Al jaren is Hoog Catharijne ’s nachts een verzamelplaats van daklozen, verslaafden en andere onfortuinlijken, ieder vechtend tegen zijn eigen demonen. Afgelopen week besloot de gemeente Utrecht het winkelcentrum binnenkort tussen 00.00 en 06.00 uur af te sluiten. De Volkskrant brengt er een nacht door.
doet verslag vanuit Utrecht
Het is zondagochtend 3.45 uur als een Arabische man op blote voeten door het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne begint te dansen. Zo-even zat hij nog gehurkt op de grond, zijn lippen gekruld om een wit crackpijpje. Nu maakt hij zwierige balletbewegingen, op de maat van de klassieke muziek die de hele nacht door de speakers van het winkelcentrum schalt. De man lijkt naar binnen gekeerd; hij heeft zijn hoofd in zijn nek gelegd, de blik ten hemel gericht en roept: ‘Mama, papa, I love you!’
De drugsgebruiker is een van de vaste bezoekers van Hoog Catharijne, het winkelcentrum pal naast station Utrecht Centraal. Het is verplicht 24 uur per dag open, omdat het een looproute vormt tussen de binnenstad en het station. Het gaat om een passage van zo’n 200 meter.
De binnenruimte is ontworpen met grote glaspuien en vele ingangen om de stad ‘van buiten naar binnen te halen’. Dat gebeurt iets te succesvol: Hoog Catharijne is voor dertig tot vijftig mensen een ‘aantrekkelijke ontmoetings- en hangplek’ geworden, schreef de gemeente vrijdag. Daarom moet de boel zo snel mogelijk ’s nachts op slot, vindt zowel de Franse eigenaar Klépierre als het Utrechtse gemeentebestuur.
Slapen, hangen, dealen, gebruiken
De wisselende groep bestaat uit Utrechters en migranten uit Oost-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Ze gebruiken de ruimte om te slapen, te hangen, te dealen en drugs te gebruiken. De afgelopen zes tot acht maanden is de sfeer grimmiger geworden en wordt er vaker gevochten, stelt de gemeente, vooral door de komst van Syrische en Algerijnse jongeren.
Utrecht heeft eerder met dezelfde problematiek te maken gehad. Eind vorige eeuw was de situatie op het sjofele en groezelige Hoog Catharijen veel slechter; passanten moesten letterlijk over de heroïneverslaafden heen stappen.
In deze nacht van zaterdag op zondag is het winkelcentrum gevuld met zo’n dertig mannen, die de hele nacht in- en uitlopen. Het zijn daklozen, verslaafden en andere onfortuinlijken.
Twee mannen zitten voor de C&A joints te roken. Het zijn een 50-jarige Belg (blauwe poncho, verwilderd sikje) en een 45-jarige Pool, Derrek (kapotte bergschoenen, uit zijn rugzak steken twee lege blikken pils). Derrek heeft kleine oogjes en brabbelt onafgebroken.
De Belg is hartelijk en bij vlagen helder. Het is ‘natuurlijk geen gezicht’ dat mensen binnen slapen, zegt hij hoofdschuddend. Maar dat is ook niet waar het winkelcentrum voor wordt gebruikt, zegt hij, terwijl hij een weids gebaar maakt. Mensen zitten hier uit de wind, om de tijd te doden en niet alleen te zijn. Het liefst zijn de meesten buiten. ‘U slaapt onder het plafond, ik word heerlijk wakker onder de zon.’
Het is opvallend hoe weinig ruimte de mannen zondagochtend innemen. Ze maken nauwelijks lawaai. Ze zijn een beetje schichtig en zoeken amper contact met passanten. Allemaal voeren ze een gevecht met hun eigen demonen. En allemaal hebben ze een blik die niet veel verder reikt dan het hier en nu.
De enige groep die zondag echt overlast veroorzaakt, zit bij de ingang. Het zijn drugsgebruikers- en dealers; ze zitten op de rand van een binnenvijver. Een twintiger komt met wijd opengesperde ogen door de draaideur naar binnen en zegt tegen een dealer: ‘Ik heb vijf euro’. De verkoper knikt, steekt zijn zwart-bevlekte vingers in zijn jaszak en gebaart de verslaggever zijn ogen af te wenden: ‘Hoog Catharijne is gewoon Hoog Catharijne.’
Terwijl er openlijk drugs worden verhandeld, lopen er constant groepjes mensen langs. Utrecht vierde zaterdag de Pride en gedurende de nacht keren steeds meer mensen huiswaarts. De daklozen en de verslaafden met hun crackpijp lopen ze straal voorbij: ze zien ze niet staan, of ze doen alsof.
Een van hen is de 20-jarige Felin, die een opleiding tot docent Engels volgt. Ze is om 4.30 uur in haar uppie op weg naar Bussum. Zij ziet het niet zitten dat het winkelcentrum ’s nachts wordt afgegrendeld, want dan moet ze voortaan buitenom lopen. ‘Ik voel me binnen veiliger dan op straat. Het is hier verlicht en er hangen camera’s. Buiten is de kans groter dat er iets vervelend gebeurt: mannen die opmerkingen maken of je achterna zitten.’
Wie het afsluiten van het winkelcentrum wél een goed plan vindt, is een beveiliger die hier al tien jaar werkt. Van zijn werkgever mag hij eigenlijk niet met de pers praten. Samen met zijn collega heeft hij de hele avond rondes gelopen door het winkelcentrum; het tweetal wordt door iedereen, al dan niet nukkig, geaccepteerd als autoriteit.
Volgens de beveiliger zijn degenen die de meeste overlast veroorzaken minderjarige asielzoekers, veiligelanders en Oost-Europese migranten. Zoiets hoort misschien bij de rafelranden van een grote stad, zegt hij. ‘Maar het winkelcentrum is de stad niet. In iedere andere stad is het winkelcentrum ’s nachts gesloten.’
Hij weet best dat een nachtsluiting tot een verplaatsing van het probleem zal leiden. In het winkelcentrum zitten de mannen samengeklonterd, onder toezicht van beveiligers die ze kennen en gemonitord door allerlei camera’s die vanuit een meldkamer worden bekeken. Straks waaieren deze mannen uit over de stad en worden ze de verantwoordelijkheid van een leger aan politieagenten.
Dat is ook wat een jonge agente, die later op de nacht de dansende Arabier van eerder op de avond het winkelcentrum uit zal zetten, vreest. ‘Ik ben bang hoe het straks allemaal gaat lopen’, zegt ze. ‘Als die mannen niet hier binnen kunnen zitten, zoeken ze wel een nieuwe plek.’
De beveiliger heeft wel aan een oplossing gedacht: mensen te verplichten tot het aanvaarden van hulp, zoals afkicken. Dat is weliswaar controversieel, maar hij knikt naar de verslaafden: ‘Dit is toch ook geen leven?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant