Stoppen? Dick Advocaat denkt er niet aan. Met Curaçao is hij weer een stap dichter bij WK-plaatsing. Het enthousiasme van de spelers werkt aanstekelijk op de bondscoach en zijn bloedfanatieke staf. ‘We zijn oud, maar zo gedragen we ons niet.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Dick Advocaat heeft al eens de fout gemaakt om te zeggen dat een bepaalde baan als trainer zijn laatste klus was. Als hij dan een volgende baan aannam, was hij weer de trainer die geen afscheid kon nemen. Dus doet hij dat gewoon niet meer, zeggen dat hij stopt. Simpel.
Waarom zou hij ook? Hij is 77 jaar, als bondscoach van Curaçao geplaatst voor de Gold Cup, het landenkampioenschap van Midden- en Noord-Amerika. Dankzij een 4-0 zege op St. Lucia is bovendien de laatste schifting voor het WK bereikt. Advocaat geniet van de levenslust van de spelers, van hun fanatisme, van de vrolijkheid die op de stafleden de werking heeft van een elixer van eeuwige jeugd.
Ja, ook hij mocht een keer een nummer aanvragen in de levendige spelersbus. Faithfully, van de Amerikaanse band Journey. Advocaat vertelt een paar dagen voor vertrek in een hotel bij Schiphol over zanger Arnel Pineda, die de ballad nog mooier zingt dan de vorige zanger Steve Perry. Maar helaas. ‘Binnen drie seconden was dat nummer weer afgezet.’
In de spelersbus broeit het van ritme en levenslust, van extase, zang en dans. De oude bus had geen ramen. Die blijft in gebruik voor de trainingen, al is vorige week een nieuwe bus gepresenteerd. Met airco en al.
Kees Jansma, manager van de ploeg: ‘Ze blijven net zo lang totdat iedereen iets heeft gedaan in de bus. Iedereen moet zich presenteren. Ik heb een poging gedaan om te bewegen.’
Advocaat: ‘Ik zong Simply The Best van Tina Turner.’ Assistent-trainer Cor Pot, die zelden uit zijn luim raakt: ‘Ik gooide mijn benen omhoog en had meteen een spierscheuring. Het is een bezienswaardigheid om al die spelers samen te zien.’
Afgezien van al die levenslust: het gaat om de prestaties en die zijn uitstekend. Curaçao heeft onder Advocaat negen keer gewonnen, eenmaal gelijkgespeeld en twee keer verloren. Advocaat: ‘Het is goed voor het eiland, als wij ver komen. Het gaat om Curaçao. Bij de loting voor de Gold Cup in Miami zei een van de presentatoren dat wij de slapende reus van de groep zijn.’
Met al zijn ervaring is hij verrast door het enthousiasme, de vrolijkheid, zoals hij het nog nooit heeft meegemaakt. Advocaat: ‘Geweldig, echt geweldig. De spelers gedragen zich anders dan die van het Nederlands elftal, of die van Rusland. Het is ongekend, dat gedrag na een doelpunt.’
En na afloop feesten ze met familie en aanhang op de parkeerplaats bij het stadion. Jansma: ‘Het is ontroerend.’
Ze zijn trots met zijn allen, al zijn veel van de spelers geboren in Nederland. Advocaat: ‘We liepen in Turkije, rond een oefenduel, met Juninho Bacuna. Kwamen we iemand tegen die opmerkte: ‘Hé, jullie zijn toch Nederlanders.’ Ja, zei ik. Nee, antwoordde Juninho. Ik ben geen Nederlander. Ik kom uit Curaçao. Dat gevoel stralen ze uit.’
En ze willen steeds meer en beter. Atilay Uslu, directeur van Corendon en een van de sponsoren van de ploeg, schuift even aan bij het gesprek en prijst de ervaring van ruim tweehonderd jaar die de staf samen heeft. Ook Uslu speelt een rol in de professionalisering van het voetbal op het eiland, onder meer door kaartjes beschikbaar te stellen aan de armen onder de bevolking.
Advocaat: ‘We zijn hier niet gekomen om in de zon te liggen. We zijn positief bezig. Telkens met ongeveer dezelfde groep. Als wij zouden merken dat de groep het niet serieus nam, zouden we het niet doen. Dat fanatisme gaat er nooit uit bij ons. Dat is ook het leuke van het leven.’ Nee, zijn vrouw vindt het niet per se leuk, maar ‘ze gunt het me wel’.
De staf, dat zijn dus Advocaat (77), zijn onafscheidelijke assistent Cor Pot (74, ‘die hoort bij mij’), manager algemene zaken Kees Jansma (77, ‘Kees ken ik ook al honderd jaar’) en arts Casper van Eijck (68). ‘Een staf om van te likkebaarden’, zegt Advocaat zonder valse bescheidenheid. ‘Dat was het belangrijkst: wij, met zijn vieren. Wij voelen helemaal niet dat we oud zijn. We zijn het wel, maar zo gedragen we ons niet. Als je dat gaat voelen, moet je stoppen. Ik heb nog steeds het gevoel alsof ik bij Rangers zit, of bij PSV. Het moet leuk zijn, maar ook serieus.’
Jansma: ‘Toen we begonnen, schreef een enkeling in de krant dat de witte pensionado’s hun zakken kwamen vullen.’
Advocaat: ‘De spelersgroep was nieuwsgierig. Ze hebben best gedacht: wat krijgen we nou? Daar waren ze gauw achter.’ Ze schaterlachen om elkaars fanatisme en vangen elkaar vliegen af, vooral Advocaat en Pot. Jansma: ‘Maar het is echte liefde. Dick kan niet zonder Cor en Cor niet zonder Dick.’
Over fanatisme gesproken. Advocaat: ‘Jansma komt gewoon van de tribunes af in de rust van een wedstrijd, om te zeggen dat het helemaal niks was. Maar dan zegt hij het tegenovergestelde: ziet er goed uit, Dick.’
Jansma: ‘Als je niet meeleeft, is er geen reet aan.’
Ze barsten van de ervaring. Jansma moest zich online voorstellen bij een presentatie voor de Gold Cup. Dat ging ongeveer zo: vijftig jaar tv-journalistiek, tien jaar perschef van het Nederlands elftal. ‘Toen riep de perschef van Mexico dat hij al dacht dat hij mij gezien had na die penalty van Arjen Robben tijdens het WK van 2014, waarover ze het nog elk jaar hebben in Mexico. Dick had een sessie met alle bondscoaches. Dat vonden ze geweldig, in Amerika.’
Advocaat houdt van de VS, het land van de Gold Cup. ‘Ik heb er nog gevoetbald, bij Chicago Sting. Een geweldige tijd. Wim van Hanegem en ik woonden twee, drie maanden in hetzelfde appartement.’
Ja, uit die tijd dateert de anekdote over de jukebox. Vooruit dan, uit de oude doos. ‘Het is een uitwedstrijd in San Diego. Wim en ik waren alleen. We liepen naar een grote zaal in het hotel, waar een jukebox stond. Van Hanegem zegt altijd dat hij die quarter dollar heeft betaald, maar ik weet zeker dat ik het was. Maakt ook niet uit. Ik gooi die quarter erin en draai You Needed Me van Anne Murray, en ik schiet helemaal vol. Dat heb ik nog steeds.’
Advocaat was bondscoach van Oranje, tijdens het WK van 1994 in de Verenigde Staten, en hij voetbalde er al toen hij tiener was. ‘Ik was 18 jaar toen ik met ADO Den Haag twee maanden naar San Francisco ging, na het seizoen, om het voetbal te promoten. Naar Miami, naar New York. Ik was wisselspeler, maar trainer Ernst Happel maakte een ongelooflijke indruk op mij. We komen aan bij een universiteit en Happel wil even stoppen. Hij loopt weg met teammanager Eddy Hartmann en zegt: hier ga ik niet zitten. Alles was geregeld. Eten, slapen. Happel zegt tegen de chauffeur: terug naar het vliegveld. Al die mensen in paniek. Toen werden we naar een prachtig hotel gebracht.’
Happel was een van zijn leermeesters op de bijna eindeloze reis van het trainerschap. Al die ervaring gebruikt hij nu als trainer, tijdens de schitterende avonturen met Curaçao. Voetbal op slechte velden, lange reizen door bosrijk gebied, na tropische regenbuien. En de Gold Cup, met groepsduels tegen El Salvador, Canada en Honduras, is ook voor de spelers een geweldige ervaring. Wie weet, op weg naar het WK van een jaar later.
‘Stel nu eens dat Curaçao zich plaatst voor het WK.’ Voorzitter Gilbert Martina van de de Curaçaose voetbalbond is enthousiast over de prestaties van de nationale ploeg. ‘Dan zijn we het kleinste land ooit dat zich plaatst voor de eindronde. En dan is het Koninkrijk der Nederlanden mogelijk met twee elftallen actief. Dat zou toch mooi zijn voor de saamhorigheid.’
Gilbert Martina had al een tijdje een topcoach op het oog voor het elftal. Hij benaderde Bert van Marwijk en Fred Rutten. Van Marwijk zei meteen nee. Rutten wilde wel, maar zegde in een later stadium af.
Martina wist op dat moment nog niet dat Dick Advocaat beschikbaar was en ook wilde. Dat was een buitenkans. Nu is hij trots op zijn keuze. De bond wil vooruit en Martina werft personeel voor sleutelfuncties: secretaris-generaal, een financiële man, iemand die het geld uit de programma’s van de Fifa toewijst, een technisch directeur. Er is een nieuw beleidsplan, met een looptijd tot 2029, met de ontwikkeling van scheidsrechters, het vrouwenvoetbal, trainers en bestuurders.
Het voetbal op het eiland is een zaak van amateurisme en de bond investeert in vrijwel alle faciliteiten, ook stadions waar het volk lopend naartoe kan. Martina: ‘We willen inspireren met voetbal, zoals dat ook is gebeurd in Amsterdam-Zuidoost na de bouw van de Johan Cruijff Arena.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant