Home

Zijn verslaving, maar vooral zijn muzikale brille zou Sly Stone blijven aankleven

Na zijn gloriejaren met Sly & The Family Stone raakte Sly Stone (1943-2025) verslaafd en ging hij vijftig jaar lang door diepe dalen. Hij overleed maandag op 82-jarige leeftijd.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.

Hét hoogtepunt van de maandag overleden Sly Stone? Waarschijnlijk de zomer van 1969, de maand waarin zijn band Sly & The Family Stone zowel optrad op Woodstock als, 100 kilometer zuidwaarts, op het ‘zwarte Woodstock’, het Harlem Cultural Festival in New York.

Het is veelzeggend dat de band, met in de bagage het succesalbum Stand!, op beide festivals stond. Sly & The Family Stone was geliefd bij het zwarte soulpubliek én het witte rockpubliek, een in die tijd zeldzame cross-over. De groep bestond uit zowel zwarte als witte bandleden.

De beelden van Woodstock zijn klassiek: Sly – grote zonnebril, mouwen met witte slierten – die het publiek minutenlang ‘Higher!’ laat scanderen tijdens een nachtelijke opvoering van I Want to Take You Higher.

De beelden van het Harlem Cultural Festival waren tot 2021 onbekend bij het grote publiek. Destijds, in 1969, was geen enkele tv-zender erin geïnteresseerd, waarna de banden lagen te verstoffen tot Ahmir ‘Questlove’ Thompson (The Roots) er in 2021 de fenomenale concertfilm Summer of Soul van smeedde. Zoals Sly in die film over het scherm wervelt, moeten we hem onthouden. De kleding, de kleuren, de muziek, de setting; Sly & The Family Stone knált eraf.

De groep ontstond in 1966 toen Sly and the Stoners ‘fuseerden’ met de band van Sly’s broer Freddie, Freddie and the Stone Souls. Debuutalbum A Whole New Thing (1967) werd lauw ontvangen, maar op de drie albums die volgden, zou inderdaad iets nieuws ontstaan: rockende, psychedelische soul met veel funk en gospel.

Dance to the Music (1968) was de eerste hit die de top tien bereikte, waarna in de Verenigde Staten drie singles de eerste plaats haalden: Everyday People (1968), de ‘dubbele A-kant’ Thank You (Falettinme Be Mice Elf Agin) / Everybody Is a Star (1969) en Family Affair (1971).

Bitter, pessimistisch pamflet

Sly Stone werd in 1943 als Sylvester Stewart geboren in Denton, Texas, al verhuisde het gezin al snel naar Vallejo in Californië. Daar liet Sly als jonge radio-dj al merken dat hij niet keek naar huidskleur. Hij draaide soul, maar ook The Beatles en The Rolling Stones. Als studioproducer werkte hij vóór zijn eigen hitssuccessen met witte gitaarbands als The Beau Brummels.

Zijn sociale engagement zou gaandeweg zijn songteksten binnendringen, vooral op het meesterstuk There’s a Riot Goin’ On (1971), Sly’s bittere, pessimistische pamflet over burgerrechten.

Op dat moment ontspoorde Sly al door zijn ontluikende drugsverslaving. Hij maakte There’s a Riot Goin’ On goeddeels in zijn eentje, vervreemd van zijn bandgenoten, die zijn junkiegedrag niet meer konden verdragen. Voor optredens kwam hij vaak niet opdagen, een reputatie die hem zou blijven aankleven.

Het zou eigenlijk nooit meer goedkomen. Ook dát is het verhaal van Sly Stone.

Aan de grond

Van 1966 tot 1975 maakte Sly & The Family Stone zeven albums. Na de breuk kwam Stone met nog wat matige platen, met wisselend personeel, soms onder de oude bandnaam. Maar vanaf de jaren tachtig raakte hij zo zwaar verslaafd, vooral aan cocaïne, dat er nauwelijks nog iets uit zijn handen kwam.

Hij werd meermaals gearresteerd wegens cocaïnebezit, zat een korte gevangenisstraf uit, raakte financieel aan de grond en zwierf een tijd dakloos over straat.

In 1993 werd hij opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame en verscheen hij even in het openbaar: te laat en tot weinig in staat. Voor zijn comeback op het podium, in 2006, deed hij ook North Sea Jazz aan, maar een glorieuze terugkeer werd ook dat niet, net zo min als het deerniswekkende album I’m Back! Family & Friends (2011), het laatste dat hij zou maken. Al die tijd bleef hij verslaafd, het mag een wonder heten dat hij nog 82 is geworden.

In zijn laatste jaren herwon Sly iets van zijn waardigheid. Met auteur Ben Greenman kwam hij in 2023 tot een innemende, zelfs humorvolle autobiografie: Thank You (Falettinme Be Mice Elf Agin), waarin hij liet weten dat hij sinds 2019 clean was.

Van groot belang voor hoe we ons Sly Stone zullen herinneren, is Questlove, die ons er met Summer of Soul aan herinnerde hoe góéd Sly was, om vervolgens een mooie documentaire over zijn leven te maken: Sly Lives! (aka The Burden of Black Genius). De in 2025 uitgekomen film is te zien via Disney Plus.

Sly Stone overleed maandag aan de gevolgen van een longziekte en ‘onderliggende fysieke kwalen’. Het was op. Volgens zijn familie stierf hij ‘vredig’, ‘omringd door zijn drie kinderen, zijn beste vriend en zijn familieleden’.

Niet alleen dus, uiteindelijk. Dat is al mooi.

3 × Sly Stone

Everyday People (1968) – Warmbloedig huwelijk tussen sociaal engagement en de Summer of Love, over het vieren van onze verschillen: ‘I am no better and neither are you/ We are the same whatever we do.’

I Want to Take You Higher (1969) Higher (1968) deed niets, maar toen de band er live mee aan het experimenteren sloeg, voegde Stone de zin ‘I want to take you higher!’ toe en was een liveklassieker geboren.

Family Affair (1971) There’s a Riot Goin’ On was een zwartgallig album. Family Affair (over tegenstelling en strijd) was in alles de tegenhanger van Everyday People, maar werd wel, opnieuw, nummer één.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next