Queer jongeren van kleur stuiten vaak op onbegrip en uitsluiting in de overwegend witte lhbti-gemeenschap, blijkt uit nieuw onderzoek. Zo ook trans man Lionel Deul. ‘Ik denk dat mijn huidskleur het trans-zijn compliceert.’
is binnenlandverslaggever en opinieredacteur van de Volkskrant.
Voor Lionel Deul (21) was het als kind hard zoeken naar ‘mensen zoals hij’: trans mannen van kleur. In zijn fysieke omgeving, in Sassenheim, was er niemand te bekennen, en zelfs op YouTube, waar hij dan maar naar uitweek, waren rolmodellen schaars.
In de verder witte transgenderpraatgroep waar hij naartoe ging, bedoeld om gelijkgestemden te ontmoeten, vond hij weinig herkenning. ‘Ik denk dat mijn huidskleur het trans-zijn op een andere manier compliceert dan wanneer ik wit was geweest. Bijvoorbeeld wat betreft mijn Caribische achtergrond, en hoe ik met mijn ouders heb moeten knokken. Of de vijandigheid waarmee je als zwarte man te maken kunt krijgen.’
Net als Deul voelen veel jonge queers van kleur zich niet thuis in de mainstream lgbti-gemeenschap, blijkt uit kwalitatief onderzoek van onder meer expertisecentrum Rutgers en de Nationale Jeugdraad, naar de opvattingen van jongeren over gendergelijkheid en seksualiteit. Deelnemers voelen zich vaak onbegrepen of zelfs als object gezien door witte queer mensen.
Dat sluit aan bij eerder onderzoek van Movisie, waaruit onder meer bleek dat sommige witte homomannen op hun datingprofiel etnische groepen uitsluiten, of juist aangeven enkel seks te willen hebben met zwarte mensen – een vorm van fetisjisme.
Ook in de (gender)zorg stuiten queer jongeren van kleur vaak op onbegrip, zegt Serena Does, bijzonder hoogleraar sociale ongelijkheid aan de VU en wetenschappelijk adviseur aan het Verwey-Jonker Instituut. ‘Hulpverleners hebben vaak geen idee hoeveel discriminatie zij ervaren en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn voor hun mentale gezondheid.’
Zogenoemde intersectionaliteit, de wisselwerking tussen de verschillende categorieën waartoe mensen ‘behoren’, maakt dat één plus één voor deze groep vaak geen twee is, maar drie. Bijvoorbeeld omdat iemands queer-zijn niet wordt geaccepteerd in zijn eigen culturele omgeving, en diegene vanwege zijn achtergrond weer discriminatie ervaart in queer omgevingen.
‘Het feit dat er weinig plekken zijn waar ze zichzelf kunnen zijn en dat ze in verschillende groepen of gemeenschappen op hun hoede moeten zijn, kan veel stress opleveren’, schrijft Movisie in een ‘handreiking’ voor professionals die met deze groep werken.
Tegelijkertijd is het ook oppassen om ervan uit te gaan dat iemand ‘wel heel veel moeite met hun cultuur of familie zal hebben gehad’ omdat het een persoon van kleur is, zegt Does. De mate van acceptatie loopt tussen culturen, maar ook daarbinnen, ontzettend uiteen. Deul: ‘Uiteindelijk is het gewoon een kwestie van luisteren naar individuele ervaringen. Mensen proberen te zien zoals ze zijn.’
Je zou het een tegenreactie kunnen noemen dat hij nu vrijwel alléén queer vrienden van kleur heeft. Die vond hij in Amsterdam: op de universiteit en in de ballroomscene. Binnen die laatste Afro-Amerikaane en Latijns-Amerikaanse subcultuur zijn juist queer mensen van kleur de dominante groep.
Veel queer jongeren van kleur doen aan een dergelijke vorm van ‘zelfsegregatie’, aldus het huidige onderzoek. Dat zij elkaar opzoeken, is begrijpelijk, zegt Does. ‘Mensen die behoren tot een gemarginaliseerde groep, voelen zich soms alleen veilig met andere leden van die groep. Het is een reactie op uitsluiting.’
Het onderzoek in dit artikel is onderdeel van de socialemediacampagne ‘Jong Gelijk’, die ‘ruimte vraagt’ voor jongeren binnen gemarginaliseerde groepen. Dit gebeurt onder meer met een quiz waarmee iedereen zijn eigen stereotiepe aannames kan testen.
In het kwalitatieve gedeelte dat hierin wordt aangehaald, werden 22 queer jongeren van kleur geïnterviewd over hun ervaringen. In totaal namen ruim zesduizend jongeren deel aan het onderzoek.
De campagne is een samenwerking tussen expertisecentrum Rutgers, de Nationale Jeugdraad, Colored Qollective, Femmes for Freedom en Stichting Plattelandsjongeren.
Niet dat de levendige ballroomscene in Amsterdam alleen is ontstaan als reactie op uitsluiting – het is ook een viering van zwarte cultuur en queer-zijn. Deul vond er voor het eerst rolmodellen: ‘Ik ontmoette oudere trans mensen met ervaringen die leken op de mijne. Mensen die gelukkig zijn, die leuke dingen doen, die werk hebben. Ik kreeg eindelijk een beeld van waar mijn leven naartoe kan gaan.’
Hoewel queer personen steeds zichtbaarder worden in openbare ruimtes en de media, is het heersende beeld toch dat van een dansende witte man in felgekleurde kleding tijdens de gaypride, zegt Does. ‘En daar identificeert lang niet ieder queer persoon zich mee.’ Ook veel witte queers niet overigens – al was het maar omdat ze zich niet zo kleden. Uit het onderzoek van de Nationale Jeugdraad komt ook naar voren dat mensen op lhbti-feestjes soms het gevoel hebben er ‘niet queer genoeg’ uit te zien.
Dat alle mensen die niet hetero zijn met elkaar in een ‘gemeenschap’ zitten is sowieso een utopie, zegt Deul. ‘Het is niet één monolithisch ding. Er zijn allerlei subgroepen, en dat is normaal. Als de emancipatie van de een, de ander maar niet naar beneden haalt.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Source: Volkskrant