsa Creusen: ‘De festivalbezoeker van nu wil ronddwarrelen, wil dingen ontdekken’. Ook is Pinkpop van oudsher een festival dat voornamelijk uit één groot open veld bestaat, met weinig schaduwplekken. Ook dat pakt de nieuwe directie van Creusen en Ide Koffeman aan. Vanaf dit jaar zullen er meer schaduwplekken op het terrein zijn, om hete edities in de toekomst beter aan te kunnen.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next